De politieke situatie in Libanon en in de regio

De strijd tussen Amerika en Rusland, en de impact van het plan om de markten onderling te verdelen

Politiek manifest van de Commissie Buitenlandse Betrekkingen van de Libanese Communistische Partij; maart 2014

Voorwoord

De internationale economische ontwikkelingen tonen aan dat de kapitalistische crisis nog allerminst in de fase van een oplossing verkeert, ondanks alle maatregelen die genomen worden om eruit te komen. Ook al hebben allerlei rapporten van economische autoriteiten in de Verenigde Staten en de Europese Unie geprobeerd om een dosis optimisme aan te dragen door te suggereren dat het overwinnen van de crisis voor de deur staat, de werkelijkheid geeft een ander beeld: de stijging van de lonen van de werkers in de overheidssector in de VS heeft geen nieuwe impuls gegeven aan de instortende economie daar en ook niet bijgedragen aan de ondersteuning van de dollar; de problemen waaronder de EU in toenemende mate lijdt - van de algemene stijging van de werkloosheids- en armoedecijfers tot gevallen van bedrijfssluitingen en faillissementen die niet meer beperkt blijven tot de grote ondernemingen maar ook binnen het midden- en kleinbedrijf veel voorkomen - beginnen een ernstige bedreiging te vormen voor de zogenoemde middenklasse, die tot nu toe de veiligheidsklep heeft gevormd voor de stabiliteit van het Europees kapitalistisch systeem.

In het licht van de huidige situatie, met een kapitalisme in crisis en zonder perspectief op korte termijn, neemt de strijd die momenteel woedt tussen de kapitalistische grootmachten over de hernieuwde onderlinge verdeling van de wereld, van de energiebronnen tot de markten, in hevigheid toe. Deze strijd manifesteert zich op meerdere continenten en op meerdere niveaus, zoals de Oekraïense crisis, de al eerder gesmede complotten om Venezuela terug te brengen in het Amerikaans imperialistisch kamp, en de voortdurende escalaties in de gehele Arabische regio en daarbuiten tot in Iran en Afghanistan.

De nieuwe imperialistische aanval in deze drie gebieden heeft met name als doel om een nieuwe realiteit te scheppen, waarin kan worden voorkomen dat een nieuw internationaal machtscentrum onder leiding van Rusland in staat is om door te gaan met zijn pogingen om de mondiale machtsverhoudingen in zijn voordeel te veranderen. De concurrentie met Washington speelt zich niet alleen af in een aantal gebieden onder Amerikaanse invloed, zoals het Midden-Oosten, maar ook in Amerika's eigen achtertuin en wel door de toetreding van Brazilië tot de groep van de BRICS-landen en door de sterk ontwikkelde relatie tussen deze groep en veel Latijns-Amerikaanse landen, van Cuba en Venezuela tot Chili en Ecuador. In deze context staan ook de Amerikaans-Europese 'opening' inzake de Iraanse nucleaire kwestie en de nieuwe fase in de strijd van de reactionaire fascistische krachten in Venezuela tegen president Nicolás Maduro. En tevens de heropening van de strijd rond de aansluiting van Oekraïne bij de EU en vervolgens bij het NAVO-pact, in een poging om de greep op de Russische staat te verstevigen en de rest van diens directe buren bij het Amerikaans-Europees bondgenootschap in te lijven, ter voltooiing van de strijd die enkele jaren geleden plaatsvond over Abchazië, Georgië en Ossetië.

Zoals we al vaker hebben aangegeven, roept deze situatie herinneringen op aan een vergelijkbare toestand die aan het begin van de twintigste eeuw ontstond en die uiteindelijk leidde tot het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. Daarvoor en daarna was de aandacht vooral gericht op de koloniale gebieden en was er sprake van hete en koude oorlogen. Als we vandaag herdenken dat 100 jaar geleden deze wereldoorlog uitbrak, dan doen we dat vooral om goed te bestuderen wat in die fase gebeurde. Dat helpt ons lessen te trekken uit de vergelijking van de situatie van nu met die van toen, ondanks de aanwezigheid van duidelijke verschillen tussen beide. Dat geldt met name voor het kapitalisme, dat na de ineenstorting van de Sovjet-Unie en de daaropvolgende achteruitgang van de anti-imperialistische beweging, in staat is geweest een belangrijk deel van wat het in de jaren '40 en '50 van de vorige eeuw had verloren, terug te krijgen.

De positie van de landen van de regio in de strijd tussen de kapitalistische polen

Het Midden-Oosten is momenteel het belangrijkste gebied voor de strijd van de kapitalistische machtscentra om de bronnen en transportroutes van energie. En met de verdere uitbreiding van de aanhang van Amerika en Rusland over de wereld begonnen zich de rollen - nieuwe naar het scheen, maar het bleven in principe de oude - af te tekenen voor de landen van de regio, die betrokken zijn bij de strijd tussen beide partijen. We doelen dan op Israël, Turkije, Iran en Saoedi-Arabië.

  1. De rol van Israël is gedurende een aantal jaren sterk achteruitgegaan, als gevolg van de militaire aanwezigheid van Amerika en de NAVO in Irak, die veel agressie heeft opgewekt, en na de complete nederlaag die Israël in 2006 in Libanon heeft geleden. Inmiddels is het land weer teruggekeerd aan het front als speerpunt van het Amerikaans imperialisme in Arabisch gebied en zelfs in het hele Midden-Oosten. Bovendien maakt Washington zich in toenemende mate afhankelijk van Israël bij economische en veiligheidsmissies in Afrika, van Darfur in Soedan tot de Maghreb-landen in het westen. En laten we ook de rol van inlichtingendienst niet vergeten, die aan Israël is toevertrouwd in veel Latijns-Amerikaanse landen, zoals bijvoorbeeld in Venezuela.

    Israëls rol is volgens rapporten van enkele Amerikaanse onderzoekscentra toegenomen omdat Washington, ondanks de gedeeltelijke normalisering in de betrekkingen met Iran, een mogelijk beroep op een militaire oplossing in de Iraanse kwestie nog niet definitief heeft uitgesloten, en dat is iets wat de positie van Tel Aviv in vergelijking met de rest van het Midden-Oosten versterkt. Ook de rol van Israël in Afrika zou kunnen groeien, van het zuiden van Libië en de regio Darfur aan de ene kant tot de gebieden in de Sahel aan de andere kant. Deze recente rol op meerdere niveaus en in meerdere gebieden is gebaseerd op de oplossing die Amerika momenteel voorstaat bij de afrekening met de Palestijnse kwestie en bij de regie van het voortbestaan van de joodse staat.

  2. Waar Israël zijn vroegere positie in de internationale politiek van de VS terugkrijgt, daar vertoont de rol van Turkije in de regio een opmerkelijke teruggang. Eerst had dat land een prominente positie als gevolg van de geplande aanleg van de Nabucco-pijpleiding voor het transport van aardgas (van de landen rondom de Kaspische Zee naar Europa) en zijn aanvoerderschap in de vreedzame democratische revolutie in Syrië namens de as Amerika-Europa-Turkije-Saoedi-Arabië, die zich tegen een gewapende revolutie keerde. Vervolgens daalde echter het belang van Erdogan en zijn partij, en groeide dat van de andere krachten van de bourgeoisie.

    Met name de Gülen-beweging benutte in de hectiek van de afgelopen maanden de gelegenheid om zich te verbinden met de doelen van de volksbeweging en te proberen de politieke macht te bereiken, maar ze veroorzaakte geen verandering in de positie en de rol van Turkije. Erdogan probeert momenteel door zich op Iran te richten de economische crisis die de politiek van zijn regering heeft veroorzaakt, te verlichten, maar het is niet waarschijnlijk dat hij erin slaagt het vernieuwingsplan dat hij ambieert te realiseren.

  3. In tegenstelling tot de visie van sommige politieke analisten, dat de overwinning van Hassan Rohani bij de Iraanse presidentsverkiezingen wijst op een 'wending' in de richting van matiging, toont de verandering die heeft plaatsgevonden twee problemen. Ten eerste wordt de binnenlandse politieke situatie gekenmerkt door protestbewegingen die met geweld worden onderdrukt en die door de media worden doodgezwegen, en ten tweede probeert Iran te ontsnappen uit de heersende economische crisis, of op zijn minst de ernst ervan te verlichten. Deze 'wending' op politiek en economisch terrein is in het belang van het machtsbehoud van de burgerlijke klassenalliantie met zijn politiek-religieus gezicht en heeft bijvoorbeeld een 'Genève-akkoord' over de Iraanse nucleaire kwestie opgeleverd, waarin geen enkele melding werd gemaakt van de Israëlische atoomwapens.
  4. Saoedi-Arabië - zo heeft Amerika besloten - heeft zijn rol als regionale autoriteit teruggekregen, na een concurrentiestrijd met Qatar, die enkele jaren heeft geduurd. Het land heeft vandaag weer de positie van vitale speler op het Syrisch-Libanese speelveld, maar de Amerikaans-Iraanse toenadering kan daarvoor wel een bedreiging vormen. Daarom worden veranderingen voorbereid binnen de heersende familie, die openlijk 'de jihadisten' wordt genoemd nadat op internationaal niveau de steun aan de terroristische groepen is ingetrokken. Die zijn eerst doelbewust gecreëerd en vervolgens gestuurd, vrijgelaten dan wel 'bestreden' al naargelang de belangen, die vijandig staan tegenover de volkeren en hun revolutionaire doelen, dat eisten.

En zo zijn de veranderingen die te zien zijn in de landen van de regio, ook al zijn die verdeeld tussen de polen Amerika en Rusland, allemaal slechts formele veranderingen die deze landen nodig hebben om de bestaande regimes in stand te kunnen houden. Die zijn wat de productiewijze betreft samen te vatten onder 'achterblijvend in productiviteit' en wat de politiek betreft onder 'politiek-sektarisch'. Dat geldt ook voor Turkije, waar de secularisatie is teruggedrongen door het aan de macht komen van de AK-Partij ('Rechtvaardigheid en Ontwikkeling') en door het voeren van een religieus-sektarische politiek in het buitenlands beleid. Deze regionale landen vormen zo, door de aard van hun politiek-sektarisch systeem en door hun productiewijze, een eenheid en daarmee de inhoudelijke basis voor het project 'Het Nieuwe Midden-Oosten' dat zich volgens ons bezighoudt met het aanwakkeren van religieus-sektarische conflicten met als doel onze regio te versnipperen tot religieuze en politiek-sektarische ministaten, die de Israëlische vijand dan het excuus leveren om de 'joodse staat' uit te roepen in bezet Palestijns gebied.

De Arabische situatie in het algemeen: van revoluties tot internationale oorlogen

Terwijl de plaats en de rol van de grote regionale landen in de strijd tussen de kapitalistische polen opnieuw wordt bepaald, maakt de Arabische regio vandaag, drie jaar na de opstanden en revoluties (eerst in Tunesië en vervolgens in Egypte, Jemen, Bahrein, Koeweit, Syrië en Libanon) politieke veranderingen door, die tegelijkertijd uiterst belangrijk en uiterst gevaarlijk zijn.

De leuzen die de revoluties van Egypte en Tunesië voerden (met name die van 30 juni 2013), vormden het antwoord op 'het nieuwe Midden-Oosten'-project en de pogingen om Irak na zijn bezetting op te delen, en ze stelden de Arabisch-Israëlische en Arabisch-imperialistische strijd weer centraal. Deze leuzen brachten in de meeste Arabische landen grote menigten op de been. Die riepen niet alleen om hun verlossing uit de afhankelijkheid, de armoede en de onderontwikkeling, en om de bevrijding van de Arabische rijkdommen (de oude en de recent ontdekte) uit de handen van de imperialistische krachten die onze regio overheersen (met aan het hoofd het Amerikaans imperialisme). Zij wilden bovendien verlost worden van de Arabische burgerlijke klassen, die onderdanig en dienstbaar de afgelopen jaren bewezen hebben bereid te zijn om de Arabische wereld te verscheuren en welke van hun zonen dan ook op te offeren ten behoeve van het behoud van hun eigen belangen en die van hun heren. Vermeldenswaard is hier de snelle en daverende val van de heerschappij van de Moslimbroeders in Egypte en daarna Tunesië, en de daaruit voortvloeiende politieke en grondwettelijke veranderingen. Een en ander mede onder invloed van de groeiende rol van de radicale arbeiders- en volksbeweging en van de opkomst van linkse politieke fronten die steunen op een programma van revolutionaire veranderingen. Dit succes heeft evenwel de contrarevolutionaire krachten er niet van kunnen weerhouden om hun werk te doen!

Ondanks tegenslagen blijven deze krachten proberen om de revolutionaire successen die zijn geboekt teniet te doen. De ene keer nemen ze hun toevlucht tot geweld en terreur (zoals in Egypte), de andere keer maken ze gebruik van sektarisch-religieuze politieke groepen die overal vandaan komen en die in de Arabische regio momenteel samengevat worden onder de noemer van de Jihad. Daarmee willen de contrarevolutionaire krachten enkele stappen vooruit zetten in de richting van het herstel van hun regimes en zo voltooien wat het Amerikaans imperialisme al tot stand gebracht heeft aan verdeeldheid, chaos, moord en vernietiging (of het nu in Soedan is of in Irak) in het kader van het realiseren van 'het nieuwe Midden-Oosten'-project. Voorbeelden hiervan zijn de huidige inspanningen om greep te krijgen op de opstand in Bahrein, de opdeling van Jemen in deelstaten en districten, waarvan sommige onder controle staan van Al-Qaida, en de vernietiging van zuidelijke delen van Libië, die de imperialistische aanval onder het voorwendsel van het uitschakelen van het terrorisme heeft veroorzaakt. En het gevaarlijkst is nog het streven om Syrië in stukken te delen, nadat daar een systematische vernietiging en verdrijving heeft plaatsgevonden, want daardoor dreigen ook alle landen in de omgeving die grenzen aan Syrië in te storten. Met name geldt dat voor Libanon dat geraakt wordt door de voortdurende oorlog aan zijn noordoostelijke grens. Deze oorlog is een deel geworden van het dagelijks leven in Libanon, zowel door de sektarische strijd die moreel en materieel wordt aangemoedigd door de internationale en regionale krachten die betrokken zijn bij de Syrische oorlog, als door de aanwezigheid van meer dan een miljoen Syrische vluchtelingen die hun eigen ideeën, hun problemen en zelfs hun onderlinge conflicten meebrengen.

En laten we vooral niet vergeten dat in het Amerikaans plan voor de regio een nieuwe favorietenrol is weggelegd voor Israël, of het nu gaat om de controle op de toekomstige positie van Egypte, met name diens nieuwe Arabische rol, of om de controle van de situatie op het niveau van de Arabische Magreb en dieper het Afrikaans continent in, of tot slot (misschien wel het belangrijkste) de hulp die de Israëlische Mossad kan bieden in een aantal Oost-Europese gebieden die grenzen aan Rusland en waar de Russische invloed nog steeds groot is. Vanuit dit perspectief moet het initiatief bekeken worden dat Amerika in de tweede helft van 2013 heeft gelanceerd om het project van 'de joodse staat' te versnellen in combinatie met het plan om af te rekenen met de Palestijnse kwestie.

'Genève-2' en het mislukken van een politieke oplossing voor de Syrische crisis

In het licht van deze feiten en instabiele (zelfs onveilige) omstandigheden, en nadat gedurende circa acht maanden een aantal keren uitstel had plaatsgevonden, werd in Genève een tweede conferentie gehouden om een politieke oplossing te zoeken voor de Syrische crisis. Er was al voorspeld dat deze conferentie zou mislukken en dat is ook gebeurd, ze heeft geen enkel noemenswaardig resultaat opgeleverd. Integendeel zelfs, de strijd tussen de VS en Rusland zorgde deze keer voor een nulpunt met betrekking tot een oplossing, van de routekaart die gevolgd moest worden tot de prioriteit tussen 'de strijd tegen het terrorisme' (waar de vertegenwoordigers van het Syrisch regime aan vasthielden) en 'de overgangsregering' (die de eerste voorwaarde vormde voor de buitenlandse oppositie, vertegenwoordigd door de Nationale Coalitie).

De redenen en motieven waarom deze conferentie begin dit jaar werd gehouden, zijn talrijk en complex. De eerste reden om in te stemmen met een ontmoeting in Genève is zonder enige twijfel dat geen van de militaire strijdkrachten er tot dan toe in geslaagd was om enig Syrisch gebied onder controle te krijgen. Noch die van het regime, noch die van de oppositie zijn in staat geweest om aan het front tastbare militaire veranderingen tot stand te brengen, ondanks de wreedheid van de aanvallen en tegenaanvallen die in de eerste helft van 2013 zijn gelanceerd (en die tot vandaag doorgaan) en ondanks alle hit-and-run operaties die met hun vuur een deel van de Libanese grenzen bereiken. De overwinning op het slagveld van Al-Qusayr is voor het regime de enige gebleven, het lukt niet om op meerdere plaatsen (zij het Al-Qalamoun, Aleppo of elders) het krachtenevenwicht te veranderen.

De tweede reden ligt in de oppositie zelf, door de veelheid van plaatsen waar zij haar besluiten neemt en door het ontbreken van coördinatie tussen haar belangrijkste onderdelen, de binnenlandse en de buitenlandse oppositie. Daarnaast onttrekken enkele terroristische groepen (zoals het Al-Nusra-front en ISIS - het Land van de Islam in Irak en de Levant) zich aan het gezag van de Syrische oppositie in het buitenland (waartoe de Nationale Syrische Coalitie en het Vrije Syrische Leger behoren) en plegen deze groepen misdaden tegen milities en burgers in de gebieden die zij onder controle hebben. Als gevolg van deze nieuwe werkelijkheid heeft de Amerikaanse militaire leiding de hulp, die zij via Turkije en Saoedi-Arabië naar de 'oppositie' stuurt, herzien en hebben de Amerikaanse leiders Saoedi-Arabië verzocht om iedereen die naar Syrië gaat om te vechten, strafrechtelijk te vervolgen en om zijn burgers op te roepen het strijdperk te verlaten. Ook hebben de Amerikanen er bij Turkije op aangedrongen om de bewegingsvrijheid van de terroristische groepen te beperken, die zich momenteel vrijelijk langs de Turks-Syrische grens verplaatsen en die zich kunnen versterken doordat de Turkse vliegvelden en havens open zijn voor duizenden huurlingen afkomstig uit Europa en de Arabische wereld, die in Syrië gaan vechten.

De derde reden heeft te maken met de verslechtering van de kritieke levensomstandigheden in Syrië, zowel in de gebieden onder controle van het regime, als waar de verschillende 'oppositionele krachten' heersen. Speciale vermelding verdienen hier de verspreiding van honger en epidemieën (met name in de belegerde gebieden) en de toenemende rol van de maffia (met name in de omgeving van sommige posities van de overheid), naast de voortgaande stroom van mensen in de richting van de buurlanden (sommige daarvan hebben hun grenzen gesloten voor de stroom ontheemden) en het feit dat de Arabische landen en de Verenigde Naties hun verplichtingen tegenover de Syrische vluchtelingen in binnen- en buitenland niet nakomen.

De veronderstelling is dan ook juist dat het tijdelijk bestand, dat zowel het regime als de oppositie nastreefden, bedoeld is om het donkere beeld op te poetsen. Deze wapenstilstand voorziet tevens in de behoefte van de VS en Rusland om de situatie in het gehele Arabische gebied, en dus ook in het Midden-Oosten, weer eens onder de loep te nemen met betrekking tot de afbakening van ieders deel in het herverdelingsplan van de bestaande olie- en gasbronnen (met name in de belegerde gebieden van Irak en Iran) en de recent ontdekte voorraden in het oosten van de Middellandse Zee (van Gaza tot de kusten van Syrië en Cyprus). Daarnaast is er ook nog de kwestie van de nucleaire overeenkomst met Iran en nieuwe afspraken over de tweede fase daarvan, en natuurlijk niet te vergeten de inspanningen die Moskou en Washington zich getroosten in de richting van die landen waar het regeringsstelsel radicale veranderingen ondergaat (zoals Egypte). Kortom, dit bestand heropende de weg naar een tweede conferentie in Genève, nadat die een aantal keren was uitgesteld, maar versnelde het vinden van een definitieve oplossing echter niet. Daarvoor blijft het wachten op enerzijds de resultaten van nieuwe ontwikkelingen aan de militaire fronten en anderzijds de contracten die zullen voortvloeien uit de Amerikaans-Russische concurrentie inzake de bewapeningspolitiek en het exploitatiebeleid van de olie- en gasbronnen in het oostelijk bekken van de Middellandse Zee.

Op basis van het voorgaande kunnen we zeggen dat het stokken van de 'Genève-2-conferentie' niet slechts tijdelijk is, want een oplossing hangt samen met de reorganisatie van de situatie in het gehele Arabische gebied. Dit betekent dat politieke onderhandelingen niet snel zullen leiden tot het einde van de huidige gevechten in Syrië en de systematische verwoesting, moord en verdrijving die daarmee samengaan. De ontwikkelingen op militair, veiligheids- en vooral economisch gebied zullen alleen maar verslechteren en daarmee de humanitaire en financiële rekening die het Syrische volk zal moeten betalen. In rapporten van de VN worden de kosten van de wederopbouw momenteel op circa 200 miljard dollar geschat, maar die zullen met het verstrijken van de tijd snel toenemen. Daarnaast zal de voortgaande militaire strijd een nog diepere sektarische kloof slaan en zullen de terroristische groepen, wanneer ze eenmaal ontsnapt zijn aan hun ketenen, enorme verwoestingen veroorzaken, niet alleen binnen Syrië, maar ook in de buurlanden, van Turkije tot Libanon. Ook de Golfstaten en de Europese landen (die op enig moment een reservoir vormden voor deze groepen) zullen niet gespaard blijven voor de negatieve gevolgen en de instabiliteit die zullen resulteren uit de terugkeer van de strijders naar huis. De Europeanen en de Arabieren hebben dit eerder meegemaakt tijdens de Amerikaanse oorlog tegen de Sovjet-Unie in Afghanistan, toen gaf men hen de bijnaam 'Arabische Afghanen'.

Bron: http://www.solidnet.org/lebanon-lebanese-communist-party
Vertaling uit het Arabisch: Louis Wilms

©MANIFEST KRANT van de NCPN
Haarlemmerweg 177, 1051 LB, Amsterdam, tel.: 020-6825019