Cuba veroordeelt terrorisme en politieke manipulatie

i-010-027.jpg
Kindertekening voor vrede. (Foto: AmbaCuba)

Verklaring van het ministerie van Buitenlandse Zaken van de Republiek Cuba

Op 13 mei jongstleden maakte het ministerie van Buitenlandse Zaken van de VS de nieuwe lijst openbaar van landen die naar verluidt niet volledig meewerken aan de Amerikaanse inspanningen tegen terrorisme. President Miguel Díaz-Canel Bermúdez en het Cubaanse ministerie van Buitenlandse Zaken verwerpen krachtig de lasterlijke vermelding van Cuba op deze lijst.

Het is een eenzijdige en willekeurige lijst, zonder enige basis, autoriteit of internationale steun. Zoals bekend draagt deze lijst alleen bij aan de intentie om landen die vasthouden aan hun soevereine besluiten en weigeren te buigen voor de wil van de Amerikaanse regering te belasteren en onder druk te zetten.

Het belangrijkste argument dat de Amerikaanse regering geeft voor het toevoegen van Cuba aan deze lijst is de aanwezigheid van delegatieleden van het Nationaal Bevrijdings Leger (ELN) van Colombia, tijdens de vredesbesprekingen op Cubaans grondgebied.

Zoals algemeen bekend, bevindt de delegatie aan de vredesbesprekingen van het Nationale Bevrijdingsleger (ELN) van Colombia zich op Cuba, omdat Ecuador plotseling aangaf geen plaats meer te willen bieden voor dergelijke besprekingen. Op verzoek van de Colombiaanse regering en de ELN werd de locatie voor het vredesproces in mei 2018 verplaatst naar Havana. Deze vredesbesprekingen werden gestart op 7 februari 2017 in Quito, Ecuador. Zoals gevraagd door de onderhandelende partijen staat Cuba, samen met Brazilië, Chili, Ecuador, Venezuela en Noorwegen, garant voor het faciliteren van het vredesproces.

Op 7 augustus 2018 werd de heer Lván Duque Márquez ingehuldigd als president van Colombia. In de periode daarna, van augustus 2018 tot januari 2019, hadden de vertegenwoordigers van zijn regering verschillende uitwisselingen met Cuba en de ELN-delegatie bij de vredesbesprekingen, en werden de dialogen voortgezet die tijdens het presidentschap van Santos waren begonnen - een proces waarin Cuba de nodige discretie in acht nam en strikt handelde in de hoedanigheid van garantsteller.

Direct na het bombardement op de politieacademie General Santander in Bogota, op 17 januari 2019, hebben de president van de Republiek Cuba en de minister van Buitenlandse Zaken hun condoleances betuigd aan de regering en het volk van Colombia, in het bijzonder aan de nabestaanden van de slachtoffers van de aanslag. En ze herhaalden de stevige positie die Cuba inneemt in het veroordelen en verwerpen van alle terroristische handelingen, methoden en praktijken in al hun vormen en uitingen.

Vervolgens heeft de Colombiaanse regering politieke en juridische acties ondernomen tegen de ELN-delegatie bij de vredesbesprekingen in Cuba en de vredesdialoog stopgezet. Bovendien besloot de Colombiaanse regering het 'Protocol in geval van verbreking' te negeren, dat betekende het openlijk afstand nemen en schenden van de verplichtingen in die verklaring, die zij samen met de zes andere landen hadden ondertekend. Dit 'Protocol in geval van verbreking' werd ondertekend tijdens de voorbereiding van vredesbesprekingen, op 5 april 2016, door de regering van Colombia, het ELN en de garantielanden, die garant stonden voor het faciliteren van de besprekingen. Dit protocol verzekert onder meer de veilige terugkeer van de guerrilla-delegatie naar Colombia in het geval de besprekingen beëindigd worden.

De Cubaanse regering heeft verklaard, en houdt daar nog steeds aan vast, dat op basis van de overeengekomen documenten het protocol moet worden uitgevoerd. Een dergelijk standpunt, dat breed wordt ondersteund door de internationale gemeenschap en in kringen die zich inzetten voor het bereiken van een onderhandelde oplossing voor het gewapende conflict in Colombia, is een geaccepteerde universele handelwijze, die herhaaldelijk is geratificeerd. Dit standpunt is in lijn met het internationaal recht en de verplichtingen van een land dat garant staat en de locatie biedt voor dergelijke onderhandelingen. Dat dit protocol niet wordt uitgevoerd is er de oorzaak van dat de leden van de ELN-delegatie bij de vredesbesprekingen nog steeds in Cuba verblijven.

De Colombiaanse regering heeft een reeks vijandige acties tegen Cuba ondernomen, waaronder openbare verklaringen, bedreigingen en dagvaardingen, ingegeven door ondankbare en politiek gemotiveerde manipulatie van de onbetwistbare bijdrage van Cuba aan de vrede in Colombia. Een van deze acties was een wijziging in de historische positie van Colombia bij de ondersteuning van de resolutie, die vooralsnog elk jaar in de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties wordt aangenomen, waarin het einde wordt geëist van de economische, commerciële en financiële blokkade van de VS tegen Cuba, een blokkade die veel schade en lijden veroorzaakt voor het Cubaanse volk. Met deze actie wijzigde de tot dan toe consistente en onveranderlijke positie die alle Colombiaanse regeringen sinds 1992 hebben ingenomen.

Op dezelfde dag dat de VS aankondigden dat Cuba is opgenomen in de lijst van landen die naar verluidt niet volledig meewerken aan de inspanningen van de VS tegen terrorisme, verklaarde de Hoge Commissaris voor Vrede van de Colombiaanse regering, de heer Miguel Ceballos Arévalo, publiekelijk dat het besluit van het ministerie van Buitenlandse Zaken van de VS, om Cuba in die lijst op te nemen een "erkenning is van de regering van Colombia" en haar "herhaalde verzoek" dat Cuba de leden van de ELN-delegatie die deelnamen aan de vredesonderhandelingen moet terugsturen naar Colombia. Deze uitspraak van de heer Ceballos is door diverse groepen in Colombia die streven naar vrede bekritiseerd, en verschillende Colombiaanse politici hebben van de regering een verklaring daarover geëist en ook over de wijze waarop het 'Protocol in geval van verbreking' wordt genegeerd.

Het ministerie van Buitenlandse Zaken van Cuba verwerpt de verklaring van de Colombiaanse hoge functionaris met kracht. Uit de woorden van deze Hoge Commissaris voor Vrede en de handelswijze van de Colombiaanse regering blijkt dat Colombia de argumenten voor de agressieve doelstellingen van de Verenigde Staten tegen ons land heeft ondersteund en versterkt. Colombia heeft daarmee 'toestemming' gegeven voor de beruchte Amerikaanse acties tegen de Latijns-Amerikaanse en Caribische landen.

Het benoemen van de aanwezigheid van de ELN-vertegenwoordigers in Cuba, waarop de VS hun beschuldiging hebben gebaseerd, is niets anders dan een zinloos, zwak en oneerlijk voorwendsel, mogelijk gemaakt door de ondankbare houding van de Colombiaanse regering, die mede blijkt uit de verklaring van de heer Ceballos.

Hoe dan ook, zelfs met die zogenaamde steun van de regering van Colombia, is de Amerikaanse beschuldiging volledig en willens en wetens ongegrond. Er is concreet, en in een aantal gevallen zelfs zeer recent, bewijs van onze bilaterale samenwerking met de Verenigde Staten bij de bestrijding van terrorisme. Inclusief bewijs voor gezamenlijke inspanningen van wetshandhaving en ook bij acties van specifiek belang voor de VS. Dus de opname van Cuba in de genoemde lijst, zoals aangekondigd door het ministerie van Buitenlandse Zaken van de VS, is een opzettelijke verdraaiing van de waarheid.

Er moet aan worden herinnerd dat Cuba als land het doelwit is geweest van vele terroristische acties gefinancierd door de VS en uitgevoerd vanaf Amerikaans grondgebied, door groepen en individuen die daar de clementie en bescherming hebben genoten van de Amerikaanse regering, zoals algemeen bekend is. In het verleden was Cuba ook het slachtoffer van staatsterrorisme dat rechtstreeks werd gepleegd door de regering van de Verenigde Staten, die soms zelfs handelde in samenwerking met de georganiseerde misdaad. Als gevolg van dergelijke acties zijn 3.478 Cubanen overleden en 2.099 op de een of andere manier invalide geworden.

Op 30 april van dit jaar was de ambassade van Cuba in de VS het doelwit van een terroristische daad. Sindsdien houdt de Amerikaanse regering zich aan een stilzwijgend gedogen, zonder deze actie te veroordelen of zelfs maar af te wijzen, en treedt op geen enkele wijze op tegen terroristische individuen en groepen, gevestigd op Amerikaans grondgebied, die het geweld tegen Cuba en zijn instituties aanwakkeren.

Als gevolg daarvan zijn er na de terroristische aanval op de diplomatieke missie van Cuba in Washington bedreigingen geuit ten aanzien van de veiligheid van Cubaanse diplomaten en ambassades, zowel in de VS zelf als in Mexico, Costa Rica, Antigua en Barbuda, Canada, Cyprus, Oostenrijk en Angola. Al deze bedreigingen zijn gemeld bij de respectievelijke overheidsinstanties.

Deze houding van gedogen door de Amerikaanse regering brengt het gevaar met zich mee dat het wordt vertaald als een goedkeuring van dit terrorisme. Het past bij een politiek van verhoogde agressie en aanzetten tot geweld tegen Cuba, dat zelfs is uitgebreid tot landen waar Cubaans gezondheidspersoneel werkt in het kader van bilaterale samenwerkingsafspraken.

Cuba's inzet met doortastende acties tegen en veroordeling van terrorisme is verankerd in zijn grondwet. Het stelt zich absoluut en categorisch op in het tegengaan van elke vorm en manifestatie van terrorisme, met name staatsterrorisme, zoals ook beschreven in de relevante wetgeving. Er zijn veel redenen om te betwijfelen of de Amerikaanse regering een dergelijke categorische verklaring kan afleggen over haar standpunt ten aanzien van terrorisme.

Cuba heeft steevast de vrede in Colombia gesteund en heeft garant gestaan voor de uitvoering van het vredesakkoord tussen de Colombiaanse regering en het Colombiaanse Revolutionaire Strijdkrachten-Volksleger (FARC-EP), zelfs toen de Colombiaanse regering de bescherming en het toezicht op de strikte uitvoering van dat akkoord niet garandeerde.

Zoals verzocht via diplomatieke kanalen, vraagt het ministerie van Buitenlandse Zaken van Cuba aan de regering van Colombia om zijn standpunt over de rol van de garantstellers van het Colombiaanse vredesproces, met name die van Cuba, toe te lichten. En het Cubaanse ministerie van Buitenlandse Zaken wil ook geïnformeerd worden over het standpunt van de Colombiaanse regering met betrekking tot de handhaving en uitvoering van het vredesakkoord tussen de regering van Colombia en FARC-EP.

Het ministerie van Buitenlandse Zaken van Cuba dringt er bij de regering van Colombia op aan haar officiële standpunt te geven over de redenen waarom Cuba is opgenomen in de lijst van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken, en uit te leggen wat de rol en de houding was van de Colombiaanse functionarissen tijdens de eerdere uitwisselingen die plaatsvonden met de VS over deze aangelegenheden.

Als land dat zelf meermaals slachtoffer is geworden van terrorisme, betreurt Cuba elke vorm van manipulatie en politiek opportunisme bij de behandeling van zo'n gevoelige kwestie.

Vertaling; J. Bernaven, 1 juni 2020

©MANIFEST KRANT van de NCPN
Haarlemmerweg 177, 1051 LB, Amsterdam, tel.: 020-6825019