MOOIE WOORDEN: Oorlogswonden

i-005-016.jpg i-005-017.jpg
TRUKE

Rinze Visser

"Ben jij er nog? Goed dat ik het weet!", dat waren de woorden van de burgemeester van Lemsterland in oorlogstijd. Dreigende woorden. Geen mooie woorden. Ze werden uitgesproken tegen een communist die hij in Lemmer tegen het lijf liep toen deze met de boot vanuit Amsterdam was aangekomen. Maanden eerder was het CPN-lid naar Amsterdam uitgeweken omdat in zijn woonplaats de grond hem te heet onder de voeten werd. Op last van deze burgemeester hadden de Duitse bezetters hem op willen halen, maar omdat-ie toen met een besmettelijke ziekte op bed lag, zijn de Duitsers zijn huis uit gevlucht.

Halsoverkop was hij met z'n zieke lichaam naar Amsterdam vertrokken. Na die dreigende woorden van de burgemeester in oorlogstijd wist hij niet hoe snel hij weer naar Amsterdam terug moest. Zijn vrouw hadden ze eerder al twee dagen voor verhoor vastgehouden. "Ben jij er nog? Goed dat ik het weet!", zo sprak de burgemeester. Woorden om zo snel mogelijk weer het IJsselmeer over te steken.

Voor de Tweede Wereldoorlog, in 1936, moesten de burgemeesters van Nederland, in het kader van mobilisatievoorbereiding, een lijst samenstellen van inwoners 'van wie problemen konden worden verwacht'. De toen al ijverige en gezagsgetrouwe burgemeester maakte voor de Commissaris van de Koningin een lijst van veertig inwoners van de gemeente klaar, met achter hun namen hun beroepen. Enkel arbeiders, vissers, kleine zelfstandigen en een onderwijzer. Geen notabelen. Wel drie inwoners met als aanduiding 'lid van de raad'. Onder hen ook het CPN-gemeeenteraadslid. Dat hij deze daarna goed heeft gevolgd blijkt uit zijn bemoeienis met zijn gevangenneming in een aantal Nederlandse gevangenissen, later overgebracht naar een Duits concentratiekamp, waar hij het lot - de dood - onderging zoals zovele van zijn partijgenoten. Voor deze communist geen "ben jij er nog"?...

Plichtsgetrouw was hij, de burgemeester. Ook toen hij in de oorlog een lijstje van inwoners opstuurde. 'Van joodschen bloede' stond erboven. Eronder de namen met adressen van zes mensen. Drie van hen zijn in Auschwitz omgekomen. Vermoord! Plichtsgetrouw, gezagsgetrouw en ijverig. Ook toen hij zijn burgemeestersplicht vervulde toen zes joodse onderduikers opgehaald moesten worden. Hun droevige lot is bekend. Tijdens de melkstaking in 1943 had hij een dubieuze rol bij het verordonneren van een verbod op samenscholing. Mensen die van hun werk kwamen en van niets wisten liepen groot gevaar. Ook die visser die met anderen van de haven kwam en door de Duitse milities werd doodgeschoten.

Na de oorlog is deze burgemeester met een voorwaardelijke gevangenisstraf veroordeeld, met een proeftijd van één jaar. Ook mocht hij zijn burgemeestersambt in dezelfde gemeente vervolgen. Zijn op z'n minst dubieuze oorlogsverleden en zijn voorwaardelijke veroordeling waren voor het na-oorlogse bevoegd gezag - de regering dus - geen beletselen geweest om hem na de oorlog op zijn post te laten. Of het zijn eigen keus is geweest om na de oorlog zijn lidmaatschap van de Christelijk Historische Unie (CHU) te verruilen voor dat van de Partij van de Arbeid of dat het gezag hier de hand in had, dat weten we niet. Wel is een proeftijd van een jaar een opmerkelijk onderdeel van de rechtsuitspraak. Immers na afloop van de oorlog was het toch niet aan te nemen dat hij voor eenzelfde vergrijp veroordeeld zou kunnen worden.

Maar, ho even! Deze burgemeester was voor en tijdens de oorlog een fervent anticommunist. En..., ook na de oorlog. Het was de hete oorlog die voorbij was. De oorlog tegen de communisten en het socialisme niet. Die kwam in alle hevigheid terug en werd 'Koude Oorlog' genoemd. En bij de pas opgerichte PvdA kreeg hij niet alleen politieke dekking na zijn dubieuze oorlogsverleden, maar kon hij toen ook zijn anticommunisme kwijt. Na de oorlog was hij zeker niet 'de burgemeester van iedereen', zoals men dat tegenwoordig noemt. Het CPN-lid dat in de oorlog gevraagd werd: "ben jij er nog?", werd na de oorlog gemeenteraadslid - zijn voorganger was uit het concentratiekamp niet teruggekeerd - en moest er genoegen mee nemen dat degene die hij het woord moest vragen en die zijn vijandschap tegen hem niet onder stoelen of banken stak, met parlementair fatsoen aan moest spreken.

In Lemmer is destijds een gracht gedempt. Daardoor ontstond in de buurt van de binnenhaven een plein. Nadat deze burgemeester bij een auto-ongeluk om het leven was gekomen heeft de gemeenteraad besloten de oude straatnaam te verwijderen en het nieuw-ontstane plein de naam van deze burgemeester te geven. Met de grootst mogelijke meerderheid is dat voorstel toen aangenomen. Het was alleen de communist van "ben jij er nog", die tegen stemde.

Jaren nadien, toen de vraag opkwam of die naamsverandering wel zo'n goede beslissing was geweest, heeft schrijver dezes de notulen van die bewuste raadsvergadering opgevraagd. De overleden burgemeester werd daarin zeer veel lof toegezwaaid en het plein dat naar hem vernoemd was, zo vond de raad, had hij dan ook meer dan verdiend. Later is er nog eens een poging ondernomen om het straatnaambordje 'Burgemeester Krijgerplein' te schrappen en de oude naam in ere te herstellen. Dit alles in verband met het op z'n minst dubieuze optreden van deze burgemeester. Ook toen bleek er tijdens een vertrouwelijke beraadslaging te weinig steun voor.

Mede vanwege 75 jaar bevrijding is de kwestie opnieuw actueel geworden. Er is een petitie gestart voor naamsverandering van het plein. Dit na de mededeling van B en W van de gemeente - die deze bevoegdheid hebben - dat het plein de naam van de burgemeester zal blijven dragen. Zeker zal de petitie en de recente publicaties over de oorlog en het opereren van de burgemeester daarin eraan hebben bijgedragen dat B en W van De Fryske Marren zijn gaan twijfelen en een brief stuurden naar het NIOD met de vraag naar gegevens over deze burgemeester.

Deze man had nooit weer burgemeester mogen worden en zeker niet van de gemeente Lemsterland. Maar in de sfeer van de Koude Oorlog en de hetze tegen de communisten en hun sympathisanten kon dat allemaal. Het was ook de tijd waar twee schoonmaaksters van het postkantoor voor de keus werden gesteld: abonnee van de communistische krant De Waarheid blijven of deze krant afzeggen. De krant blijven lezen betekende ontslag. Het is dan ook geen wonder dat het anticommunisme in die tijd nu juist een aanbeveling moet zijn geweest om hem weer als burgemeester te benoemen. In deze tijd, waarin het anticommunisme andere vormen heeft aangenomen, zou men zeggen: hij is niet van onbesproken gedrag. Met een dergelijke kwalificatie zou men, bij sollicitatie voor het burgemeesterschap, niet eens door de eerste selectie komen...

©MANIFEST KRANT van de NCPN
Haarlemmerweg 177, 1051 LB, Amsterdam, tel.: 020-6825019