Het loonsysteem en de kapitalistische illusie

Deel 1
Zie deel 2: De illusie aan diggelen slaan
Zie deel 3: De armoede blijft groeien

Eoghan O'Neill

Camoufleert het loonsysteem het klassenkarakter van onze samenleving? Daarin buit één groep - de klasse van kapitalisten, de bezitters van kapitaal en industrie - de arbeiders, de producenten van rijkdom, uit. Deze kapitalistenklasse legt het loonsysteem dwingend op, omdat zij het zijn die op het eind van de dag uitbetalen. De arbeiders van hun kant gaan een contract aan, waarin ze werk - de combinatie van inspanning en tijd - ruilen voor loon.

De arbeidersklasse tolereert de kapitalistische heerschappij door hun arbeidstijd te ruilen voor een bedrag dat - afhankelijk van het ontwikkelingsniveau van de samenleving - voldoende is om tenminste zichzelf en hun gezin in stand te houden. Binnen deze ruilverhouding blijft het klassenkarakter van de samenleving echter verborgen en daarom concentreren de arbeiders en hun belangrijkste organisaties, de vakbonden, zich op de hoogte van het loon dat nodig is voor deze reproductie, en niet op de verhouding tussen kapitaal en arbeid. De strijd voor een hoger loon was altijd al een kenmerk van dit systeem en dat zal ook zo blijven. Maar zijn de arbeiders en hun vakbonden, die zich richten op het loonniveau en niet op het loonsysteem zelf, dan blind voor wat er gebeurt als we onze arbeidstijd ruilen voor loon?

De aankoop van arbeidskracht is voor de kapitalisten als het kopen van waar, zoals een fabriek, een machine of voorraad. Wat arbeidskracht evenwel onderscheidt van alle andere waar is dat alleen zij waarde creëert voor de kapitalist. Daardoor zorgt de aankoop en de productiviteit van de arbeidskracht voor een accumulatie van rijkdom door de kapitalistenklasse. Als je met mensen praat die een minimum inkomen verdienen of een gemiddeld loon, dan zullen die niet persé vinden dat ze uitgebuit worden. Maar je kunt er wel zeker van zijn dat ze zullen zeggen niet genoeg te verdienen. Het is overduidelijk dat werkgevers en werknemers verschillende belangen hebben. De laatsten willen hun loonniveau almaar verhogen, terwijl de eersten de arbeidskosten voortdurend willen verlagen. Wie in dit kader de grootste maatschappelijke macht heeft, zal zijn aandeel in de totale rijkdom kunnen vergroten.

Als we ons een situatie voorstellen waarin we in plaats van een loonsysteem een systeem van directe ruil hebben - dus ruil van waar tegen waar, W-W - in een markt met volledige concurrentie, dan zullen de mensen die aan dit systeem gaan deelnemen, weten welke waarde ze bereid zijn af te staan. In dit proces zal in het geheel genomen een ruil van gelijke waarden plaatsvinden, omdat het nagenoeg onmogelijk is dat iemand almaar dingen vergaart die een hogere waarde hebben dan waar hij mee begon. In dit scenario zal accumulatie van rijkdom alleen maar kunnen plaatsvinden als er andere middelen worden gebruikt, zoals slavernij of diefstal.

Als ik aan dit scenario vervolgens een vorm van geld toevoeg, dan kan ik iemand een aantal uren van de dag in de vorm van werk geven in ruil voor geld. Wanneer ik merk dat de persoon die mijn arbeidstijd koopt, extra waarde uit het product van mijn arbeid haalt, dan zal ik de volgende keer dat ik mijn arbeidstijd te koop aanbied, ook meer geld vragen. Ik gebruik dat geld vervolgens om er mijn behoeften en wensen mee te betalen door steeds gelijke hoeveelheden waarde tegen elkaar te ruilen. In dit scenario zijn de twee ruilende partijen uiteindelijk tevreden, want ze weten dat ze gekregen hebben waarvoor ze hebben betaald. In het geheel genomen zal derijkdom dan ook veel gelijkmatiger verdeeld zijn. Marx beschreef dit proces als waar-geld-waar (W-G-W): de arbeiders produceren goederen om geld te verdienen waarmee ze hun persoonlijke behoeften en wensen kunnen financieren. Mensen kunnen alleen een zekere rijkdom accumuleren op basis van de productiviteit van hun arbeid, en die hangt af van hun vaardigheden, talenten en persoonlijk ontwikkelingsniveau.

In ons loonsysteem vinden echter twee processen tegelijkertijd plaats. Terwijl de arbeiders betrokken zijn in de W-G-W-cyclus, zitten de kapitalisten daarentegen in de G-W-G+-cyclus: ze beginnen met een hoeveelheid geld, in het arbeidsproces vindt goederenproductie plaats en ze eindigen met een surplus, de rijkdom onttrokken aan de arbeiders. Door dit dubbele proces zien de arbeiders de uitbuiting die plaatsvindt niet, want ze hebben alleen te maken met de W-G-W-cyclus, en ze denken dat ze daarin eerlijk betaald worden voor hun arbeidstijd. Dit is een illusie, een truc van de kapitalistenklasse.

Wat voor de arbeiders verborgen blijft is de ongelijkheid van de ruil: wat de kapitalisten aan de arbeiders als loon betalen en wat ze daarnaast als winst voor zichzelf houden. De rijkdom wordt gecreëerd door de arbeid, maar het product van de arbeid behoort toe aan de kapitalist. Door de wetten, gewoonten en gebruiken van het systeem van privaat eigendom wordt deze rijkdom onttrokken en vervolgens verdeeld. De macht van de arbeiders bepaalt welk deel van de rijkdom die zij gecreëerd hebben, ze voor zichzelf kunnen houden. Door de productiemiddelen in private handen te houden, kan de kapitalistenklasse het loonsysteem en dus ook de uitbuiting van de arbeidersklasse in stand houden, en dit uitbuitingssysteem tevens verborgen houden voor de meerderheid van de arbeidersklasse.

De vakbonden zijn geïnteresseerd in de hoeveelheid geld, de hoogte van het loon. Dat is belangrijk, want daarmee wordt de koopkracht en de levensstandaard van de arbeiders beschermd. Maar strijden binnen het opgelegde loonsysteem zal de uitbuiting waaraan de arbeiders blootstaan als gevolg van de ongelijke ruil, niet ter discussie stellen, laat staan veranderen. Marx heeft de grenzen van de vakbonden geschetst, als die alleen maar bezig zijn met het loonsysteem en niet met de klassenstrijd voor de omverwerping van het kapitalistisch systeem. Hij sluit zijn 'Loon, Prijs en Winst' uit 1865 als volgt af: "Vakverenigingen doen goed werk als verzamelpunten van het verzet tegen de gewelddaden van het kapitaal. Zij slagen ten dele niet in hun opzet, doordat zij van hun macht een onoordeelkundig gebruik maken. Zij slagen in het algemeen niet in hun opzet, doordat zij zich beperken tot een guerrillastrijd tegen de uitwerkingen van het bestaande systeem, in plaats van tegelijkertijd te proberen dit systeem te veranderen, in plaats van hun georganiseerde krachten te gebruiken als een hefboom voor de definitieve bevrijding van de arbeidersklasse, d.w.z. voor het definitief afschaffen van het loonsysteem." (Vet door Manifest)

Ook in 2018 staat de arbeidersklasse en met name de vakbeweging weer veel gevechten te wachten. Als die laatste zich niet gaat bezighouden met dit soort politieke scholing, dan zal ze haar belang als verzamelpunt van het verzet van de arbeidersklasse verliezen en overbodig worden - iets waarvoor de Communistische Partij van Ierland al in 2015 waarschuwde. Zoals boven uiteengezet, zal het klassenkarakter van de samenleving alleen maar zichtbaar worden als er een klassenbewustzijn wordt ontwikkeld, en dat vereist directe en gerichte politieke scholing. We moeten in 2018 de vruchtbare grond in kaart brengen waar we de revolutionaire zaden opnieuw kunnen uitstrooien.

[In een vervolgartikel zal O'Neill de illusie aan diggelen slaan.]

Bron: Socialist Voice, januari 2018: http://www.communistpartyofireland.ie/sv2018-01/06-wages.html. De vertaling van het Marx-citaat is overgenomen uit het Nederlandstalig Marxistisch Internet-Archief.
Vertaling: Louis

©MANIFEST KRANT van de NCPN
Haarlemmerweg 177, 1051 LB, Amsterdam, tel.: 020-6825019