Trump, de dollarkoers en de renteparadox

Van de sociaaleconomische redactie

Terwijl iedereen een val van de aandelenbeurzen en de dollar voorspelde bij een overwinning van Trump, is dat niet gebeurd. De markten gingen juist omhoog, omdat het nog vage programma van de pas gekozen president - met nadruk op binnenlandse investeringen en protectionisme - vraagt om een hoop nieuwe schulden. Deze vereisen de nodige geldbeleggingen, die vervolgens op de financiële markten worden gerecycled en misschien wel zullen leiden tot een nieuwe ronde van quantitative easing (kwantitatieve verruiming) of iets dergelijks. En we weten hoe de Amerikaanse beurzen daarvan kunnen profiteren.

Vooruitlopend op het overvloedige aanbod van schulden waarvoor kopers gevonden moeten worden, en op de inflatie die het gevolg zal zijn van de invoering van protectionistische maatregelen is logischerwijs ook de rente op Amerikaanse staatsobligaties gestegen. Deze rentestijging leidt tot een toestroom van geld naar de Verenigde Staten, die nu winstgevender zijn geworden, en door de toegenomen vraag naar dollars stijgt de koers ervan.

Past deze onverwachte waardestijging van de dollar wel in de politiek die Trump wil voeren? Niet echt. Als gevolg van zijn protectionistische beleid zal de handel tussen de VS en de rest van de wereld automatisch dalen, zal het internationaal gebruik van de dollar afnemen en de munt dus zwakker worden. De gevolgen van de inflatie die veroorzaakt zal worden door de duurdere import, zijn minder duidelijk: uiteindelijk zal alles afhangen van de rente die hoog genoeg moet zijn om de verwachte inflatie tenminste te compenseren, zodat beleggers geïnteresseerd blijven. En deze rente ligt al sinds lange tijd niet meer in handen van de vrije markt, al niet sinds 2009 en in het bijzonder sinds de acties van de Amerikaanse centrale bank, de Fed. Bovendien hebben de VS een zwakke dollar nodig om hun exportvermogen in stand te houden, in antwoord op de protectionistische maatregelen die hun handelspartners binnen de kortste keren ook tegen hen zullen instellen.

Maar valt er veel te kiezen? De rente op staatsobligaties vormt de muur waartegen de tegenstrijdige plannen van Trump - keynesiaanse stimulering van de economie zonder verhoging van de schulden maar met belastingverlaging - zullen opbotsen. Deze rente laat inderdaad het beste het echte gevoel van de beleggers zien: zullen de VS nog lang geld kunnen lenen? Een korte vereenvoudigde berekening kan verhelderend zijn: in 2015 heeft de federale regering 223 miljard dollar rente betaald op haar schulden; een gemiddelde stijging van de kredietrente van slechts één procentpunt bij een totale schuld van 19.800 miljard zou deze uitgavepost verdubbelen. Om die te betalen zou de federale begroting, die vorig jaar 3.700 miljard bedroeg, vervolgens met meer dan 5 procent verhoogd moeten worden en niet verlaagd, zoals Trump wil - en dan houden we nog geen rekening met zijn stimuleringsprogramma voor de vernieuwing van de infrastructuur. Dit is allemaal zo gevaarlijk en onrealistisch dat binnen een week na de verkiezingsuitslag de rente op tienjarige staatsobligaties al met 0,4 procentpunt is gestegen...

In het licht van deze rentestijging - die overigens ook een schok betekent voor de door goedkoop geld gedrogeerde Amerikaanse ondernemingen en huishoudens - zijn er slechts drie keuzemogelijkheden:

Bron: persbericht bij GEAB nr. 109, 15 november 2016; www.geab.eu

Vertaling en bewerking: Louis Wilms.