Cuba in de frontlinie van de strijd tegen COVID-19

i-004-012.jpg
Een manifestatie van Cubaanse artsen bij het vliegveld van Havana op 25 april jl., voordat zij afreizen naar Zuid-Afrika met een groep van 216 artsen om te helpen bij de Covid19-pandemie. (Foto: ZLV)

Redactie buitenland

In Europa werd zeer laat en in verspreide slagorde gereageerd op het nieuws uit Wuhan. Cuba schoot al in actie met een omvattend preventieplan nog voordat de eerste besmettingen vastgesteld werden. Momenteel houdt het eiland de ziekte goed onder controle en heeft het zelfs de capaciteit om in andere landen - ook in Italië - coronaslachtoffers bij te staan. Hoe doen ze het?

"We hebben de verantwoordelijkheid om het leven en de gezondheid van onze bevolking veilig te stellen en tegelijk om solidariteit te tonen met wie steun nodig heeft overal in de wereld [...] want we hebben altijd gesteld dat wie 'vaderland' zegt tegelijk 'mensheid' moet zeggen", zei de Cubaanse president Miguel Díaz-Canel.

Gratis gezondheidszorg vs. centengeneeskunde

Dat Cuba - een land met een bnp dat 10 keer lager ligt dan dat van België - over een uitstekend gezondheidssysteem beschikt, is algemeen bekend. Alle zorg is daarenboven voor alle Cubanen altijd gratis. Nu gaat 27 procent van de overheidsbegroting naar gezondheidszorg en sociale ondersteuning. Een kankerbehandeling bijvoorbeeld betekent geen financiële strop voor het gezin, zoals vaak het geval is in Europa. Daarom ook dat steeds meer mensen in België (en elders in kapitalistische landen, nvdr) artsenbezoek uitstellen uit armoede.

Preventie en eerste lijn eerst vs. specialisteninflatie Alle gezondheidsindicatoren liggen in Cuba nochtans op EU-niveau, ver boven de waarden in de VS, wat erg uitzonderlijk is voor een economisch 'arm' land dat bovendien onder een steeds strengere blokkade leeft. Die resultaten zijn het gevolg van een nationaal uitgebouwd netwerk dat op de eerste plaats middelen steekt in preventie en vroege opsporing. In scholen en wijkcomités wordt zowel aan educatie rond preventie als aan detectie gedaan. De resultaten stromen door naar de medische opvolging.

Elke wijk heeft zijn 'medico de la familia', een huisartsenpost met een verpleegkundige die consultaties houdt. Maar ook wie zich niet aanbiedt krijgt minstens elk jaar een preventief thuisbezoek van de familiedokter. Voor 65+ is dat halfjaarlijks. Mensen die behandeling nodig hebben, worden verwezen naar de poliklinieken waar alle belangrijke specialismen vertegenwoordigd zijn. Deze poliklinieken zijn, naast de spoedgevallen, de enige weg waarlangs Cubanen zo nodig in een ziekenhuisbed kunnen belanden.

Ziektes worden zo in een vroeg stadium opgespoord en snel behandeld, alleen wie het echt nodig heeft, wordt gehospitaliseerd, waardoor Cuba veel minder ligdagen per hoofd van de bevolking kent dan hier. Zo worden tegelijk ook de kosten gedrukt.

Artsen als werknemers van de overheid vs. zelfstandige ondernemers

Ook onderwijs is in Cuba gratis, inclusief de artsenopleiding. In vergelijking met België ligt het aantal instromers veel hoger en hebben de artsen geen angst om door 'teveel collega's' hun inkomen te zien dalen.

Cuba telt dan ook voldoende huisartsen en geen werkdagen van 12 of 14 uur zoals in Belgische ziekenhuizen bij sommige specialismen blijkbaar de norm is. Te veel werken - en zo de kwaliteit in gevaar brengen - brengt immers geen extra inkomen mee. Alle artsen krijgen er een maandloon en geen honorarium per prestatie.

Internationale solidariteit vs. numerus clausus

"Ons land geeft niet zijn overschot weg maar deelt wat het heeft." "Wie zegt dat hij niet bang is, is een superheld, wij zijn geen superhelden maar revolutionaire artsen", zegt Leonardo Fernandez, Cubaans 'intensive care' arts in Italië, waar nu een grote groep medici helpt.

Cuba stuurt voortdurend contingenten medisch personeel naar andere landen in het zuiden. Vorig weekend stuurde het voor het eerst ook een brigade naar Europa. In Lombardije gaat die haar ervaring inzetten met de strijd tegen Ebola in Afrika (2016) om - samen met Chinese collega's - in een veldhospitaal zwaar zieke COVID-19 patiënten te behandelen.

Meer dan 60.000 Cubaanse gezondheidswerkers zijn momenteel aan de slag in meer dan 60 landen. Dat is meer dan alle internationale ngo's samen. Ze beperken zich daar niet tot consultaties en behandelingen maar werken, waar mogelijk, ook mee aan scholing van verpleegkundigen en artsen en leveren expertise voor de uitbouw van duurzame gezondheidssystemen.

Vaak betaalt Cuba zelf de kosten: bij natuurrampen of epidemieën. Hoewel de mainstream media hun bijdrage vaak 'vergeten' te vermelden, komen ze er meestal als eersten aan en blijven ze er ook langer dan noodploegen uit andere landen én hun cameraploegen.

Soms wordt Cuba voor zijn medische hulp betaald, zoals tot voor kort in Brazilië, tot Bolsonaro de Cubaanse artsen eruit gooide. Dat helpt Cuba het gezondheidssysteem in eigen land en de gratis noodhulp aan andere landen 'up to date' te houden, én om de opleiding van buitenlandse artsen in Havana te bekostigen.

Vorig academiejaar studeerden aan Cuba's Latijns-Amerikaanse School voor Geneeskunde (ELAM) zo'n 500 artsen uit 84 landen af, waarvan de meesten volledig op Cubaanse kosten. ELAM werd in 1999 opgericht en heeft in die 20 jaar bijna 30.000 artsen uit 115 landen opgeleid, waaronder 170 artsen uit de VS. Die namen in ruil alleen het morele engagement op zich om na hun terugkeer te gaan werken in een gemeenschap met bijzondere noden.

Cubaanse interferonen om coronapatiënten te behandelen

Bij de dertig geneesmiddelen die de Chinese Nationale Gezondheidscommissie heeft geselecteerd om het nieuwe coronavirus te bestrijden, zit ook een Interferon Alfa 2b. Dit geneesmiddel wordt sinds 2003 in China geproduceerd door de onderneming ChangHeber, een Cubaans-Chinese joint venture.

Het voorkomt complicaties en het verergeren van het ziektebeeld bij patiënten. Het gaat hier dus niet om een vaccin of een middel om de ziekte te genezen, maar om een medicijn dat wordt ingezet om de impact van de ziekte te verkleinen. Cuba kreeg al aanvragen van meer dan 15 landen om het medicijn te kunnen gebruiken. In Venezuela, Panama en Costa Rica wordt het vandaag al ingezet. De medische brigade die is aangekomen in Lombardije, heeft het ook bij zich.

Geneesmiddelenindustrie van de overheid vs superwinsten voor 'BigPharma'

De Cubaanse overheid opende in de jaren 1980 reeds het Centrum voor Genetische Technologie en Biotechnologie (CIGB). In het onderzoekscentrum wordt de hele wetenschappelijke cyclus vanaf het eerste onderzoek tot en met de productie en commercialisering van de geneesmiddelen uitgevoerd. De eerste doelstelling is de aanmaak van betaalbare geneesmiddelen voor het Cubaansepublieke gezondheidssysteem.

De ontwikkeling van de Cubaanse farmaceutische en biotechindustrie neemt een hoge vlucht. Vandaag worden 569 van de 857 producten op de Cubaanse lijst van geneesmiddelen in eigen land geproduceerd. In 2012 werd BioCubaFarma opgericht als overkoepelend agentschap dat toezicht houdt op de 31 farmaceutische en biotechnologische R&D- (onderzoek & ontwikkeling) en productiefaciliteiten.

Toch worden sommige producten commercieel verkocht in het buitenland zodat het centrum in staat is zijn eigen onderzoek te financieren. Cuba exporteert momenteel farmaceutische en biotechnologische producten naar een vijftigtal landen.

Dat komt ook ten goede aan de meer dan vijf miljard mensen in de wereld die zich de meeste geneesmiddelen van de klassieke farmaceutische bedrijven gewoonweg niet kunnen veroorloven. Zelfs voor de commerciële verkoop van hoogwaardige farmaceutische producten in het buitenland rekent Cuba solidaire prijzen. En de winst die dit Cuba oplevert, belandt niet in de zakken van ceo's en aandeelhouders, maar wordt geïnvesteerd om Cuba's publieke gezondheidszorg voor iedereen gratis en van goede kwaliteit te houden.

In het westen vormen de commerciële belangen van multinationals de drijfveer voor de ontwikkeling en productie van geneesmiddelen, of voor het tegenhouden ervan, als ze geen directe winstperspectieven bieden. In Cuba daarentegen worden producten uitsluitend ontwikkeld als ze in overeenstemming zijn met de gezondheidsbehoeften van de Cubanen en meteen ook nuttig en nodig voor veel andere mensen in het zuiden.

Nationaal coronaplan sinds januari versus wachten op de eerste besmettingen

Cuba heeft niet gewacht op de eerste besmettingen om een coherent nationaal anti-COVID-19-plan uit te rollen. Daarin stond gerichte testing centraal, ook al waren de beschikbare middelen schaars. Al in januari begon een campagne bij de bevolking. Er werden voorlichtingsvergaderingen in de wijken georganiseerd, zodat de Cubanen zich vanaf het begin bewust waren van het belang van de preventiemaatregelen. Vele vrijwilligers worden ingezet om hun buren en collega's deur-aan-deur bewust te maken en te informeren.

Hier geen ontwijkende, relativerende of zelfs stoere politieke verklaringen of pseudo-wetenschappelijke uitspraken over het kweken van groepsimmuniteit, maar van meet af aan duidelijke communicatie zonder paniek te zaaien. Die gecoördineerde vroegtijdige aanpak is vooral te danken aan de structuur en de principes van de Cubaanse gezondheidszorg: participatief, preventief en getrapt - niemand kan op eigen houtje naar de specialist - en centraal gecoördineerd.

Het internationaal toerisme is sinds 24 maart volledig verboden. De 60.000 toeristen die nog in het land zijn, worden volop gerepatrieerd. Dit was geen gemakkelijke beslissing, want het gaat om een cruciale inkomstenbron voor het land.

Uiteraard zal Cuba niet aan corona ontsnappen. Momenteel (24 maart) zijn er 39 besmettingen vastgesteld waarvan 21 mensen gehospitaliseerd. Twee patiënten zijn kritiek en er is één dode - een Italiaan - te betreuren. Cuba telt ongeveer 11 miljoen inwoners.

Cuba gaf iedereen het nakijken door vorige week als enige land positief te reageren op de hulpoproep van de Braemar. Dit is een Brits cruiseschip datgeplaagd werd door een uitbraak van het nieuwe coronavirus. In de Verenigde Staten en verscheidene Caribische landen was deze 'coronaboot' al dagenlang de toegang geweigerd. Alle passagiers konden tot hun grote vreugde toch eindelijk ontschepen in de haven van Mariel (Havana) en werden met bussen en ambulances naar de luchthaven gebracht, vanwaar ze naar het Verenigd Koninkrijk konden vliegen.

Misschien moet de studie van de Cubaanse aanpak verplichte lectuur worden voor de Europese deskundigen en politici?

(*) Bron: Cubanismo.be via 'De WereldMorgen', donderdag 26 maart 2020.

©MANIFEST KRANT van de NCPN
Haarlemmerweg 177, 1051 LB, Amsterdam, tel.: 020-6825019