Handen af van Venezuela

Carla Stea

De Venezolaanse minister Jorge Arreaza van Buitenlandse Zaken verrichtte herculesarbeid om oorlog te voorkomen en de integriteit van zijn land te beschermen. In razend tempo overlegde hij met de Verenigde Naties, waar hij een ontmoeting met de secretaris-generaal had en beraadslaagde met de gezanten van zestig lidstaten die Venezuela's soevereiniteit ondersteunen. Op 22 februari hield hij 's avonds een persconferentie en op 26 februari sprak hij de VN-Veiligheidsraad toe. Op 27 februari deed hij in Genève een oproep aan de Mensenrechtenraad van de VN. Terwijl hij bezig was met een vredesmarathon drong neppresident Guaidó aan op militaire interventie en oorlog.

Arreaza's encyclopedische kennis van de geschiedenis is een van zijn sterke troeven, zo bleek tijdens de persconferentie van afgelopen vrijdag, toen hij aan de verslaggevers uitlegde hoe de huidige crisis in Venezuela veroorzaakt wordt door de economische oorlogsvoering van de Verenigde Staten. De situatie werd even bizar toen een Europese reporter, helemaal in Mussolinistijl, een vraag stelde naar aanleiding van het bericht dat het Venezolaanse leger een ongewapende inheemse burger had neerschoten, waarbij hij dit incident vergeleek met "wat er in China gebeurt".

Arreaza vroeg aan de verslaggever of hij het incident gezien had, en in een poging om Arreaza's vraag te ontwijken vervolgde deze: "Geeft uw regering specifieke bevelen om ongewapende mensen neer te schieten, en wat gebeurt er met degenen die weigeren om deze bevelen op te volgen?" Deze verbijsterende vraag, die meer een ongefundeerde beschuldiging dan een vraag was, werd met zoveel arrogantie en hoogdravendheid gesteld dat Arreaza, die volledig op de hoogte van deze insinuatie was, antwoordde: "Uw vraag is hatelijk en bijzonder giftig. De Bolivariaanse strijdkrachten hebben nooit het bevel gekregen om op de burgerbevolking te schieten en u zou de eerste moeten zijn om de betrouwbaarheid van dergelijke valse berichtgeving te controleren en om complotten te onthullen. Het is uw verantwoordelijkheid als journalist om op een slimme en scherpzinnige manier de waarheid te onthullen en propaganda te herkennen."

Vorige week, en ook tijdens de vergadering van de VN-Veiligheidsraad van dinsdag, bleek hoe verwoed Arreaza zich inspant om het bloedbad van een militaire confrontatie te voorkomen. Hierbij schetste hij opnieuw de historische context van de Venezolaanse crisis voor verslaggevers en diplomaten die blijkbaar een beperkt besef hebben van de barbaarse - maar vaak geraffineerde - methoden die Washington gebruikt om zijn overheersing en de facto slavernij op te leggen aan landen in Latijns-Amerika. Hierbij hanteren de VS een bijna wetenschappelijke formule: economische destabilisatie, een meedogenloze desinformatiecampagne, en als het beoogde doelwit - in dit geval Venezuela - zich niet neerlegt bij de dominantie, zal militair geweld uiteindelijk doorslaggevend zijn bij het doorvoeren van een regimechange en het installeren van een volgzame, ondergeschikte marionettenregering. De gruwelijke omverwerping van Allende in Chili is daarvan slechts een voorbeeld.

Het is gebruikelijk om inheemse volkeren als kwetsbaar en gemarginaliseerd te beschouwen. Daarom was het buitengewoon interessant om The New York Times van 23 februari te lezen, waarin twee parlementsleden van de Venezolaanse oppositie bevestigden dat "inheemse leiders generaal Jose Miguel Montoya Ramirez, het hoofd van de Bolivariaanse Nationale Garde en een aantal van zijn ondergeschikten ontvoerd hadden." Volgens de twee parlementsleden was het "nog onduidelijk hoe lang de inheemse leiders de militairen gevangenen wilden houden." Het ligt voor de hand dat 'kwetsbare mensen' een Venezolaanse generaal en het hoofd van de Nationale Garde niet gevangen zouden kunnen nemen, tenzij deze 'kwetsbare mensen' zwaarbewapend waren. En waar de inheemse bevolking die wapens vandaan haalde, is een nog interessantere vraag. Het is geen geringe prestatie om de generaal van een Nationale Garde te ontvoeren.

The Wall Street Journal kopte op 25 februari 2019: "Oppositie tegen Maduro dringt aan op militaire inmenging in Venezuela", waaruit onomstotelijk blijkt dat de Venezolaanse oppositie zich niet bewust is, of zich niet bewust wil zijn van het bloedbad waartoe militair ingrijpen zal leiden. Op 25 februari plaatste The New York Times op pagina vier een grote foto van 'onschuldige en ongewapende' demonstranten die 's zondags molotovcocktails maakten op de grens van Venezuela en Colombia.

De vergadering van de Veiligheidsraad op dinsdag 26 februari werd voorafgegaan door de stompzinnige opstelling van acht EU-lidstaten die Venezuela opriepen om onmiddellijk verkiezingen te houden. Kennelijk zijn ze er niet van op de hoogte dat de voormalige Amerikaanse president Jimmy Carter het Venezolaanse verkiezingsproces "één van de beste in de wereld" noemde en het Amerikaanse "één van de slechtste". De Europese VS-vazallen zijn geschikter voor een komische rol in een opera van Mozart dan voor een rol op het wereldtoneel, waar het gaat over oorlog en vrede. En wie zal uitmaken of eventuele nieuwe verkiezingen vrij en eerlijk verlopen? Natuurlijk zal Washington bepalen of zijn Europese koloniën de resultaten al dan niet zullen erkennen.

Het walgelijke twitterbericht van de Amerikaanse senator Marco Rubio mag niet onvermeld blijven. Hierin bedreigde hij Maduro, en niet toevallig ook Kim Jong Un, met een verschrikkelijke marteldood, waarbij ze met bajonetten anaal verkracht zouden worden. Dergelijke wandaden werden ook gepleegd door die 'kwetsbare en vredelievende' Libiërs, voor wie de VN-Veiligheidsraad volgens resolutie 1973 de verantwoordelijkheid had om te beschermen, de toestemming gaven om Libië 'plat te bombarderen', om de onvergetelijke woorden van de Indiase VN-ambassadeur Puri te gebruiken.

Het heeft er veel van weg dat de Venezolaanse oppositie en met name de schurken die molotovcocktails klaarmaakten en die op 23 februari door The New York Times gefotografeerd werden, van hetzelfde slag zijn als de Libische monsters die president Khadaffi vermoordden nadat ze hem anaal verkracht hadden met een bajonet. Ongetwijfeld zal Kim Jong Un zich rekenschap geven van dit dreigement, en wellicht zal Maduro nadenken over de vergissing die Khadaffi maakte toen hij zijn nucleaire programma opgaf.

Zowel de Amerikaanse als de Russische ontwerpresolutie werd vandaag in de VN-Veiligheidsraad verworpen. Elliot Abrams, de speciale gezant van de VS voor Venezuela, braakte dezelfde levensgevaarlijke platitudes als altijd uit. Het dubbele veto over het Amerikaanse voorstel, van China en Rusland, behoedde de Veiligheidsraad ervoor om nog maar eens zijn steun te bieden aan een rampzalige militaire interventie.

Bron: Global Research, 1 maart 2019, vertaling Frans Willems.

©MANIFEST KRANT van de NCPN
Haarlemmerweg 177, 1051 LB, Amsterdam, tel.: 020-6825019