Een betere wereld?

i-006-189.jpg
Een rij Amerikaanse werkzoekenden voor het arbeidsbureau in Salt Lake City. Het percentage werklozen in de VS is mede door de coronacrisis tot 20 procent gestegen. Dit substantiële deel van Amerikaanse arbeidersklasse ervaart hoe weinig zekerheid het kapitalisme werkelijk te bieden heeft. (Foto: ZLV)

Greg Godels

Het kapitalisme is een wonderlijk hardnekkig systeem. Dat is niet bedoeld als compliment, maar een eenvoudige constatering die al opgaat sinds het moment dat Marx en Engels de ondergang van het kapitalisme aankondigden. Het kapitalisme overleeft, niet doordat het zijn beloften waarmaakt maar doordat het de mensheid er keer op keer van weet te overtuigen dat dat wel zo is. En doordat het, wanneer het wordt geconfronteerd met een existentiële crisis, alles op alles zet om de heerschappij van het kapitaal te waarborgen.

Nou zijn er tal van economische systemen die het lange tijd goed deden en toch ten onder gingen, waarover boekenkasten vol zijn geschreven. Maar dat maakt het nog niet verstandig (of marxistisch) om te speculeren over een uiterste houdbaarheidsdatum, of een 'definitieve' crisis. Op dit moment is de taak van het marxisme de vinger aan de pols van het kapitalisme houden, af en toe een röntgenopname te maken en voorzichtige diagnoses te stellen.

En dan zie je, of je nou marxist bent of niet, dat het systeem terminaal ziek is. Wereldwijd is het kapitalisme kortademig en bedlegerig. Dat kan komen door het coronavirus, maar het kan ook zijn dat onderliggende condities een rol spelen. Hoe dat ook zij, het kapitalisme takelt af: alle cijfers - werkloosheid, bnp, investeringen, productie, handel, noem maar op - vertonen een trend die we sinds de depressie van de jaren '30 niet gezien hebben.

En de prognose? Positivo's rekenen op een snel herstel: een crisis die begonnen is én eindigt met de besmettelijkheid van het Covid-19-virus. Is dat virus eenmaal overwonnen, zo gaat hun verhaal, dan zal de economie zichzelf weer oppakken en binnen de kortste keren weer op het oude spoor verdergaan. Ja ja.

Bij liberalen en sociaaldemocraten leeft tenminste het inzicht dat er sprake is van een grote niet-economische schade. Hun hart gaat uit naar de honderdduizenden, nee: miljoenen slachtoffers van de crisis. Hervormingen zijn geboden. Maar deze hervormingen willen twee dingen tegelijk: herstel van de kapitalistische status-quo en reparatie van de menselijke schade.

'Fatsoenlijk' links heeft wel kritiek op het kapitalisme: op vriendjeskapitalisme, rampenkapitalisme, gender-kapitalisme, Trumpkapitalisme, 'kankerkapitalisme' (met dank aan Michael Moore), neoliberalisme. Maar niet op het kapitalisme als zodanig. Waar zij van dromen is een 'goed' kapitalisme: een 'humaan' of een 'verantwoordelijk' kapitalisme, een 'kapitalisme voor de 99 procent' of een postkapitalisme, (lees: een academisch science-fictionkapitalisme). Wat 'fatsoenlijk' links niet wenst te zien is dat de toenemende ongelijkheid en armoede, het verdwijnen van welvaart en sociale voorzieningen en het kelderen van de levensverwachting onlosmakelijk verbonden zijn met het kapitalisme. Met een beetje knutselen, denken ze, kunnen menselijke behoeften prevaleren boven winstbejag en welvaartsconcentratie.

Dat is des te gekker, omdat er gedurende de eeuwen waarin het kapitalisme opkwam, opgroeide en volwassen werd, helemaal niets van zulke ambities is terechtgekomen. En in de 21e eeuw, na drie vernietigende economische crises in twintig jaar, is er al helemaal niet veel meer van te verwachten.

In de VS zijn alle ogen gericht op de aanstaande presidentsverkiezingen.Alsof het tweepartijenstelsel, waar iedere hervormingsgezinde impuls noodzakelijkerwijs op stuk loopt, de oplossingen kan leveren die we nodig hebben. Jonge mensen zullen er misschien nog wat van leren. Ouderen die nog steeds geloven in de kracht van het systeem kan enkel nog cynisme verweten worden. Gelooft er iemand werkelijk dat óf Trump óf Biden iets zal bijdragen aan het welzijn van de bevolking, nu de economie in een vrije val verkeert?

In het verleden kon 'fatsoenlijk' links nog steunen op de vakbonden, op de kleine centrum-linkse partijen en op verscheidene activistische netwerken. Vandaag de dag stellen deze groeperingen niets meer voor. Centrum-links is door en door bourgeois geworden: een instrument van het bedrijfsleven. Vakbondsleiders zijn twee handen op één buik met het grootkapitaal, sterker nog: ze lopen vooraan, m.n. waar het de buitenlandse concurrentie betreft, in het verdedigen van het kapitalisme. En activistische bewegingen laven zich dankbaar aan stichtingsgeld, logisch gezien de financiële krapte, maar stichtingen zijn de sluipmoordenaars van het bedrijfsleven.

Hoe moet het dan? De arbeidersbeweging moet bevrijd worden uit de greep van de politieke partijen, de vakbondsbobo's en de gecompromitteerde hulporganisaties. Organisatie van onderaf is een enorme klus, maar ook een noodzakelijke breuk met de falende strategieën uit het recente verleden. In de jaren '30 waren het de door de communisten geleide werkloosheidsraden die het volk op de been brachten. Door marsen op de hoofdsteden van de verschillende staten en op Washington DC, door confrontaties met steunverstrekkers en hun ambtenaren en door onophoudelijk agiteren werd de regering schoorvoetend gedwongen om iets te doen aan de wijdverbreide ellende. Roosevelt is in de geschiedenisboekjes alle eer toegekend, maar zonder de militante acties van werklozen en arbeiders, zonder de roep om méér, zou zijn New Deal geen enkele basis gehad hebben en jammerlijk mislukt zijn.

Vandaag de dag is er nog veel meer winst te behalen. En gelukkig lijkt het er op dat arbeiders in het geweer komen tegen de kapitalistische kaalslag. Zeker onder jongeren is er een enorme belangstelling voor nieuwe vormen van organisatie, nieuwe manieren om de woede over het falende beleid omtrent het virus vorm te geven. Door de overwegende minachting voor de veiligheid van arbeiders en zorgwerkers, de schandalige haast om weer winstgevend te worden en het onvermogen om snel en adequaat te reageren op de dreiging van het virus staat de onmenselijkheid van het kapitalisme nu in het volle daglicht. Meer dan ooit zien Amazon- en andere tijdelijke, slecht georganiseerde en precaire werknemers de noodzaak van gezamenlijk optreden. Gevaar is een goede leermeester.

Degenen met de laagst betaalde banen - vrouwen, zwarten en Latino's - zijn degenen die het hardst getroffen worden en het hardst in de steek gelaten worden door hun zogenaamde politieke en professionele vertegenwoordigers. Net als in de jaren '30 zijn deze groepen aangewezen op een militante, vitale en onafhankelijke arbeidersbeweging. Hoe die beweging er ook uit ziet, zij moet vrij zijn van matigende en compromiszoekende beperkingen.

De tijd en de omstandigheden zijn er rijp voor: nu de wil nog. Er heerst verwarring, ongerichte woede en nihilisme. Er is verdeeldheid. Rechts maakt schaamteloos misbruik van de terechte verontwaardiging die in de samenleving heerst, en centrum-links laat het volledig afweten.

Laten we niet met de armen over elkaar blijven zitten of onder de tafel kruipen van aangewakkerde angst, maar met alternatieven komen. In de jaren '30 waren het de communisten die hun stem verhieven tegen hagepredikers en zeepkistdemagogen, en kwamen met een organisatiestructuur en een ideeënbestand. De Communistische Partij was een kleine maar onmisbare katalysator, die de werkende mensen bij elkaar en op de been bracht, in gericht verzet tegen de hardnekkige heersende klasse. Dat deden ze met een duidelijke opvatting van hun eigen kracht en een visie op een betere toekomst. Die opvatting en die visie hebben wij nu ook nodig. We strijden niet voor een werkloosheidsverzekering of een sociaal vangnet. Die strijd hebben we al gewonnen, ook al knaagt de heersende klasse voortdurend aan de resultaten van die overwinning. De inzet van onze strijd vandaag de dag is niets minder dan het socialisme!

Vertaling Christiaan Caspers.

©MANIFEST KRANT van de NCPN
Haarlemmerweg 177, 1051 LB, Amsterdam, tel.: 020-6825019