Het Europees landbouwbeleid ter discussie gesteld

Het doet niet wat het zegt

i-008-020.jpg
Een van de stallen van de intensieve veeteelt in Nederland, hier varkens. (Foto: Shutterstock)

Wiebe Eekman

Het Europese 'gemeenschappelijk landbouwbeleid' is van oudsher een zwaargewicht in de Europese Unie. Ruim 39 procent van het gehele EU-budget gaat naar landbouw. Het landbouwbeleid beheert een pot van 387 miljard euro subsidie. Ook op Europese schaal een enorm bedrag.

Op 23 oktober stemden de drie klassieke politieke families (conservatieven, liberalen en sociaaldemocraten) met een twee derde meerderheid voor de grote lijnen voor het gemeenschappelijk landbouwbeleid over de komende jaren 2023-2029. Over de verdere invulling van dit beleid zal volgend jaar onderhandeld worden, lidstaat per lidstaat.

Mooie woorden die de werkelijkheid niet dekken

Het persbericht van het Europees Parlement op de avond van 23 oktober schetst met een paar zinnen een mooi beeld:

Maar dit beleid waarover werd gestemd, was nog door de vorige commissie onder Juncker voorbereid. Het sluit niet aan op de 'Green Deal' van de huidige commissievoorzitter Ursula Von der Leyen. De stemming werd met een dag vervroegd en doorgedrukt, om de kritische stemmen voor te zijn. De lobby's van de industriële landbouw lijken hun slag binnengehaald te hebben. Dit zogenaamde 'nieuwe' beleid wordt een voortzetting van het oude beleid en staat in tegenstelling tot de 60 procent emissiereductie waarvoor eerder door het Europees Parlement werd gestemd. Natuur- en milieuorganisaties protesteren de één na de ander.

De Europese veeteelt staat voor 17 procent van de Europese emissie

Dat zijn echter cijfers van 2018. Jaarlijks steeg de emissie uit veeteelt in Europa met 6 procent. In België zelfs met 8 procent per jaar. Zo halen we de klimaatdoelstellingen niet. Met veiligheid op de voedselvoorziening in Europa heeft dat niets te maken, wel alles met export. Terwijl we voor de plantaardige voedingsgewassen als peulen, graan en fruit afhankelijk zijn van de invoer.

Het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (afgekort GLB) bevoordeelt de grote industriële landbouwbedrijven en benadeelt de kleinere boerenbedrijven. Subsidies worden toegekend op basis van het aantal koeien. Dat leidt tot schaalvergroting en industrialisering. Eenenzeventig procent van de landbouwgrond in Europa wordt gebruikt voor veeteelt. Negenenvijftig procent van alle hier verbouwde graan wordt gebruikt als veevoeder, bovenop wat geïmporteerd wordt uit Amerika.

Steeds meer pesticiden worden gebruikt bij de monoculturen van veevoeders. Die pesticiden doden het gezonde bodemleven. Dit bodemleven zorgt niet alleen voor het verwerken en aanvoer van voedingsstoffen voor gewassen, maar ook voor opslag van koolstof in de bodem. Dode gronden zijn bovendienonderhevig aan erosie. Die pesticiden veroorzaakten ook een achteruitgang van 41 procent van de insectensoorten waardoor de vogelpopulatie sterk achteruitgaat. De gronden gebruikt voor monoculturen zijn als woestijnen voor de biodiversiteit. Deze 'dode' gronden zijn bovendien erg onderhevig aan erosie.

Allemaal redenen om het beleid drastisch om te gooien. De Eurocommissaris voor klimaat en architect van de Green Deal, Frans Timmermans, zei eerder: "het GLB moet een rol spelen bij het aanpakken van klimaatverandering en verlies van biodiversiteit. Het huidige GLB heeft die verandering niet kunnen bewerkstelligen. De ecoregelingen en hun financiering zijn een belangrijke eerste stap, maar er moeten meer stappen volgen in de landbouw en door de hele voedselketen heen."

Boeren hebben recht op een waardig inkomen

De schaalvergroting in de landbouw ruïneert talloze boerenfamilies. Her en der verenigen boeren zich in alternatieven om met minder koeien een kwalitatief goed product te leveren voor een eerlijke prijs. Zo ontstond in België de coöperatie Fairebel dat zuivel levert, gewaarborgd vrij van genetisch gemodificeerde organismen, en tegelijkertijd een eerlijke prijs geeft aan de aangesloten boeren.

Boeren zouden moeten worden betaald naar hun arbeid, onafhankelijk van het geproduceerde volume, onafhankelijk van het aantal stuks vee of het aantal hectaren. Boeren kunnen ongelooflijk veel doen voor de biodiversiteit op hun gronden, voor de natuur en voor opslag van koolstof door te zorgen voor gezond bodemleven. Dat vergt ook arbeid die vergoed moet worden. De ecoregelingen in eerdere Europese plannen voor natuurbehoud en voedselveiligheid gingen die kant uit. Ze werden onder druk van de industriële lobby's uitgehold. In het oorspronkelijk voorstel zou op 10 procent van het landbouwgebied aan natuurbehoud gedaan worden. Dat werd verminderd tot drie à vijf procent. De bescherming van veengronden tegen omploegen en droogleggen werd ook uitgehold. Veengronden die enkel begraasd worden, houden enorm veel koolstof vast, meer dan een bos. Veengronden die drooggelegd worden en omgeploegd tot intensief begraasde weiden verliezen hun eeuwenlange opgeslagen koolstof en worden een bron van emissie.

Boeren zouden geholpen moeten worden om over te schakelen op agro-ecologische of biologische landbouw, ook financieel. Dertig procent van de subsidiepot in het landbouwbeleid wordt ingezet voor het vergoeden van de ecoregelingen voor klimaat- en milieu-inspanningen, echter zonder specifieke normen, wat de weg opent naar misbruik. Erger nog: het nieuwe beleid verbiedt de lidstaten om meer te doen aan agro-ecologische maatregelen dan die 30 procent. Het leeuwendeel van 70 procent van dit budget wordt besteed zonder enige 'vergroeningsvoorwaarde'. We hebben alle reden om het protest van de natuur-en milieuorganisaties te steunen.

(Ik haalde mijn gegevens uit persberichten en artikelen van het Europees Parlement, Greenpeace, Bos+, Mo, etc. Zie voor de coöperatie Fairebel: https://www.fairebel.be/over-ons/)

Artikel Manifest 03-11-2020.

©MANIFEST KRANT van de NCPN
Haarlemmerweg 177, 1051 LB, Amsterdam, tel.: 020-6825019