Gedicht: De harde munt van het gelag



Henricus Azewijn

De harde munt van het gelag

Heilige koeien uitgemolken
het gouden kalf blinkt in 'n sloot
om de gestoordheid te vertolken
van de mens op sterven na geestelijk dood.

Het welzijn of nooit genoeg zijn:
gouden bergen, schitterende afval.
Cabaretiers maken zich druk over burgerlijk venijn
vermaken ons met ons tranendal.

Met de welvaart van het verwarde volk
óp naar een nieuwe slachtpartij
met onder de riem een hart, een dolk:
hoe keer je dat verdómde tij??

De kont gekeerd met overgewicht
het evenwicht is uit balans:
lange tenen en lange neus komen in zicht
de demon spuwt geen woord Frans?

De taal wordt communicatie genoemd
de harde munt van het gelag
dat wordt betaald verbloemd
ter handhaving van geen orde en gezag.

De scepter is een doorslaand succes
de gummiknuppel is gegooid
in het hoenderhok van de geest uit de fles.
Een management uit zich berooid

struikelt dagelijks over een tegoed
zo kwaad als dat gaat als het stuit
op een concurrent die 't nog beter doet
maar door fraude de noodklok luidt.

Oh klok, klepel, stroop en páp
als het bedrogen volk ervan zal lusten
na in het gezicht van de mens een klap:
slaap zacht, lekker? welterusten?!
©MANIFEST KRANT van de NCPN
Haarlemmerweg 177, 1051 LB, Amsterdam, tel.: 020-6825019