KLASSIEK EN ACTUEEL

"(...) Die Sjaalman is een gemene schooier! Ge moet weten, lezer, dat Bastiaans weer dikwijls niet op 't kantoor komt, omdat hij de jicht heeft. Daar ik nu een gewetenszaak maak van het wegwerpen der fondsen van de firma - Last&Co - want in principes ben ik onwrikbaar, kwam ik eergister op 't denkbeeld dat Sjaalman toch een tamelijk goede hand schrijft, en daar hij er armoedig uitziet, en dus voor matig loon wel zou te krijgen zijn, begreep ik aan de firma verplicht te wezen, op de goedkoopste wijs in de vervanging van Bastiaans te voorzien. Ik ging dus naar de Lange-Leidsedwarsstraat. De vrouw van de winkel was voor, doch scheen me niet te herkennen, schoon ik haar onlangs heel duidelijk had gezegd dat ik mijnheer Droogstoppel was, makelaar in koffie, van de Lauriergracht. Er is altijd iets stuitends in dat niet herkennen, maar omdat het nu wat minder koud is, en ik de vorige keer mijn jas met bont aanhad, schrijf ik het daaraan toe, en trek 't mij niet aan... de belediging, meen ik. Ik zei dus nog eens, dat ik mijnheer Droogstoppel was, makelaar in koffie van de Lauriergracht, en verzocht haar te gaan zien of die Sjaalman thuis was, omdat ik niet weer zoals onlangs wilde te doen hebben met zijn vrouw, die altijd ontevreden is. Maar de uitdraagster weigerde naar boven te gaan. "Ze kon niet de hele dag trappen klimmen voor dat bedelvolk", zeide zij; "ik moest maar zelf gaan zien". En daar volgde weer een beschrijving van de trappen en portalen, die ik volstrekt niet nodig had, want ik herken altijd een plaats waar ik eens geweest ben, omdat ik altijd zo op alles acht geef. Dit heb ik mij aangewend in de zaken. (...)"

Uit: Max Havelaar of De Koffieveilingen der Nederlandse Handelsmaatschappij, Multatuli, 1860.

©MANIFEST KRANT van de NCPN
Haarlemmerweg 177, 1051 LB, Amsterdam, tel.: 020-6825019