Een theorie achter het Chinese 'wonder'

De acht uitgangspunten van de huidige Chinese politieke economie

i-006-012.jpg
De Amerikaanse president Donald Trump en de Chinese president Xi Jinping tijdens het bezoek van het Chinees staatshoofd aan de VS van 6 tot 8 april jl. Trump nam veel van zijn kritiek op China, geuit tijdens de verkiezingscampagne, terug en accepteerde groeiende invloed van China in de wereld. Maar zekerheid is er niet. (Foto: ZLV)
i-007-014.jpg
Een historisch Chinees zeilschip met op de achtergrond de moderne skyline van de Chinese metropool Hong Kong. (Foto: Foto: Bomb_bao/Flikcr/cc/by-nc-nd)

Cheng Enfu en Ding Xiaoqin

[Deel 3 van 3]
Zie ook deel 1
Zie ook deel 2

6. Snelle ontwikkeling met grote prestaties

Een optimale groeisnelheid van de economie moet ervoor zorgen dat de economische prestaties zo groot mogelijk worden. Een relatief lage groeisnelheid met onvoldoende gebruik van hulpbronnen staat volledige werkgelegenheid, welvaartstoename en publiek welzijn in de weg. Maar ook een hogere groeisnelheid met extensief in plaats van intensief gebruik van hulpbronnen is schadelijk voor ecologische duurzaamheid en eerlijke verdeling. Voor elke index die gebaseerd is op het bbp, is een dialectische analyse nodig. Geïsoleerd bekeken is een aanpak die uitsluitend gericht is op het bbp, altijd onvoldoende: we moeten immers niet alleen aandacht besteden aan groei als doel op zich, maar ook aan welke groei we bevorderen, op welke terreinen en tegen welke kosten.

De Chinese economie moet prestaties stellen boven snelheid. In de jaren 1980 en 1990 was economische groei topprioriteit van de Chinese overheid en in die periode verviervoudigde het bbp. Volgens de planning moeten in 2020 het totale bbp en het bbp per capita dubbel zo groot zijn als in 2010. Na 30 jaar van bijna ononderbroken snelle groei is China vanaf 2013 in een nieuwe fase terechtgekomen, die we het 'nieuwe normaal' noemen. De groei is trager geworden en de Chinese economie verandert van een extensief model met hoge groei in een intensief model met grote prestaties.

Om stabiele economische groei te bereiken, moeten we ons richten op structurele hervormingen aan de aanbodkant. De belangrijkste reden voor de toenemende neerwaartse druk op de Chinese economie is het onvermogen om de structuren te hervormen die horen bij lange periodes van extensieve groei en die afhankelijk zijn van materiële input, verbruik van hulpbronnen en lage niveaus van innovatie. Veranderingen in de economische situatie in zowel binnen- als buitenland vereisen op korte termijn een opwaardering van de Chinese economie: van snelle ontwikkeling naar hoog-kwalitatieve ontwikkeling. De Chinese arbeidsmarkt moet veranderen in de richting van een gevarieerdere arbeidsdeling, met een meer flexibele structuur.

7. Evenwichtige ontwikkeling met structurele coördinatie

Een van de uitgangspunten van de Chinese politieke economie is de wet van de evenredige verdeling van maatschappelijke arbeid, die de tegengestelde beweging regelt tussen enerzijds de maatschappelijke productie en vraag en anderzijds de noodzaak om de ontwikkeling van de gehele nationale economie te coördineren. Deze wet vereist dat het totaal van menselijke maatschappelijke arbeid, gereedschappen en grondstoffen evenredig verdeeld wordt in overeenstemming met de vraag, om zo een structureel evenwicht in stand te houden tussen de verschillende bedrijfstakken en sectoren. In het kader van de maatschappelijke reproductie zorgen output en vraag voor een dynamisch evenwicht in hun structuur van waarde-maximaliserende productie en arbeidminimaliserende consumptie. De algehele structurele coördinatie van de economie komt tot uiting in de toenemende rationalisering en perfectionering van de industriële infrastructuur, de buitenlandse handel, het ondernemingsmanagement, de technologische innovatie en meer.

Dit uitgangspunt van een gecoördineerd structureel evenwicht is van essentieel belang voor de huidige Chinese politieke economie. Het maakt onderdeel uit van de bredere doelstelling om ervoor te zorgen dat de Chinese industrie evolueert van een laag/midden niveau naar een midden/hoog niveau. In het kader van de toenemende modernisering moet het evenwicht bewaard blijven binnen en tussen de primaire, secundaire en tertiaire sector. Er moet een grotere verscheidenheid ontstaan in de economische structuur van provincies, steden en regio's, en in de buitenlandse handel moeten meer nieuwe hightech producten en binnenlandse merken betrokken worden. Grote Chinese ondernemingen moeten het grootste aandeel in de handel behouden, met daarnaast kleinere bedrijven en buitenlandse firma's. Wat de hightech producten betreft, moet op de wereldmarkt het percentage kerntechnologieën en intellectuele eigendommen die in Chinese handen zijn, groeien. Op de markt moeten vraag en aanbod een dynamisch evenwicht in stand houden, met iets meer aanbod dan vraag. De ontwikkeling moet in dienst staan van de reële economie, terwijl de virtuele economie niet al te sterk ontwikkeld moet worden. Industrialisering, informatisering, urbanisatie en modernisering van de landbouw moeten met elkaar in de pas lopen.

In de komende tijd moeten we onze theorieën, richtlijnen en beleid aanpassen aan het economische 'nieuwe normaal'. We moeten ons richten op de versterking van de structurele hervormingen aan de aanbodkant, maar ondertussen ook voorzichtig de totale vraag vergroten en de belangrijkste sectoren van de economie hervormen, met speciale nadruk op de vermindering van structurele overcapaciteit. We moeten geleidelijk capaciteit en voorraad terugschroeven, ondernemingen afslanken en innovatie bevorderen om zo kosten te verlagen en zwakke schakels te versterken. Verbeteringen moeten ook aangebracht worden in de kwaliteit en efficiëntie van de aanbodketens en in de effectiviteit van investeringen. Versneld ontwikkelen van ecologisch verantwoorde energiebronnen en vaart maken met duurzame groei zijn eveneens belangrijk. We moeten afstand nemen van de hardnekkige misvatting dat zolang we het economisch overschot dat veroorzaakt wordt door administratief ingrijpen, maar wegwerken, de overtollige productiecapaciteit en het overschot aan producten die ontstaan door marktwerking, zonder actieve overheidsinterventie automatisch in evenwicht kunnen worden gebracht. Deze neoliberale denkfout en haar consequenties zijn niet alleen de belangrijkste reden voor de grootschalige structurele overcapaciteit in de Chinese economie, maar staan ook haaks op de geest van het Chinese socialisme.

8. Economische onafhankelijkheid en openheid

Een laatste uitgangspunt is het openen van de economie voor handel en investeringen. Het gaat ervan uit dat een dergelijke opening gunstig is voor de economische groei in zowel binnen- als buitenland, omdat het bijdraagt aan optimalisering van de verdeling van hulpbronnen en aan een betere wisselwerking tussen industrie en technologie. De manier, omvang en reikwijdte van dit openstellen van de economie moeten zodanig uitgevoerd worden dat ze flexibel zijn en zich aanpassen aan de complexe en veranderlijke omstandigheden van de nationale en mondiale economie. Ontwikkelingslanden moeten speciale aandacht besteden aan hun strategie en tactiek, wanneer ze hun deuren openen voor ontwikkelde landen, vanwege de risico's en onzekerheden die noodzakelijkerwijs aan een dergelijke ongelijke relatie kleven.

Een socialistische politieke economie met Chinese kenmerken moet zich dan ook richten naar het uitgangspunt van economische onafhankelijkheid. China moet vasthouden aan de staatspolitiek van een tweevoudige opening, die nationaal en internationaal beleid integreert en een open economie van een hoger niveau ontwikkelt door voordeel te halen uit binnen- en buitenlandse markten. Het betekent een handelspolitiek-op-maat maken om wederzijds voordelige overeenkomsten te vinden en te benutten, en ondertussen de Chinese ontwikkeling te beschermen en actief te verdedigen tegen gevaren voor de nationale economische veiligheid. Het vereist een beleid dat evenveel belang hecht aan de buitenlandse in- en output van de economie, als aan de 'voordelen voor de achterblijver' en de 'voordelen voor de pionier'. We moeten internationale ondernemingen opbouwen die geleid worden door de 'drie controlemiddelen': de Chinese kant beheert de aandelen, de kerntechnologieën en technologische standaards, en de merken. Tegelijkertijd is het van belang om niet in de traditionele 'valkuilen van de comparatieve voordelen' te trappen, maar de theorie en strategie van de voordelen van onafhankelijke intellectuele eigendomsrechten toe te passen.

Voor de naaste toekomst moeten we ons richten op het openen van verschillende regio's voor internationale handel door hun specifieke sterke kanten te benutten, maar we moeten daarbij wel onnodige concurrentie tussen regio's voor dezelfde soort handel vermijden, zeker als die duidelijk beter bij bepaalde regio's past dan bij andere. China moet zo goed mogelijk gebruikmaken van zijn in- en export, dus geen producten importeren die net zo gemakkelijk in het binnenland te krijgen zijn, noch producten exporteren waarvoor in het binnenland een onverzadigde vraag bestaat. Ook is het belangrijk om het niveau van de internationale distributie te verhogen door maximaal te profiteren van buitenlandse deskundigheid en technologieën op het gebied van de ontwikkeling van internationale productiecapaciteit en productie. Over vrijhandelszones en investeringen in infrastructuur moet onderhandeld worden. Kortom, China moet een krachtiger rol spelen in het beheer van de mondiale economie.

Een andere uitdaging is die van het effectief inzetten van Chinese buitenlandse investeringen om optimale voordelen te behalen. Dit geldt ook voor de Chinese reserves van buitenlandse deviezen. Wat dit betreft, is het belangrijk om zo snel mogelijk te leren van de ervaringen van ontwikkelde landen als Japan, Zuid-Korea en de VS, met betrekking tot hun handelsrelaties met buitenlandse partners. Als groeiende bedrijven en industrieën uit het buitenland proberen de Chinese markt op te komen, dan moet het probleem van fusies die gepaard gaan met ontslagen, vermeden worden. China moet zich verplichten om open te blijven staan voor buitenlandse handel teneinde kwaliteit en groei van zijn eigen economische output te verdiepen en te verbreden. Een sleutelelement van deze strategie is China's 'One Belt, One Road'-initiatief [voor de opbouw van een intercontinentaal infrastructureel netwerk tussen Europa en China, een Nieuwe Zijderoute; L.W.]. Dit massieve investeringsproject moet hand in hand gaan met de ontwikkeling van een nieuwe mondiale financiële structuur, zoals belichaamd in instituties als de Asian Infrastructure Investment Bank en het Silk Road Fund. Deze instellingen vormen belangrijke mijlpalen in het grotere project van de versterking en verduurzaming van het Chinese economische succes.

[Slot]

Bron: Monthly Review, januari 2017, pag. 46-57.
Vertaling: Louis Wilms.

©MANIFEST KRANT van de NCPN
Haarlemmerweg 177, 1051 LB, Amsterdam, tel.: 020-6825019