Kan Libanon een land worden van productie, herverdeling van rijkdom, secularisme en sociale vooruitgang?

i-011-022.jpg
De gigantische schade aan de silo in de haven van Beiroet, Libanon door de explosie. (Foto: ZLV)

Omar Deeb, hoofd internationale betrekkingen van de Libanese Communistische Partij. (*)

Crises stapelen zich op in Libanon. De mensen vragen zich satirisch af wat de volgende apocalyps zal zijn, na alles wat het land de afgelopen maanden heeft meegemaakt. De onvermijdelijke economische ineenstorting was al enkele jaren in de maak. Een rentenierseconomie die geen eigen productie heeft en enkel jaagt op geldovermakingen, bankdeposito's en leningen om te overleven, is niet houdbaar, zoals de linkse krachten hebben gewaarschuwd en zoals de bittere realiteit nu heeft laten zien.

Na een historisch ongekende schuldenlast (in procenten van het bbp) te hebben opgebouwd, is de regering in maart 2020 haar betalingsverplichting niet meer nagekomen. De nationale munt is in de afgelopen zes maanden met bijna 300 procent gedevalueerd en is van 1.500 lira voor een dollar gedaald tot ongeveer 4.400 lira. Met een economie die de meeste basisbehoeften importeert, vertaalt dit zich in een enorme prijsinflatie en een halvering van de koopkracht van de lokale lonen.

Langdurige politieke stagnatie

Het land verkeert allang in een politieke stagnatie. Sektarische politiek heeft geleid tot een corrupt cliëntelisme waarbij elke baan, openbare dienst of recht op sociale voorzieningen afhankelijk is van lokale sektarische leiders, die deze verdelen via kanalen die in ruil daarvoor loyaliteit kopen. Maar al vóór de huidige crisis keerde een groeiend deel van het Libanese volk zich tegen dit sektarische systeem. In de afgelopen jaren trokken protesten van linkse, democratische en sociale organisaties en van vakbonden steeds meer mensen aan. In 2018 en 2019 organiseerden linkse en seculiere krachten een nationale campagne onder het motto "Samen redden we ons land door politieke verandering", die tienduizenden mensen mobiliseerde. In oktober 2019 overspoelde de grootste volksopstand in de geschiedenis van Libanon de straten van alle grote steden.

Groeiend verzet

Ongeveer een derde van de vier miljoen Libanezen nam actief deel aan protesten tegen het sektarisme en de belastingen die de arbeidersklasse worden opgelegd. Ze riepen op tot een radicale politieke verandering: een seculier systeem in combinatie met een nieuw economisch beleid dat het inkomen zou herverdelen en de rijkste 1 procent zou dwingen te betalen voor de economische ineenstorting. De opstand leed onder verschillende aanvallen van pro-gouvernementele groepen en paramilitaire krachten die verbonden zijn met de sektarische partijen. Toch hield de opstand aan in massale mobilisaties tot begin 2020. Alleen de verspreiding van het coronavirus heeft de regering gered en de volksopstand een halt toegeroepen.

Politiek misbruik coronavirus

De nieuwe regering die in februari werd gevormd, ging een alliantie aan met de virusuitbraak. De mensen werden gedwongen om thuis te blijven en de verschillende maatregelen om het virus in te dammen, boden de regerende krachten de gelegenheid om zich te reorganiseren en het initiatief te nemen. De huidige regering, onder leiding van de nieuwe premier Hassan Diab, presenteerde een lange lijst van beloften en beweerde in feite aan de materiële eisen van de volksopstand te voldoen. In haar eerste verklaring riep zij op tot economische hervormingen die de centrale bank en de particuliere banken zouden dwingen hun deel van de crisis te betalen.

Er werden evenwel geen concrete acties ondernomen. Na de uitbraak van het coronavirus riep links de regering op om een onmiddellijk hulppakket voor werknemers en werklozen op te stellen en te zorgen voor een universele gezondheidsdekking voor iedereen met een voorgesteld budget van 1,2 miljard dollar, wat overeenkomt met 1,6 procent van het bbp. De respons van de regering was minimaal: een klein bijstandsprogramma van in totaal 50 miljoen dollar of 0,1 procent van het bbp. Zelfs dit microbedrag werd geleverd via de gebruikelijke kanalen van corruptie en cliëntelisme.

Armoede en buitenlandse steun

Als gevolg van het stilleggen van de economie worden de arbeidersklasse en grote delen van de middenklasse geconfronteerd met onmiddellijke armoede. De devaluatie maakt voedsel en basisbehoeften steeds onbetaalbaarder - recente studies hebben aangetoond dat ongeveer de helft van de bevolking onder de armoedegrens leeft. Erger nog, de buitenlandse reserves zijn slechts voldoende om een paar maanden invoer te dekken en het land wordt feitelijk geconfronteerd met voedseltekorten. De regering is haar beloften niet nagekomen en zoekt nu naar nog meer leningen van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) als enige manier om aan buitenlandse reserves te komen.

Uiteraard legt het IMF een lijst van eisen op, waaronder de privatisering van de overheidsbedrijven (elektriciteit, telecom, water), het schrappen van overheidssubsidies voor essentiële goederen (tarwe, medicijnen), het "hervormen" van de pensioenregelingen door het verlagen van de pensioenen en het snijden in de publieke sector. Daarnaast heeft het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken in het bestuur van het IMF zijn eigen politieke voorwaarden voor steun aangekondigd. Deze vereisen dat Libanon de Amerikaanse sancties tegen Syrië toepast door de grens met dat land af te sluiten, en dat Libanon zijn zuidelijke grenzen zodanig verandert dat de maritieme aanspraken van Israël op offshoregas worden uitgebreid. Deze economische en politieke voorwaarden vereisen een volledige overgave aan de belangen van het grootkapitaal, de geopolitieke belangen van Israël en de imperialistische krachten onder leiding van de VS. Dit is economische en politieke zelfmoord voor de werkende en lage-inkomensklassen in Libanon en voor de soevereiniteit van het land. Onze regering heeft niets geleerd van de neoliberale voorschriften van het IMF voor Latijns-Amerika en meer recentelijk voor Egypte en Griekenland.

Alternatief plan CP Libanon

De Libanese Communistische Partij heeft een alternatief plan voorgesteld. Zij is tegen de privatisering van overheidsinstellingen. Een publieke sector die gebaseerd is op collectieve goederen, levert veel goedkoper diensten als hij geen particuliere winsten hoeft te genereren. In plaats daarvan vragen de Libanese communisten om nieuwe en hogere belastingen op inkomen en vermogen, op financiële dienstverleners, bankdeposito's, particulieren met een nettovermogen van meer dan 500.000 dollar, geërfde vermogens, winsten uit vastgoeddiensten en het schrappen van belastingvrijstellingen voor holdingmaatschappijen. Zij stellen dat dit de publieke sector een instrument geeft om, onafhankelijk van de markten, een deel van het kapitalistische surplus over te hevelen naar de wederopbouw van de infrastructuur voor elektriciteit, wegen, water en communicatie, naast het behoud van de natuurlijke omgeving en de ondersteuning van de productieve sectoren. Het "exploiteren" van de renteniersectoren om het huidige economische systeem te voorzien van "socialistische elementen" is de enige manier om een dynamisch, productief en modern economisch model op te bouwen en in stand te houden, dat de belangen van de meerderheid van het Libanese volk kan dienen. De komende maanden zullen beslissend zijn voor het land en zijn toekomst bepalen.

Gijzeling van bevolking

De regering kan de dreiging van extreme armoede gebruiken om het Libanese volk in het belang van het kapitaal te gijzelen. Of: het volk kan terugvechten voor een nieuwe regering als redder om zo diepgaande hervormingen af te dwingen die werken in het belang van de werkende bevolking en de mensen met een laag inkomen, en het land heroriënteren op productie, herverdeling van de rijkdom, secularisme en sociale vooruitgang.

(*) [Dit artikel werd geschreven vóór de verwoestende explosie in de haven van Beiroet.]

Bron: Morning Star News, 30 juni 2020; http://www.lcparty.org/en/party-news-en/item/32928-lebanon-s-failed-system-now-threatens-food-shortage
Vertaling: Louis Wilms.

©MANIFEST KRANT van de NCPN
Haarlemmerweg 177, 1051 LB, Amsterdam, tel.: 020-6825019