Meten van zwakke scholen zwak

Ibn Ghaldoun slachtoffer politieke tunnelvisie?

inspectie.jpg
Scholen steeds meer onder breaucratisch vergrootglas. (Foto: Onderwijszaken.files.worldpress.com)

Ron Verhoef

De PvdA stond in de Tweede Kamer vooraan met het voorstel om de school Ibn Ghaldoun te sluiten, naar aanleiding van de gestolen examens. Ineens werd de school van slachtoffer van diefstal bijna dader omdat het niet goed beveiligd was en een zwakke school zou zijn. Tot sluiting komt het voorlopig niet omdat de school het predicaat zeer zwak niet heeft. Dat de school niet sluit is maar goed ook, want het is niet bepaald menselijk om iemand bij de eerste fout al gelijk levenslang te geven.

Zo moeten we niet met elkaar omgaan. Te vrezen valt nu dat de wens van de Tweede Kamer ertoe zal leiden dat Ibn Ghaldoun het predicaat zeer zwak wel gaat krijgen. Waarom is dat te vrezen? De laatste tijd is er nogal wat te doen over de manier waarop de inspectie besluit of een school wel of niet zeer zwak is. De discussie gaat vooral over de methode die de inspectie daarbij hanteert. De inspectie vergelijkt de resultaten van scholen in de regio met elkaar. Scholen met de minste resultaten krijgen dan het stempel zwak. Als uit het inspectiebezoek bovendien blijkt dat de school de zaken administratief niet op orde heeft, dan volgt het verdict van zwakke school.

Met deze methode zijn twee dingen mis. Allereerst is het helemaal niet reëel om eindresultaten van scholen met elkaar te vergelijken. Sommige scholen krijgen nu eenmaal veel leerlingen binnen die al een leerachterstand hebben, vaak doordat de gezinnen waaruit ze komen in een ongewenst sociaal isolement zitten. Door gebrek aan ondersteuning van de omgeving raakt een kind dan dikwijls achter, ook als ouders enorm hun best doen. Er ontstaat dan het beeld dat ouders hun kind maar laten begaan, maar de meeste ouders proberen wel degelijk hun kind een goede start te geven.

Als dit ondanks alles niet lukt, dan is de weg naar een goede school vaak afgesloten. Tegenwoordig mogen middelbare scholen immers leerlingen weigeren. Scholen die nog wel leerlingen met een leerachterstand aannemen, vaak uit sociale overweging, krijgen zo vooral zwakke leerlingen binnen. Aan de poort wordt echter niet gemeten, maar uitsluitend aan de uitgang. Misschien zijn de resultaten van sommige zwakke scholen wel veel beter dan die van goede scholen omdat die zogenaamde zwakke scholen relatief veel meer vooruitgang hebben geboekt met de leerlingen. Dat wordt echter niet gemeten. Eigenlijk zou de inspectie hier wel rekening mee moeten houden. Een school kan een leerling met een forse achterstand nu eenmaal niet in beperkte tijd op normaal niveau krijgen.

Een tweede probleem is de administratieve correctie. In veel scholen overtreft het aantal administratieve handelingen die een docent moet doen het aantal uren dat hij lesgeeft. Om een toets officieel te laten vaststellen en dus te mogen afnemen bij leerlingen moeten nu minimaal 4 formulieren worden ingevuld. Of een punt of komma op die formulieren verkeerd staat kan veel uitmaken. Het maakt het verschil tussen goed- en afkeuren van de toets. Inhoudelijk zeggen de formulieren niets over de toets, laat staan over de kwaliteit. Voor de inspectie is dit goed. Zij kijkt namelijk alleen naar de formulieren en niet naar de inhoud van de toets.

Zo gaat dit voor alle procedures binnen een school. Als de procedures kloppen, maar de kwaliteit van het onderwijs in een school is belabberd, dan zal een school toch nooit het predicaat zwak of zeer zwak krijgen. Een school met kwalitatief hoogwaardig onderwijs en slordige procedures, in combinatie met veel leerlingen met een leerachterstand, wordt wel direct als zwak of zeer zwak gezien.

Dat de procedures bij Ibn Ghaldoun niet goed zijn gevolgd zal iedereen duidelijk zijn. Daarmee is echter nog niets gezegd over de kwaliteit van het onderwijs. Dit is geen pleidooi om procedures af te schaffen, want die zijn niet voor niets opgesteld. Wel is het een oproep aan de inspectie om ook eens meer inhoudelijk naar het onderwijs te kijken. Niet door af en toe een lesje te volgen en te kijken of de formulieren die bij die les horen wel goed zijn, maar om echt inhoudelijk te kijken naar hoe het onderwijsprogramma op een school wordt uitgevoerd. En laat men daarbij als uitgangspunt nemen dat de docent de specialist is in het lesgeven.

Uiteindelijk moet er dus een andere systematiek komen om scholen te beoordelen. En die systematiek moeten we gebruiken om scholen beter te maken en niet om ze af te branden zoals nu gebeurt. Ibn Ghaldoun mag niet het slachtoffer worden van een politiek met tunnelvisie.

©MANIFEST KRANT van de NCPN
Haarlemmerweg 177, 1051 LB, Amsterdam, tel.: 020-6825019