De nieuwe conservatieven en hun valse beloften

i-007-014.jpg
President Trump schudt de hand van de Engelse premier Boris Johnson tijdens de NAVO-bijeenkomst in London op 4 december jl. (Foto: ZLV)

Greg Godels

"De geschiedenis herhaalt zich" is een beroemde uitspraak van Marx. "De eerste keer als tragedie, de tweede keer als klucht." Maar soms zijn zelfs door een herhaling veel mensen met stomheid geslagen.

De meeste commentatoren die de opiniepagina's vullen van de belangrijkste nationale media, presenteren het falen van de Britse Labour Partij bij de recente verkiezingen als een voorteken van de 'ramp' die de Democraten te wachten zal staan, als ze Bernie Sanders of een vergelijkbare politicus zouden nomineren om het op te nemen tegen president Trump. Dat, denken zij, zou de 'klucht' zijn die wordt voorspeld door het verlies van Corbyn.

Maar er zijn ook een paar bedachtzame koppen, wijzere denkers, in de media die de vaak meer subtiele boodschappen van de geschiedenis beter begrijpen. Volgens Gerald Seib, hoofdredacteur in Washington van The Wall Street Journal (WSJ), en zijn collega Stephen Fidler, een Britse veteraan van de Financial Times en Reuters, doet de overwinning van Boris Johnson denken aan een andere parallel: de verkiezingsoverwinning van Donald Trump. En ze vinden veel aanwijzingen dat deze parallellen overlopen van betekenis en dat ze meer zijn dan alleen maar een toevallige samenloop van omstandigheden.

In het artikel 'Britse verkiezingen tonen nieuwe versies van conservatisme' (WSJ 14-15 december 2019), betogen Seib en Fidler dat we een nieuw tijdperk zijn binnengegaan, met nieuwe kiezersgroepen, herschikkingen, filosofieën en beleid: "De grote verkiezingsoverwinning van Boris Johnson deze week is een nieuwe nagel aan de doodskist van het type conservatieve politiek dat in de personen van Ronald Reagan en Margaret Thatcher vier decennia geleden voor het eerst aan de macht kwam... [De] beweging in het Westen is nu duidelijk meer populistisch en nationalistisch geworden, en spreekt opvallend meer kiezers uit de arbeidersklasse aan. Fiscale terughoudendheid, ooit een hoofdbeginsel van conservatisme, doet er minder toe; het herschrijven van de regels die de wereldeconomie hebben beheerst, is belangrijker."

Het artikel portretteert een rechtsverankerde beweging in haar proces van een verschuiving naar een smaller, meer geïsoleerd, protectionistisch nationalisme. Een nationalisme dat globalisering veracht en, niet gehinderd door de noodzaak van fiscale bezuinigingen en marktdogma's, de arbeidersklasse verleidt met beloften van verandering en minachting voor liberale elites. Zoals Thatcher en Reagan in het verleden, zijn Trump en Johnson nu prominente boegbeelden van dit nieuwe conservatisme. Maar er zijn ook rijzende sterren aan de macht, of zij delen de macht, in Hongarije, Italië en Polen. Zelfs buiten Europa omarmen de Indiase premier Modi, de Japanse premier Abe, president Bolsonaro in Brazilië en president Piñera in Chili vele kenmerken van het nieuwe conservatisme.

Seib en Fidler zijn opmerkzaam, ze zien dat Trump en Johnson meer zijn dan een aberratie, meer dan een vluchtige verandering van het zakelijke Republicanisme en 'marktfundamentalistisch' conservatisme. Ze wijzen op hun opportunistische spel, met een basis van kleinburgers en kiezers uit de arbeidersklasse die zijn uitgeknepen door de wereldwijde herstructurering van de heersende klasse en zijn verpletterd in de finale daarvan, de ineenstorting van 2007-2009: "Beiden, Trump en Johnson, maakten en maken gebruik van de afkeer van de arbeiders en de middenklasse van de financiële enpolitieke elites, die zich volgens de kiezers niet bewust waren van de schrijnende gevolgen van de wereldwijde economische trends voor de werkers in het eigen land. Brexit was het symbool van die grieven in Groot-Brittannië, in de VS waren handelsbetrekkingen met China en Mexico de symbolen die Trump gebruikte."

Seib en Fidler merken op dat Trump en Johnson "... hun politieke voorstellen hebben doorspekt met beloftes over vrijere publieke uitgaven, om de woede van de midden- en arbeidersklasse, over de offers die zij hebben moeten maken na de financiële crisis, te kanaliseren." Ze beargumenteren dat Johnson "... tradities van de linkse Labour Party heeft gestolen", met zijn beloften van "meer uitgaven voor de volksgezondheidsdiensten, scholen, politie en infrastructuur." Trump, een van de pijlers van het twintigste-eeuwse conservatisme trotserend, "... heeft het federale begrotingstekort van de VS zien stijgen tot ongeveer een biljoen dollar per jaar, maar hij kan dit doen omdat lage rentetarieven dergelijke leningen minder pijnlijk maken. Johnson heeft de 'staatsportemonnee' met een soortgelijke insteek versoepeld."

De stelling van Seib en Fidler is dat, sinds de crash van 2007-2009, sommigen ter rechterzijde daaruit lessen hebben getrokken en een nieuwe politieke benadering hebben geconstrueerd, zich openlijk afkerend van internationalisme, globalisering, bezuinigingen en onbegrensde markten. Ze 'verkopen' deze politieke koerswijziging slim en opportunistisch aan een beschadigde, ontevreden en boze arbeidersklasse en kleinburgerij als een opluchting. Natuurlijk zijn er nog steeds conservatieven die verknocht zijn aan de marktfundamentalistische, globalistische benadering van Reagan en Thatcher, wat door velen (in positieve of negatieve zin) is/wordt benoemd als 'globalisering' en 'neoliberalisme', maar het nieuwe conservatisme is duidelijk aan het groeien.

Liberalen zullen emmeren dat Seib en Fidler de rol die vreemdelingenhaat heeft gespeeld, in de aantrekkingskracht van de Nieuwe Conservatieven en de Johnson-verkiezing, hebben gebagatelliseerd. Ongetwijfeld spelen racisme en anti-immigratiesentimenten een rol. Maar de Ipsos Mori-peilingen tonen aan dat ten tijde van het Brexit-referendum in 2016 ongeveer 40 procent van de kiezers dacht dat immigratie het belangrijkste probleem was waarmee ze geconfronteerd werd, terwijl dat aantal is gedaald tot ongeveer 10 procent vóór de recente verkiezingen.

Ironisch genoeg heeft de Reagan/Thatcher-doctrine, die de afgelopen ruim dertig jaar de politieke wereld heeft veroverd, zich ondertussen stevig genesteld in de sociaaldemocratie en het politieke liberalisme. De overwinning op Keynesiaans fiscaal interventionisme door de 'derde weg'-bekeerlingen en de 'nieuwe Democraten' maakt hen nu tot de meest toegewijde verdedigers van vrije markten, internationale instellingen, evenwichtige begrotingen, besparingen en onbeschermde, gedecentraliseerde arbeidsmarkten. Omdat de centrumlinkse partijen van de ontwikkelde kapitalistische landen de marktfetisjistische ideologie van de late twintigste eeuw zo gemakkelijk accepteerden en omarmden, zitten ze nu vast in een hoek die juist die filosofie verdedigt die grote schade heeft gebracht voor de werkende klasse, een filosofie die nu steeds meer verdwijnt in de achteruitkijkspiegel van de nieuwe conservatieven.

Terwijl de nieuwe conservatieven hun opvattingen vernieuwden in de nasleep van de crisis van 2007-2009, hielden de meeste liberalen en sociaaldemocraten voet bij stuk, met dezelfde kaarten in handen die ze aangereikt kregen bij de Reagan/Thatcher 'revolutie'.

Terwijl kiezers zich tegen de oude doctrine keren, die een economische chaos heeft veroorzaakt van een sinds de Grote Depressie ongekende omvang, zoeken ze verandering waar ze die maar kunnen vinden. In de VS dachten ze die te vinden door Barack Obama te kiezen. Die keuze bleek ongegrond: verdere versterking van de heerschappij van de elite en meer bezuinigingen (beslaglegging!). Als gevolg daarvan kreeg Trump een kans.

Establishment Democraten (d.w.z. bedrijfsdemocraten) (Corporate Democrats) geloven dat Trump ook zal falen. Natuurlijk hebben ze gelijk, het nieuwe conservatisme biedt alleen lege beloften en nepoplossingen. Maar de leiders van de Democratische Partij zijn dwaas, als ze denken dat het falen van Trump een massale terugkeer zal veroorzaken naar een Democratische Partij die Reagan/Thatcher-politiek serveert. Naar een partij geketend aan een economie die eerst voor de bedrijven zorgt en de restjes voor de bevolking overlaat en fiscale bezuinigingen doorvoert. Een terugkeer naar een uitgemergelde welvaartsstaat, waar de markt het uiteindelijke mandaat heeft voor alle economische beslissingen.

Het is duidelijk dat de leiders van de Democratische Partij liever Trump aanvallen, vanwege zijn gebrek aan trouw aan de presidentiële mythologie of door gekunstelde fabels zoals 'Russia Gate', terwijl ze echte politieke veranderingen vermijden, waarmee ze een electoraat dat naar verandering verlangt zouden kunnen winnen. De resultaten zullen waarschijnlijk desastreus zijn voor diegenen die dringende oplossingen nodig hebben. Maar partijbonzen zien liever Trump winnen dan dat zij hun fervente verdediging van 'het kapitaal boven alles' opgeven.

Op vergelijkbare wijze is de erfenis van Margaret Thatcher, overgenomen onder het voormalige leiderschap van Tony Blair, zo stevig geworteld in de Labour Party dat veel van haar leidende figuren liever de opstandige Corbyn zagen verliezen dan dat ze die erfenis opgeven.

Progressieven moeten zich serieus afvragen of centrumlinkse partijen, zelfs sociaaldemocratische partijen met een nieuw imago, een politiek programma kunnen bieden of overtuigend kunnen brengen, dat de slachting aanpakt die wordt aangericht door een steeds disfunctioneler kapitalisme, een programma dat werkende mensen zou kunnen wegtrekken van de valse hoop van het nieuwe conservatisme. Wanneer de oude politiek grondig in diskrediet is gebracht, is een nieuwe politiek op zijn plaats. Die nieuwe politiek moet worden opgebouwd rond de weg naar socialisme, het enige pad dat werkende mensen wegleidt van verraad en demagogie.

ZZ's Blog, 23 december 2019, , vertaling J.Bernaven.

©MANIFEST KRANT van de NCPN
Haarlemmerweg 177, 1051 LB, Amsterdam, tel.: 020-6825019