Vrijheid heroveren

i-004-009.jpg
Een demonstrant maakt duidelijk klaar te zijn met het schandaal en het theater daarover in de Tweede Kamer rond minister van justitie Grapperhaus. Het Coronabeleid verworden tot komedie rond hoeveel afstand er gehouden wordt op een bruiloft, gefotografeerd door een paparazzi met onduidelijke belangen en voormalige, schimmige contacten in de onderwereld. Foto: RoelWijnants/Flickr/cc/by-nc-nd

Maarten Muis

Het Coronabeleid in Nederland heeft bij een deel van de politieke activisten een open zenuw geraakt. In een land waarin extreem-rechts zich bedient van partijnamen als Partij Voor de Vrijheid (Wilders) en Forum Voor Democratie (Baudet), is de strijd voor vrijheid en democratie een politiek verwarrende bezigheid geworden. Deze verwarring is alleen te overkomen door deze termen weer een klasseninhoud te geven. En tegelijkertijd de historische opdracht te begrijpen van wat de sociaaldemocratie neoliberalisme noemt.

Om met het laatste te beginnen. Het neoliberalisme is waar de PvdA, GroenLinks en SP al hun ideologische pijlen op richten. Dat neoliberalisme is de oorzaak van de tweedeling, van de uitbuiting van Poolse en Roemeense arbeiders in vleesfabrieken en sociale kilte en hufterigheid. Het is de grove vorm van kapitalisme die 'we' niet willen. Waarbij dat 'we' wij allen samen betekent, zowel de werknemers als de werkgevers. Want het begrip neoliberalisme verenigt individuen aan beide kanten van de objectieve klassengrens (kijk maar naar de bezitsverhoudingen). Het is wachten tot de nieuwe voorzitter van VNO-NCW, na het gesprek met Jesse Klaver dat zij kortgeleden in AD voorstelde, ondernemers gaat oproepen afstand te doen van de excessen van het neoliberalisme.

Het neoliberalisme is niet enkel een politieke afwijking van 'kapitalisme met een menselijk gezicht', zoals de Derde-Weg-ers (een middenweg tussen kapitalisme en socialisme) ons doen geloven. Het was dé reddingsboei van de heersende klasse in het Westen bij de economische crisis die in 1973 duidelijk zichtbaar werd. Net zoals in de periode vanaf 1991, was er gedurende de jaren zestig een stuwmeer aan kapitaal ontstaan door superwinsten. Door de ontwikkelingen in het Westen als resultaat van de klassenstrijd én de ideologische druk die het bestaan van de Sovjet-Unie uitoefende, waren er te weinig delen van de binnenlandse- en wereldeconomie die voldoende rendement voor dat kapitaal boden.

Ook de dekolonisatie in de zogenaamde derdewereldlanden had voor het Westers kapitaal een weg afgesneden om voldoende rendement te hebben op kapitaal. Er was totale verwarring bij de politieke en economische elites in de jaren zeventig van de vorige eeuw. Nog versterkt doordat de zonen en dochters van die elites (tijdelijk) onder invloed waren van neomarxistische hypes en radicale hippies. Waarheen met dat stuwmeer aan kapitaal? En hoe houden we de klassenvrede in stand in de imperialistische kernlanden? Dat laatste werd ernstig bedreigd door een groeiend leger aan werklozen, dat onder andere in kraakpanden van een alternatieve wereld droomden.

Ik ga hier niet de hele geschiedenis van het neoliberalisme bespreken. Er zijn inmiddels voldoende steekhoudende analyses te lezen ergens anders. Maar het resultaat was dat, met Thatcher en Reagan aan kop, de heersende klasse van het Westen verenigd werd op één politieke agenda. Met de roof van de eeuw (privatiseringen, deregulering, financiële markten en uitkleden sociale zekerheid) werd het kapitalisme in de jaren tachtig economisch en politiek gered. De val van het economische blok rond de Sovjet-Unie in 1991 verlengde deze redding tot 2008.

Helaas voor dromers van het 'Einde van de Geschiedenis' (Fukuyama): het is de aard van het kapitalisme dat crises van overproductie altijd terugkeren. Wat in de GEAB-nieuwsbrief jaren geleden geanalyseerd en voorspeld werd, is nu werkelijkheid (zie Manifest-archief). Ik laat de economische analyse hier even rusten. Graag nodig ik anderen met meer kennis van economie uit dit verder op te pakken. Ik ben namelijk wel benieuwd of mijn analyse ondersteund wordt met grafieken van de dalende winstvoet.

Wat mij als sociale wetenschapper en kranten- en tijdschriftenlezer opvalt is de specifieke betekenis die het neoliberalisme aan het idee vrijheid geeft. De claim van meer vrijheid voor de arbeidersklasse in de periode vanaf 1982 tot nu is indrukwekkend. Vrijheid om je huurhuis te kopen, je eigen pensioen te sparen en als ultieme stap: je eigen ondernemer te worden als zzp'er. Daarnaast werd er vanaf 1982 een ingenieuze methode van ideologische en praktische inkapseling met behulp van subsidies toegepast op organisaties die, zeker in het begin, een politiek revolutionair karakter hadden.

Met het Akkoord van Wassenaar regelde dat jaar Wim Kok de klassenvrede in Nederland, die nodig was voor uitvoering van de neoliberale politieke agenda. Objectief, en duidelijk meetbaar, is de economische en politieke positie van arbeid ten opzichte van kapitaal gedaald en verzwakt in Nederland (zie eerdere analyses van het arbeidsinkomensquote in deze krant). Politiek gezien wordt de verdienste van het neoliberalisme vooral beschreven als toegenomen individuele vrijheid. En die ideologische truc, met massale medewerking van de burgerlijke media, is wat met name de sociaaldemocratie totaal verblindt wat betreft de huidige strategische en tactische klassenstrijd.

Nu Corona de politieke en economische elite dwingt een beleid te voeren dat haaks staat op wat ze decennia daarvoor als vrijheid bevorderende neoliberale politiek hebben verkocht, gaat het schuren en kraken in de polder. Omdat in belang van de volksgezondheid het gewenst is het individu op te dragen zich aan bepaalde regels te houden, staat opeens het idee vrijheid centraal in het publieke debat.

Doordat in Nederland extreem-rechts zich ideologisch eigenaar waant van het idee van individuele vrijheid, is de politieke verwarring compleet. Links en rechts gaan er stemmen op dat er iets vreselijk mis is gegaan door de ontwikkelingen van de laatste veertig jaar met individuele zelfrealisatie en persoonlijke levensruimte. Door het dwingende karakter van internettechniek (je moet mee met o.a. DigiD anders lukt weinig nog), door de groeiende invloed van monopolies van telecombedrijven, mediabedrijven en zorgverzekeraars (wat heb je nog te kiezen?) en door meer repressieve wetgeving (sinds 9 -11 is de staatsmacht sterk vergroot ten koste van individueel recht), ervaart een groeiende groep Nederlanders minder vrijheid.

Er duiken groepjes demonstranten op die woedend zijn, ze voelen zich in hun vrijheid beperkt. Het neoliberalisme creëerde met behulp van het idee van meer vrijheid een ideologische kloof tussen objectieve klassenpositie en welbegrepen eigenbelang. Dat keert zich nu tegen de politieke en economische elite nu ze deels deze individuele vrijheid moeten inperken.

Met alle macht wordt gepoogd een voor de heersende klasse acceptabele situatie van klassenvrede te bewerkstelligen. Voor de vakbeweging staat het licht weer op groen voor sociale akkoorden. VNO-NCW is expliciet: de sociaaldemocratie is weer een goede bondgenoot. De geest van revolutionaire vrijheid moet weer in de fles. De door Wilders vaak aangehaalde positieve maatschappelijke situatie in de jaren vijftig van de vorige eeuw, kan zo het gemeenschappelijk referentiekader van hem en de heersende klasse worden.

Is het mogelijk het idee van vrijheid te heroveren voor de strijd voor het socialisme? Vrijheid om gezond te blijven door het werk, wat ten tijde van een burn-out-epidemie als zeer urgent wordt ervaren. Vrijheid om een leven te leiden, waarin techniek dienend is en niet dwingend. Vrijheid van angst dat de aarde door de klimaatcrisis onleefbaar wordt. Alleen door het klassenkarakter van vrijheid centraal te stellen, kunnen we die toestand bereiken.

©MANIFEST KRANT van de NCPN
Haarlemmerweg 177, 1051 LB, Amsterdam, tel.: 020-6825019