KLASSIEK EN ACTUEEL

"(...) Economisch gezien werden de risico's door de enorme winsten gerechtvaardigd. Er was altijd het risico van een overval, want het veroveren van een slavenhaler betekende voor een kaper een fortuin. Er waren verder de gewone zeerisico's voor deze kleine schepen met geringe tonnage. Tenslotte was er het risico van verlies van de koopwaar, want negers, mannen en vrouwen door elkaar, weken opeengepakt in een ruim, stierven als vliegen. De kapitein hield de gezondheid van zijn lading dan ook goed in de gaten. Bij ernstige gevallen schoot men met het masker om de aandacht van God voor deze ellende te trekken. Want deze slavenhandelaars uit Vlissingen, Hoorn of Amsterdam waren rechtschapen lieden, met weinig gevoel, maar zij lazen de bijbel en zouden verwonderd geweest zijn als men hun moraal in twijfel zou hebben getrokken. Daarenboven verboden de wetten van de Verenigde Provinciën de slavernij: dat was een kans van de Voorzienigheid voor de negers. Als ooit een van hen, hoe dan ook, voet op Nederlandse bodem zette, was hij door dit feit zelf al vrij, en verloor zijn meester alle recht tot terugkoop. Het kwam niet zelden voor in de grote Hollandse steden dat men onder het huispersoneel van welgestelde families dergelijke vrijgevochten slaven tegenkwam. (...)"

Uit: Het dagelijks leven in de gouden eeuw, deel 2, Paul Zumthor.

©MANIFEST KRANT van de NCPN
Haarlemmerweg 177, 1051 LB, Amsterdam, tel.: 020-6825019