De falende tactiek van het imperialisme van de Verenigde Staten

i-009-020.jpg
Amerikaanse soldaten militair actief in een gebied rond de Afghaanse stad Kabul na een bomexplosie op 22 augustus dit jaar. Tien mensen stierven bij de aanslag, die gericht was tegen de aanwezigheid van Amerikaanse troepen in het land. De situatie in Afghanistan blijft door massieve aanwezigheid van buitenlandse troepen onveilig. Er is nog steeds geen perspectief op welvaart en ontwikkeling. (Foto: ZLV)

Zoltan Zigedy

Het imperialisme van de Verenigde Staten en hun bondgenoten heeft zijn les wel getrokken uit het mislukte avontuur in Vietnam. Een inzet van een troepenmacht die opliep tot bijna een half miljoen man op het hoogtepunt van de oorlog. Dat leidde toen ook tot de invoering van de dienstplicht in de VS, waarbij gedurende die oorlogsjaren bijna drie miljoen dienstplichtigen uitgezonden werden. Daarbij vielen meer dan 200.000 doden en gewonden en dit werd uiteindelijk een politiek ontwrichtende, verdeeldheidzaaiende beproeving.

De militaire beleidsmakers zagen wel in dat de inzet van dienstplichtige militairen risico's met zich meebracht van wispelturige politieke reacties, tenzij er een breed draagvlak bereikt kon worden voor de oorlogsvoering, óf als het een gegarandeerd kortdurende en beslissende inzet vergde. Zij kozen er vervolgens voor een vrijwilligersleger op te bouwen en een oorlogsgezinde cultuur te creëren om de inzet van het leger te legitimeren. Maar ze trokken er ook een nog belangrijkere conclusie uit: Als de imperialisten de vijand moesten bestrijden om het thuisland te verdedigen, dan waren de kosten daarvoor nooit te hoog voor het Amerikaans publiek.

Zeker de inzet van het VS-leger in de antifascistische wereldoorlog van 1939-1945 kon rekenen op de onwrikbare steun van de bevolking. Maar het VS-leger vocht nooit op Japans grondgebied en slechts heel kort in Duitsland toen dat land al volledig op instorten stond. Toen het zich ging bemoeien met het in stand houden van het overblijfsel van het regime in Korea, was een patstelling het hoogst haalbare doel voor het VS-leger. In Vietnam mislukte dezelfde 'grondtroepen-inzet' tegenover een volk dat de VS-bezettingsmacht diep haatte.

Na Vietnam bedachten de imperialistische militaire beleidsmakers de tactiek om steeds meer gebruik te gaan maken van vervangingsmiddelen voor hun eigen troepenmacht. Ze hadden nu lering getrokken uit het feit dat de lokale bevolking zich hevig verzette tegen buitenlandse bezetters. De VS zouden nu proberen hun doelen te bereiken door huurlingenlegers samen te stellen en te ondersteunen. Die konden zich dan wel beroepen op een min of meer, zij het flinterdunne, lokale status.

Van de ondersteuning van UNITA of FNLA in Angola, tot het oprichten, bewapenen en ondersteunen van de contra's in Nicaragua, gaven de VS de voorkeur aan de oorlogsvoering met plaatsvervangende troepen. Een stevige, effectieve propagandamachine moest deze huurlingenlegers dan 'legitimeren' als 'vrijheidsstrijders'. Waarschijnlijk vond de meest succesvolle toepassing van de 'post-Vietnam-tactiek' plaats in Afghanistan, waar de Amerikaanse geheime diensten de oppositionele reactionaire stammen van wapens voor- zagen om een seculiere, moderne regering te destabiliseren. Dit had als resultaat dat er een grote impuls, van doorslaggevende betekenis, gegeven werd aan een opkomende islamitische fundamentalistische oorlog tegen alles wat maar seculier was. In feite is daar de jihadistische beweging ontstaan. Ze kreeg het vertrouwen om als plaatsvervangend leger voor de VS te vechten (proxi-oorlog, nvdr) tegen een door de bevolking gesteunde Afghaanse regering, die een bolwerk vormde tegen het VS-imperialisme en die door de Sovjet-Unie gesteund werd.

Na het wegvallen van de Sovjet-staat hebben de VS langzaamaan het 'beroeps' -en vrijwilligersleger in Irak en in Afghanistan, en later opnieuw in Irak ingezet. Steeds hoopten de militaire leiders dat ze dan snel een plaatsvervangend leger konden opleiden om dan de eigen VS-grondtroepen terug te kunnen trekken. De betreffende staten zouden het dan verder moeten doen met voldoende bewapende en gemotiveerde eigen troepen om elk verzet vanuit de bevolking tegen de Amerikaans-gezinde regeringen in de kiem te smoren.

Terwijl deze tactiek uitging van een minimaal verzet vanuit de bevolking, doordat de aan de leiband lopende media een vals beeld schiepen van democratische veranderingen en humanitaire doelstellingen en de tactiek rekening hield met slechts een zeer beperkt aantal Amerikaanse slachtoffers en minimale materiële kosten, bewezen de verzetsbewegingen hier opnieuw dat ze veel vastbeslotener waren, en dat de stabiliteit veel verder weg was dan de knapste koppen van het leger en de geheime diensten zich hadden kunnen voorstellen.

Veertien jaar aanwezigheid in Afghanistan en twaalf jaar een vazalstaat in Irak proberen overeind te houden, het laten veroorzaken van een 'mislukte staat' in Lybië en het opstoken van een allesverwoestende burgeroorlog in Syrië, vormt het testament van een mislukte politiek. Wat nog belangrijker is, de mislukking komt mede door een voortdurend onomkeerbare terugloop in de mogelijkheden die de Verenigde Staten nog hebben om hun wil op te leggen in een wereld van vastberaden anti-imperialistisch verzet en toenemende onderlinge rivaliteit tussen verschillende imperialistische kampen. Niets demonstreert deze nieuwe realiteit beter dan de recente ontwikkelingen in Afghanistan en Syrië.

Ondanks enorme wapenleveranties, grote sommen geld, en de beste trainingen door de VS, leed het plaatsvervangend Afghaans leger z'n ergste nederlaag tegen de Taliban bij de belegering en de bezetting van Kunduz. Alle verslagen vermelden dat de legers van de Taliban in hoeveelheid manschappen en hoeveelheid bewapening de mindere waren, en dat het door de VS getrainde regeringsleger niet gemotiveerd was voor de strijd. In het kader van deze nederlaag zagen VS-vertegenwoordigers zich genoodzaakt om uitstel van het geplande vertrek van Amerikaanse troepen uit Afghanistan aan te kondigen.

President Obama heeft nu besloten om het Afghaans moeras over te laten aan de volgende president, net zoals president Bush het ook aan hem had overgelaten.

De Russische betrokkenheid in Syrië heeft per toeval de leugens en mislukkingen van de VS-acties in dat land aan het licht gebracht. Sinds de regering Obama begonnen was met het stimuleren van en assisteren bij het omverwerpen van de Syrische president Assad, hebben de VS-regering en de aan diens leiband lopende media beweerd dat er in Syrië een democratische en gematigde oppositie bestond. Vanaf 2011 begonnen de militaire leiders van de VS en het Verenigd Koninkrijk met het plannen van gewapende acties tegen Assad. Het plaatsvervangend leger (het Vrije Syrische Leger) werd zodanig voorgesteld alsof het een alternatief was voor de fundamentalistische jihadisten, die streefden naar een feodale theologische staat. (Qatar en andere Golfstaten, die zich er ook in mengden, maakten dat onderscheid niet). Met een omweg via Lybië werden wapens geleverd, en de CIA-training begon serieus met het opzetten van een legermacht van tienduizenden manschappen.

Nadat de dreiging van ISIS de kop op stak, bleven de VS en de andere coalitiepartners die aan de interventie deelnamen, nog meer de schijn ophouden dat de door hen gesteunde milities evenzeer tegen ISIS vochten en tegen de vele andere groepen die ook tegen Assad streden, en die door het Westen als 'terroristisch' bestempeld werden. In werkelijkheid bestonden de 'vrijheidsstrijders' van de Verenigde Staten helemaal niet, óf ze waren fanatiek aan het samenwerken met de jihadisten. Hun enige doelwit was Assad. De regering Obama heeft toegegeven dat van de duizenden die werden opgeleid door het CIA-programma, er slechts enkele honderden aan het oorlogsfront bleven. De meesten hebben hun wapens aan de jihadisten doorgegeven, of hebben zich bij hen gevoegd, of hebben Syrië verlaten samen met de duizenden andere vluchtelingen.

Dit programma, dat 500.000 dollar kostte is een ramp geworden, waarbij de regering van de Verenigde Staten de belofte deed de overblijvende wapens en de middelen aan de bestaande milities in Syrië te geven. Het hele spectrum van de westerse media meldde, dat vooral na de Russische bemoeienis in Syrië er sprake is van uitgebreide samenwerking en coördinatie, en er gezamenlijke acties zijn van alle geledingen van de Syrische anti-Assad milities, om vooral de schijn op te houden dat er een onafhankelijke macht tegen het fundamentalisme bestaat.

De Wall Street Journal schrijft bijvoorbeeld: " ... het legioen in Homs van het door het Westen gesteunde Vrije Syrische Leger ... samen met de islamitische groep Ahrar al-Sham en het Nusra Front (de Syrische tak van Al Qaeda) hebben een gezamenlijk commando in Homs-Noord". De Washington Post heeft eenzelfde soort onzalige alliantie ontdekt van jihadisten en 'gematigden' die was ondergebracht in een Veroveringsleger onder leiding van Nusra. Alleen de onnozelen blijven geloven dat er een significant verschil bestaat tussen de door het Westen gesteunde 'vrijheidsstrijders' en hun jihadistische bondgenoten.

Westerse liberalen willen nog wel geloven dat de inmenging van de Verenigde Staten in Syrië een hoger doel dient, maar uit de feiten blijkt duidelijk iets anders. In Afghanistan, Irak en Lybië, zijn tienduizenden doden gevallen, is de infrastructuur compleet verwoest, zijn de sociale structuren onherstelbaar verscheurd, eenvoudigweg om reden dat de imperialistische machten volgzamere, onderdaniger staten willen. De feiten brengen de leugen aan het licht dat het de Verenigde Staten en de NAVO te doen zou zijn om de waarden van democratie en vrijheid. De bewijzen zijn zo overtuigend, dat er ook al mensen zijn die zich verontschuldigen voor het eigenbelang van een machtswisseling.

Anti-imperialisten kunnen wat troost putten uit deze tragische en moreel walgelijke agressie: de tactiek die de Verenigde Staten toegepast hebben om hun doel te bereiken, een wereldwijde onderwerping aan de belangen van de Verenigde Staten, is mislukt.

Vertaling uit het Engels: Ardengo Persijn.

©MANIFEST KRANT van de NCPN
Haarlemmerweg 177, 1051 LB, Amsterdam, tel.: 020-6825019