Gedicht: Huilend met de wolven in het gerooid bos



Henricus Azewijn

Huilend met de wolven in het gerooid bos

Zie ze de kont kussen, hun wonden likken
met in hun duivelsbed de billen bloot.
Zie hoe ze hun status opkrikken
opleven, koketteren met hun zelfdood.

Zie ze hun beide wangen keren
het tij zit er voorlopig nog niet in...
Zie ze arrogant op hun status teren
krijgt hun faillissement het beoogde gewin.

Zie ze gejaagd door de wind, in het harnas
in de uitrusting die past bij hun soort
met in hun horloge van een held as
met alles wat er wellicht bij hoort...

Zie ze hoog vliegen, als vliegen op de stront
dansend met een big smile om de kokende brij.
Zie Joost mag weten, doet het kond
het fenomeen, een onderkoning van het tij...

Zie ze regeren, in de houding springen
een gat in de verontreinigde lucht.
Zie ze naar pijpen dansen, hoor ze zingen
een psalm in de goddelijke klucht...

Zij lachen om niet te hoeven janken
huilend met de wolven in het gerooid bos.
Zie ze klinken... verheven klanken...
duivels en duivelinnen naaien erop los...

Zij zijn eigenlijk niet aanwezig
zien slechts wat een mogelijkheid hen biedt
zijn in gedachte hoofdzakelijk bezig
met wat kan zijn... het einde van een lied...

IN MEMORIAM
Heden is hij onverwachts overleden
Damocles overviel ons in onze slaap
met het zwaard uit de schede...
Hij zei niet veel... maar recht voor zijn raap...
©MANIFEST KRANT van de NCPN
Haarlemmerweg 177, 1051 LB, Amsterdam, tel.: 020-6825019