Fopspeen voor MBO

mboverhoef.jpg
Zijn deze leerlingen in het beroepsonderwijs excellent genoeg? (Foto: Schijndel-Gezien)

Ron Verhoef

Minister Bussemaker van onderwijs heeft het mbo een extra pot met geld (250 miljoen euro) toegezegd. Dat klinkt leuk, maar er zitten wel voorwaarden aan die toch wat dubieus zijn. Zo moeten de mbo-opleidingen kwalitatief goed zijn, wat moet blijken uit het aantal excellente leerlingen en docenten op de school. Daarnaast moet het mbo meer werk maken van het aansluiten bij het bedrijfsleven in de regio waar de school staat.

Dit klinkt allemaal heel leuk. Natuurlijk moeten mbo-opleidingen kwalitatief goed zijn en dat geldt ook voor andere scholen. Er is niets mis mee om eisen te stellen aan de kwaliteit van het onderwijs en te streven naar verbetering. Iemand een diploma laten halen is immers niet zo moeilijk als de kwaliteit laag is, maar dan is dat diploma ook weinig waard.

Het wordt anders als we gaan bekijken hoe die kwaliteit dan gemeten wordt. Er moet meer aandacht komen voor de excellente leerling en we moeten af van de zesjescultuur. Nu streven docenten er altijd al naar dat hun leerlingen het beste uit zichzelf halen, dus in die zin is er niets aan de hand. Het probleem zit hem eigenlijk ook meer in de beeldvorming. Een leerling zegt al gauw dat hij met een zesje tevreden is, zeker als hij net een zes gehaald heeft. Het is nu eenmaal niet stoer om te zeggen dat je voor een 10 gaat.

Maar iedere mentor weet dat leerlingen vaak helemaal niet tevreden zijn met een zes. Ja, dan hebben ze het wel gehaald en daar zijn ze wel blij mee, maar een zes wordt toch gezien als: het is maar net acceptabel. De zesjescultuur bestaat dus uitsluitend in de volksmond maar helemaal niet in de gedachte van leerlingen, die willen echt wel een zeven of hoger en de meeste leerlingen zijn als een kind zo blij als ze wel een negen of 10 halen.

De zesjescultuur is dus een hardnekkige mythe. Maar hoe zit het dan met een excellente leerling? Het probleem is dat er helemaal niet zoveel excellente leerlingen zijn. Er zijn wel heel veel ouders die denken dat hun kind wel zo'n leerling is. Dat is niet zo raar. De laatste jaren is er vanuit de overheid heel erg gepusht op excellente leerlingen en er is extra geld voor beschikbaar. Veel ouders zijn bang dat er straks een tweedeling komt en hun kind moet uiteraard niet bij de kneusjes horen. Die angst is niet onterecht. De overheid wil immers liever klassen met excellente leerlingen hebben. De leerlingen die in de andere klassen zitten vindt de overheid niet interessant. Ze mogen er zijn omdat ze recht hebben op onderwijs maar eigenlijk betaalt de overheid liever niet voor ze. Waarom eigenlijk niet?

Nobelprijswinnaar en bestseller auteur Daniel Kahneman zei ooit: "Als een excellente leerling echt zo excellent is, hoe kan het dan dat hij voor zichzelf geen leerdoelen kan stellen en zichzelf niet kan bezighouden?" Dit is de spijker op zijn kop slaan. In de praktijk zie je dat excellente leerlingen ver voorlopen en zelf al allerlei, wat moeilijkere, projecten proberen, extra lessen volgen of komen vragen om extra projecten. Dat kan altijd. Ze leren daarmee veel en snel, maar zitten wel bij de rest van hun leeftijdsgenootjes in de klas. En de anderen vinden het vaak alleen maar fijn. Ze hebben dan een klasgenoot die ze om hulp kunnen vragen als de docent er niet is en dat is wel makkelijk. De meeste excellente leerlingen vinden dat ook leuk. Bovendien leren de anderen er ook veel van.

Daarnaast hebben we leerlingen die veel moeite moeten doen. Ze zitten avonden te zwoegen en halen dan met veel moeite een zes. Daar mogen ze dan best trots op zijn, want dat was een hele opgave voor ze. Maar de overheid vertelt ze nu dat ze gedoogd worden omdat het moet, maar dat ze eigenlijk niets waard zijn. Nu vraag ik me af: Zijn dit eigenlijk niet de excellente leerlingen? Het zijn vaak leerlingen die uit achterstandsgebieden komen, wiens ouders weinig opleiding hebben. Ze steunen doorgaans hun kind wel moreel maar kunnen niet veel hulp bieden bij het huiswerk. Deze leerlingen zitten avonden te blokken terwijl ze ook met vrienden hadden kunnen uitgaan. Maar ze gaan ervoor. Dat is motivatie, dat is doorzettingsvermogen, dat is excellentie ook al halen ze dan alleen maar zesjes.

De excellente docent is een ander heikel punt. Hoe wordt dit bepaald? Het idee is om collega's en leerlingen over de docenten te laten oordelen. Dat lijkt niet zo'n goed idee. Is de populaire docent ook altijd de meest excellente docent? Hoe kan een collega weten hoe je lesgeeft? Is een docent met veel kennis excellent of de docent die leerlingen heel erg weet te motiveren of uit te dagen? Of een combinatie van beide. Is de docent met een academische opleiding excellenter dan die met een hbo?

Volgens de minister wel. Maar waarom dan? Een opleidingsniveau zegt immers weinig over het wel of niet kunnen lesgeven. De excellente docent zou bovendien meer moeten gaan verdienen en dat leidt tot ruzies en strijd tussen de docenten. Waarom jij wel en ik niet? Deze conflicten zie je al sinds de invoering van het masterplan leerkrachten van Plasterk waarbij een onderscheid werd gemaakt tussen docent 1 en docent 2. Docent 2 zou meer salaris krijgen omdat hij ook coördinerende taken op zich neemt.

Maar waarom moet juist die ene docent dat doen als de andere het ook kan? De plannen van de overheid hebben tot een ondergraving van de solidariteit geleid en de nieuwe plannen zullen dat nog meer doen. Over de kwalijke gevolgen van de invloed van het bedrijfsleven berichtte Manifest al eerder, dus hierop zal ik niet verder ingaan. Het zal duidelijk zijn. Meer geld naar het mbo om de kwaliteit te verbeteren, prima, maar niet op deze manier.