Lenin over arbeidsmigratie en de migratie vandaag

i-007-015.jpg
Op 2 mei jl. in Bhopal, India, wachtten treinreizigers op een van de weinige treinen richting de geboortedorpen. Veel arbeidsmigranten die van het platteland komen, zijn het werk in de grote steden kwijtgeraakt door de lockdown. (Foto: ZLV)

Beate Landefeld

Deel 1 van 3

In 1913 schreef Lenin het artikel 'Kapitalisme en immigratie van arbeiders'. Hij begon met de constatering dat het kapitalisme "een bijzondere vorm van volksverhuizing" heeft voortgebracht. Hogere lonen in de ontwikkelde landen trekken arbeiders uit de achtergebleven landen aan, die zo in verre landen terechtkwamen en met geweld de kringloop van het geavanceerde kapitalisme werden ingetrokken. Daarna beoordeelde Lenin de migratie als volgt: "Er bestaat geen twijfel over dat alleen uiterste ellende de mensen dwingt om hun geboorteland te verlaten en dat de kapitalisten de geïmmigreerde arbeiders op de meest gewetenloze wijze uitbuiten.

Echter alleen reactionairen kunnen de ogen sluiten voor de progressieve betekenis van deze moderne volksverhuizing. Een bevrijding van het juk van het kapitaal zonder verdere ontwikkeling van het kapitalisme, zonder de op deze basis gevoerde klassenstrijd is niet mogelijk en kan ook niet mogelijk zijn. En juist in deze strijd betrekt het kapitalisme de werkende massa's uit de hele wereld, door de kleinburgerlijkheid en achterlijkheid van het lokale leven te doorbreken, de nationale barrières en vooroordelen te vernietigen en arbeiders uit alle landen met elkaar te verenigen in de grote fabrieken en mijnen van Amerika, Duitsland, enz."

Vervolgens beschreef Lenin het migratiegebeuren vóór de Eerste Wereldoorlog. De Verenigde Staten waren met jaarlijks meer dan 1 miljoen het land met de meeste immigranten, waarvan de samenstelling na 1880 verschoof van West-Europese naar Oost-en Zuid-Europese arbeiders. Het Amerikaanse kapitalisme rukte daarmee miljoenen arbeiders uit het achtergebleven Oost-Europa (waaronder Rusland) weg uit hun half-middeleeuwse omstandigheden. Zo werd volgens Lenin "de meest achtergebleven landen van de oude wereld, die in hun hele leefsysteem de meeste overblijfselen van de lijfeigenschap behouden hadden, zo te zeggen met geweld beschaving bijgebracht." Tegelijkertijd citeert hij niet zonder trots de studie van een migratieonderzoeker volgens welke de na de revolutie van 1905 uit Rusland geëmigreerde arbeiders "de geest van gewaagdere offensieve massastakingen ook naar Amerika hadden gebracht".

Een andere verschuiving betrof Duitsland, dat van een emigratieland (naar de VS) veranderd was in een land "dat vreemde arbeiders aantrekt". In 1911/12 waren het voornamelijk Russen en Oostenrijkers. De eersten werkten vooral in de landbouw, de laatsten in de industrie. Hoe meer achtergebleven een land, hoe meer ongeschoolde landarbeiders het levert, aldus Lenin. "De geavanceerde landen maken zich zo te zeggen meester van de beste verdienmogelijkheden en laten de slechtere over aan de weinig beschaafde landen." Rusland moest zo overal en in elk opzicht boeten voor zijn achterlijkheid. Maar de arbeiders zouden snel een einde maken aan deze achterlijkheid. Lenin sloot af met de woorden: "De bourgeoisie zet de arbeiders van het ene land op tegen die van het andere en probeert ze van elkaar te scheiden. De klassenbewuste arbeiders, die begrijpen dat het slechten van alle nationale barrières door het kapitalisme onvermijdelijk en progressief is, doen alle moeite om de politieke voorlichting en organisatie van hun kameraden uit de achtergebleven landen te ondersteunen."

Door de migratie - ondanks haar negatieve aspecten - onderdeel te maken van het objectief progressieve proces van de wereldwijde vermaatschappelijking van de productie, sloot Lenin aan bij Marx en Engels. Ook zij beschreven migratie als een gevolg van het kapitalisme. Enerzijds omdat de arbeidskracht in het kapitalisme een koopwaar is. Anderzijds bevordert het kapitalisme de natievorming, maar bezit tegelijkertijd ook de tendens tot internationalisering. Beide aspecten beschrijven ze in het 'Communistisch Manifest'. Op de centralisatie van de productiemiddelen volgde de politieke centralisatie, het samendringen van provincies 'in één natie, één regering, één wet, één nationaal klassenbelang, één douanegrens." Tegelijkertijd heeft de bourgeoisie "tot groot verdriet van de reactionairen aan de industrie de nationale bodem onder de voeten weggetrokken". In plaats van de lokale en nationale zelfgenoegzaamheid en isolement is 'veelzijdig verkeer', 'veelzijdige afhankelijkheid van de volkeren onderling' gekomen.

Tot de voorwaarden van het kapitalisme behoort de dubbel vrije loonarbeider: vrij van lijfeigenschap, horigheid, gildedwang en vrij van eigen productiemiddelen. Als klassen zijn kapitalisten en loonarbeiders, zoals Marx in 'Het kapitaal' liet zien, "het resultaat van een voorafgegane historische ontwikkeling, de uitkomst van vele economische omwentelingen, van de ondergang van een hele reeks oudere vormen van maatschappelijke productie ...". De oorspronkelijke accumulatie van kapitaal in de handen van enkelen betekende aan de andere kant het activeren van loonarbeiders door hen vrij te maken, door overwegend kleine agrarische producenten te scheiden van hun productie- en bestaansmiddelen. Dat verliep allesbehalve idyllisch. Kerkelijke landerijen werden verkocht, gemeenschapseigendom geprivatiseerd, mensen van hun land verdreven, beroofd van hun vertrouwde bestaansbasis en gedwongen tot loonarbeid.

Dit betekende de migratie van het platteland naar de steden. Ondanks het brute verloop ervan was de oorspronkelijke accumulatie het objectief revolutionaire proces van de overgang van voorkapitalistische productiewijzen naar het kapitalisme. Onder het commando van het kapitaal werd het eerst versnipperde werk van kleine producenten vermaatschappelijkt, economische stagnatie overwonnen, grote delen van de bevolking "ontrukt aan de afstomping van het landleven". De toestand van de werkende klassen was door ellende gekenmerkt, maar als proletariërs verkregen ze het vermogen om een georganiseerde kracht te worden en in de loop der tijd via de klassenstrijd aanzienlijke successen te boeken.

[wordt vervolgd]

Bron: Marxistische Blätter 1-2020, pag. 29-39.

Vertaling; Louis Wilms; waar mogelijk is het Nederlandstalig Marxistisch Internet-Archief benut.

©MANIFEST KRANT van de NCPN
Haarlemmerweg 177, 1051 LB, Amsterdam, tel.: 020-6825019