Identiteitspolitiek - Brits, Schots of Europees - liever dan klassenwinst

i-010-020.jpg
Jeremy Corbyn in het parlement op 8 janauri jl. tijdens het vragenuur aan de premier. (Foto: ZLV)

Nick Wright

Eind december 2019 vergaderde het politiek comité van de Communistische Partij van Brittannië (CPB) over de uitkomst van de algemene verkiezingen en over de gevolgen van die uitkomst voor de arbeidersbeweging. Hieronder volgt het eerste deel van de bevindingen:

De uitkomst van de algemene verkiezingen van 2019 vormen een aanzienlijke maar niet onomkeerbare tegenslag. Een duidelijke meerderheid van de stemmers uit de werkende klasse hebben zich niet door de belangen van hun klasse laten leiden maar door identiteitspolitieke overwegingen. Dat betekent ontegenzeggelijk een nederlaag voor de arbeidersbeweging en voor links in het algemeen. De ernst van deze nederlaag is echter betrekkelijk; en er zijn goede redenen voor aan te wijzen en belangrijke lessen aan te verbinden.

Het Labour-aandeel in de stembusresultaten daalde weliswaar van 41 procent (12,9 miljoen stemmen) in 2017 naar 33,1 procent (10,3 miljoen), maar Jeremy Corbyn en Labour scoorden nog steeds beter dan in 1995 (31,5%), 2010 (29,7%) en 2015 (31,2%). De pijnlijkste uitkomst was de daling in het aantal Labour-zetels, van 262 in 2017 naar 203: het laagste aantal sinds 1935. Veel van de verliezen deden zich voor in kiesdistricten die zich de afgelopen 60 jaar of meer door Labour-parlementariërs (MP's) hebben laten vertegenwoordigen: in 24 districten was er zelfs nog nooit een Tory uit de bus gekomen.

Er zijn tal van oorzaken aan te wijzen voor de Labour-nederlaag: het kaliber van Jeremy Corbyn als partijleider; de niet aflatende mediahetze die hem neerzet als nestbevuiler, antisemiet, communist of marxist, die hem steun voor terroristen in Ierland en het Midden-Oosten verwijt en die Groot-Brittannië zogenaamd van zijn veiligheid en krijgsmacht wil beroven; de inhoud en de strekking van het partijprogramma; het ten tonele verschijnen van de Brexit Party; en de aantrekkingskracht van de Conservatieve campagne. Dit propaganda-offensief tegen Corbyn en Labour was nog intenser dan in 2017, maar in plaats van op te komen voor hun partij en hun leiders hielden Labourkandidaten in groten getale hun mond.

Het anti-Corbyn/Labour-offensief is een direct gevolg van de angst die de heersende klasse voelt voor de links-progressieve maatregelen aangekondigd in het Labour-programma voor de algemene verkiezingen. Dit programma beloofde nog verder te gaan dan dat van 2017 in de aanpak van kapitalistische machts- en welvaartsaccumulatie. Labours voorgenomen uitgaven leken weinig realistisch, maar beleidsmaatregelen als het nationaliseren van het spoor- en energiebedrijf, overheidsinvesteringen in diensten en huisvesting, een progressiever belastingstelsel, een 'Groene New Deal', betere werkgelegenheid en verhoging van het minimumloon en de uitkeringen waren stuk voor stuk erg populair.

Het optreden van de Brexit Party heeft Labour slechts een handjevol zetels gekost, maar een veel groter effect had de magische aantrekkingskracht van Johnsons campagneleus, 'Get Brexit Done!'. Brexit bleek het voornaamste zwakke punt in Labours campagne en programma en verklaart het aanzienlijke verschil tussen de verkiezingsuitkomsten van 2017 en 2019. In 2017 had Labour zich ertoe verplicht om aan de wens van de 17,4 miljoen mensen die voor het Britse vertrek uit de EU hadden gestemd tegemoet te komen, en dat kon maar op één manier: door, na afstemming van de noodzakelijke wetgeving, Brexit in gang te zetten. Circa 4 miljoen 'Leave'-stemmers steunden Labour dan ook in 2017, al dan niet vanwege het stevige programma en Corbyns verfrissende leiderschap. Deze 4 miljoen stemmers zorgden voor bijna een derde van Labours succes bij de stembusgang en hielpen daarmee de partij aan een winst van 30 extra zetels en aan een groei van 10 procent bij de verkiezingsuitslag: 41 procent, de hoogste verkiezingssteun voor Labour in vijftig jaar.

Maar in plaats van tegemoet te komen aan de uitkomst van het Brexitreferendum keerde het merendeel van de Labour-parlementariërs zich in het Lagerhuis tegen de terugtrekkingsovereenkomst die Theresa May met de EU had afgesproken, ondanks dat die overeenkomst en de bijbehorende verklaring op geen enkel substantieel punt in strijd waren met het Labour-beleid.

Klaarblijkelijk was een aantal Labour-parlementariërs uit de kringen rond de voormalige premier Tony Blair eenvoudigweg niet van plan om Brexit doorgang te laten vinden. Met hun steun en de financiering van grootverdieners ontstond vervolgens de 'People's Vote'-beweging, die zich inzette voor een tweede Brexit-referendum. Net als de meeste van hun Europa-sceptische collega's roerden deze eurofiele Labour-MP's zich niet toen ettelijke miljoenen Brexit-positieve Labourstemmers en werkenden bruut weggezet werden als een stelletje onnozele, bejaarde en goedgelovige heikneuters en racisten.

Uit opiniepeilingen blijkt duidelijk dat een merendeel van de stemgerechtigden die zich in 2016 uitspraken tegen EU-lidmaatschap dat deden vanuit het verlangen dat het Verenigd Koninkrijk zijn praktische soevereiniteit terug zou krijgen. De wens om, al dan niet op basis van vreemdelingenangst, volledige controle over de immigratie te krijgen was van ondergeschikt belang.

In 2019 was steun voor een tweede referendum officieel Labour-beleid geworden: voorvechters hamerden erop dat een uittreding uit de Europese markt en de Europese grenzen geen optie was. Leden van het Labour-schaduwkabinet lieten duidelijk blijken dat zij zich, mocht dat tweede referendum er komen, tegen een terugtrekkingsregeling zouden verzetten, zelfs al zou die regeling onder hun eigen nieuwe Labour-regering tot stand komen. Corbyns verklaring dat hij als premier in een toekomstig referendum neutraal zou stemmen maakte de chaos en de verwarring compleet.

Geen wonder dat veel Labour-positieve 'Leave'-stemmers tot de slotsom kwamen dat de partij zich definitief tegen Brexit gekant had. Veel van de hechte gemeenschappen die al sinds de jaren '70 met de gevolgen van de industriële achteruitgang te kampen hadden gehad voelden deze ommezwaai als zoveelste verraad van de kant van hun eigen partij, hun leiders en de grootsteedse elite in Londen.

Hun ongenoegen lieten deze stemmers blijken in de plaatselijke verkiezingen van mei 2019: ze bleven massaal thuis, met als gevolg dat Labour het overwicht in gemeenten als Bolsover, Bolton, Burnley, Darlington, Hartlepool, Middlesborough, Noord-oost Derbyshire en Stockton-on-Tees uit handen moest geven. Drie weken later, in de verkiezingen voor het Europees parlement, ging in alle regio's behalve Londen de Brexit Party ten koste van Labour met de overwinning aan de haal. Opnieuw zorgde een massale abstentie voor een catastrofale Labour-uitslag in gebieden waar Labour vroeger goed scoorde.

Deze waarschuwingssignalen kwamen niet aan bij de volksvertegenwoordigers die campagne voerden tegen Brexit: liever wees men op de populariteit van LibDem en de Groenen en beweerde zonder wezenlijke onderbouwing dat de publieke opinie zich in de richting van een tweede referendum en tegen Brexit zou ontwikkelen.

De beweging naar een 'Geen Brexit'-standpunt werd alleen maar in de hand gewerkt door het feit dat eurosceptische stemmen op links, een paar uitzonderingen daargelaten, bijna niet van zich lieten horen: na de verkiezing van Corbyn als partijleider in 2015 klonk er vanuit socialistische hoek nauwelijks kritiek op de EU. De verwachting was dat deze radiostilte EU-voorstanders in de parlementaire Labourvertegenwoordiging met Corbyns leiderschap zou verzoenen en de legitimiteit van de partijleiding zou versterken, maar dat bleek een ijdele hoop. Het enige effect was dat er onder jongere, nieuwe partijleden bij ontstentenis van tegenstemmen een hopeloos rooskleurig beeld van de EU post kon vatten.

Terwijl dit alles gaande was heeft de communistische partij stug vastgehouden aan haar op linkse, internationalistische en anti-imperialistische grond gestoelde verzet tegen het Britse EU-lidmaatschap. Ons streven was om te laten zien dat de EU geen toonbeeld is van internationale samenwerking ter bevordering van sociaaleconomische vooruitgang, democratie en vrede, maar een alliantie van Europa's voornaamste kapitalistische staten. De bij verdrag tot stand gekomen wetten, instituties en procedures van de EU hebben tot doel om middels bezuinigingen en privatiseringen, marktinitiatieven, versoepeling van het arbeidsrecht en het vrije verkeer van kapitaal en goederen de belangen van Europa's voornaamste monopoliehouders te beschermen en te bevorderen, en het buitenlands en veiligheidsbeleid van de EU is in het verdrag van Lissabon (2007) in lijn gebracht met het militariserings- en herbewapeningsbeleid van de NAVO.

Herhaaldelijk sloeg de CPB alarm over het feit dat Labour meer belang leek te hechten aan het tegenwerken van Brexit dan aan het winnen van de algemene verkiezingen, ook al werkte deze opstelling vervreemdend op Labours aanhang in de (post-)industriële regio's en leidde ze tot de logische gedachte dat een stem voor Labour of voor wie dan ook geen enkel verschil maakte. Desalniettemin maakte de partij zich er sterk voor dat er in de algemene verkiezingen overal toch op Labour gestemd zou worden, vanwege het evidente feit dat Labours binnenlandse beleid in het belang van de werkende klassen is.

Het is dan ook zonder vreugde dat de communisten op 12 december hun gelijk haalden: zo'n twee miljoen mensen die in 2016 'Leave' gestemd hadden en in 2017 Labour steunden, keerden de partij alsnog de rug toe. Uit een grote opiniepeiling van YouGov blijkt dat het merendeel niet was komen opdagen, en een aantal Conservatief had gestemd of op de Brexit Party. Van de 54 districten die Labour af moest staan aan de Tories hadden er 52 in 2016 overwegend 'Leave' gestemd. De Conservatieve overwinning op Labour gold in alle sociale categorieën.

In Schotland verloor Labour zes van zijn zeven zetels aan de SNP. De SNP wil nu een tweede onafhankelijkheidsreferendum, maar hoewel de nationalisten 48 van de 59 Schotse zetels wonnen ontbeert de SNP, met slechts 45 procent van de stemmen, daarvoor nog steeds een meerderheidsmandaat. De communistische partij steunt het progressieve federalisme, een eendrachtige arbeidersbeweging en een Schots parlement met voldoende bevoegdheden en middelen om zich te weren tegen kapitalistische marktkrachten. In Noord-Ierland hebben, voor het eerst sinds de Britten er in 1921 een provincie van maakten, republikeinen en nationalisten een meerderheid behaald op unionistische parlementariërs. De communistische partij houdt vast aan haar standpunt ten gunste van een vreedzame hereniging van Ierland en zijn werkende klasse in het Noorden en het Zuiden.

Premier Johnson beschikt nu over een voldoende aantal Conservatieve MP's om het Verenigd Koninkrijk op z'n vroegst op 31 januari uit de EU te halen. De communistische partij zal de nieuwe akte van terugtrekking bekritiseren op haar zwakke punten, met name de afkoopsom van 30 miljard GBP en de tegemoetkoming aan Europese regelgeving tegen overheidssteun aan industriële productie, volledig publiek eigendom, overheidsleningen voor investeringen, controle op kapitaal, openbaar aanbestedingsrecht, arbeidsmarktrecht en btw-herziening.

In de overgangsperiode en daarna zal premier Johnson onder grote druk van de heersende klasse komen te staan om Groot-Brittannië op één lijn te houden met de regelgeving van de EU ten gunste van markten en bedrijven. Het is aan de Labour-vertegenwoordigers om hier scherp op te zijn, maar verdere pogingen om het Brexit-proces te vertragen of torpederen zouden wel eens alleen maar averechts kunnen uitwerken. Des te eerder de kwestie van de Britse uittreding geregeld is, des te beter voor iedereen die zich werkelijk op de vele andere politieke issues van vandaag de dag wil toe leggen.

Vertaling Christiaan Caspers.

©MANIFEST KRANT van de NCPN
Haarlemmerweg 177, 1051 LB, Amsterdam, tel.: 020-6825019