De politieke situatie in Libanon en in de regio

De strijd tussen Amerika en Rusland, en de impact van het plan om de markten onderling te verdelen

f-006-009.jpg
Overal in de wereld vonden en vinden grote demonstraties plaats tegen de Israëlische invallen en bombardementen op Gaza. Hier in India. (Foto: AIAIF)

Politiek manifest van de Commissie Buitenlandse Betrekkingen van de Libanese Communistische Partij; maart 2014

Delen 1, 2 en 4 staan op de website. Deel 3 staat nu wegens de actualiteit in de krant.

[Deel 3]

De door Amerika en Israël voorgestelde oplossingen voor het afrekenen met de Palestijnse kwestie

Terwijl in Syrië de militaire strijd in hevigheid toeneemt en het bloedbad groter wordt, begint in bezet Palestina een andersoortige strijd. Die is ingeleid door de druk die de regering Obama sinds juli 2013 heeft uitgeoefend op de Palestijnse autoriteiten om terug te keren naar de onderhandelingstafel zonder voorwaarden vooraf - dus ook zonder de eis dat de bouw van nederzettingen wordt stopgezet - én akkoord te gaan met de 'raamovereenkomst', het nieuwe Amerikaanse plan dat de minister van Buitenlandse Zaken John Kerry heeft opgesteld.

Dit plan vormt de tweede fase van de Oslo-akkoorden [uit 1993] en is tevens de gevaarlijkste gezien de voortdurende interne verdeeldheid en strijd in Palestina en gezien het feit dat de Arabische wereld momenteel geen prioriteit geeft aan de Palestijnse kwestie. Integendeel, het is zelfs zo dat enkele Arabische regimes, met name Saoedi-Arabië en Jordanië, zich officieel al akkoord hebben verklaard met de voorstellen van Kerry zonder dat ze de letterlijke tekst daarvan op papier hebben.

Als we dit nieuw Amerikaans plan zouden willen karakteriseren op basis van wat de opsteller ervan heeft laten doorschemeren, dan kunnen we zeggen dat het, als het niet in voldoende mate wordt bestreden, rechtstreeks leidt tot het afrekenen met de Palestijnse kwestie.

Als eerste benadrukt het plan de verplichting om Israël te erkennen als land voor de joden op de wereld. Daarmee wordt enerzijds het zionistisch project gerealiseerd en wordt anderzijds de weg vrijgemaakt voor een nieuwe 'transfer' naar de Westelijke Jordaanoever en Jordanië van de Palestijnen die op het grondgebied van 1948 zijn blijven wonen. Israël en de VS hebben dit plan al meer dan vier jaar geleden aangekondigd, en wel bij gelegenheid van de toespraak van de Amerikaanse president Barack Obama op de universiteit van Caïro [op 4 juni 2009].

Israël heeft inmiddels een nieuwe wet inzake het staatsburgerschap uitgevaardigd, die het mogelijk maakt om niet alleen op zijn eigen territorium, maar ook op het gehele Palestijnse grondgebied dat voor of na 1967 werd bezet, het beginsel van religieuze zuiverheid toe te passen. Het land heeft immers goedkeuring gekregen van Washington voor de slogan 'landruil' die zijn minister van Buitenlandse Zaken Lieberman heeft gelanceerd. Onder dit motto kan Israël beslag leggen op grote stukken Palestijns grondgebied in de buurt van de grenzen van 1948 en er nederzettingen stichten - met name in de omgeving van Jeruzalem.

Op de tweede plaats negeert het plan volledig de verplichting om de resoluties van de VN uit te voeren, die te maken hebben met het lot van de Palestijnse vluchtelingen, met name resolutie 194 over het recht op terugkeer, niet alleen naar de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook, maar ook naar het grondgebied van 1948. Ook rept het plan met geen woord over de bestemming van Jeruzalem als hoofdstad van de Palestijnse nationale staat, noch over de toekomst van de zionistische nederzettingen, die zich steeds verder uitbreiden en zo een groot deel van Palestijns grondgebied bezetten.

Tot slot bekrachtigt het plan - dat formeel het bestaan van twee 'onafhankelijke' staten erkent - het recht van Israël om zijn veiligheid te beschermen door de inzet van een troepenmacht die gedurende een periode van 10 tot 15 jaar de grenzen tussen deze 'twee staten' moet controleren. Verder krijgt Israël de taak om met vaste en permanente, geavanceerde systemen voor de veiligheid te zorgen tussen de Westelijke Jordaanoever en Jordanië, met name langs de Jordaanvallei. Een Israëlische ministeriële commissie heeft in een uitgebracht advies dit recht inmiddels vertaald in een oproep om beslag te leggen op de hele Jordaanvallei, "zelfs in geval van overeenstemming met de Palestijnen".

Deze aanbeveling is kort daarna al in de praktijk gebracht door een groep afgevaardigden van Israëlisch sektarisch rechts, onder leiding van minister van Binnenlandse Zaken Gideon Sa'ar die een eerste nederzetting heeft durven openen in de Jordaanvallei die "Israëlisch is en blijft".

Echter, het grootste gevaar schuilt in wat John Kerry via enkele Amerikaanse media heeft laten uitlekken omtrent de instemming van de Palestijnse Autoriteit, vertegenwoordigd door de Palestijnse president Mahmoud Abbas, met het Amerikaans-zionistisch plan, inclusief de intrekking van het recht op terugkeer. En in het feit dat de reacties van de kant van de Palestijnse politieke krachten beperkt zijn gebleven tot enkele veroordelende verklaringen en bulletins, zonder dat die vergezeld gingen van serieuze initiatieven om de gevaren te trotseren die uit dit plan voortvloeien, met name met betrekking tot de Palestijnse vluchtelingen.

De Libanese situatie te midden van de regionale crises en de crisis van het eigen sektarisch regime

Door alles wat er in de regio gebeurt - tegelijk met de imperialistisch-zionistische plannen om de regio onder hun beider heerschappij te houden, en met de daarmee samenhangende pogingen van het Russisch machtscentrum om de regio opnieuw te verdelen - wordt het Libanese volk geconfronteerd met veel verschillende crises, die elkaar overlappen en onderling verbonden zijn. De belangrijkste hiervan zijn: de impact van de Syrische situatie met al haar binnenlandse en regionale vertakkingen op alle aspecten van het leven; het opnieuw op de voorgrond treden van de Palestijns-Israëlische factor, nadat die sinds de agressie van 1982 lange tijd in de schaduw was gebleven; en de ernstige slijtage van het sektarisch regime in Libanon, die het nationaal bestaan begint te bedreigen.

1. De impact van de Syrische situatie in al haar binnenlandse en regionale vertakkingen

De Syrische crisis, die volgde op een periode van 30 jaar waarin Syrië om militaire en veiligheidsredenen aanwezig was in Libanon en direct intervenieerde in diens binnenlandse aangelegenheden, vormde een belangrijk element van de ernstige verdeeldheid tussen de twee kampen van de Libanese bourgeoisie, belichaamd in de [pro-Syrische] '8-maart-alliantie' en de [anti-Syrische] '14-maart-alliantie'. Deze verdeeldheid manifesteert zich in een escalatie van de sektarische mobilisatie van soennieten en sji'ieten, die begon met de imperialistische oorlog tegen Irak. George Bush junior ontketende die oorlog in het licht van 'het project van het nieuwe Midden-Oosten', dat gebaseerd was op ontwerpen van Henry Kissinger en Zbigniew Brzezinski.

Het doel is om de Arabische wereld, en het Midden-Oosten in het algemeen, te verdelen in sektarische ministaten, zwak en onderling strijdend, en zo het Amerikaans imperialisme in staat te stellen zijn macht over de cruciale mondiale olie- en gasvoorraden en de transportroutes te behouden, en Israël het recht te geven zich uit te roepen tot het land van de joden op de wereld. Sinds drie jaar vindt er op Libanees grondgebied een ongekende mobilisatie plaats, die zich vertaalt in veelvuldige, sektarische bomaanslagen in Tripoli, Sidon, Beiroet en de Bekavallei. De ernst van deze mobilisatie is gegroeid doordat de twee kampen van de bourgeoisie (de allianties van 8 en 14 maart) zich - in lijn met de twee kanten van het conflict in Syrië - in de strijd hebben gemengd, ondanks de houding van de toenmalige regering die opriep tot het volgen van een politiek van 'zelf afstand houden' om Libanon zo te beschermen tegen de negatieve impact van de Syrische crisis.

Inmiddels zijn in Syrië de gevechten in hevigheid toegenomen en is de strijd tussen de krachten van het regime (gesteund door de as Rusland-Iran) en de krachten van de oppositie, inclusief de religieus-extremistische politieke groeperingen, (gesteund door de as Washington-Europese Unie-Saoedi-Arabië-Turkije) geëscaleerd. Het is letterlijk een internationale strijd geworden, die zich met al zijn, ook religieuze, aspecten onvermijdelijk heeft uitgebreid naar Libanon.

De sektarische strijd is daar recent dan ook verhevigd - waarvoor de kampen van de heersende klasse elkaar de schuld geven - en er is een 'Irakizering' ingetreden in de vorm van terroristische zelfmoordaanslagen, autobommen en schimmige krachten, die elkaar aan de Libanees-Syrische grens beconcurreren. Daaronder bevinden zich formaties van de Syrische oppositie en ook andere - afkomstig uit de Palestijnse kampen, uit de Arabische Golf en Maghreb, uit Europese en Afrikaanse landen - die de confrontatie aangaan met de krachten die het Syrische regime materieel en militair steunen. Er gaat dan ook geen week voorbij zonder dat er in Libanon een zelfmoordaanslag plaatsvindt met tientallen doden en gewonden, en dan zijn er ook nog de verwoestingen als gevolg van raketten afkomstig uit de nabijgelegen Syrische gebieden.

Naast deze militaire escalatie is er ook nog een heel andere: het aantal Syrische ontheemden is gestegen tot boven de miljoen en er zijn ongeveer 100 duizend nieuwe Palestijnse ontheemden afkomstig uit de Syrische kampen. Daarmee is het aantal Syrische en Palestijnse ontheemden (inclusief de vluchtelingen sinds 1948) opgelopen tot een derde van de Libanese bevolking. We kunnen dan ook zeggen dat de grote Syrische uittocht naar Libanon - bovenop de genoemde veiligheidsproblemen - sinds ongeveer een jaar veranderd is in een ongekend economisch en sociaal probleem, zeker in het licht van de ernstige crisis waaronder de Libanese economie dreigt te bezwijken. Deze crisis is immers geëscaleerd en manifesteert zich in beangstigende werkloosheidscijfers onder de Libanezen, nadat die vervangen zijn door goedkopere Syrische arbeidskrachten. En laten we ook de verhoging van de prijzen van levensmiddelen als gevolg van een gestegen vraag niet vergeten en de ruime aanwezigheid van bedelaars in alle straten en stegen van de hoofdstad en van de grote Libanese steden. Bij dit alles komen de grote problemen die samenhangen met de noodzaak om woonruimte te garanderen voor de mensen die het slagveld zijn ontvlucht en om plaatsen te creëren voor Syrische leerlingen en studenten - en dat terwijl alle andere grenzen (die van Turkije en Jordanië) gesloten zijn voor de ontheemden en de Arabische landen slechts af en toe hun verplichtingen nakomen om deze mensen een helpende hand te bieden.

2. Het ontwerp voor de nieuwe Israëlische oorlog tegen Libanon

Naast deze nieuwe crisis duurt de Israëlische agressie voort, waarvan met name het zuiden van Libanon te lijden heeft. Daar gaan over land en door de lucht de dagelijkse schendingen van de Blauwe Linie door, ondanks de aanwezigheid van de VN-troepen van UNIFIL. Hun rol is beperkt tot het documenteren van de schendingen tegen Libanon en het rapporteren daarover aan het algemeen secretariaat van de VN. Bij dit alles komt nog de flagrante schending van de Libanese territoriale wateren en de poging om meer dan 335 vierkante kilometer daarvan te annexeren na de vondst van een nieuw olieveld. Dit komt met name doordat de VN de volledige aanspraken van Libanon daarop nog niet erkend hebben en tot nu toe alleen diens soevereiniteit bekrachtigd hebben over 530 van de in totaal 853 vierkante kilometer, waarover met Israël wordt gestreden.

Tot deze schendingen horen natuurlijk ook de regelmatige manoeuvres die aan onze zuidgrens plaatsvinden. De laatste daarvan was begin dit jaar met het doel mogelijke aanvallen van het verzet te voorkomen door grondaanvallen op de bases daarvan uit te voeren. Ook is het waard te wijzen op alle dreigementen die sinds begin 2014 door Israëlische functionarissen geuit worden, met Benjamin Netanyahu voorop. Die waarschuwde voor 'de dwaasheid' om Hezbollah te laten terugkeren in de Libanese regering. Volgens de bevelhebber van de luchtmacht Amir Aishel heeft de Israëlische top een integraal plan opgesteld voor bombardementen op Libanese woongebieden en infrastructuur in Beiroet, de Bekavallei en het zuiden, omdat daar "duizenden bases van Hezbollah zijn, die de staat Israël en zijn binnenlands grondgebied bedreigen". Verder pocht hij dat het vermogen van de vijand om Libanese doelen "op grote schaal en met hoge nauwkeurigheid" aan te vallen "vandaag 15 keer groter is dan tijdens de oorlog van 2006".

Als we kijken naar de motieven en redenen achter de Israëlische escalatie, dan kunnen we zeggen dat de regering van de vijand erop uit is de verbanning van de Palestijnen uit te breiden en meer Palestijnse grond in beslag te nemen. Tegelijkertijd probeert ze de zionistische kolonisten gerust te stellen met de verzekering dat ze hen kan beschermen tegen elke mogelijke reactie, als - met instemming van de Amerikaanse regering - begonnen wordt met de uitvoering van dit verdrijvingsplan.

Dit betekent echter niet dat de mogelijkheid van agressie tegen Libanon en van vernietiging van de Libanese infrastructuur kan worden uitgesloten. Zeker nu daarbij geprofiteerd kan worden van de ernstige religieus-sektarische verdeeldheid en gebruikgemaakt kan worden van terroristische bewegingen, die soms Palestijnse kampen als hun uitvalsbasis hebben, of Palestijnse jongeren benutten als brandstof voor hun zelfmoordacties.

Bron: http://www.solidnet.org/lebanon-lebanese-communist-party
Vertaling uit het Arabisch: Louis Wilms.