De huidige problemen van de klassenstrijd en de rol van de communistische partij (deel 2)

Ga naar deel 1 Ga naar deel 3

i-007-018.jpg
Tijdens de bijeenkomst de sprekers: van links naar rechts: Wil van der Klift, Rinze Visser, Kostas Papadakis, Aydemir Güler en Carlos Rodriguez. Erik Gerritsma, die de discussie leidde is niet te zien op de foto. (Foto: CJB/Voorwaarts)

Fundamentele principes van de revolutionaire communistische en arbeidersbeweging (deel 2)

Dimitris Gontikas (*)

De kern van de KKE-strategie en die van haar opponenten

Een van de meest gehoorde beschuldigingen tegen de KKE is dat haar politieke lijn gekenmerkt wordt door sektarisme, dat ze theoretisch en ideologisch vastzit in achterhaalde schema's en dogma's. De partij weigert samenwerking met andere krachten die zich links noemen en stelt de oplossing van alle problemen van de werkende klasse uit tot het socialisme, tot de 'wederkomst'. Ze ontkent het belang van de acute economische strijd en dat van de algemene strijd ter verbetering van de situatie van de werkende klasse en de bevolking door middel van hervormingen binnen het huidige systeem.

Dit is de strekking van de polemiek tegen de KKE waarin de bourgeoisie en de opportunisten elkaar vinden. Deze laatsten splitsten zich af van de KKE of werden er als klassencollaborateurs uit verdreven omdat ze de klassenstrijd ontkenden of vijandig gezind waren. Deze visie houdt echter geen greintje origineel denkwerk in. Slaafs herhalen en kopiëren ze theorieën en ideologische denkbeelden die allang wereldwijd circuleren bij het personeel in dienst van het systeem, vooral bij de sociaaldemocraten en anarchisten.

Ze prijzen de spontaniteit van de massa's terwijl zelfs de liberale bourgeoisiepartijen georganiseerd te werk gaan binnen de arbeiders- en vakbeweging, binnen bewegingen van studenten, scholieren en vrouwen. Ze negeren deze georganiseerde bemoeienis en de ideologisch-politieke invloed daarvan op de werkende klasse en de bevolking als ze het hebben over de 'niet-politieke', 'autonome' of 'spontane' beweging of zij werken ronduit samen met de bourgeoisiekrachten in naam van 'het gezamenlijke probleem' of de lokale bijzonderheid van de problemen in verhouding tot de centrale politiek.

Ze weigeren de enorme prestaties van de KKE op theoretisch en politiek niveau ter verbetering en bijstelling van haar strategie ten opzichte van de huidige problemen van de klassenstrijd onder ogen te zien, evenals de belangrijke doorbraken die gemaakt zijn ten opzichte van gedateerde ideeën en praktijken. Ze blijven zich dogmatisch vastklampen aan klassencollaboratie en aan een mogelijke hervorming van het kapitalisme door toepassing van nieuwe mengvormen in de politiek en instellingen van de bourgeoisie. Regelmatig passen ze zich aan de ontwikkelingen aan en ze gebruiken antikapitalistische strijdkreten maar dit kan hun ware aard en hun bezoedelde politieke lijn niet verhullen. Halsstarrig verwerpen ze de afschaffing van het private eigendom van de geconcentreerde productiemiddelen en ze geven openlijk blijk van hun haat tegenover de arbeidersmacht. Zo zijn en blijven ze agenten van de bourgeoisieklasse binnen de arbeidersbeweging.

De verfijning en bijstelling van de strategie en tactiek van de KKE in de arbeiders- en vakbeweging is een grote prestatie en een garantie voor belangrijke successen in de klassenstrijd. Ze vormen het pad naar de grote overwinning van de arbeidersbeweging in haar strijd tegen het kapitaal.

We kunnen al enkele grote successen op ons conto bijschrijven, zoals de vorming en de activiteiten van PAME als klassenbewuste factor in de arbeidersbeweging en de alliantie met kleine zelfstandigen die nu vorm begint te krijgen.

Dit maakt deel uit van de vorming en stabilisering van een krachtige stroom van verzet, van breuken en omverwerpingen, tegen een politiek die tegen de bevolking gericht is, tegen de monopolies, de EU en alle imperialistische centra, tegen elk economisch en militair verbond van de kapitalistische landen. Deze stroom wordt steeds breder en krachtiger binnen de rangen van de werkende klasse, de zelfstandigen, de boeren, de jeugd en vrouwen. Ze inspireert tot de beslissende strijd voor revolutionaire omverwerpingen en veranderingen.

Aan de basis van deze veranderingen, aanpassingen en omverwerpingen waarvoor de KKE zich in de arbeiders- en vakbeweging inzet staat een diepere en solide bestudering van de huidige ontwikkelingen in de kapitalistische productiewijze en van de strategie van het kapitaal. Gedurende de afgelopen twintig jaar heeft onze partij op dit gebied onvermoeibaar werk verricht dat gedocumenteerd is in een hele reeks van geschriften die allerlei kwesties met een consistente strijdlijn benaderen.

Basisprincipes van de strategie en de tactiek van de KKE in de arbeiders- en vakbeweging

1. Het verband tussen economie en politiek tijdens het imperialisme en de repeterende economische crises

Geconfronteerd met nieuwe omstandigheden, die de overheersing van de contrarevolutie schiep, liet de KKE zich niet van de wijs brengen door de golf van defaitisme en ideologische verwarring. Ze mobiliseerde al haar krachten en verbeterde haar strategie. Tijdens het bestuderen van de oorzaken van de omverwerping van het socialisme zag ze zich gedwongen de geschiedenis en de ontwikkelingen van de klassenstrijd in de 20e eeuw nader te onderzoeken. Een eerste en strategisch belangrijke conclusie is dat de kapitalistische landen, ook die met de meest ontwikkelde kapitalistische economieën niet langer in staat zijn om concessies aan de werkende klasse te doen. Na de Tweede Wereldoorlog, tijdens de dynamische wederopbouw en de ontwikkeling van de kapitalistische economie en de nieuwe machtsverhoudingen verkreeg de arbeidersklasse een aantal belangrijke verworvenheden. Ook in Griekenland, al gebeurde dit hier pas na 1974.

In de naoorlogse periode won de opportunistische stroming aan belang. Ze nam de vorm aan van het 'eurocommunisme'. Dit gold in het bijzonder voor de Italiaanse Communistische Partij die de theorie van het zogenaamde 'historisch compromis' ontwikkelde. De basis van deze theorie was dat het kapitalisme getransformeerd kon worden tot een moderner en rechtvaardiger samenleving, in de richting van het socialisme maar zonder breuken en omverwerpingen. Hoekstenen van deze gedachte waren de uitgebreide staatssector, staatsmonopolistische hervormingen in het management van het systeem en het aanbrengen van een aantal voorzieningen binnen het kader van het systeem.

Deze lijn bracht veel schade toe aan de arbeiders- en vakbeweging. Communistische partijen werden in de armen van de sociaaldemocratie gedreven waardoor ze hun relevantie verloren of zelfs ontbonden werden. De arbeiders- en vakbeweging verviel in een decennialange periode van verzwakking, bureaucratisering, machteloosheid en assimilatie binnen verschillende kapitalistische constructies van de afzonderlijke regeringen en de EEG. Deze stroming oefende veel invloed uit op een hele reeks partijen waaronder de KKE. Meerdere confrontaties waren nodig om de partij van haar invloed te bevrijden.

Tijdens het bestuderen van de historische ontwikkelingen van de klassenstrijd in Europa kwam onze partij tot de conclusie dat de mogelijkheden van het kapitalistisch systeem om concessies te doen uitgeput geraakt zijn en dat het kapitalisme overgegaan is tot een reactionaire tegenaanval om alle belangrijke verworvenheden van de werkers af te schaffen. Halverwege de jaren '70 werd deze tendens zichtbaar en de jaren '90 werd ze door een gezamenlijke EU-strategie overheersend.

Dit is een belangrijke conclusie die eraan bijdroeg dat onze partij niet gedesoriënteerd raakte en waardoor wij het gevecht konden aangaan met een aantal theoretische en politieke standpunten en praktijken die verwarring en schade veroorzaakten. De intensivering van de kapitalistische internationalisering, de vorming van de EU en van centrum-linkse regeringen werden door velen en vooral door de verschillende opportunistische stromingen gezien als gunstige ontwikkelingen in een nieuw tijdperk. Verschillende sociale fora werden opgericht als het nieuwe subject van de klassenstrijd en de rol van de werkende klasse en de noodzaak van de revolutionaire partij werd daarin ter discussie gesteld.

De strategie om korte metten te maken met de verworvenheden en rechten van de werkende klasse kwam voort uit de uitgebreide reproductie van sociaal kapitaal, de opeenvolgende crises van kapitalistische overaccumulatie, gevolgen van de interne tegenstellingen van het kapitalistisch systeem. Deze strategie moest de winstgevendheid van het kapitaal verhogen, een eind maken aan de tendentiële daling van de winstvoet in de jaren '70. De uitvoering van deze strategie werd ondersteund door de wijzigingen in de machtsverhoudingen die veroorzaakt werden door de contrarevoluties in de socialistische landen.

Het gemeenschappelijk strategisch offensief tegen de arbeidersbeweging had niet alleen te maken met de condities van het uitbreken van de kapitalistische crisis maar ook met de condities van de kapitalistische ontwikkeling. De economieën van de Verenigde Staten, Japan, Groot-Brittannië, enz. verloren hun positie op de internationale kapitalistische markt. De concurrentie werd aangescherpt door het opkomen van nieuwe machten zoals China en de begrotingstekorten groeiden.

Vooral in de afgelopen twee decennia waren de groeifases lusteloos en ze leidden niet tot meer welvaart in de meest ontwikkelde kapitalistische samenlevingen. De diepere en veelomvattender economische crisis die in 2008 uitbrak bevestigde niet alleen de aannames van de KKE maar bevestigde ook op de helderst mogelijke manier de theorie van het wetenschappelijk socialisme. Op theoretisch niveau en op het gebied van de politieke- en klassenstrijd werd de superioriteit van de partij tegenover de opportunisten opnieuw bevestigd.

Deze analyses hielpen de partij om haar strategie te ontwikkelen en moderniseren onder meer door de vorming van PAME en het aangaan van de confrontatie met de leiding van vakbonden die de versterking van de economische concurrentiekracht en het gelijk lopen met andere EU-landen ter verhoging van de welvaart van de werkende klasse als voornaamste strijdmiddel beschouwen.

De KKE verwierp en ontkrachtte de theorieën van de bourgeoisie en de opportunisten en behoedde de beweging voor gevaren. Al snel opende ze een front tegen theorieën over gelijkschakeling met de EU, concurrentiekracht, de kleinere staat, tegen illusies over de dynamiek van de kapitalistische ontwikkeling. De partij hielp de beweging zich te verzetten, om de verworvenheden te verdedigen die in andere Europese kapitalistische landen de een na de ander om zeep geholpen waren. De klassengeoriënteerde vakbeweging was beter voorbereid op de crisis en op het gevecht tegen verschillende antiwetenschappelijke theorieën over de oorzaken van de crisis.

De aanval die tijdens deze economische crisis geïntensiveerd wordt, is de voortzetting van de strategie die het kapitaal in de voorgaande ontwikkelingsperiode uitwerkte. Het is een bewijs temeer dat het kapitalisme alle dynamiek verloren heeft in de ontwikkeling van de productiekrachten. Het kapitalisme laat zich niets gelegen liggen aan de noden van de gewone gezinnen. De enige mogelijkheid waarover het systeem beschikt is de verdeling van arbeid door nog meer deeltijdwerk, nog flexibeler arbeidsverhoudingen, de liberalisering van de arbeidstijd door het afschaffen van beloningen voor overwerk en de invoering van verplicht overwerk. Om verzekerd te zijn van zoveel mogelijk winst handelen de kapitalisten, hun regeringen en imperialistische verbonden tegengesteld aan de capaciteiten van de productiekrachten en de productiviteit van de arbeid, die de mogelijkheid hebben om niet alleen een eind te maken aan de werkloosheid maar ook om korter te werken en om volledig tegemoet te komen aan de steeds groter wordende noden van de bevolking.

De kapitalistische productieverhoudingen, d.w.z. het private eigendom van de productiemiddelen, zetten niet alleen een rem op de ontwikkeling van de productiekrachten. Als gevolg van de enorme tegenstellingen tonen ze ook zonneklaar de historische limieten van de kapitalistische productiewijze, het parasitisme en het diep reactionaire karakter ervan. Zonder strategie die gericht is op de afschaffing van de kapitalistische productieverhoudingen is de arbeiders- en vakbeweging gedoemd om te verdwijnen of om volkomen ingekapseld te raken binnen het systeem, om te verworden tot een partner in het kapitalistisch management. Alleen defensieve acties kunnen deze barbaarse aanval niet afslaan. Ze moeten deel uitmaken van een strategie waarbij de krachten geconcentreerd worden om zo de ultieme confrontatie aan te gaan en de omverwerping te bewerkstelligen.

Op elk front escaleert het huidige strategisch offensief van het kapitaal tijdens deze crisis en daarna zal het voortgezet worden, in een poging om het herstel dat maar tijdelijk en zwak zal zijn te stabiliseren. Wat zich nu voordoet en wat een relatief nieuw element vormt, is dat het kapitalistisch systeem op nationaal, regionaal en internationaal niveau in vergelijking met het verleden maar zeer beperkte mogelijkheden heeft om de crisis te managen. Dit wordt veroorzaakt door de concurrentie, de nog grotere anarchie in de kapitaalexport en de toename van imperialistische centra die allemaal vechten voor de herverdeling van de markten. (einde deel 2)

(*) lid van het PB van het CC van de KKE, 1 juli 2014, vertaling Frans Willems.

©MANIFEST KRANT van de NCPN
Haarlemmerweg 177, 1051 LB, Amsterdam, tel.: 020-6825019