Is er leven na de sociaaldemocratie?

i-007-010.jpg
Een parodie op een verkiezingsaffiche: "We (de SPD o.l.v. toenmalig kanselier Schröder) geven de politiek in handen van Peter Hartz", lid raad bestuur van Volkswagen en bedenker van de afbraak van de sociale zekerheid d.m.v. Wet Hartz IV. Hartz is in 2007 veroordeeld voor het verduisteren van bedrijfsgelden. (Foto: Elias Schwerdtfeger/Flickr/cc/by-nc-sa)

Zoltan Zigedy (*)

"De problemen van Labour zijn niet veel anders dan die van andere sociaaldemocratische partijen in het Westen ... Het betekent dat ze niet alleen in Groot-Brittannië, maar dat ze in de sociaaldemocratie als geheel, een crisis hebben." (Uit: Labour verdwijnt. Van Ross Mc.Kibbin. Londense Boekrecensie, 20 nov. 2014.)

De beknopte beoordeling door Mc.Kibbin van de sociaaldemocratie is zowel scherp als overtuigend.

De sociaaldemocratie, de politieke stroming van het anticommunistische reformisme uit de twintigste eeuw, is nu op een punt aanbeland waarop zowel de visie als de politieke vitaliteit in twijfel getrokken wordt. Of in de woorden van Mc.Kibbin: "De laatste 20, 30 jaar hebben de grote sociaaldemocratische partijen van Duitsland, Oostenrijk, de Scandinavische landen, Australië, Nieuw Zeeland (en momenteel Frankrijk - én Nederland, nvdr) veel aanhang verloren".

Je kunt hieraan, ofschoon in iets mindere mate, de nepsociaaldemocratische partij van de Verenigde Staten, de Democraten, nog toevoegen. In zekere zin heeft de sociaaldemocratie haar kracht verkregen door haar opstelling als alternatief voor het communisme. Om verschillende redenen, zoals de angst voor echte verandering, anticommunistische demonisering, onwetendheid, vermeende eigenbelangen, vonden velen die door het kapitalistische systeem benadeeld werden een onderdak bij de tamme, hoger geschoolde, en uitgesproken anticommunistische partijen die zich op links nestelden.

Ze zijn voorstanders van de makkelijke parlementaire werkwijze, ze zetten een voorzichtige koers uit, ze gaan confrontaties (met het kapitaal, nvdr) uit de weg en ze verpakken hun beleid in een beschaafd jasje. Sociaaldemocratische denkers geloven dat ze zó de mensen achter zich kunnen krijgen, en dan de scherpe kanten van het kapitalisme kunnen afslijpen.

Sociaaldemocratie voor de Tweede Wereldoorlog

Na de oprichting van de Sovjet-Unie en de oprichting wereldwijd van communistische partijen - waaronder vele massapartijen - koos de oude Socialistische Internationale voor de reformistische lijn, die hen van het communisme verwijderde, waarbij zij zich opwierpen als de verdedigers van de arbeidersbelangen en het socialisme. Na het aannemen van gematigde standpunten en het veroordelen van het communisme werden er parlementaire successen geboekt. Dat hadden hun pragmatische leiders maar ál te goed door.

Ongetwijfeld stond de Duitse Sociaaldemocratische Partij (SPD) model voor de sociaaldemocratie in het tijdperk na de Bolsjewistische Revolutie. Na het afzetten van de Duitse keizer trok de SPD de macht naar zich toe, en al gauw drukte ze de revolutionaire geest van de massa's de kop in en installeerde ze een parlementaire regeringsvorm. Door het communisme te bestrijden kwam de SPD tegemoet aan de hysterische angst van de bourgeoisie en 'middenklasse', een tactiek die tot op de dag van vandaag door de sociaaldemocratie wordt toegepast.

Ondanks dat de SPD tot juli 1932 de grootste fractie van de Rijksdag was, kon ze, nóch door het tevredenstellen van rechts, nóch door het - op verantwoorde wijze - toezicht houden op de kapitalistische economie, haarzelf en Duitsland de opkomst van de nazi's niet besparen.

De sociaaldemocraten wijzen erg graag met een beschuldigende vinger naar militant links of extreem-rechts, als oorzaak van het falen van de SPD, maar ze ontkennen opzettelijk het overduidelijke feit - net als vandaag de dag - dat het volk de middenpartijen de rug toekeert, als die niet uitvoeren wat ze beloofd hebben. Het doel van de SPD werd steeds meer het besturen van Duitsland, in plaats van het goed opkomen voor de belangen van de Duitse werkende klasse.

Sociaaldemocratie na de Tweede Wereldoorlog

Na de Tweede Wereldoorlog oogstten de Communisten in heel Europa respect en vertrouwen van de bevolking, vanwege hun strijd tegen het fascisme. Daardoor liep de aanhang van de sociaaldemocraten terug. Het is tegenwoordig zó geregeld, dat waar er Europese sociaaldemocratische partijen luid en duidelijk afstand nemen van samenwerking met communisten, hun 'vrienden' in de Verenigde Staten maar al te graag hun steun aanbieden, in bedekte of openlijke vorm.

De CIA en nog een heel legertje andere venijnige clubs, die door de Amerikaanse regering in het leven geroepen zijn om antikapitalistische, en voor de belangen van de werkende klasse opkomende activiteiten te ondermijnen, positioneren overal ter wereld bereidwillige collaborateurs in sociaaldemocratische partijen. En dan vooral in die partijen, die aanhang verliezen door communistische successen.

Het duurde niet zo lang voordat het opportunistische anticommunisme oversloeg naar de gehele sociaaldemocratische beweging: In 1951 distantieerde de Socialistische Internationale zich formeel van het communisme. Het werd betiteld als terroristisch, bureaucratisch, imperialistisch en vrijheidsberovend. In artikel 7, 8, 9 en 10 van de Verklaring van Frankfurt werd het communisme buitengesloten, en met een vurigheid van de Inquisitie veroordeeld tot de onderwereld.

Maar opportunisme roept opportunisme op. Zo rond 1959 was er bij de SPD, de stamvader van de sociaaldemocratische partijen, geen spoortje socialistisch streven meer over. In het Program van Godesberg nam de SPD duidelijk afstand van ieder streven naar socialisme. Ze verving dat door vage omschrijvingen van sociale rechtvaardigheid en zinspelingen op democratische vooruitgang. De Duitse sociaaldemocratie sloot dus vrede met het kapitalisme onder het motto van anticommunisme en beloofde plechtig voortaan niet meer af te dwalen van het reformistische pad.

Gevoeglijk werd ze daarin gevolgd door bijna alle andere socialistische en sociaaldemocratische partijen. In plaats van socialisme kwam de doctrine van sociaal welzijn op de proppen als een slap aftreksel van het uitbannen van de uitbuiting door sociale en economische verhoudingen.

De sociaaldemocratie creëerde een kunstmatige scheidingsmuur tussen de relatief kleine groep goed betaalde werkers, de zgn. 'middenklasse' en de armere klassenbroeders en -zusters. In plaats van de uitbuiters te onteigenen, vinden de sociaaldemocraten dat de kosten om de armen tevreden te houden, op een sociale manier verdeeld moeten worden, waarbij de grootste lasten bij de gezinnen van de werkende klasse gelegd worden.

Het hele begrip 'Klasse' uit het socialisme, hebben ze in de afvalbak gedumpd. Daarvoor in de plaats komt het concept van de burgermaatschappij, met markten die de sociale status, de vergoedingen en de verdeling van goederen en diensten bepalen. Degenen die de lichamelijke of geestelijke vaardigheden missen om mee te kunnen doen in het grijpen van de kansen die de markten bieden, moeten beschermd worden door een sociaal 'vangnet'.

Dit bestaat dan uit een aantal regelingen dat een minimaal levenspeil moet garanderen voor diegenen die de boot missen.

De inspirerende leuze van de Franse Revolutie: 'Vrijheid, Gelijkheid, Broederschap' is anderhalve eeuw later verwaterd tot de vrijheid van de markten, de gelijkheid van de jungle, en het egoïsme van het individualisme.

Het enige spoor dat nog van het 18e-eeuws humanisme overblijft in het sociaaldemocratisch gedachtegoed, is een versleten vangnet vol met gaten, dat er gegarandeerd voor zorgt dat de 'verliezers' in het leven ook voor altijd verliezers zullen blijven.

Zweden voorbeeldland

Gedurende vele tientallen jaren werd Zweden als lichtend voorbeeld van succesvol sociaaldemocratisch beleid gezien. De mythe van het Zweedse 'socialisme' hield de weinige verworvenheden van sociale gerechtigheid overeind door het spelen van de rol van dienares van het kapitalisme door gematigd links. Welke mate van geloofwaardigheid ook aan dat beleid gegeven werd, het werd verwoestend neergesabeld in een artikel in het juli/augustusnummer 1994 van Monthly Review, geschreven door Peter Cohen. (Zweden: het model dat het nooit was).

Cohen, die lang in Zweden woonde, reageerde op twee artikelen van Pollyanna van het jaar daarvóór, en stelde zeer nadrukkelijk: "Zoals alle Europese sociaaldemocratische partijen, accepteert de SAP (Sociaaldemocratische Arbeiders Partij) niet alleen het kapitalisme, maar ze verdedigt het ook tegen elke poging om het te veranderen. Deze partij heeft altijd uitgedragen dat, wat goed is voor de Zweedse bedrijven, ook goed is voor de Zweedse arbeidersklasse." Cohen voorspelde al het lot van de Europese en Amerikaanse arbeidersklasse toen hij uitlegde dat de SAP altijd accepteerde dat voor klassensamenwerking... "het noodzakelijk was, dat de arbeidersklasse moest accepteren dat er toegevingen gedaan moesten worden - op watvoor manier dan ook - als de bedrijfswinsten onder druk stonden, en zelfs óók als dat niet het geval was."

Cohen benadrukt het kwaadaardig anticommunisme van de SAP, dat ertoe leidde, dat ze de internering van communisten tijdens de Tweede Wereldoorlog steunde en volop meeging in de Koude Oorlogshandelingen van de Verenigde Staten. Hij noemde ook het steunen van het regime van Pinochet en de vijandigheid tegenover de Portugese Revolutie.

De SAP stelde het zgn. 'solidariteitsloonbeleid' in. Een cynische nivellering van de arbeidslonen binnen de totale loonkostensom. Cohen legt het uit: "het solidariteitsloon verandert helemaal niets aan de inkomensongelijkheid van arbeiders en kapitalisten. Het is slechts een herverdeling tussen verschillende groepen arbeiders. Het maakte wél dat het eruit zag alsof de SAP een toegewijd verdediger was van de arbeidersbelangen.

Cohen toont de rol aan die de SAP heeft gespeeld bij het introduceren van privé-scholen in het Zweeds onderwijssysteem, bij de voor kapitalisten gunstige 'belastinghervormingen', en bij het afslanken van de Zweedse sociale zekerheid (het 'vangnet'). Hij haalt de oproep van de SAP aan (die nu in alle kapitalistische landen gemeengoed is geworden) om de loonkosten te drukken in het belang van de 'concurrentiepositie'. Het opmerkelijke artikel van Cohen was griezelig voorspellend voor wat betreft de ontwikkeling van de sociaaldemocratie in de twee decennia daarna.

De ontwikkeling naar steeds verdergaande klassensamenwerking. In zijn eigen woorden: "Bij het verorberen van hun maaltijd, zien de tafelmanieren van de machtigsten er wat netter uit in de landen met sociaaldemocraten in de regering, maar het verteringsproces is wel hetzelfde."

Men is nu geneigd deze ontwikkeling te zien als een ommezwaai in de sociaaldemocratische visie, als een nieuw element, maar dat is het niet. Het is de voortzetting van sociaaldemocratisch beleid in een wereld waar de geest van het communisme weggeëbd is. Zonder de druk van links laten de sociaaldemocratische partijen alle pretenties, van belangenbehartigers van de werkende klasse varen, en gaan ze voor kapitaal en politieke macht.

Tegenwoordig verkeren de sociaaldemocratische partijen - zoals bijvoorbeeld de Democraten in de Verenigde Staten - in de illusie dat de landen in Europa en Noord-Amerika klassenloze maatschappijen zijn, terwijl ze erkennen dat er een armoedeprobleem bestaat in de zgn. 'onderlaag'.

Terwijl er geen daadkrachtige bereidheid bestond om over te gaan tot herverdelingsmaatregelen, zette de economische crisis van 2007-2008 gematigd links voor het blok om, óf de lasten te verzwaren voor de meerderheid om de armsten te helpen, óf hun toenemende wanhoop te ontkennen. Voor het merendeel hebben ze gekozen voor het negeren van de toenemende armoede, terwijl ze het kapitaal hielpen met de pogingen om uit het moeras van de wereldwijde crisis te kruipen.

Illusies over mogelijkheden kapitaal

In essentie geloven de sociaaldemocraten ook dat het kapitaal uit de crisis getrokken kán worden zonder grondige verandering van de bestaande verhouding tussen kapitaal en arbeid. Voor arbeiders, die door de sociaaldemocratie misleid zijn, heeft die liefde tragisch uitgepakt. Een bondgenootschap met het kapitaal, in combinatie met de bereidheid om het kapitaal te beschermen tegen haar eigen 'uitspattingen' blijkt een buitengewone zelfmisleiding te zijn, immers, het kapitaal accepteert geen concessies.

In plaats ven het creëren van een kapitalisme met een menselijk gezicht, hebben de architecten van het anticommunistische reformisme gezorgd voor verdeeldheid, toegevingen, soberheid, hardheid en imperialistische agressie. Maar het is zelfs nóg tragischer, het falen van het sociaaldemocratisch project heeft veel te veel mensen, waaronder ook gedesillusioneerde arbeiders in de armen van extreem-rechts, het fascisme en het neonazisme gedreven. Overal in Europa en in de Verenigde Staten is de werkende bevolking, die oplossingen verlangde, door het reformisme verraden. Jammer genoeg richten ze zich veel te vaak tot rechts. Het is een verschijnsel dat angstaanjagende beelden oproept van de opkomst van het fascisme in de periode tussen de beide Wereldoorlogen. De arbeiders verdienen een betere keuze.

Dinsdag 2 december 2014, vertaald uit het Engels door Ardengo Persijn.

©MANIFEST KRANT van de NCPN
Haarlemmerweg 177, 1051 LB, Amsterdam, tel.: 020-6825019