Een schaamteloze beschermheer van de heersende klasse

Greg Godels

Na de teloorgang van de Sovjet-Unie en de Europese socialistische landen waren de Amerikaanse regering en haar Koude Oorlog-bondgenoten in een feeststemming. De militantste vijanden van de kapitalistische orde ontbraken nu op het speelveld. Was dit een tijdelijke terugval? Zou het socialisme opnieuw opkomen? Zou de Volksrepubliek China blijven flirten met kapitalistische economische relaties? Heeft de tegenslag van het socialisme een diepere betekenis voor de loop van de geschiedenis?

Een jaar na de ontbinding van de Sovjet-Unie 1992) schreef een toen nog relatief onbekende promovendus, werkzaam voor de RAND Corporation[1], een boek, waarin hij de 'overwinning' van het kapitalisme en de westerse democratie over het socialisme beschreef als het 'einde van de geschiedenis', de aankomst van de mensheid op haar politieke en economische bestemming.

Veel intellectuelen in de VS waren dergelijke grote betogen uit de weg gegaan, maar deze Francis Fukuyama[2] verklaarde stoutmoedig dat de geschiedenis de grote ideologische geschillen van de twintigste eeuw had beslecht, ten gunste van het kapitalisme en haar versie van democratie. Het boek 'Het einde van de geschiedenis en de laatste man', hoewel nauwelijks een grote bestseller, maakte indruk op de heersende klasse en haar 'hovelingen', met zijn pretentieus Hegeliaans kader, geïnterpreteerd via het werk van de beslist niet-radicale Alexandre Kojève. Fukuyama's conclusies waren erg naar hun zin. Via hem verwierven kapitalistische beroemdheden intellectuele gravitas [serieus en waardig, met diepgang, nvdv], hoewel ongetwijfeld maar weinigen de verbastering van de argumentatie van het marxisme echt begrepen.

Als beloning voor zijn diensten aan het kapitalisme kreeg Fukuyama meerdere hoogleraarschappen aan onder meer George Mason, Johns Hopkins en Stanford. Sindsdien wijzigde hij sluw en opportunistisch zijn politieke visie, al naargelang de heersende politieke stroming en ontwikkelingen van de dag: eerst steunde hij de oorlogen van Bush, om zich daar vervolgens tegen te keren en vervolgens weer een draai te maken om Barack Obama te steunen. Welke beweging het sentiment van de heersende klasse maakt, daarheen beweegt ook Francis Fukuyama.

Het zou dus geen verrassing moeten zijn dat professor Fukuyama zich opnieuw ten dienste van de heersende klasse heeft gesteld.

Zijn recente politieke uitstapje vereist geen uitdagende studie van Hegel, het is simpelweg de verdediging van het mechanisme waarmee de heersende klasse instemming en controle oplegt aan het leven van zijn 'onderdanen'. 'American Liberty Depends' on the 'Deep State' [nvdr: artikel in The Wall Street Journal, 20-12-19][3] is een ongegeneerd pleidooi voor het verhaal dat de niet-gekozen vertegenwoordigers van de staat de echte dagelijkse leiding zouden hebben over het besturen van de kapitalistische staat. Fukuyama wijst het idee van de hand dat deze medewerkers voor iets anders zouden kunnen werken dan voor de belangen van de bevolking. Tegelijkertijd spot hij met het idee dat toezicht en waakzaamheid - democratische controle - toegepast kan worden op diegenen die de bureaus, organisaties en handhavingsinstanties bemensen.

Voor Fukuyama heeft de ruime definitie van de inmiddels populaire term, 'de diepe staat', betrekking op alle niet-gekozen werknemers van de federale overheid, die "professioneel, deskundig en niet-partijgebonden zijn..." en"... wier primaire loyaliteit niet ligt bij de politieke baas die hen heeft benoemd, maar bij de grondwet en een hoger besef van het algemeen belang."

Fukuyama vraagt ons om daarbij te denken aan: 'NASA, de National Oceanic and Atmospheric Administration [meteorologie en oceanografie], the Centres for Disease Control and Prevention [ziektebestrijding en preventie]...' Naast deze onschadelijke, aantoonbaar niet-politieke instellingen, voegt hij - bijna als een bijzaak - ook nog toe: 'geüniformeerde militairen ... de Federal Reserve [centrale bank]... het ministerie van Buitenlandse Zaken,' instellingen die zowel een politieke rol hebben te spelen, dus een politiek karakter hebben, als een geschiedenis hebben van politieke interventies. Hij zou de CIA, de NSA en de FBI ook toegevoegd kunnen hebben, ware het niet dat deze zeer duidelijk elke geloofwaardigheid van zijn bewering van niet-partijdigheid zouden hebben ondermijnd.

Als Fukuyama gelijk zou hebben met zijn vleierij over de dienaren van de kapitalistische staten, met zijn getuigenis van hun integriteit, zou hij verklaringen moeten geven voor, bijvoorbeeld, de lange, verderfelijke carrière van FBI's J. Edgar Hoover en zijn werknemers, beruchte misbruikers van civiele en politieke rechten. Hij zou eeuwen van gerechtelijke en handhavingsmisdrijven moeten verantwoorden, evenals de geschiedenis van blindheid van de ambtenarij voor racisme, seksisme, homofobie en klassenongelijkheid en institutioneel kwaad van de overheid, zoals segregatie, massale opsluiting, surveillance en tal van andere schendingen van het algemeen belang.

En natuurlijk zijn de eindeloze oorlogen en ontelbare slachtoffers ook onbetwistbaar het werk van overheidsinstanties of vereisen ze op zijn minst hun instemming. Zeker, de ambtenaren die de nazi-vernietigingskampen runden, waren ook 'professioneel, deskundig en niet-partijgebonden' in hun toewijding, hoewel hun gedrag niet bepaald in het belang van de mensen was.

Het is pure politieke romantiek om de politiek benoemde ambassadeurs en hun door de CIA geïnfecteerde ambassadestaf, de op baantjes jagende medewerkers van het congres, de obsceen lobbyende bureauleiders, de kliek van gecompromitteerde adviesraden, de politieke partijfunctionarissen, de op winst gerichte overheidsadviseurs en aannemers en de rest van de federale bureaucratie af te schilderen als niet-politiek en doordrenkt van toewijding aan verheven waarden.

Professor Fukuyama, de enthousiaste verdediger van de kapitalistische heersende klasse en haar hofhouding, toont hiermee zijn minachting voor democratie. Bovendien is die verdediging duidelijk nauw verbonden met wantrouwen van heerschappij door het volk.

In de jaren 1820 werd het stemrecht uitgebreid van alleen blanke mannen met eigendom naar alle blanke mannen, waardoor er miljoenen nieuwe kiezers aan het politieke systeem deelnamen. Maar hoe deze massa's te mobiliseren? Andrew Jackson bewerkstelligde dat door hen om te kopen met flessen bourbon, kerstkalkoenen en (het belangrijkste) overheidsbanen... President Jackson verklaarde dat hij moest beslissen wie de bureaucratie diende en dat overheidswerk iets was dat elke gewone Amerikaan kon doen.

Hoe schokkend om te suggereren dat elke man en vrouw zou kunnen deelnemen aan overheidswerk! Omdat Jackson een populistische charlatan was, zoals de huidige Trump, maakte hij misbruik van het feit dat Amerikaanse burgers walgden van het bestuur door de elites. Net als Trump verruilde hij opportunistisch de groeiende ontevredenheid over de heerschappij van de regels van rijkdom en macht, door de 'heerschappij' van wat toepasselijk het 'moeras' wordt genoemd.

Het feit dat miljoenen het recht kregen om te stemmen, verontrustte de Amerikaanse heersende klasse en vervulde hen met angst, in de tijd van Jackson. Dit had tot gevolg dat de 'schoothondjes-media' zich minachtend uitlieten over zijn regering. Net als de racist Trump, bleek de massamoordenaar van Native Americans (inheemse bewoners), Jackson, een cynische misbruiker van massasentiment te zijn, waardoor het verlangen van de bevolking naar een democratisch, egalitair bestuur uiteindelijk onvervuld bleef.

Fukuyama vreest de heerschappij van het volk, zo valselijk beloofd door Jackson: "... de moderne regering was zeer complex en vereiste ambtenaren met opleiding, expertise en een toewijding aan de openbare dienst." Fukuyama suggereert grof en stuitend dat dergelijke eigenschappen over het algemeen niet te vinden zijn onder de massa's. Sterker nog, de heersers en hun slaafse volgelingen zouden een goede elite-opleiding moeten hebben, zij zouden de vaardigheden moeten bezitten die in de eliteschool worden onderwezen, en een nobele toewijding om te dienen ... de roeping van de elites!

De term 'openbare dienst', zoals zoveel hoogdravende maar lege uitdrukkingen geliefd bij politici, schreeuwt om helderheid: openbare dienst voor wie? Fukuyama neemt die vraag nooit in overweging. Hij gaat ervan uit dat wat door degenen aan de top als goed wordt ervaren, goed is voor iedereen. Noblesse oblige! [nvdr: 'adel verplicht', ofwel in modernere bewoordingen: een vooraanstaande maatschappelijke positie en rijkdom brengen bijzondere verplichtingen met zich mee]

Fukuyama blijft de heersende klasse goed dienen. En het is de heersende klasse, en niet een of andere 'diepe staat', die de koers van de Amerikaanse staat bepaalt. Leven in een tijd waarin merken, slogans en memes in de mode zijn, maakt extra aandacht voor woorden en betekenissen van cruciaal belang. Dwars door politieke- en beleidswijzigingen en veranderende omstandigheden heen blijft de Amerikaanse heersende klasse overeind. De samenstelling en kleurnuances kunnen veranderen, maar zij blijven bestaan als beschermer van de private eigendom, de winsten en de bevoorrechten, totdat zij omvergeworpen worden.

Om te doen alsof de staat een eigen entiteit heeft, een diep ingebedde en onafhankelijke instantie die de controle over de staat heeft, impliceert dat die 'diepe staat' ook tijdelijk kan zijn, vervangbaar is of overwonnen kan worden, en dat de staat daarna kan worden teruggebracht naar zijn 'normale' democratische aard. Dat is simpelweg liberale of sociaaldemocratische onzin.

Er zijn 'diepere' elementen van de staat, net zoals er diepere doelen of 'duisterder' activiteiten van de heersende klasse zijn. Maar er is één staat die eigendom is van één heersende klasse.

Ja, de heersende klasse kan onderling conflicten hebben, zelfs splitsen, maar zij blijft zich vastklampen aan de staat om het kapitaal te beschermen en accumulatie te bevorderen. Het erkennen van een vage, mysterieuze, samenzweerderige 'diepe staat' is bedoeld om ons inzicht in de heersende klasse en haar relatie tot de kapitalistische staat te verdoezelen.

De CIA, de FBI, de NSA, de DoD, enzovoort, zijn instellingen van de kapitalistische staat die de heersende klasse dienen, zij vormen geen stelletje afvalligen in de 'diepe staat'.

In zijn consistente dienst aan de heersende klasse wordt Fukuyama helemaal niet verleid om de 'diepe staat' te vrezen, hij weet gewoon wie hij moet verdedigen.

Voetnoten

[1] De RAND Corporation is een van oorsprong Amerikaanse denktank, opgericht in 1946 door de Amerikaanse luchtmacht, onder contract van de Douglas Aircraft Company. In 1948 werd RAND een onafhankelijke organisatie zonder winstoogmerk. RAND is een samentrekking van research and development. Haar onderzoek richt zich op het ontwikkelen van oplossingen voor complexe problemen door multidisciplinaire onderzoeksteams en praktische begeleiding door inzicht te geven in beleidskeuzen en barrières voor beleidsimplementatie. Belangrijke onderzoeksthema's: (nationale) veiligheid, defensie, gezondheid, onderwijs, justitie, bevolkingsonderzoek en internationale economie. Het meeste onderzoek wordt verricht in opdracht van de overheid. (Bron: Wikipedia)
[2] Yoshihiro Francis Fukuyama (1952) is een Amerikaanse socioloog, politicoloog en filosoof. Hij was in zijn carrière nauw betrokken bij het Amerikaanse (buitenland)beleid en was (is) hoogleraar aan meerdere universiteiten. Momenteel is hij onder andere lid van het bestuur van The American Interest Magazine, een tijdschrift over beleid, politiek en cultuur. Hij werd vooral bekend als neoconservatief denker en schreef meerdere artikelen en boeken, onder meer: The End of History and the Last Man (1992), The Great Disruption (1996) en The Origins of Political Order (2011). (Bron: Wikipediahttp://montesquieu-instituut.nl)
[3] Fukuyama is niet de bedenker van de term en theorie over de 'deep state'. In de Verenigde Staten is de 'diepe staat' een samenzweringstheorie die suggereert dat collusie en vriendjespolitiek bestaan binnen het Amerikaanse politieke systeem en een verborgen regering vormen binnen de legitiem gekozen regering. Er worden meerdere oorsprongen genoemd van de term en de theorie en meerdere wetenschappers en schrijvers hebben zich over het onderwerp gebogen, zoals in Nederland Willem Middelkoop en Tim Dollee in hun boek 'Patronen van bedrog. Niets is wat het lijkt'. (2018). Er is ook een spionageserie met de titel 'Deep State', onder meer te zien bij Netflix en Videoland en Ziggo on demand.

ZZ's Blog, 3 januari 2020, vertaling J.Bernaven

©MANIFEST KRANT van de NCPN
Haarlemmerweg 177, 1051 LB, Amsterdam, tel.: 020-6825019