Amerikaanse regering stopt niet met interventionistische acties tegen Cuba

i-010-019.jpg
Cartoon: Online-aanvallen op Cuba en de 'onzichtbare' hand die het financiert. (Foto: Ambassade Cuba\Alfredo Martirena Hernández)

Sommige Nederlandse media hebben in de pers en op sociale netwerken berichten overgenomen die slechts een deel van de werkelijkheid weergeven van een aantal gebeurtenissen in de hoofdstad van Cuba. Het betreft acties uitgevoerd door enkele jongeren, deels kunstenaar van beroep deels jongeren die als zodanig worden beschouwd.

De feiten verwijzen naar de arrestatie van een Cubaanse burger die een overtreding van minachting jegens de politie heeft begaan en de wetgeving niet respecteerde. Deze burger werd via een eerlijk proces, volgens de richtlijnen passend bij een dergelijke overtreding, veroordeeld tot acht maanden gevangenisstraf. Ten behoeve van negatieve mediapropaganda is geprobeerd dit in de genoemde berichten af te schilderen als willekeurige vrijheidsberoving.

Niet meer dan 15 personen, die allen beweren kunstenaar te zijn en bewezen banden hebben met de Amerikaanse ambassade in Havana, ontmoetten elkaar in een privéwoning in de wijk San Isidor in de Cubaanse hoofdstad. Zij bespraken hoe zij zouden zorgen voor de intrekking van de sanctie tegen de eerdergenoemde burger, waarbij een deel van deze groep beweerde voor dat doel een hongerstaking te beginnen.

De ontmoeting van deze mensen in dit huis werd gecompliceerd door de binnenkomst van een burger die per vliegtuig was gearriveerd vanuit het buitenland. Hij ging naar het bovengenoemde huis in de wijk San Isidro en hield zich niet aan het hygiëneprotocol om de verspreiding van COVID-19 te voorkomen, volgens de regels die op Cuba van kracht zijn. Op deze manier stelde hij de aanwezige mensen roekeloos bloot aan de mogelijke verspreiding van het virus. Met het oog daarop moesten de wetshandhavingsautoriteiten op donderdag 26 november optreden en de groep mensen uit dit huis verdrijven, om naleving van genoemd protocol te eisen, in overeenstemming met de huidige wetgeving.

Op vrijdag 27 november trokken ongeveer 150 mensen, voornamelijk jongeren uit de artistieke sector of verwant aan deze sector, naar het hoofdkantoor van het ministerie van Cultuur om de onmiddellijke aandacht van de minister te eisen. Deze groep was samengesteld uit een verscheidenheid aan mensen met uiteenlopende motieven. Sommigen van hen liepen mee ter ondersteuning van de eis tot intrekking van de sanctie opgelegd aan de eerdergenoemde burger wegens overtreding van minachting jegens de politie. Anderen waren erbij met eisen die verband hielden met de uitoefening van hun artistieke activiteit op Cuba en hun vrijheid van meningsuiting en weer anderen ter ondersteuning van de deelnemers aan de vermeende hongerstaking.

Een vertegenwoordiging van deze demonstranten bij het ministerie van Cultuur werden diezelfde avond ontvangen op het hoofdkantoor door de viceminister van Cultuur, Fernando Rojas, die aanwezig was om naar hun eisen te luisteren.

Deze gebeurtenissen worden gepresenteerd als een buitengewone en ingrijpende situatie op Cuba, gebaseerd op manipulatie door activisten met berichten op sociale netwerken en door sommige media onverantwoordelijk en klakkeloos herhaald. Deze activisten op Cuba, en in het buitenland, bleven opzettelijk direct berichten sturen naar verschillende bronnen, waarin ze spraken over vermeende gewelddaden tegen mensen die naar het ministerie van Cultuur van Cuba gingen en andere lasterlijke beweringen. In hun berichten bepleitten ze burgerlijke ongehoorzaamheid en wekten haat op, en ze bedreigden diverse mensen met een andere mening dan zijzelf of mensen die objectief de feiten onder woorden brachten. Het doel van deze activisten is een vertekend en extremistisch beeld creëren van de realiteit op Cuba, om de internationale opinie zo te bewerken dat men aanneemt dat er een klimaat van instabiliteit is op Cuba.

Tijdens deze campagne zijn zelfs pogingen ondernomen om jongeren, met name uit de artistieke en culturele sector, te gebruiken en te manipuleren, op basis van vermeende overweldigende steun voor de acties. Sommige jonge mensen die deelnamen aan de bijeenkomst bij het ministerie van Cultuur, hebben deze manipulatie van hun mening getrotseerd en hebben hun steun voor ons systeem en onze instellingen opnieuw bekrachtigd.

Het is duidelijk dat er een poging is gedaan om op basis van deze gebeurtenissen een mediacampagne tegen Cuba en zijn regering in gang te zetten. Sommige media en instellingen hebben op een onverantwoordelijke en onethische manier hun meningen en krantenkoppen gebaseerd op deze bevooroordeelde informatie, die alleen afkomstig is van de media en van activisten met extremistische standpunten tegen Cuba en met de bedoeling de interne orde te destabiliseren.

Het is ook veelbetekenend en zeer verdacht dat er gecoördineerde en gelijktijdige actie is geweest van zowel interne als externe actoren, evenals verwijzingen naar anti-Cubaanse acties in het verleden, en dat er massaal gesynchroniseerde financiering heeft plaatsgevonden van mobiele data aan bepaalde personen, die telefoons hadden met geavanceerde technologie voor de eenzijdige overdracht van de feiten door middel van hun meningen en laster.

Er is publiek bewijs dat niets tijdens deze gebeurtenissen toevallig was.

Zelfs in de persoonlijke accounts op sociale netwerken van enkele van de vermeende leiders van deze operatie kan worden geverifieerd dat ze video's hebben gepost en openbaar hebben gemaakt dankzij een zaakgelastigde a.i. van de Amerikaanse ambassade op Cuba. Deze zaakgelastigde was persoonlijk betrokken bij het promoten van de vermeende, dus niet bestaande hongerstaking, in strijd met de regels voor gezondheidsquarantaine die zijn vastgesteld als gevolg van de Covid-19-pandemie, en bij het transport en de ondersteuning van de deelnemers aan de provocatie.

De Cubaanse media en het Cubaanse ministerie van Buitenlandse Zaken hebben bewijsmateriaal gepresenteerd van acties die werden gepromoot vanuit de Verenigde Staten, met deelname van de VS-ambassade op Cuba, om te proberen een situatie van wanorde, burgerlijke ongehoorzaamheid en instabiliteit op het eiland te veroorzaken. Dat maakt geen deel uit van de diplomatieke functies van een ambassade en haar personeel, en is niet in overeenstemming met het internationaal recht. Het is een flagrante en onaanvaardbare inmenging in de binnenlandse aangelegenheden van Cuba, die de Cubaanse regering niet tolereert van de Verenigde Staten of van wie dan ook.

Er zijn oude leugens gebruikt tegen Cuba over mensenrechten, met kritiek op de vrijheid van meningsuiting en vergadering, zonder rekening te houden met de manipulatie en verkeerde voorstelling van deze kwesties door de machtige media en technologische machinerie vanuit de Verenigde Staten, inclusief het gebruik van intimidatie op sociale netwerken met ongeëvenaarde financiële steun.

De vermeende instabiliteitssituatie op Cuba, die kunstmatig wordt gepresenteerd en gecreëerd, kan voor de VS een voorwendsel opleveren om regeringen te vragen en aan te moedigen hun bezorgdheid te uiten over de situatie op Cuba. Vervolgens kan de VS proberen de bestaande sancties tegen Cuba te verzwaren, de economische, financiële en commerciële blokkade, en zelfs een interventie, toegenomen agressie en terrorisme te rechtvaardigen tegen het land, in overeenstemming met het scenario van de zogenaamde onconventionele oorlog tegen Cuba, dat ook in andere landen is toegepast.

De Cubaanse minister van Buitenlandse Zaken stelde onlangs aan de kaak dat de regering van president Donald Trump rechtstreeks betrokken is bij het financieren en begeleiden van burgerlijke ongehoorzaamheid en illegale handelingen tegen de openbare orde op Cuba. Het betreft groepen en individuen die op het grondgebied van Cuba verblijven, sommige hebben banden met terroristische activiteiten, promoten openlijk sabotage, geweld en gebrek aan respect voor de wet en onderhouden rechtstreeks contact met enkele van de activisten betrokken bij de gebeurtenissen in de wijk San Isidro.

President Diaz-Canel bevestigde dat "we geen inmenging, provocaties of manipulaties erkennen. De bevolking heeft alle moed en moraal om voor het hart van Cuba te vechten."

Ondanks deze actie vanuit het buitenland en de campagne die tegen Cuba wordt gevoerd, verkeert het land in een situatie van veiligheid en normaliteit. Het Cubaanse volk zal weten hoe het zijn soevereiniteit moet verdedigen, en ze zijn er zeker van dat het altijd zal rekenen op het verdedigen van de waarheid, met de steun van vrienden in solidariteit met Cuba.

Bron: AmbaCuba, Yadira Ledesma, Councellor, vertaling J.Bernaven.

©MANIFEST KRANT van de NCPN
Haarlemmerweg 177, 1051 LB, Amsterdam, tel.: 020-6825019