Op zoek naar zingeving tijdens een pandemie

Deel 1 van 2, zie deel 2

i-009-020.jpg
1 mei-demonstratie PAME in Athene. (Foto: KKE)
i-008-019.jpg
De Amerikaanse militaire hegemonie is mondiaal steeds zichtbaarder. Hier Army Rangers. De NAVO vertegenwoordigt 54% van de mondiale militaire uitgaven (Foto: LDB\Uitpers)

Greg Godels

De meeste mensen, vooral in de rijkere en moderne kapitalistische landen, ervaren onzekerheden die ze nog nooit van hun leven hebben gekend, nu ze aan huis gekluisterd zijn door een dodelijk virus. De meest bevoorrechten blijven buiten schot, maar verder kent het virus geen onderscheid en geen grenzen. Het werpt een schaduw over alle verwachtingen en vooruitzichten. De wereldeconomie is bijna tot stilstand gekomen. Wat kunnen we ervan leren?

De rijken en machtigen laten hun eigen belangen prevaleren boven de gezondheid en het welzijn van de rest. De meeste burgerlijke politici, topmanagers, bankiers en schatrijke investeerders zijn bereid om het leven van kwetsbaren te riskeren om hun eigen positie veilig te stellen en het proces van kapitaalaccumulatie opnieuw te starten. Elke dag zien we nerveuze politici die onder druk worden gezet door de agenten van het monopoliekapitaal. Ze zijn bereid om het advies van wetenschappers en deskundigen op het gebied van ziektebestrijding en volksgezondheid in de wind te slaan, en werknemers die nu in veilige afzondering zitten weer in gevaar te brengen.

In de Verenigde Staten hebben we een geprivatiseerd zorgverzekeringsstelsel en een marktgerichte gezondheidszorg in plaats van een openbaar en rechtvaardig zorgsysteem. Slachtoffers van het nieuwe coronavirus konden niet onmiddellijk worden gediagnosticeerd en verzorgd. De aanpak was allesbehalve consistent. Zorgverleners moesten vechten om schaarse, maar noodzakelijke middelen om het virus te bestrijden. Dit alles toont de ernstige ontoereikendheid aan van een industrieel model dat vertrouwt op de markt, op winsten en op de efficiëntiefetisj. Als gevolg van dit fiasco zijn tienduizenden mensen gestorven. Ook politici in andere landen waar de gezondheidszorg uit politiek opportunisme werd verkwanseld moeten nu rekenschap afleggen voor de duizenden onnodige sterfgevallen.

We moeten hieruit leren dat bestuurders in de gezondheidssector die te maken krijgen met tekorten aan medische voorraden terwijl de vraag daarnaar toeneemt, bereid zijn tot het nemen van beslissingen over leven en dood die gebaseerd zijn op protocollen van zogenaamde 'bio-ethici'. In plaats van zich te scharen achter de families van de slachtoffers en zorgmedewerkers, in plaats van te zoeken naar noodmaatregelen om de productie of aankoop op te voeren, in plaats van het mobiliseren van vrijwilligers of het lobbyen voor een eerlijkere verdeling van de beschikbare middelen, kiezen [vooral in de VS waar het kapitalisme zich duidelijker dan ooit vertoont, nvdr] ziekenhuisbesturen ervoor om te kiezen welke slachtoffers het verdienen om te leven.

Misschien dat een aantal mensen zich nog de terechte verontwaardiging over de 'doodspanels' tijdens de discussies over de gezondheidszorg in het Obama-tijdperk herinnert. Nu er daadwerkelijk beslissingen over leven of dood worden genomen, blijven de fanatiekelingen die destijds streden tegen hervormingen van de sector opmerkelijk stil.

Het steeds herhaalde mantra "we zitten allemaal in hetzelfde schuitje" is onzin gebleken. Klasse en ras blijven doorslaggevende factoren om te bepalen wie er aan het kortste eind trekt. Het is niet zo dat zwarten, latino's en armen als zodanig als slachtoffer door het virus worden geselecteerd. Wel zijn ze vatbaarder voor het virus, door maatschappelijke verwaarlozing, ongelijkheid en discriminatie.

Het gebrek aan gedragskeuzes, toegang tot informatie, mogelijkheden tot preventieve maatregelen, beschikbare medische zorg, kwaliteit van huisvesting, vervoer en andere middelen zorgen ervoor dat het waarschijnlijker is dat zij ten prooi vallen aan het virus, dat ze zullen lijden en sterven. De media doen alsof ze geschokt zijn door de cijfers die de enorme oververtegenwoordiging van slachtoffers uit de Afro-Amerikaanse gemeenschap onthullen, alsof racisme, segregatie en armoede al overwonnen waren.

Ook staan de media perplex over de files die de wegen op weg naar de voedselbanken verstoppen, alsof voedselbanken pas ontstonden nadat het virus toesloeg. Vóór het virus werd er al van behoeftigen verwacht dat ze beschaamd in de rij zouden staan voor een karig noodrantsoen.

Het virus heeft laten zien hoe beroemdheden, ultrarijken en de politieke elite publiekelijk kunnen genieten van hun privileges. Ze konden zich vroegtijdig voorbereiden op de gevaren van het virus en hebben zich verzekerd van voldoende tests. Forbes Magazine publiceerde een artikel waaruit bleek dat de rijksten in de VS door een 'maas' in de Herstelwet een gift van maximaal 1,7 miljoen dollar zouden kunnen ontvangen, terwijl alle anderen moeite hebben om hun rekeningen te betalen omdat ze moeten zien rond te komen met een uitkering van 1.200 dollar.

Uitzuigers, meesteroplichters, uitbuiters van ouderen, woekeraars en hamsteraars duiken overal op om van de angst te profiteren. Terwijl dit gespuis zich stort op een bevolking die een ongekende onveiligheid ervaart, laat de regering die iedereen en alles bespioneert in dit tijdperk van deregulering de zaak op zijn beloop.

De lessen die we uit de vorige economische crisis hebben getrokken, worden genegeerd. Opnieuw zijn de banken en monopoliekapitalistische bedrijven ervan verzekerd dat hun kwetsbaarheden en misstappen verhuld zullen worden, en zelfs beloond. Het ooit verafschuwde excuus 'too big to fail' wordt meer dan ooit aangedragen. Ondanks de ineenstorting van de reële economie, beginnen de aandelenmarkten zich te herstellen. Op een schaamteloze manier veren ze weer op nadat er nieuwe en ongeëvenaarde werkloosheidscijfers zijn bekendgemaakt. Zelfs The Wall Street Journal moest deze 'verwarrende realiteit' wel opmerken: 'stijgende aandelenkoersen en een ploeterende economie" (17 april 2020). Beleggers weten dat er altijd steun aan het kapitalisme gegeven wordt, ook al is er voor de rest van ons geen reddingsplan.

We moeten leren om praatjes over 'herstel' niet meer serieus te nemen. Sinds 2000 houdt 'herstel' alleen maar in dat mondiale financiële instellingen de rentetarieven manipuleren, jongleren met dubieuze en opgeblazen activa en dat er nieuwe financiële kansspelen gecreëerd worden om de kapitalistische aap een gouden ring aan de vinger te schuiven. Deze volgevreten lelijke aap - gevuld met bijna waardeloze financiële rommel - dreigt al meer dan twintig jaar leeg te lopen. Alleen aanhoudende manipulatie door de centrale banken heeft dit wereldwijde monster opnieuw opgeblazen. Het 'product' dat economen en statistici beweren te meten, bestaat in feite uit opgeblazen aandelenmarkten, door schulden gedreven economische activiteit en losgeslagen eigendomswaarden. Elk verband met waarde die op de werkelijkheid is gebaseerd, is allang verbroken. Hoewel dit fictieve 'herstel' is aangekondigd, is de situatie van hen die voor de kost werken gestagneerd of verslechterd (het gemiddelde inkomen per gezin in de VS is sinds 2000 met minder dan 4 procent gestegen). Alleen door het aangaan van steeds meer schulden kunnen ze zich handhaven.

Indicatoren die de wanhoop aangeven, zoals de onmogelijkheid om een onvoorziene uitgave van 400 dollar te doen, spreken boekdelen. De coronacrisis heeft de wanhoop die het gevolg was van loonsverlagingen, flutbaantjes, onbetaalbare gezondheidszorg en huisvesting, studieleningen en de verminderde openbare dienstverlening alleen maar meer aan het licht gebracht.

Voor de overgrote meerderheid is het beledigend om te praten over herstel.

Moeten we ons niet afvragen waarom de Volksrepubliek China de ergste gevolgen van het virus kon vermijden, zeker wanneer we in aanmerking nemen dat dit land het eerste was dat de verwoesting onderging? Wat kunnen we leren uit de verwachting van het Internationaal Monetair Fonds dat de Chinese economie dit jaar zal groeien, terwijl die van de VS naar verwachting met 5,9 procent krimpt en die van de EU met 7,5 procent? Zou het kunnen dat de Chinese staatsbedrijven wél snel en daadkrachtig konden reageren? Moeten we onder ogen zien dat de Chinese bankensector grotendeels in handen is van de staat, en dat deze daardoor voorrang kon geven aan een snelle en rationele verdeling van de financiële activa en niet aan winstnemingen? Zou het wat uitmaken dat de politieke leiding van de Chinese Communistische Partij zich verantwoordelijker voelt voor de bevolking dan de zielloze bourgeoisiepartijen in het Westen? Is het toeval dat de Socialistische Republiek Vietnam geen coronasterfgevallen kent? Dit alles maakt in het Westen geen onderdeel uit van het debat. (Deel 1 van 2)

Bron: ZZ's blog, 18 april 2020, vertaling Frans Willems.

©MANIFEST KRANT van de NCPN
Haarlemmerweg 177, 1051 LB, Amsterdam, tel.: 020-6825019