MOOIE WOORDEN: De meerkoet en de eend

i-005-012.jpg i-005-013.jpg
TRUKE

Rinze Visser

In de herfst van 2019 kwamen wij in het bezit van het boek dat gaat over zijn liefde voor de natuur. Dit boek is een cadeau van de Openbare Bibliotheek, ter gelegenheid van Nederland Leest 2019. Dat de schrijver/kunstenaar Jan Wolkers een groot natuurliefhebber was, mag bekend zijn.

Al bij het lezen van het voorwoord van Ronald Giphart en ook later bij het verder lezen over het redden van dieren, kwamen bij mij herinneringen op: het redden van een meerkoet en een wilde eend.

Het was in die jaren dat ik werkte bij de 'zuiderzeewerken'. Zo werd dat toen in ons oude vissersdorp nog genoemd. De Zuiderzee was toen al tientallen jaren IJsselmeer. We voeren op een schip dat door een zandzuiger naar boven gehaald zand naar de losplaats vervoerde. Zo'n schuit werd een 'bak' genoemd. Bakschipper dus. Dat was ons beroep.

Het was al enige tijd erg koud. Plotseling viel de vorst in. En behoorlijk ook. Het al heel koude water begon te veranderen in ijs. En dat ging heel snel. De bedrijfsleiding, geschrokken door die snelle ijsvorming besloot om al drijvend en varend materieel zo snel mogelijk naar de kant te halen. Wij kwamen met nog een aantal bakken aan een talud te liggen, zodat tussen bak en de oever nog aardig wat water was. In dat water lag een meerkoet, vastgevroren zodat-ie niet meer weg kon. Het ijs was echter nog vrij dun zodat je er niet op kon staan. Moeilijk om het beestje te bevrijden. Gelukkig lag de meerkoet daar waar het schip met een touw aan de oever was vastgemaakt. Hangend met één hand aan dat touw, mijn benen door collega's vastgehouden, gewapend met een broodmes kon ik net bij het ijs komen. Met het mes het ijs rondom de vogel kapotmakend kon de vogel bevrijd en naar boven gehaald worden.

We stonden op het punt om naar huis te gaan. In de vorstverlet. In een doosje met wat stro, met daarin de ongelukkige meerkoet, reden we richting Friesland. Thuis gekomen moest het plan waarvoor de vogel was bevrijd en meegenomen uitgevoerd worden. Wij woonden - nu nog overigens - in de buurt van de poldersluis, tussen het 'zeewater' van het IJsselmeer en het Noordoostpolderwater - het kanaal-, met vele meters hoogteverschil. Door het spuien was er steeds stromend water, waardoor dat deel van het kanaal in de buurt van de sluis niet bevroor. Open water dus, waar onze meerkoet losgelaten zou moeten worden. Met mijn jongste zoon - een echte vogelliefhebber - ging ik naar dat open water. We lieten hem los in het water. Verderop zwommen op een kluit vele tientallen meerkoeten rond. Onze meerkoet zwom in die richting, maar bleef op gepaste afstand van zijn soortgenoten. Hij zwom om de andere meerkoeten heen. Met elk rondje iets dichterbij. Tot we 'm niet meer zagen omdat-ie opgenomen was in de 'kudde'.

In de strenge winter van 1989 hadden de vogels, en dan vooral die watervogels, het heel moeilijk. Veel ijs en ook heel veel sneeuw. Het open stuk water was kleiner dan in andere winters, maar het was er. Heel veel vogels en weinig te eten. Vogelwachters brachten bijvoer, waaronder ook visafval van de visfabriek. Wat was het koud toen! Ons zoontje - de vogelliefhebber - redde toen meerdere vogels van de dood. Hij nam ze mee naar huis om aan te sterken. Op een avond wilde hij naar de walkant bij de sluis om meer vogels mee naar huis te nemen. Het was pikkedonker. Daarom ging ik met hem mee. Allebei namen we toen twee vogels onder onze jas mee naar huis. De vogels waren er niet best aan toe. Eentje, een wilde eend, was op sterven na dood. Bijna ingevroren, maar er zat nog leven in. Hij werd in de keuken apart gezet. In een doos met stro. Gaten in de doos. Een steen erbovenop. Eigenlijk niet nodig, want het arme beest zou de volgende ochtend toch wel niet halen.

De volgende ochtend, het was op een zondag, was ik als eerste op. Dus direct naar de al opgegeven vogel. Met de bijna zekerheid dat-ie dood zou zijn. De steen van de doos gepakt. En wat bleek? Wat we niet voor mogelijk hadden gehouden, was mogelijk. Wat gebeurde er? Springlevend vloog-ie uit de doos. Hij wilde naar buiten en vloog naar de woonkamer tegen het raam aan en viel naar beneden. Een stuk of drie bloempotten stortten naar beneden. Een ravage, overal modder en potscherven. Hij was te levendig, zodat ik 'm niet te pakken kon krijgen. Hij vloog terug richting het keukenraam. Zelfde ravage. Van het lawaai werd ook de rest van de familie wakker.

De trouwe lezers/lezeressen van dit nog veel te weinig gelezen blad hebben nu al minstens één keer gedacht: wat is er met deze schrijver? Is hij apolitiek geworden? Gaat het niet meer over waar in dit land iedereen over spreekt of over zijn lotgevallen in de gemeentepolitiek? Is hij een columnist geworden die alleen nog over ditjes-en-datjes schrijft? Ik kan u geruststellen. Wat ik deze keer aan het papier heb toevertrouwd heeft met iets heel belangrijks te maken.

Bij die meerkoet in het ijs, die in een stukje open water losgelaten werd en die heel behoedzaam de menigte opzocht en daarin werd opgenomen, dacht ik ook aan het integreren van mensen in een samenleving. Dat het uiteindelijk goed zal komen. En de dood gewaande eend. Niemand die er nog een cent voor gaf. En wat bleek? Toen de moed al bijna opgegeven was: springlevend! Wie maalt er nog om wat rommel in keuken en woonkamer? Was de meerkoet niet een vluchteling, een migrant? Was de wilde eend niet de communistische partij, het communisme, het socialisme? Afgeschreven, maar taai! Uit de as herrezen! Beeldspraak? Jan Wolkers kon het beter. Maar toch!

©MANIFEST KRANT van de NCPN
Haarlemmerweg 177, 1051 LB, Amsterdam, tel.: 020-6825019