Het bieden van vals of echt perspectief

i-004-005.jpg
Bijstandsgerechtigden verdwijnen steeds meer in donker gat. (Foto: Shutterstock)

Maarten Muis

Het plan van perspectiefbanen, trots binnengehaald door de SP in de college-onderhandelingen in Amsterdam, strandde vorige week in de gemeenteraad. Terecht wezen FNV, Comité Dwangarbeid Nee en organisaties van bijstandsgerechtigden op het feit dat het plan van Arjan Vliegenthart (SP) nog steeds een verwerpelijke eerste periode van zes maanden van werken zonder loon bevatte. Perspectief bieden aan mensen die aan de kant zijn gezet, kan niet zonder een fundamentele kritiek op het mechanisme achter die uitsluiting.

Terecht vroeg men zich af wat het huidige plan van perspectiefbanen van de SP toevoegt aan de huidige praktijk van het begeleiden van bijstandsgerechtigden richting werk. Zeker als dat niet gepaard gaat met daadwerkelijk echte banen creëren, met een cao-loon en een vast contract. Integendeel, het college van D66, VVD en SP zet stevig het mes in het ambtenarenapparaat en het welzijn en breekt zo duurzame werkgelegenheid in de stad af. Werk dat 'vrijwilligers' nu moeten gaan uitvoeren.

Er gaan steeds meer stemmen op om de huidige illusiepolitiek wat betreft re-integratieprojecten voor bijstandsgerechtigden te verlaten. Een onderzoeker van de UvA, Thomas Kampen, toonde kortgeleden in zijn promotie aan dat het huidige beleid van eerst een periode verplicht vrijwilligerswerk doen bijna nooit tot een baan leidt. Integendeel, het werkt averechts, de positie van vrijwilliger wordt gebruikt als 'vluchtheuvel' en vergroot juist de afstand tot de arbeidsmarkt. Uit het onderzoek blijkt dat de ideeën waarop de participatiesamenleving is vormgegeven in de praktijk illusies blijken te zijn.

De constatering dat er in Amsterdam teveel mensen, werkloos of met een arbeidshandicap, langdurig aan de kant staan is terecht. Maar door het in een breder perspectief te plaatsen wordt het helderder. Zo werd tot nu toe twee keer de noodklok geluid over dat er teveel arbeidsgehandicapten langs de kant stonden. Eerst over de groei van het aantal WAO-ers (Lubbers 1990: '1 miljoen') en twintig jaar later over de Wajongers (CPB 2010). Dat leidde beide keren tot harde ingrepen in de rechtspositie en het inkomen van de werkenden en uitkeringsgerechtigden: de invoering van de WIA en de Participatiewet. Het waren steeds grote woorden van weer mogen meedoen, die in de praktijk een beleid van sociale afbraak rechtvaardigden.

Het is meer dan tijd dat we de - oude én nieuwe - sociaaldemocratische sprookjes ontmaskeren en de mechanismen die tot uitsluiting van zoveel mensen van de arbeidsmarkt leidt bij de naam noemen. Om te beginnen moeten we af van een arbeidsmarkt die werken tot een topsport maakt. Wat de werkgever tegenwoordig vraagt qua inzet voor een mager salaris is van de zotte. Altijd bereikbaar zijn, jezelf meer dan honderdtwintig procent geven, altijd flexibel zijn, continu je vaardigheden verbeteren, communicatief sterk, klantgericht en bovenal stressbestendig zijn. Werken wordt velen teveel en mensen branden af op onmogelijke taken. Dan lig je eruit met een burn-out, spierproblemen of een depressie.

Ben je inmiddels terechtgekomen in het groeiende leger van 'mislukte' werknemers, die vaak ook nog worden aangepraat dat het vooral lag aan een individuele stoornis of verslaving, dan is de kans dat je weer toegelaten wordt tot de eredivisie van mensen met een vast contract zeer klein. Een grote groep komt in de precaire arbeid en worstelt zich als pseudo zelfstandige van de ene kleine klus naar de andere. Tussendoor lange periodes in tal van uitkeringssituaties, van WIA, via BBZ naar WWB. Zo heeft dit rechtse afbraakbeleid een steeds groter arbeidsreserveleger gecreëerd dat zo gunstig uitpakt voor de kapitalisten, want het drukt de lonen.

Laten we gewoon eerlijk zijn en erkennen dat het kapitalisme, dat van werken topsport heeft gemaakt, een grote groep mensen afgeschreven heeft. Het heeft weinig zin om werkgevers op hun sociale verantwoordelijkheid te wijzen, als zij in een keiharde concurrentie tot elkaar staan, wat leidt tot steeds maar grotere uitbuiting. Daar kunnen een paar miljoen loonkostensubsidie die de SP parlementair in Amsterdam heeft uitonderhandeld niet tegenop.

Die paar bijstandsgerechtigden die met veel inzet van geld en middelen voldoende opgelapt worden om weer een tijdje, meestal in beschutte vorm, in de buurt te kunnen zijn van de 'topsporters', maken juist de kloof tussen wat het kapitalisme van zijn werkenden eist en wat rechtvaardig en gezond is alleen maar zichtbaarder. Het verzacht de pijn van het kapitalisme geenszins.

Is het sociaal beleid om mensen die al eens uitgespuwd zijn, met veel dwang en valse beloften richting arbeidsmarkt te bewegen, waarop steeds harder de kapitalistische concurrentie de werkgevers dwingt arbeid zoveel mogelijk uit te buiten? Doel van linkse politiek moet zijn om klassenbewust macht op te bouwen, in organisaties, in bedrijven, in de buurt en zo vanuit die nieuwe positie met collectieve eisen de wereld van de arbeid terug te veroveren op het kapitaal en die weer leefbaar en gezond te maken.