KLASSIEK EN ACTUEEL

"(...) Maar wat moest nu de assistent-resident doen, als de volgende dag weer andere klagers zich bij hem aanmeldden? Of - en dit geschiedde dikwijls - als dezelfde klagers terugkeerden en hun intrekking introkken? Moest hij weder de zaak op zijn nota schrijven, om verder daarover te spreken met de resident, om weder dezelfde komedie te zien spelen, alles op 't gevaar af van in het eind door te gaan voor iemand die - dom en boosaardig dan - telkens beschuldigingen voortbracht welke gedurig moesten worden afgewezen als ongegrond? Wat moest er worden van de zo nodige vriendschappelijke verhouding tussen 't voornaamst Inlands Hoofd en de eerste Europese ambtenaar, als deze gedurig scheen gehoor te geven aan valse aanklachten tegen dat Hoofd? En vooral, wat werd er van die arme klagers nadat ze waren weergekeerd in hun dorp, onder de macht van het districts- of dorpshoofd dat ze hadden aangeklaagd als uitvoerder van des Regents willekeur? Wat er van die klagers werd? Wie vluchten kon, vluchtte. Daarom zwierven er zoveel Bantammers in de naburige provinciën! Dáárom waren er zoveeel bewoners van Lebak onder de opstandelingen in de Lampongse districten! Dáárom had Havelaar in zijn toespraak aan de Hoofden gevraagd: "Wat is dit, dat er zoveel huizen leeg staan in de dorpen, en waarom verkiezen velen de schaduw der bossen elders boven de koelte der Wouden van Bantan Kidoel? Doch niet ieder kon vluchten. De man wiens lijk 's morgens de rivier afdreef, nadat hij de vorige avond, in 't geheim schoorvoetend, angstig, verzocht had om gehoor bij de assistent-resident... hij had geen behoefte meer aan vlucht. Misschien ware het als menslievendheid te achten, hem door ogenblikkelijke dood te onttrekken aan nog enige tijd levens. Hem bleef de mishandeling bespaard die hem wachtte bij terugkeer in zijn dorp, en de rottingslagen die de straffe zijn voor al wie een ogenblik menen kon geen beest te wezen, geen onbezield stuk hout of steen. De straffe van wie in een aanval van dwaasheid geloofd had dat er Recht in 't land was, en dat de assistent-resident de wil had, en de macht, om dat Recht te handhaven. (...)"

Uit: Max Havelaar of De Koffieveilingen der Nederlandse Handelsmaatschappij, Multatuli, 1860.

©MANIFEST KRANT van de NCPN
Haarlemmerweg 177, 1051 LB, Amsterdam, tel.: 020-6825019