Bananenmonarchie Nederland

Een pensioenakkoord,

gebaseerd op leugens en gebrek aan informatie

i-004-015.jpg
Pensioenprotest in Den Haag bij de Tweede Kamer en het Willem Drees standbeeld. (Foto: Manifest\RM)

Jan Ilsink

Tweede Kamervoorzitter Arib heeft in januari een brief aan premier Rutte gestuurd met klachten over het onjuist of onvolledig informeren van de Tweede Kamer door leden van het Kabinet. Rutte antwoordde dat hij de ministers op hun verantwoordelijkheid zal wijzen. Op aandringen van Omzigt (CDA) zegde Arib op 18 juni toe Rutte hierover persoonlijk te onderhouden.

De klachten over onjuist, onvolledig of helemaal niet informeren van de volksvertegenwoordiging door bewindslieden zijn niet nieuw. Wie even googelt ziet dat het in de parlementaire geschiedenis 'van alle tijden' is. Maar ook dat het enorm toeneemt. Dit jaar alleen al zijn er vier gevallen waarin dit aan de hand was: stikstofbeleid: minister Schouten, luchtaanval op Hawija: minister Bijleveld, missie Kunduz: ministers Blok, Bijleveld, Kaag en Grapperhaus, toeslagen-affaire Belastingdienst: minister Hoekstra en staatssecretarissen.

Dit slecht informeren van het parlement is geen incident. Daarvoor komen ze teveel voor. Het is uitdrukking van een groeiend autocratisch gedrag van bestuurders. Of dat nu ministers zijn of bestuursleden van een vakbond, pensioenfonds of woningcorporatie. Het zijn signalen van ontbinding van de samenleving en voorboden van noodzakelijke vernieuwing die alleen van onderop kan worden afgedwongen en doorgevoerd! De voorgenomen afschaffing van het huidige pensioenstelsel is hiervan een goed voorbeeld.

'Verzorgingsstaat' en 'poldermodel'

Het sluiten van sociale akkoorden kent een lange geschiedenis. Al onmiddellijk na de Tweede Wereldoorlog in 1945 werd de Stichting van de Arbeid opgericht om afspraken te maken tussen werkgevers en werknemers hoe de de wederopbouw gezamenlijk kon worden aangepakt. Loonmatiging was hierbij natuurlijk een toverwoord. Later in 1950 werd dit overleg uitgebreid met deelname van de overheid in de SER. De SER was de voortzetting van de in 1920 ingestelde Hoge Raad van de Arbeid waarin onder voorzitterschap van de minister werkgevers- en werknemersorganisaties de regering adviseerden. Tegenover het intomen van de eisen van de arbeidersklasse stonden wel sociale maatregelen, zoals de in 1947 ingevoerde noodwet Ouderdomsvoorziening die in 1956 werd omgezet in de AOW. Deze twee gelden als basis voor de toen verder op te tuigen 'verzorgingsstaat'.

Beide instellingen, de Stichting van de Arbeid en de SER, vormen de basis van het 'poldermodel' waarin, vaak achter gesloten deuren, wordt onderhandeld over arbeids- en levensvoorwaarden van de werkende mensen in Nederland. 'Sociale akkoorden' zijn hiervan voorbeelden.

Sociaal Akkoord

In 1982 werd in het 'Akkoord van Wassenaar' als antwoord op de economische crisis van toen arbeidstijdverkorting ingeruild tegen loonmatiging. Het gold als model voor de 'nieuwe werkelijkheid' om het haperende kapitalistisch systeem nieuw leven in te blazen. De leden van de vakbonden werden in deze discussie nauwelijks betrokken. De onderhandelingsresultaten werden als onvermijdelijk en hoogst haalbare gepresenteerd. Achteraf blijkt dat met dit akkoord de 'neoliberale afbraak' van de verzorgingsstaat is ingezet. Ook de daarin opgebouwde ouderdomsvoorziening werd doelwit van de neoliberale herschikking van de kapitalistische maatschappij. In 2004 werden in een afgesloten 'sociaal akkoord' afspraken gemaakt over wijziging van de toen vigerende pensioenwet. In die wet werd het pensioen geregeld, de aanvulling op de AOW. Alle afspraken in dit akkoord die van belang waren voor werkgevers en het neoliberale kabinetsbeleid landden in de pensioenwet van 2006 en werden ook uitgevoerd. De 'rekenrente' om vast te stellen of fondsen op lange termijn wel hun verplichtingen kunnen nakomen is hiervan een voorbeeld. De verlangens van de vakbeweging werden niet of nauwelijks gerealiseerd in de wet. Maar deze wet was niet voldoende. Achter de schermen werd verder gewerkt aan een rigoureuzer herziening van het pensioenstelsel.

Pensioen arbeidsvoorwaarde

Belangrijke drijfveer daarin was het terugdringen van de loonkosten voor de werkgever. Pensioenpremies maken daarvan deel uit. Op de cao-tafel wordt onderhandeld over de verdeling in het werkgevers- en werknemersdeel van de premie. De premie wordt door fondsbesturen vastgesteld aan de hand van hun verplichtingen in de verre toekomst. Werkgevers willen hiervan af. Zij willen een vaste premie. Als iemand met pensioen gaat wordt wel berekend hoeveel pensioen hij/zij heeft opgebouwd. De neoliberale angel hierin is dat in de toekomst de werkgevers de premie in het loon verwerken en de werknemer met dit hogere loon bij pensioenverzekeraars kunnen aankloppen. Einde pensioen als arbeidsvoorwaarde. Einde collectief en solidair pensioenstelsel. De deelnemer aan het fonds met invloed op zijn beleid is dan klant geworden!

Pensioenakkoord van juni 2020

In 2019 tekenden werkgevers, werknemers en kabinet een pensioenakkoord waarin nog zeer weinig was geregeld. Veel zou worden uitgewerkt. Concreet werd bereikt dat de AOW-leeftijd niet gelijk zou stijgen met de levensverwachting, zoals het kabinet wilde. Bij een jaar langere levensverwachting dan een jaar slechts acht maanden langer doorwerken. Dit werd door de onderhandelaars als succes gepresenteerd. Terwijl de eis was: '66 = 66' waarvoor zelfs het openbaar vervoer werd plat gelegd! Dit vrijwel 'lege' akkoord, waarover 10 jaar was onderhandeld, werd aan de leden per referendum voorgelegd. Die moesten daarover in twee weken beslissen. Het minder langer doorwerken, het zeer positieve advies van de onderhandelaars met de belofte dat dat goed zou worden geregeld en het vrijwel monddood maken van de critici, leverde een uitslag op van 75 procent voor dit akkoord.

Nu, een jaar later: herhaling van zetten. Een jaar lang is onderhandeld over uitwerking van het akkoord van 2019. In dat jaar kwam zeer weinig naar buiten dat bovendien alleen vertrouwelijk in klankbordgroepen werd besproken. Kaderleden in alle sectoren, laat staan 'gewone leden', werden niet ingelicht over de voortgang. De pensioencampagne werd stopgezet en het pensioenactiecomité niet meer gefaciliteerd. Op maandag 8 juni werd een onderhandelingsresultaat bereikt, waarover in 1 video-conferentie sectorraden werden ingelicht. Elf dagen na het bereiken van het akkoord, op 19 juni, werd verwacht dat het Ledenparlement daarover een besluit nam. Mede door het ontbreken van concrete informatie over de effecten van het akkoord op de pensioenen en pensioenopbouw van de leden de overgang van het oude naar het nieuwe stelsel en de gebrekkige video-conferentietechniek kon er besluit worden genomen. Tot grote ontsteltenis van minister Koolmees en de onderhandelaars. Op 4 juli staat het opnieuw geagendeerd in het Ledenparlement.

Vakbeweging deel van 'bananenmonarchie'

Het gaat hier over een onderhandelingsresultaat dat bepalend is voor het huidige of toekomstige inkomen van vrijwel allen in Nederland die met werken hun brood verdienen. Om de kerntaak van de vakbeweging: loon/inkomen! Deze gang van zaken: gebrek aan informatie, verspreiding leugens, monddood maken van kritische kaderleden, intimidatie van kaderleden, onder wie LP-leden, door bestuurders uit de werkorganisatie, laten zien dat ook de vakbeweging bijdraagt aan de 'bananenmonarchie' die Nederland is geworden. We zullen zien of het Ledenparlement tegen deze druk bestand is en 'met nee tegen het akkoord' de basis legt voor opbouw van een strijdbare en democratische vakbeweging. Noodzakelijk om de strijd aan te gaan om te voorkomen dat de economische gevolgen van de 'corona-uitbraak' op de werkende bevolking wordt afgewenteld!

©MANIFEST KRANT van de NCPN
Haarlemmerweg 177, 1051 LB, Amsterdam, tel.: 020-6825019