Verduurzaming en klimaatakkoord: wordt het Groenlinks of Groenrechts?

Wie draagt de kosten van verduurzaming?

Rob Heusdens

Recent deed milieudefensie [1] een onderzoek naar hoe de kosten van allerlei milieumaatregelen (op grond van klimaatafspraken) worden verdeeld onder de verschillende inkomensgroepen. Hieruit bleek dat deze milieukosten onevenredig zwaar drukken op de lagere inkomensgroepen.

Naar rato van het inkomen betalen deze drie keer meer energieheffing dan hogere inkomens, aldus dit rapport. Daarnaast komen allerlei stimuleringsmaatregelen voor verduurzaming (zoals subsidie op zonnepanelen) ook voornamelijk terecht bij hogere inkomensgroepen.

Lokaal afvalbeleid

Als voorbeeld van hoe lokaal milieubeleid uitwerkt, onderstaand een beschouwing over het stedelijke milieubeleid in de stad Groningen en naburige gemeenten. In de Groningse gemeenteraad werd recent een voorstel ingediend om de afvalstoffenheffing te wijzigen naar een systeem om te betalen per aangeboden hoeveelheid (gewicht of volume), genaamd Diftar (gedifferentieerd afvalstoffen tarief), wat in een aantal naburige gemeenten al bestaat. Dit voorstel werd echter nog voor de stemming in de raad weer ingetrokken [2], omdat draagvlak ervoor in de raad en onder de bevolking te gering was.

Veel bewoners vreesden namelijk dat met de komst van Diftar er nog meer dan nu afval in de woonomgeving wordt gedumpt. Ook zou met name vanwege de stedelijke bebouwing en bevolking (veel kleinere huizen, veel lage inkomensgroepen, veel studentenhuisvesting) het invoeren van Diftar en het zelf scheiden van afval de nodige problemen opleveren. In de naburige gemeente Haren wordt bijvoorbeeld plastic gescheiden ingezameld, maar dat kan slechts aangeleverd worden op één locatie, wat voor veel bewoners een eind weg is. Dat betekent dus dat men in de praktijk dat plastic moet opsparen en per auto moet vervoeren naar het afvalbrengstation. Als je niet beschikt over ruime opslag en geen auto hebt, heb je dus een probleem.

Afvalverwerkingsfabriek

De gemeente Groningen (net als veel andere grote gemeenten) heeft jaren geleden gekozen voor een systeem van ongescheiden afvalophaal, en de scheiding en verwerking te laten uitvoeren door een grote afvalverwerkingsfabriek. Gezien die systematiek en gezien de daarin gedane investeringen is het wijzigen van de afvalinzameling naar gescheiden inzameling niet verstandig. Het alsnog zelf scheiden levert dan in ieder geval geen kostenverlaging op, en zet anderzijds (qua scheiding/verwerking) weinig zoden aan de dijk. Gemeenten in Brabant die bijvoorbeeld een dergelijke keuze maakten, en daardoor minder afval aanleverden, kregen van het afvalverwerkingsbedijf een boete opgelegd. [3]

Participatiebeleid

Al jaren zet de gemeente qua bijstandsbeleid in op bewonersparticipatie, zoals onder meer via het schoonhouden van de woonomgeving (opruimen van zwerfafval), en worden bewoners geacht grofvuil zelf naar afvalbrengstations te brengen. De inzameling van grofvuil (wat vroeger nog langs de deur werd weggehaald) is een aantal jaren geleden afgeschaft. In sommige wijken worden eens per jaar milieucontainers neergezet om bewoners nog enigszins te faciliteren.

Al met al heeft deze afschaffing nauwelijks iets opgeleverd (de besparing kwam neer op nog geen 2,50 euro per inwoner per jaar). Bovendien maken zowel de gemeente als bewoners dan alsnog kosten om het grofvuil in te zamelen of aan te leveren bij afvalbrengstations. Waar vroeger een betaalde kracht het grofvuil periodiek langs de weg ophaalde, zijn deze vervangen door onbetaalde vrijwilligers, men moet het zelf wegbrengen. Herinvoering [4] van de grofvuilinzameling levert dus banen op, is ook inzamelingstechnisch de meest efficiënte vorm van inzameling (er zijn bijv. veel minder ritten nodig), verlost bewoners van de last van het zelf wegbrengen en zal vervuiling van de woonomgeving voorkomen, omdat grofvuil vaak bij ondergrondse containers wordt gedumpt sedert de gemeente het niet meer inzamelt.

Aangezien 'afval' in feite niet bestaat (het zijn materialen die na scheiding en verwerking gewoon weer als grondstof worden hergebruikt door de industrie) is afvalinzameling en verwerking gewoon onderdeel van de materiële kringloop van het warenproductieproces. Maar door gemeentelijke bezuinigingsmaatregelen worden steeds meer betaalde functies in de afvalinzameling vervangen door participatie- of vrijwilligersbanen (zwerfvuil teams, zelf wegbrengen van grofvuil, etc.). Uiteraard moet ook dát werk eigenlijk gewaardeerd en betaald worden als elke andere arbeid. Échte banen dus, en geen participatie of vrijwilligersbanen!

De 'vervuiler' betaalt

Veel van dit soort lokaal milieubeleid wordt beargumenteerd op grond van het principe: 'de vervuiler betaalt'. Dat het gehele productieproces milieubelasting oplevert die moet worden gedekt, staat niet ter discussie, maar wel hoe je die kosten doorberekent. Vaak betekent het motto 'de vervuiler betaalt' het belasten van de hoeveelheid afval (of: restmaterialen) die na consumptie overblijven en weer ingezameld moeten worden. Een eindgebruiker (consument), mits deze de restmaterialen op juiste wijze aanlevert, kan niet worden aangezien als 'de vervuiler'. Het is nog altijd de industrie die bepaalt hóe er wordt geproduceerd, dus ook hoeveel afvalmaterialen er dan overblijven die weer moeten worden ingezameld.

De werkelijke hoeveelheid milieukosten en mate van duurzaamheid worden niet enkel bepaald door de hoeveelheid afvalstoffen die overblijven na gebruik, maar ook de milieubelasting van andere delen van de productiecyclus (grondstofwinning, transport, fabricage, etc.). Voorts lopen de verwerkingskosten van verschillende materialen uiteen, en is dus gewicht of volume van restmateriaal ('afval') niet de enige maat. In een systeem gebaseerd op Diftar kan echter geen onderscheid worden gemaakt.

Conclusie: allerlei lokaal milieubeleid waarbij door inperking van de inzameling of heffingen op aangeleverd restmateriaal milieubeleid wordt gevoerd, dragen niet wezenlijk bij tot minder schadelijk produceren/consumeren, maar verstoren eerder een efficiënte vorm van inzameling van restmaterialen (en werkt afvaldumping in voorkomende gevallen in de hand) en zijn voor veel bewoners een belemmering.

Andere keuzen

Het omslaan van de kosten van milieuschade moet er bovendien ook toe leiden dat het gehele fabricageproces (vanaf de grondstofwinning tot aan de afvalverwerking) verduurzaamt en minder milieuschade oplevert. Alleen dán draagt dat ook effectief bij tot wijziging van de productie-/consumptiecyclus naar een meer duurzame productie. In die zin is een bronbelasting (d.w.z. een belasting die al bij de productie in rekening wordt gebracht voor de mate waarin er niet-duurzame productie plaatsvindt of milieuschade optreedt, alsmede de kosten van inzameling en herverwerking) de meest aangewezen weg,waarmee dus duurzame productie relatief een prijsvoordeel heeft (voor de producent) en dus gestimuleerd wordt.

In praktijk betekent dit dat de relatieve kosten voor de consument dan aangepast worden al naargelang de werkelijke milieuschade en kosten die fabricage, transport, gebruik en afvalverwerking opleveren, en dus in de aanschafprijs worden verwerkt. Dat stimuleert dan zowel een duurzamere fabricage als een duurzamere consumptie. Over de gehele productie- en consumptiecyclus bekeken zijn er uiteraard legio voorbeelden te bedenken om deze cyclus in haar geheel te verduurzamen.

Een paar voor de hand liggende voorbeelden:

Maar deze keuzen betekenen dat men de rekening van goed milieubeleid niet in eerste instantie neerlegt bij de eindgebruikers (consument), waarvan met name de minst draagkrachtigen een onevenredig deel voor hun rekening krijgen, maar direct de productie belast, al naargelang deze milieuschade oplevert. En dat is een keuze die vooralsnog niet wordt gemaakt, maar gezien de noodzaak van een goed milieubeleid en verduurzaming van de economie [5] én een evenwichtiger verdeling van de milieukosten naar rato van het inkomen wel dringend noodzakelijk is.

Noten:

[1] Een rapport van onderzoeksbureau CE Delft en de UvA, in opdracht van Milieudefensie. Zie: http://www.ce.nl/publicatie/rechtvaardigheid-en-inkomenseffecten-van-het-klimaatbeleid/1930
[2] De gemeente Groningen gaat echter fuseren met de gemeenten Ten Boer en Haren, en een voorstel om Diftar in te voeren kan dan opnieuw worden ingediend na de volgende verkiezingen.
[3] Afvalverwerkingsbedrijf Attero stuurt Brabantse gemeenten opnieuw rekening voor te weinig geleverd afval. Zie: https://fd.nl/ondernemen/1166780/attero-stuurt-brabantse-gemeenten-opnieuw-rekening-voor-te-weinig-geleverd-afval
[4] Een ingediende motie in de gemeenteraad van Groningen om deze grofvuilinzameling weer opnieuw in te voeren, haalde het nét niet (19 voor, 19 tegen).
[5] Nederland loopt op het gebied van duurzame energie bijvoorbeeld sterk achter bij de rest van Europa. Zie: https://www.trouw.nl/groen/nederland-voorlaatste-op-eu-lijst-duurzame-energie~af5eeddb/

©MANIFEST KRANT van de NCPN
Haarlemmerweg 177, 1051 LB, Amsterdam, tel.: 020-6825019