Biedt het Kapitalisme nog perspectief?

Pandemie toont falend politiek stelsel

Jan Ilsink

De ‘corona-crisis’ heeft voor velen duidelijk gemaakt dat het huidige politieke en maatschappelijke en economische stelsel niet functioneert. Zij zien dat de samenleving, zoals die nu is georganiseerd geen oplossing kan brengen aan de grote vraagstukken waar de bevolking mee wordt geconfronteerd. Maar kan het kapitalisme toch nog perspectief bieden?

Falende pandemie-aanpak staat niet op zichzelf

Bovenop dit alles blijken de belangen van de bevolking veel meer te worden verwaarloosd. De ernstige fouten bij de Belastingdienst bij het niet toekennen van toeslagen en terugvorderingen blijken veel structureler. Met tot gevolg dat vele gezinnen jarenlang economische en daaruit voortkomende sociale problemen hebben, zonder enig zicht wanneer dit wordt opgelost. Ook blijkt ‘plotseling’ een groot tekort aan sociale huisvesting waardoor vele jongeren niet over eigen woonruimte beschikken. Het kabinet doet alsof de behoefte aan 200.000 woningen een verrassing is. De huidige nieuwkomers op de woningmarkt zijn echter al ruim 20 jaar geleden geboren. De woningtekorten zijn dus geen verrassing maar gevolg van bewust beleid, waarin de planningsinstituten van de overheid, de ‘Planologische Diensten’, in de achterliggende tientallen jaren zijn opgeheven. Ook de behoefte aan woningen zou immers ‘door de markt’ worden geregeld! In dat beleid is financiële overheidssteun voor goede en goedkope woningen helemaal omgekeerd tot zelfs een geldstroom van de sociale huisvesting naar de overheid via de ‘huurdersbelasting’.

Kortom: de ‘corona-tijd’ heeft voor de bevolking meedogenloos blootgelegd in welke dolgedraaide samenleving we terecht zijn gekomen die niet in staat is op planmatige wijze de gezondheid van de bevolking te beschermen en van werk te voorzien.

Illusies over ‘bijsturing

In veel commentaren in de media en van politieke woordvoerders is dit alles het gevolg van een ‘doorgeslagen marktwerking’, van te lang ‘gepolder’ of van ‘fantoomgroei’. Opvattingen die in elke crisis opduiken en de illusie verspreiden dat ‘het kapitalisme’ te temmen zou zijn, dat sociaal-kapitalisme mogelijk is. De juistheid hiervan zou na de Tweede Wereldoorlog zijn gebleken uit de opbouw binnen het kapitalisme van de verzorgingsstaat in delen van West Europa.

Over het hoofd werd gezien dat die opbouw van sociale voorzieningen ‘toegevingen’ waren van werkgevers en hun politieke vertegenwoordigers die zich toen bedreigd voelden door de uitbreiding van socialistische staten in Oost-Europa, de groeiende invloed van de Sovjet-Unie en de opbouw van hun socialistische samenleving.

Toen die dreiging in de ‘80 er jaren wegviel door grote interne problemen in die landen, mede door de enorme kosten van de ‘koude oorlog’, eisten de aandeelhouders steeds nadrukkelijker hun rendement op en werden de ‘verzorgingsstaten’ langzaam maar zeker afgebroken. De kloof tussen rijk en arm is sindsdien steeds groter geworden.

In Nederland bedroeg het arbeidsvolume in de bedrijven in 1970 3.400.000 mensjaren en dat dit was in 1988 nog steeds zo. Met andere woorden: in die periode is de werkgelegenheid niet toegenomen. Wel was er een economische groei van ongeveer 1,5 procent per jaar gemiddeld. Dus tussen 1970 en 1988 was er een economische groei van 30 procent. Met dezelfde hoeveelheid werk als in 1970 werd in 1988 30 procent meer geproduceerd. De arbeidsproductiviteit en de werkdruk is bij qua koopkracht gelijkblijvende lonen enorm toegenomen. Dat heeft geleid tot een groot aantal arbeidsongeschikten. Bovendien is de nieuwe arbeid die is gecreëerd, niet afgestemd op de behoeften, kennis en vaardigheden van de beroepsbevolking. Het gevolg hiervan is blijvend structurele werkloosheid en import van arbeidsmigranten met veelal tijdelijke flexibele banen die weer verdwijnen wanneer het economisch tij keert. *)

De enorme accumulatie van vermogens vereiste nieuwe financiële structuren en voorwaarden. De financialisering van de economie was geboren en ‘financiële producten’ (bijv. ‘derivaten’) verschenen op ‘de markt’. Die waren door het ontbreken van ‘transportkosten’ nog beter internationaal verhandelbaar dan materiële goederen. Ze vertegenwoordigden echter geen waarde, geen ‘gestolde arbeid’, maar slechts ‘gebakken lucht’.

*) bron: https://www.globalinfo.nl/Achtergrond/lubbers-en-de-architecten-van-het-neoliberale-beleid

Geen uitwas, maar systematische afbraak

Deze aanval op de levens- en arbeidsvoorwaarden van de werkende bevolking en haar gevolgen: de afbraak van de verzorgingsstaat in al zijn onderdelen, is geen uitwas van het kapitalisme. Het is een weloverwogen beleid dat in de jaren ‘70 en 80 werd voorbereid en uitgevoerd waarvan we nu, in 2020, de afbraak van het laatste bastion meemaken: de afbraak van het solidaire en collectieve pensioenstelsel.

Al in 1980 publiceerde de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid een rapport van Arie van der Zwan. Het rapport heette “Plaats en toekomst van de Nederlandse industrie”. De meeste aanbevelingen werden niet onmiddellijk opgevolgd, behalve het voorstel om een adviescommissie in te stellen inzake het industriebeleid. Deze commissie publiceerde in 1981 een rapport dat gevolgd werd door aanbevelingen voor het overheidsbeleid. Beide commissies werden genoemd naar hun voorzitter, Shell-topman Gerrit Wagner. Deskundigen uit het bedrijfsleven namen eraan deel: topmanagers van Unilever, DSM, Vroom en Dreesmann, de ABN, Fokker en andere ondernemingen. Adviseur van de commissie was Den Hartog toen onderdirecteur van het CPB. Maar niet alleen ondernemers, ook twee voor vertegenwoordigers van de Industriebond FNV. Frans Drabbe, lid van het bestuur, en Piet Vos, econoom bij de Industriebond FNV, zagen wel wat in het inleveren van prijscompensatie voor ontwikkeling van werkgelegenheid.

De conclusies van de Commissie Wagner klinken ons nu ‘vertrouwd’ in de oren: geen automatische prijscompensatie, ‘beleidsmatige’ (politieke!) koppeling tussen minimumloon en minimumuitkering, vrije loononderhandelingen op decentraal niveau (geen centraal akkoord), ambtenaren moeten inleveren, soepeler ontslagprocedures, bevordering flexibele contracten, onderwijs meer marktgericht!

Allemaal voorstellen die in 1982 (deels) werden vastgelegd in het ‘Akkoord van Wassenaar’ en in 2000 werden herbevestigd in de Lissabon-agenda van de EU.

Structurele veranderingen nodig!

Nieuw maatschappelijk, socialistisch, stelsel noodzakelijk

Wat wij nu, versneld door de ‘corona-crisis’, gaan meemaken aan verdere aanvallen op arbeidsvoorwaarden, sociale rechten en sociale voorzieningen zijn dus geen uitwassen. Het is systematische uitvoering van het in de jaren ‘80 uitgezette beleid, waar de vakbeweging in is meegezogen en dat voortborduurt op prive-eigendom van de productiemiddelen en private winstmaximalisatie. Dit beleid biedt geen enkel perspectief aan de werkende bevolking in Nederland maar vergroot de kloof tussen arm en rijk!

Daarom zal naar geheel andere oplossingen moeten worden gezocht. Want de middelen voor een radicaal ander beleid zijn voorhanden: de productiviteit en productiecapaciteit is nooit zo hoog geweest, nog nooit heeft de wetenschappelijke kennis zo’n hoog een niveau bereikt, nog nooit waren de mogelijkheden voor het opleiden van de bevolking zo uitgebreid.

Maar om de middelen in te zetten voor het oplossen van de behoeften van de bevolking is een volstrekt andere maatschappij, andere logica van het inrichten van de samenleving noodzakelijk.

Dat kan alleen worden gerealiseerd door de werkende bevolking zelf en haar organisaties.

20200901-biedt-kapitalisme-nog-perspectief.jpg
Deze grafiek van 2015 toont het aandeel in de totale nationale rijkdom in een land van de rijkste 10% van alle huishoudingen.
©MANIFEST KRANT van de NCPN
Haarlemmerweg 177, 1051 LB, Amsterdam, tel.: 020-6825019