Revolutionaire strategie in niet-revolutionaire tijden

i-004-012.jpg
Reclame in China van een auto van het Duitse merk Mercedes. De auto-industrie heeft sinds de jaren negentig een grote fusie- en overnamegolf gehad, waarbij veel nationale automerken opgingen in een van de huidige 14 bedrijven die de markt domineren. Daimler, het bedrijf achter Mercedes-Benz verkocht in afgelopen kwartaal 625.675 personenauto's, met een 23% groei van verkoop in China. (Foto: Tim Wang/Flickr/cc/by-sa)

Huidig kapitalisme en antimonopolistische strategie

Willi Gerns

Deel 1 van 2

In 1968 wordt de nieuwe Duitse communistische partij DKP opgericht als opvolgster van de 12 jaar eerder verboden KPD. Het eerste partijprogramma van 1978 werd gebaseerd op 'de strategie van de strijd voor antimonopolistische overgangen naar het socialisme'. In de loop van de jaren 1990 startte binnen de DKP een debat over de beoordeling van de nieuwe ontwikkelingen die zich in het kapitalisme voltrekken. Zonder begrip van het actuele kapitalisme en zijn ontwikkelingstendensen kunnen communisten immers geen juiste conclusies trekken voor hun strategie. Onderstaande tekst uit 1999 is een van Willi Gerns' bijdragen aan dit debat. Uiteraard is er in twintig jaar veel veranderd, m.n. de laatste periode. Veranderingen die nog nader moeten worden bestudeerd. Maar alhoewel veel data inmiddels steeds sneller zijn achterhaald, de hoofdlijnen zijn niet wezenlijk veranderd.

Nieuwe ontwikkelingen in het kapitalisme

Wanneer gesproken wordt over de nieuwe ontwikkelingen in het kapitalisme, dan vallen de massieve aanvallen op de sociale verworvenheden het meeste op. Daarmee worden de werkende mensen niet alleen in Duitsland en niet pas sinds gisteren geconfronteerd. Ze vinden sinds eind jaren 1970 plaats in de hele kapitalistische wereld en hangen samen met processen in het kapitalisme zelf, die samen te vatten zijn onder het trefwoord 'globalisering'. Wat behelzen die?

  1. Sinds de crisis van midden jaren 1970 hebben we te maken met een toename van kapitalistische crisisverschijnselen, zoals groeicijfers die ook in de opgaande conjunctuurfasen relatief laag blijven; structurele crises; stijgende massawerkloosheid die ook tijdens de opgaande fasen niet meer echt kan worden afgebouwd; exploderende staatsschulden; en ontwrichting van het financiële systeem. Grootkapitaal en staat proberen een uitweg te vinden door in het accumulatiemodel de betekenis van de binnenlandse markt terug te dringen en in plaats daarvan voorrang te geven aan een oriëntatie op de wereldmarkt. Deze wordt steeds meer tot een uniform, de hele wereld omspannend veld van kapitalistische concurrentie.
  2. De zogenoemde globalisering drijft de tendens van concentratie en centralisatie van productie en kapitaal op de spits. Die leidt met fusies die steeds weer nieuwe landen en continenten omvatten, tot monsterverbonden van tot dan ongekende omvang. De transnationale ondernemingen die het productieproces vervlechten in wereldwijde, voor hun winstmogelijkheden zo gunstig mogelijke netwerken, zijn de overheersende kapitalen op de wereldmarkt geworden. Ze hebben een macht verkregen waarvan Lenin in zijn tijd niet eens kon dromen. Omzet en winst van transnationale ondernemingen overtreffen tegenwoordig het bbp of tenminste de begroting van complete staten. Ze kunnen hun economische politiek doorkruisen en door chantage landen dwingen tot in een onbarmhartige concurrentiestrijd om voor de transnationale ondernemingen meest lucratieve condities.
  3. De transnationale ondernemingen versnellen de transnationalisering van de arbeid. In de jacht op de hoogste winst zoekt het kapitaal wereldwijd de goedkoopste arbeidskracht. Zo wordt druk uitgeoefend op de beter betaalde, beschermde en georganiseerde arbeid in de metropolen, opdat de betreffendenationale afdelingen van de arbeidersklasse met elkaar gaan concurreren, de slechtste sociale voorwaarden de standaard worden, en wereldwijd loon- en sociale dumping doorgevoerd worden.
  4. Bij de globalisering hoort een kwalitatief nieuwe fase van verwevenheid van internationale financiële stromen en financiële speculatie. Dagelijks wordt tegenwoordig [1999] 1,5 biljoen dollar op de financiële markten heen en weer geschoven. Hoogstens vier procent van deze transacties heeft betrekking op de afrekening van goederen- en dienstenomzet. Al het andere is zuiver speculatief. De Azië-crisis en de crises in Rusland, Mexico of Brazilië laten duidelijk zien hoe financiële speculanten de economische politiek van hele staten en regio's kunnen tegenwerken en deze kunnen ruïneren.
  5. Als gevolg van de globalisering groeit de kloof tussen arm en rijk steeds verder. De rijkste 20 procent van alle landen beslist tegenwoordig over 84,7 procent van het mondiale bbp en over 84,2 procent van de wereldhandel. Sinds 1960 is de afstand tussen de rijkste en de armste 20 procent van de landen meer dan verdubbeld, 358 miljardairs zijn tegenwoordig samen even rijk als 2,5 miljard mensen, bijna de helft van de wereldbevolking. De kloof tussen arm en rijk wordt ook in de rijke landen zelf steeds groter.
  6. De tendens die aan de basis ligt van de globalisering hebben Marx en Engels al beschreven in het 'Manifest van de communistische partij': "De bourgeoisie heeft door haar exploitatie van de wereldmarkt de productie en consumptie van alle landen kosmopolitisch gemaakt. Zij heeft tot groot verdriet van de reactionairen aan de industrie de nationale bodem onder de voeten weggetrokken. De eeuwenoude nationale industriën zijn vernietigd en worden nog dagelijks vernietigd. Zij worden verdrongen door nieuwe industrieën, waarvan de invoering tot een levenskwestie voor alle beschaafde volkeren wordt, door industrieën, die niet meer inheemse grondstoffen, maar grondstoffen uit de verste streken van de aarde verwerken en waarvan de fabricaten niet alleen in het land zelf, maar in alle werelddelen tegelijk worden verbruikt. In de plaats van de oude, door producten van het eigen land bevredigde behoeften komen nieuwe, die de producten van de verste landen tot hun bevrediging vereisen. In de plaats van de oude lokale en nationale zelfgenoegzaamheid en afgeslotenheid komt er een veelzijdig verkeer, een veelzijdige afhankelijkheid van de volkeren onderling."

    Tegenwoordig hebben we zowel te maken met een verdieping van de hier genoemde processen, als tegelijkertijd ook met kwalitatief nieuwe ontwikkelingen, zoals de eerder genoemde punten laten zien. Ze voltrekken zich tegen de achtergrond van revolutionaire veranderingen in de productiekrachten. Dat zijn vooral de nieuwe communicatietechnologieën. Die maken niet alleen maar de netwerkvorming van de wereldhandel mogelijk, maar ook de bliksemsnelle koppeling over de hele aardbol van de productieprocessen en de financiële stromen.

  7. Zoals bekend heeft Lenin laten zien dat het wezen van het imperialisme bestaat in de macht van de monopolies en de zich op deze basis ontvouwende tendens van agressie naar buiten en reactie naar binnen. Met de globalisering is niet alleen de macht van de monopolies met hun transnationale ondernemingen onmeetbaar gegroeid, ook de tendens tot agressie en reactie is sterker geworden. De voornaamste opgave van de imperialistische metropolen bestaat er tegenwoordig in om de laatste hindernissen voor de totale beheersing van de wereldmarkt door de transnationale ondernemingen uit de weg te ruimen. Waar economische hefbomen en afpersingen niet het gewenste effect hebben, wordt de imperialistische militaire machine in beweging gezet. De door de VS gedomineerde militaire alliantie NAVO is tot zelfbenoemde wereldpolitieagent geworden. Die stoort zich in het geheel niet aan het volkerenrecht, soevereine staten die niet buigen voor het dictaat van de NAVO, worden gebombardeerd of bezet. Globalisering betekent dus in geen geval dat het imperialisme vriendelijker wordt en het ervan uitgaande oorlogsgevaar geringer. Geheel integendeel, militaire conflicten waarin de imperialistische metropolen betrokken zijn, nemen toe.

Is de stamokap-theorie achterhaald?

Kern van de theorie van het staatsmonopolistisch kapitalisme is de samenvoeging van de macht van de monopolies met de macht van de staat. De concrete mechanismen waarmee de staat optreedt in het belang van de monopolies, kunnen daarbij veranderen, en dat gebeurt o.a. in samenhang met de ontwikkeling van de productiekrachten, met veranderingen in de rendementsvoorwaarden van het kapitaal, met de eisen van de internationale concurrentiestrijd, en de kracht en invloed (of zwakte!) van de arbeidersbeweging op staatsbesluiten.

In de geschiedenis van de Bondsrepubliek Duitsland heeft meerdere malen een vormverandering in het reguleringsmodel van het staatsmonopolistisch kapitalisme plaatsgevonden. Op bepaalde gebieden van de economie verminderen dan de staatsingrepen, terwijl ze op andere toenemen. Zo zien we sinds enige tijd dat de staat zich enerzijds door privatiseringen uit de directe ondernemersactiviteit terugtrekt, maar anderzijds bijvoorbeeld met zijn wetgeving steeds sterker en directer in het belang van de monopoliebourgeoisie en de verbetering van haar posities op de wereldmarkt ingrijpt in de voorwaarden van de strijd tussen arbeid en kapitaal. Nieuw is ook dat steeds meer reguleringsfuncties overgedragen worden aan een EU-bureaucratie die zich aan elke democratische controle onttrekt. In het kader van de EU hebben we tegenwoordig te maken met een centralistisch staatsmonopolistisch dirigisme dat op veel terreinen ver uitgaat boven wat we eind jaren 1960 ten tijde van de sociaaldemocratische, zogenoemde globale sturing meegemaakt hebben. Als nieuw element tekenen zich tenslotte in samenhang met de globalisering kiemvormen af van een mondiaal staatsmonopolistisch reguleringssysteem in het belang van de transnationale ondernemingen. Een centrale rol daarbij spelen o.a. IMF, WB, WHO, GATT, WEF.

Dat alles betekent dat zich weliswaar niets gewijzigd heeft aan het wezen van het staatsmonopolistisch kapitalisme, aan de samenvoeging van de macht van de monopolies met de macht van de staat, maar dat het huidige stamokap zich in de concrete werkelijkheid in menig opzicht onderscheidt van dat van de jaren 1950/60. Daartoe behoort niet in de laatste plaats dat in de verhouding van monopolies en staat de gewichten verschoven zijn ten gunste van de monopolies, met name ten gunste van de transnationale ondernemingen. Tegenover de staat zijn die sterker geworden, de staten ten opzichte van hen zwakker. De relatieve zelfstandigheid van de staat in de eenwording van monopolie- en staatsmacht is nog verder verzwakt.

(In deel 2: Stamokap en antimonopolistische strategie)

Bron: Willi Gerns, Revolutionäre Strategie in nichtrevolutionäre Zeiten, Neue Impulse Verlag, Essen, 2015; pag. 135-145

Vertaling en bewerking: Louis Wilms.

©MANIFEST KRANT van de NCPN
Haarlemmerweg 177, 1051 LB, Amsterdam, tel.: 020-6825019