De leninistische visie van de KKE op het imperialisme en de imperialistische piramide, deel 1

Zie ook: deel 2

Bijdrage van de KKE aan de 9e Internationale Conferentie van de RCA-RCP, 'Lenin in de tegenwoordige tijd'

i-006-067.jpg
Beeld van Vladimir Iljitsj Lenin gemaakt door Sergei Dmitrievitsj Merkoerov in 1948. (Foto: Manifest)

De KKE heeft veel ervaring opgedaan die de leninistische theorie over het verband tussen het imperialisme - als hoogste stadium van het kapitalisme - en het opportunisme in de arbeidersbeweging volkomen bevestigt. Natuurlijk is dit een kwestie die zich niet beperkt tot Griekenland. Ze strekt zich uit over alle kapitalistische landen. Het is geen toeval dat de economische kern van het imperialisme, het monopolie met al zijn kenmerkende eigenschappen onderschat of genegeerd wordt door communistische partijen die het opportunisme zijn gaan aanhangen, reeds voor maar met name na de overwinning van de contrarevolutie in de socialistische landen.

In deze bijdrage presenteren we een aantal basisprincipes van de leninistische benadering die de KKE tegenover het imperialisme stelt en die bijzonder waardevol kunnen zijn in de strijd tegen het opportunisme.

1.

De term imperialisme is recentelijk zeer modieus geworden in Europa en in Griekenland, vooral bij krachten die deze term de afgelopen jaren niet of nauwelijks gebruikten. Het probleem is dat zij imperialisme voorstellen als iets dat afzonderlijk van het kapitalisme bestaat, als een politiek concept dat gescheiden is van de economische basis. Dit standpunt werd hartstochtelijk verdedigd door de vader van het opportunisme, Kautsky. Het opportunisme heeft bewezen zichzelf niet te kunnen moderniseren, het bauwt Kautsky na, het neemt zijn toevlucht tot onwetenschappelijke argumenten, het richt zich doelbewust op de oppervlakte en niet op de essentie, etc. Het opportunisme wil en kan daardoor niet het totaalbeeld van de mondiale kapitalistische economie en al haar onderlinge wederzijdse verhoudingen overzien.

Wie het economisch wezen van het imperialisme niet wil begrijpen om op basis hiervan de ideologische politieke bovenbouw te onderscheiden verontschuldigt en ondersteunt deze en voedt bovendien bij de werkende klasse en de bevolking de illusie dat er sprake is van zowel goed als slecht kapitalisme, van zowel goed als slecht bestuur door de bourgeoisie. Aan het eind van het liedje verlangt het opportunisme een kapitalistische samenleving maar dan zonder de zogenaamde onregelmatigheden, terwijl deze onregelmatigheden juist voortkomen uit de wetmatigheden van de kapitalistische economie en hun gevolgen. Het opportunisme verhult het klassenaspect van oorlogen en bekritiseert deze alleen maar uit moreel oogpunt, vanwege de tragische gevolgen. Het voedt de illusie dat het kapitalisme vrede kan bewerkstelligen als de principes van gelijkwaardigheid en vrijheid opgelegd worden, als de rivaliserende kapitalistische landen maar politiek overeenkomen en de kapitalistische concurrentie gereguleerd wordt.

2.

Opportunisme en reformisme repeteren een aloud en achterhaald idee alsof het nieuw zou zijn, namelijk de gedachte dat imperialisme herkend kan worden aan militaire agressie tegen een land met een politiek van militaire interventies, blokkades en pogingen om de oude koloniale politiek nieuw leven in te blazen. In Europa identificeren opportunisten het imperialisme met Duitsland en zijn 'dogmatisch-autoritair liberale houding'. Het crisisbeleid van de Verenigde Staten onder leiding van Obama beschouwen zij als progressief omdat dit deels afwijkt van het beleid van de grote concurrent Duitsland. Hooguit beschouwt men alleen het Amerikaanse beleid ten opzichte van Latijns-Amerika als imperialistisch. De pogingen van bijvoorbeeld de Franse en Italiaanse bourgeoisieklasse om de concurrentie met het Duitse kapitalisme aan te gaan worden aangemerkt als progressief. De grondhouding van het opportunisme in Griekenland is dat het land door Duitsland bezet wordt, dat het land omgevormd is of wordt tot een Duitse kolonie en dat het door zijn schuldeisers - met mevrouw Merkel voorop - leeggeplunderd wordt.

De trojka, bestaande uit de EU, de ECB en het IMF, die besluiten neemt over de schulden en de tekorten beschouwt men naast Duitsland als de voornaamste vijand. Ze noemen de bourgeoisieklasse en de regeringspartijen onpatriottische verraders die kruipen voor de Duitsers, de schuldeisers en de banken. Nu SYRIZA als dé nieuwe sociaaldemocratische kracht de regeringsverantwoordelijkheid op zich heeft genomen, heeft de partij geen problemen meer met het onderhandelen met de trojka en Duitsland en met het ondertekenen van nieuwe deals die tegen de bevolking gericht zijn.

3.

Een aantal krachten maakt willekeurig gebruik van Lenin's stelling uit zijn bekende werk 'Het imperialisme als hoogste stadium van het kapitalisme' dat een handvol landen de grote meerderheid van de landen wereldwijd leegplundert. Daardoor associëren zij imperialisme met een zeer klein aantal landen dat op de vingers van een hand geteld kan worden, terwijl alle andere landen ondergeschikte, verdrukte koloniën zijn. Ze worden bezet als gevolg van hun dienstbaarheid aan het liberale principe.

Tegenwoordig zijn er enkele landen die aan de top staan op de bovenste treden van het internationale imperialistische systeem (dit kan geïllustreerd worden aan de hand van een piramide waarbinnen de kapitalistische landen elk hun positie innemen), een 'handvol landen', zoals Lenin het uitdrukte. Dit wil echter niet zeggen dat alle andere kapitalistische landen slachtoffer zijn van de machtigste kapitalistische landen, dat de bourgeoisieklassen van de meeste landen gezwicht zijn onder de druk. Het betekent niet dat de strijd van de bevolkingen in Europa tegen Duitsland gericht moet worden en op het Amerikaanse continent tegen de Verenigde Staten. Het is niet toevallig dat de opportunisten in Griekenland Brazilië en Argentinië als positieve voorbeelden noemen vanwege de manier waarop zij de crisis willen overwinnen en dat ze de loftrompet steken over het beleid van Obama.

De halsstarrigheid waarmee zij het bestaan van de imperialistische piramide en daarmee het bestaan van het wereldwijde imperialistisch systeem ontkennen (terwijl ze dus wel spreken over een zeer klein aantal landen die als imperialistisch gekenschetst kan worden omdat ze een hegemoniale positie inneemt en in staat is om te beslissen over kleinere of grote oorlogen) berust niet op toeval of op een misverstand van sommigen. Dit gebeurt doelbewust. Hun bereidwilligheid om verantwoordelijkheid te nemen in een bourgeoisieregering komt hieruit voort, soms om "het land uit de crisis te leiden".

Op deze manier verdedigen bepaalde mensen het bestaan van een stadium ergens tussen het kapitalisme en het socialisme in. Hiermee hebben zij een tweeledig doel: enerzijds willen ze zeker weten dat de werkende klasse de strijd om de macht opgeeft. Anderzijds beloven ze hiermee dat het kapitalisme ergens in een verre vage toekomst vreedzaam en zonder offers omgevormd kan worden tot het socialisme, hun eigen 'socialisme' waarbij kapitalistisch eigendom hand in hand kan gaan met vormen van zelfbestuur.

4.

De geschiedenis toont aan dat monopolies als gevolg van kapitaalconcentraties, als basiswet van het huidige stadium van het kapitalisme, wereldwijd de heersende tendens bepalen en dat deze naast pre-kapitalistische economische structuren en eigendomsvormen kunnen bestaan. De opkomst, de ontwikkeling, de uitbreiding en de dominantie van de monopolies vindt niet in alle landen gelijktijdig plaats, zelfs niet in aangrenzende landen. Ze vindt zeker wel op dezelfde manier plaats, waarbij kapitaalexport belangrijker is dan de export van producten. De opkomst en versterking van de monopolies, zelfs als ze in sommige sectoren tot nationaal niveau beperkt blijven, veroorzaakt anarchie in de kapitalistische productie als geheel. Dit kwam vooral vanaf de twintigste eeuw en tot aan de dag van vandaag tot uitdrukking in de onevenwichtigheid van de industriële en landbouwproductie, in de onevenwichtige ontwikkeling van de verschillende industriële sectoren. De roofpolitiek, de politiek van annexaties en van het transformeren van landen in protectoraten, de politiek van het ontmantelen van staten is niet het gevolg van de immoraliteit van de sterke imperialist en evenmin een kwestie van onderdanigheid en lafheid van de bourgeoisieklasse van het land dat deze afhankelijkheid ervaart. Het is een kwestie van kapitaalexport en van de onevenwichtigheid op nationaal en internationaal niveau, zaken die inherent zijn aan het kapitalisme.

5.

Griekenland is een kenmerkend voorbeeld met een universele zeggingskracht, het fenomeen is immers niet iets exclusiefs Grieks. Ons land heeft een groot productiepotentieel dat in de loop van de kapitalistische geschiedenis selectief ontwikkeld werd. De assimilatie van Griekenland in de EU en de relatie met de mondiale kapitalistische markt in het algemeen leidde tot een nog grotere inperking van het gebruik van de Griekse grondstoffen. We wijzen er hier kort op dat Griekenland beschikt over grote energievoorraden, een aanzienlijke hoeveelheid delfstoffen, een uitgebreide landbouw- en industriële productie en veel vakmanschap. Hiermee kan voor een groot deel in de behoefte van de bevolking voldaan worden. Als gevolg van de economische crisis en het hele proces van assimilatie in de imperialistische piramide echter is Griekenland nog verder achteruitgegaan. Het land is afhankelijk van import terwijl de Griekse producten niet verkocht en begraven worden.

Net zoals Kautsky verdeelt het hedendaagse opportunisme kapitaal in verschillende delen en het richt zijn pijlen op een van zijn vormen. We herinneren eraan dat Kautsky slechts een deel van het kapitaal, namelijk het industriële als vijand beschouwde. Het industriële kapitaal volgde immers een imperialistische politiek en viel voornamelijk de landbouwsector aan waardoor het onevenwichtigheden tussen de ontwikkeling van de industrie en de landbouw creëerde. De hedendaagse opportunisten nemen een eender standpunt in waarbij ze hun kritiek uitsluitend op het bankensysteem, de bankiers en het bankkapitaal richten. Ze presenteren zichzelf als marxisten maar laten het samengaan van bank- en industrieel kapitaal buiten beschouwing. De onevenwichtigheden die zich zelfs in verschillende sectoren van de machtige, ontwikkelde, kapitalistische landen voordoen wijten ze aan irrationaliteit of aan immorele speculatie. Zij maken een onderscheid tussen winstgevendheid en speculatie.

De opportunisten en de nationalistische partijen in Griekenland beklagen zich dat de bourgeoisieklasse, de Griekse staat en de bourgeoisiepartijen geen patriotten maar verraders zijn. In werkelijkheid is de bourgeoisieklasse evenals haar partijen zich er terdege van bewust dat de toetreding tot een imperialistische unie de voorkeur geniet, zelfs onder ongelijke voorwaarden. Alleen op deze manier kunnen ze de hand leggen op een deel van de buit, en hopen op politiek-militaire steun van buitenaf wanneer de klassenstrijd ontbrandt. Op deze manier kunnen ze de beweging met steun van de EU en de NAVO breken. Het patriottisme van de bourgeoisieklasse kan gelijkgesteld worden met de verdediging van het verrotte kapitalistische systeem.

Als de inter-imperialistische en de mondiale tegenstellingen tot een militair conflict leiden moet de Griekse bourgeoisieklasse kiezen aan de zijde van welke imperialistische macht zij zich schaart, aan de zijde van welk imperialistisch verbond ze zal strijden ter verdeling van de markten, in de hoop om een klein aandeel mee te kunnen pikken. Het is voor de bourgeoisieklasse onmogelijk om de soevereine rechten in het belang van de bevolking te verdedigen. Ze zal zelfs haar eigen particuliere belangen veronachtzamen om zich zo lang mogelijk aan de macht vast te klampen.

6.

Toen Lenin het had over een handvol landen die een groot aantal landen plunderden illustreerde hij tot in detail en met tal van voorbeelden, waarin hij een grote variëteit aan plundering beschreef van koloniale, half-koloniale en niet-koloniale landen. Aan de top van de piramide staan een paar landen waarbij het financierskapitaal (een van de vijf voornaamste kenmerken van het kapitalisme in zijn imperialistische stadium is de versmelting van bank- en industrieel kapitaal) zijn tentakels uitspreidt over alle landen van de wereld.

Zijn visie op 'een handvol landen' houdt verschillende relatievormen tussen de kapitalistische landen in die gekenmerkt worden door onevenwichtigheid. Dit is wat de piramide weergeeft als illustratie van de mondiale kapitalistische economie. Bovenal maakte Lenin duidelijk dat imperialisme monopoliekapitalisme is; het is de mondiale kapitalistische economie, het is de opmaat tot de socialistische revolutie in elk land.

Lenin specificeerde de kenmerken van het imperialisme: de concentratie van productie en kapitaal, de versmelting van bank- en industrieel kapitaal, het ontstaan van een financiersoligarchie, de export van kapitaal en de vorming van internationale monopolistische verbonden. Wat de internationale verhoudingen betreft zag hij een direct verband tussen het imperialisme direct met de opkomst van het financierskapitaal tijdens het imperialistische stadium van het kapitalisme evenals de dringende noodzaak van het kapitaal om zijn economische reikwijdte voortdurend te vergroten, tot over nationale grenzen heen met als doel het verdringen van de concurrentie. Dit verdrijven van concurrenten kan eenvoudigweg gebeuren door kolonisatie, maar ook door de transformatie van andermans kolonie in een onafhankelijke politieke staat waardoor het ene kapitalistische land vervangen wordt door een andere kapitalistische macht die kan opkomen dankzij export van financierskapitaal en directe buitenlandse investeringen. Een zeer sterk voorbeeld hiervan was het verschil in aanpak tussen het koloniale Groot-Brittannië en het opkomende Duitsland als imperialistische macht. (wordt vervolgd)

Vertaling Frans Willems.

Zie ook: deel 2

©MANIFEST KRANT van de NCPN
Haarlemmerweg 177, 1051 LB, Amsterdam, tel.: 020-6825019