Bijdrage voor de publieke bijeenkomst met als thema: 'imperialisme of socialisme? 70 jaar NAVO - 100 jaar KOMINTERN'. Door A.S. lid Internationaal Bureau NCPN en Algemeen Bestuur CJB.

100 jaar sinds de oprichting van de Communistische Internationale en de strijd voor vrede en socialisme vandaag

Gedurende de geschiedenis van de revolutionaire arbeidersbeweging hebben verschillende internationale organisaties uitdrukking gegeven aan de strijd tegen oorlog en imperialisme, voor vrede en socialisme. In 2019 vieren we dat 100 jaar geleden de Derde Communistische Internationale werd opgericht, ook wel bekend als de Komintern, die een beslissende bijdrage leverde aan de strijd van de werkende mensen voor vrede en socialisme in de periode van 1919 tot 1943. In deze periode, na de Oktoberrevolutie tot aan de Tweede Wereldoorlog, speelde de Komintern een belangrijke rol in de oprichting van communistische partijen over de hele wereld, de strijd tegen het opkomende fascisme en tegen de Tweede Wereldoorlog die eraan zat te komen. Maar de Communistische Internationale zette ook haar stempel op de ontwikkeling van de vakbeweging, de antikoloniale beweging, de vrouwenbeweging, de organisatie van jongeren, enzovoort.

De NCPN en CJB hechten er waarde aan dat de bijdrage van de Communistische Internationale wordt erkend. Het is vooral belangrijk dat ook jongere generaties communisten de geschiedenis van de internationale communistische beweging leren kennen en daar lessen uit trekken die relevant zijn voor de strijd van vandaag. In deze bijdrage zullen we daarom ingaan op de vraag: wat kunnen we leren van de geschiedenis van de Communistische Internationale voor onze huidige strijd tegen oorlogen en imperialisme en voor vrede en socialisme? Maar we zullen ook ingaan op de vraag: wat doen de NCPN en CJB vandaag aan internationale samenwerking en solidariteit?

Om de rol en het belang van de Derde Communistische Internationale goed te begrijpen en de juiste lessen te trekken voor onze huidige strijd, is het van belang om iets te zeggen over de voorgeschiedenis. De Komintern was namelijk voorafgegaan door de Eerste Internationale Arbeidersassociatie en de Tweede Internationale.

De Internationale Arbeidersassociatie

De Eerste Internationale was opgericht door vakbonden en diverse politieke groepen in 1864. Het werd dus opgericht in de laatste fase van de periode van de opkomst van de burgerij en de burgerlijk-democratische revoluties.1 Binnen de jonge arbeidersbeweging vond destijds een strijd plaats om de arbeidersbeweging ideologisch, politiek en organisatorisch af te scheiden van de burgerij.

Marx en Engels streden tegen burgerlijke en kleinburgerlijke theorieën over het socialisme die een utopisch en een reformistisch of sektaristisch karakter hadden. Bijvoorbeeld de anarchistische theorieën van Proudhon en Bakunin, het reformisme van Lassalle (die geloofde dat een vreedzame transformatie van de burgerlijke staat mogelijk was door het algemeen kiesrecht), de samenzweringsmethoden van Blanqui enzovoorts. De Eerste Internationale was dus ideologisch zeer divers. Het baseerde zich nog niet consequent op het wetenschappelijk socialisme van Karl Marx en Friedrich Engels. Het leverde wel een bijdrage aan het versterken van arbeidersorganisaties en acties op nationaal en internationaal niveau.

Het einde van de periode van de opkomst van de burgerij wordt gemarkeerd door de Commune van Parijs in 1871, de eerste proletarische revolutie, diena 70 dagen werd verslagen door de burgerlijke legers. Er volgde een periode van hevige repressie. De Eerste Internationale werd enkele jaren later opgeheven.

De Tweede Internationale

Het kapitalisme betrad een nieuwe periode in zijn ontwikkeling. Tussen 1871 en 1914 vindt namelijk de overgang plaats naar het laatste stadium van het kapitalisme, het imperialisme, met als belangrijkste kenmerk dat monopolies dominant worden in de economie. De bourgeoisie stabiliseert haar macht en wordt een reactionaire klasse. Er vinden geen grote opstanden en revoluties plaats, althans niet in de meest ontwikkelde kapitalistische landen, en in die zin volgt een relatief 'vredige' periode in de klassenstrijd.

Het is in deze context dat de Tweede Internationale werd gevormd op 14 juli 1889 in Parijs. De nationale politieke partijen van de arbeidersklasse werden in deze periode gevormd. In die partijen was het marxisme weliswaar invloedrijk, maar reformistische, anarchosyndicalistische en andere opportunistische krachten hadden ook veel invloed. Toen de imperialistische Eerste Wereldoorlog uitbrak, steunden de meeste partijen van de Tweede Internationale de nationale bourgeoisie in de oorlog en gaven zij de strijd voor vrede en socialisme op. Verschillende sociaaldemocraten werden zelfs ministers in de oorlogskabinetten van die tijd. Dit verraad van de sociaaldemocratie markeert het definitieve breekpunt tussen wat we vandaag de sociaaldemocratie noemen en het communisme. De sociaaldemocraten kwamen in tegengestelde imperialistische kampen terecht en dat leidde ertoe dat in 1916 de Tweede Internationale niet meer functioneerde, al werden na de oorlog een nieuwe sociaaldemocratische 'Tweede Internationale' en 'Tweeënhalve Internationale' gevormd.

De oprichting van de Komintern

Niet in alle partijen van de Tweede Internationale kreeg het reformisme echter de overhand. De bolsjewieken onder de leiding van Lenin, de Duitse communisten onder Karl Liebknecht en Rosa Luxemburg, socialistische partijen op de Balkan en in enkele andere landen hielden een revolutionaire koers. De bolsjewieken slaagden erin bij de imperialistische oorlog niet de nationale bourgeoisie te steunen, maar juist gebruik te maken van de tegenstellingen in het imperialisme om de socialistische revolutie te realiseren. De socialistische Oktoberrevolutie gaf een impuls voor de revolutionaire elementen in de arbeidersbeweging.

In veel landen werden in deze periode communistische partijen opgericht. Tegen het einde van 1918 vonden de bolsjewieken dat de tijd rijp was voor een nieuwe, communistische internationale, van partijen die zich baseerden op het wetenschappelijk socialisme en bereid waren te breken met het opportunisme. Het oprichtingscongres van de Derde Internationale vond plaats van 2 tot 6 maart 1919 in Moskou. Dat gebeurde onder zeer moeilijke omstandigheden aangezien de legers van kapitalistische landen Rusland hadden omsingeld. Toch waren ruim 50 vertegenwoordigers uit Europa, Azië en Amerika aanwezig. Zij vertegenwoordigden communistische partijen, maar ook revolutionaire stromingen binnen de oude sociaaldemocratische partijen.

We moeten de Komintern dus begrijpen als een onderdeel van de ontwikkeling van de arbeidersbeweging, die voortbouwt op de ervaringen van de Eerste en Tweede Internationale, zoals we die hier hebben beschreven. Lenin schreef het volgende: "de Eerste Internationale legde de basis voor de proletarische, internationale strijd voor het socialisme. De Tweede Internationale markeerde een periode waarin de grond werd voorbereid voor de brede, massale spreiding van de beweging in een reeks landen. De Derde Internationaleplukte de vruchten van het werk van de Tweede Internationale, wierp het opportunistische sociaal-chauvinistische, burgerlijke en kleinburgerlijke afval van zich af, en is begonnen met het implementeren van de dictatuur van het proletariaat."2 Belangrijk voor het begrijpen van het karakter van de Komintern, is dus dat het werd opgericht enerzijds als een resultaat van de strijd tegen het opportunisme van haar voorganger, de Tweede Internationale, en anderzijds als resultaat van de Oktoberrevolutie en de start aan de opbouw van het socialisme in Rusland.

De maatschappelijke bron van het opportunisme

Het verraad van de Tweede Internationale in de imperialistische Eerste Wereldoorlog kwam niet uit de lucht vallen. Het was een rechtstreeks gevolg van de reformistische lijn van de partijen. Op dit punt is het de moeite waard om wat meer in te gaan op wat opportunisme precies inhoudt, en waarom Lenin zo veel werk maakte van de strijd tegen het opportunisme en het vormen van communistische partijen en een nieuwe Internationale die verlost waren van de opportunistische vleugel.

De epistemologische of theoretische basis voor het opportunisme is enerzijds het dogmatisme en anderzijds het revisionisme. Het dogmatisme houdt in dat bepaalde tactieken die nuttig zijn in specifieke omstandigheden worden verheven tot principes. Dogmatisme kan ook betekenen dat wordt vastgehouden aan ideeën waarvan de praktijk heeft uitgewezen dat ze achterhaald of onjuist zijn. Het revisionisme houdt juist weer in dat principes overboord worden gegooid, vaak onder het mom van tactische overwegingen, of dat standpunten als achterhaald worden bestempeld, zonder dat daar een wetenschappelijke basis voor is.

Dit zijn dus de theoretische fouten van opportunisten, maar Lenin benadrukte dat er ook een materiële basis is voor het opportunisme dat de overhand kreeg in de Tweede Internationale. Zoals Engels al had uitgewezen, ging de opkomst van het imperialisme gepaard met de ontwikkeling van de zogenaamde arbeidersaristocratie. Dat is een laag binnen de arbeidersklasse die omgekocht wordt door de burgerij en waarvan de belangen verstrengeld zijn met die van de bourgeoisie. Denk aan de reformistische leiders van de vakbonden, die zeer goed betaald krijgen, waarbij het kan gaan om zowel hun formele loon als wat er onder de tafel gebeurt. De arbeidersaristocratie zorgt dus voor splitsing in de arbeidersbeweging en probeert de arbeidersbeweging tot een staart te maken van de bourgeoisie.

Vanuit dat oogpunt kunnen we begrijpen waarom Lenin erop hamerde dat communisten en opportunisten niet in dezelfde partij kunnen zitten, zeker niet in de imperialistische fase van het kapitalisme, dat de Tweede Internationale politiek bankroet was en dat een Communistische Internationale noodzakelijk was. Lenin schreef: "Typerend voor de socialistische partijen van het tijdperk van de Tweede Internationale was dat getolereerd werd dat een opportunisme zich kon opbouwen in de decennia van de 'vreedzame' periode, een opportunisme dat zichzelf geheimhield, dat zich aanpaste aan de revolutionaire werkers, hun marxistische terminologie leende en elke duidelijke afwerping van principes uit de weg ging. Dit type is achterhaald. Als de oorlog zou eindigen in 1915, zou er dan ook maar één weldenkende socialist te vinden zijn die in 1916 zou willen beginnen met het herstellen van de arbeiderspartijen samen met de opportunisten, wetende uit ervaring dat bij een nieuwe crisis zij allemaal (..) voor de bourgeoisie zullen zijn (...)?"3

De bijdrage van de Komintern aan het ontstaan van communistische partijen

Dankzij dit leninistische standpunt speelde de Komintern een zeer belangrijke rol in het ontstaan van revolutionaire arbeiderspartijen die braken met de sociaaldemocratie over de hele wereld. De Komintern droeg er eraan bij dat de jonge communistische partijen zich politiek, ideologisch en organisatorisch konden ontwikkelingen op basis van het wetenschappelijk marxisme, en dat ze verkeerde standpunten en werkwijzen konden overwinnen.

Op het eerste congres werd een platform aangenomen (een soort programma) waarin de burgerlijke democratie werd bekritiseerd als een vorm van de dictatuur van het kapitaal, en de dictatuur van het proletariaat als doel werd gesteld. De dictatuur van het proletariaat wil zeggen de staat van de arbeidersklasse, oftewel de socialistische democratie. Marx en Engels wezen erop, zeker na de ervaringen van de Commune van Parijs, dat de werkende mensen hun eigen machtsorganen en staat moeten vormen om het socialisme op te bouwen. De dictatuur van het proletariaat is een belangrijk element van het marxisme dat de reformisten hadden laten vallen, aangezien de reformisten de burgerlijke staat wilden gebruiken om hervormingen door te voeren die zouden moeten leiden tot het socialisme.

Het tweede congres vond plaats in juli 1920. Een zeer belangrijk document is een stuk van Lenin dat werd aangenomen door het congres, waarin hij de 21 toetredingsvoorwaarden voor de Komintern uiteenzet. Daarin worden een aantal belangrijke eigenschappen van communistische partijen geformuleerd, op basis waarvan strijd moet worden gevoerd tegen de invloed van het opportunisme, tegen sociaaldemocratische en andere reformistische elementen. Ook noemt het de noodzaak van de strijd tegen het kolonialisme en de steun van nationale bevrijdingsbewegingen, want het kolonialisme werd in de reformistische arbeidersbeweging nog weleens goedgepraat. Een andere belangrijke voorwaarde is dat de partijen georganiseerd moeten zijn op basis van de principes van het democratisch centralisme.

In het kader van dit congres schreef Lenin ook 'De Linkse stroming: kinderziekte van het communisme'. Daarin richtte hij zich tegen bepaalde sectaristische elementen in de Komintern, die overigens mede bij de Nederlandse communisten bestonden. In deze linkse opportunistische stroming werd bijv. de deelname van communisten aan het burgerlijke parlement principieel afgewezen. Lenin wees erop dat communisten verschillende vormen van strijd moeten gebruiken, inclusief deelname aan het burgerlijke parlement, afhankelijk van de concrete omstandigheden.

Er zijn nog veel meer aspecten die we zouden kunnen noemen, maar het doel is om te tonen hoe de Komintern bijdroeg aan het vormen van communistische partijen en het bestrijden van revisionisme en dogmatisme.

Het eenheidsfront van werkers

Na de Oktoberrevolutie vonden ook in een reeks andere landen pogingen tot socialistische revoluties plaats, waaronder in Finland, Duitsland en Hongarije. Na 1920 werd duidelijk dat de nederlagen van deze revolutionaire opstanden resulteerden in negatieve krachtsverhoudingen. De burgerij stabiliseerde haar macht en communisten werden vervolgd, wat openlijke aanwezigheid op de werkplekken en in de vakbonden soms moeilijk maakte. De sociaaldemocraten hadden ondertussen juist weer grote invloed kunnen krijgen op de vakbeweging.

Op het derde congres in 1921 stond de vraag dus centraal hoe de communisten in deze nieuwe niet-revolutionaire omstandigheden moesten opereren. Hiervoor werd de eenheidsfrontstrategie ontwikkeld. Dat wil zeggen dat communisten ernaar streven onder niet-revolutionaire omstandigheden de gezamenlijke strijd van arbeiders te bevorderen, ondanks verschillende politiekeopvattingen. In dat kader werd ook de Rode Internationale van Vakbonden of Profintern opgericht, met als doel de vakbeweging te hergroeperen op een revolutionaire lijn.

Na het derde congres was de inhoud van het eenheidsfront en de houding ten opzichte van de sociaaldemocratie een belangrijk strijdpunt binnen het Uitvoerend Comité van de Komintern en de nationale partijen. Het eenheidsfront was aanvankelijk bedoeld om de invloed van de communisten in de werkende massa te versterken en ze los te maken van de invloed van de sociaaldemocratie, meer in het algemeen van de burgerlijke ideologie. Sommigen interpreteerden het eenheidsfront echter als een poging om de lijn van sociaaldemocratische partijen te veranderen en om samenwerking van bovenaf tussen sociaaldemocratische en communistische partijen te bewerkstelligen.

De sociaaldemocratie werd daarbij opgedeeld in een 'linkse' en een 'rechtse' sociaaldemocratie. Dat zijn overigens opvattingen die ook vandaag, in andere omstandigheden, nog leven in Nederland, waarbij sommige groepen illusies hebben over het karakter van sociaaldemocratische partijen zoals de SP. Lenin bekritiseerde degenen die het eenheidsfront zagen als een strategisch bondgenootschap met de sociaaldemocratie: "De vertegenwoordigers van de Tweede en Tweeënhalve Internationale hebben een eenheidsfront nodig, omdat ze hopen ons te verzwakken door ons ertoe te bewegen buitensporige concessies te doen (...) zij hopen de eenheidsfronttactiek te gebruiken om de werkers ervan te overtuigen dat de reformistische tactieken correct zijn en de revolutionaire tactieken fout. Wij hebben het eenheidsfront nodig omdat we de werkers hopen te overtuigen van het tegenovergestelde."4 Aan het andere uiterste zaten weer degenen die het verenigde arbeidersfront helemaal verwierpen.

Het antifascistisch volksfront

Het opkomende fascisme in de jaren '30 had grote impact op de internationale communistische beweging. Hoe moesten de communisten omgaan met het opkomende fascisme? En wel in een tijd van een economische crisis en sterk toenemende tegenstellingen tussen imperialistische machten, die overigens allemaal als doel hadden de Sovjet-Unie weg te vagen.

De strategie die de overhand kreeg was dat er brede antifascistische volksfronten gevormd moesten worden, die als doel zouden hebben het vormen van regeringen via het parlement, om te voorkomen dat fascistische regeringen aan de macht zouden komen die een agressievere houding zouden hebben tegenover de Sovjet-Unie. Het zevende congres in 1935 formuleerde bepaalde eisen die daaraan gesteld werden. Maar in de praktijk werden vaak verregaande concessies gedaan aan sociaaldemocratische en andere burgerlijke krachten. Helaas hebben de volksfronten in de praktijk noch de opkomst van het fascisme noch de oorlog kunnen voorkomen. In 1943 werd de Komintern ontbonden.

Toch leverde de Komintern een belangrijke bijdrage aan de strijd van de progressieve krachten tegen fascisme en oorlog. Bijvoorbeeld in de Spaanse burgeroorlog (1936-1939), die een aanloop was naar de Tweede Wereldoorlog. De Komintern organiseerde de Internationale Brigades, een van de grootste uitingen van internationale solidariteit in de vorige eeuw, waarover in een andere toespraak meer verteld zal worden.

Vandaag maken de toenemende tegenstellingen tussen imperialistische machten en de opkomst van extreemrechts het noodzakelijk de strategie van de Komintern in deze periode tegen de aankomende oorlog en het imperialisme kritisch te bestuderen.

De internationale communistische beweging na de Tweede Wereldoorlog

Na de opheffing van de Komintern vond samenwerking plaats middels het Cominform (1947-1956) en verschillende internationale bijeenkomsten van communistische partijen. Om de situatie van de internationale communistische beweging vandaag te begrijpen is het de moeite waard enkele naoorlogse ontwikkelingen te noemen.

Allereerst moeten we opmerken dat de antifascistische strijd in Centraal- en Oost-Europa leidde tot de omverwerping van de burgerlijke macht, vaak mede dankzij de bijdrage van het Rode Leger. Maar elders lukte het niet om de strijd tegen de imperialistische oorlog of de nationale bevrijdingsstrijd (in de koloniën) om te zetten in een strijd voor verovering van de macht.

Ten tweede krijgt tussen 1960 en 1990 het zogenaamde eurocommunisme de overhand in een reeks partijen. Het betreft een opportunistische stroming waarbij, onder het mom van bijzondere nationale omstandigheden, de revolutionaire weg overboord wordt gegooid en het vormen van anti-monopolistische, democratische regeringen binnen het kapitalisme als doel wordt gesteld. Soms deden partijen dat openlijk in een reformistisch kader, dus om via parlementaire hervormingen het socialisme te bereiken. Andere partijen presenteerden het als een tussenstap in een revolutionair proces. De Italiaanse, Franse en Spaanse partijen zijn voorbeelden van grote communistische partijen die met het eurocommunisme werden omgevormd tot sociaaldemocratische partijen, maar de invloed van deze standpunten was wereldwijd merkbaar.

Ten derde kregen bepaalde opportunistische standpunten langzaam de overhand in de Communistische Partij van de Sovjet-Unie vanaf het 20ste congres in 1956, waarin bijv. de zogenaamde 'democratische weg naar het socialisme' geaccepteerd werd, wat wil zeggen via het burgerlijke parlement. Wellicht dat de naoorlogse krachtsverhoudingen te positief werden ingeschat en het imperialisme werd onderschat. In de volgende decennia werden langzaam kapitalistische elementen geherintroduceerd in de economie. Dit leidde uiteindelijk tot de contrarevoluties rond 1990. In de omstandigheden van de opbouw van het socialisme, ontplooit het opportunisme zich namelijk tot een contrarevolutionaire kracht.

De contrarevolutie was een zware nederlaag. Veel communistische partijen werden verder omgevormd tot sociaaldemocratische of hieven zichzelf op, zoals de CPN. Het is belangrijk om te beseffen dat de oorzaak van de contrarevoluties en de crisis in de internationale beweging ligt in het opportunisme, en niet andersom.

Internationale samenwerking door NCPN en CJB in de strijd voor de heropbouw van de internationale communistische beweging

De internationale communistische beweging heeft de crisis sinds de contrarevolutie nog niet kunnen overwinnen. Maar er worden wel zichtbare stappen vooruit gemaakt en er zijn verschillende vormen van internationale samenwerking die daaraan bijdragen, waar de NCPN en CJB consequent aan meedoen, ondanks onze beperkte middelen.

Sinds 1998 is er de jaarlijkse Internationale Bijeenkomst van Communistische en Arbeiderspartijen (IMCWP). Dit jaar vond deze plaats in Izmir (Turkije) met als thema: '100ste viering van de oprichting van de Communistische Internationale; de strijd voor vrede en socialisme gaat door!' Noemenswaardig is dat een reeks partijen samenwerkt en een theoretisch blad uitgeeft, de International Communist Review, waarin verschillende vraagstukken worden behandeld. De NCPN schrijft daar niet voor, maar het is zeker de moeite waard om die te bekijken.

Daarnaast is er een jaarlijkse Europese Communistische Bijeenkomst die plaatsvindt op initiatief van de Communistische Partij van Griekenland (KKE). Deze vond op 9 december plaats, en ging vooral over anticommunisme en geschiedvervalsing door de EU, alsmede de hergroepering van de arbeidersbeweging. Er is ook een nauwer samenwerkingsverband onder de naam Communistisch Initiatief, waar de NCPN (nog) geen lid van is maar dat we wel volgen.

De CJB doet de laatste jaren consequent mee aan de Bijeenkomst van Europese Communistische Jongerenorganisaties (MECYO), dat dit jaar plaatsvond in Oostenrijk. De CJB heeft een waarnemersstatus bij de Wereldfederatie van Democratische Jeugd (WFDY).

Op die internationale bijeenkomsten wisselen communistische partijen informatie uit over de actuele ontwikkelingen in hun landen, delen ze praktische ervaringen uit de strijd en wordt van gedachte gewisseld over allerlei vraagstukken. Het Internationaal Bureau van de NCPN en CJB dat de afgelopen jaren is opgebouwd plant het internationale werk van de partij en CJB, bespreekt de internationale ontwikkelingen en probeert deze collectief te maken in de partij.

Waar we als NCPN echter echt trots op mogen zijn is dat we jaren geleden het initiatief namen tot de organisatie van de Vierlandenconferentie. Een unieke vorm van samenwerking in de internationale communistische beweging, waarbij we met de Duitse, Luxemburgse en Belgische kameraden jaarlijks zeer open ervaringen uitwisselingen en discussies voeren. Dit jaar vond de Vierlandenconferentie plaats in maart in Brabant.

Internationale solidariteit vandaag

De geschiedenis van de arbeidersbeweging laat duidelijk zien: tegenover de kapitalisten en hun imperialistische bondgenootschappen, zoals de EU en de NAVO, die geweld en oorlog niet schuwen om hun winsten veilig te stellen, staan de gewone mensen, die verlangen naar een maatschappij zonder oorlogen, armoede en uitbuiting. Tegenover het imperialisme staan de arbeidersbeweging en de communistische partijen, die strijden tegen oorlog en imperialisme, voor vrede en socialisme.

De NCPN en CJB strijden tegen imperialistische oorlogen, zijn solidair met het volk van Syrië dat al acht jaar lijdt onder de imperialistische oorlog en het volk van Jemen. We zijn solidair met volkeren die te maken hebben met bezetting zoals in Palestina en Cyprus. We veroordelen elke inmenging in de interne aangelegenheden van andere landen en zijn solidair met het volk van Venezuela en Bolivia. We strijden tegen de economische blokkade van Venezuela en zijn actief in de campagne Handen af van Venezuela. We zijn solidair met socialistisch Cuba en eisen een einde aan de decennia durende blokkade door de VS. We strijden tegen anticommunisme en de poging communistische partijen te verbieden en communisten te vervolgen in Polen en andere landen.

100 jaar Komintern - de strijd voor vrede en socialisme gaat door

De successen en de fouten van de Communistische Internationale bieden belangrijke lessen voor de strijd van vandaag tegen kapitalisme, fascisme en oorlog. Uitvoerige studie van de geschiedenis van de Nederlandse en internationale communistische beweging is noodzakelijk om te leren en foute standpunten te overwinnen, om onze theorie te verrijken en onze praktijk teverbeteren. De Communistische Internationale is een symbool van internationale solidariteit en proletarisch internationalisme, en met die principes zetten de NCPN en CJB de strijd voor vrede en socialisme voort.

©MANIFEST KRANT van de NCPN
Haarlemmerweg 177, 1051 LB, Amsterdam, tel.: 020-6825019