Tarievengekte

i-011-020.jpg
Vervallen fabrieksterrein in de 'Rustbelt'.
i-011-021.jpg
Vervallen woning in Marktown, in hetzelfde gebied: het oude industriële land rond Indiana en Detroit. Sinds de jaren zeventig van vorige eeuw is deze streek zeer verarmd, doordat staalindustrie verdween. (Foto's: kitmasterbloke/Flickr/cc/by)

Greg Godels (*)

Het moet gezegd worden dat United Steelworkers (USW) de levensstandaard en de arbeidsomstandigheden van miljoenen arbeiders verbeterd heeft. De vakbond van staalarbeiders kwam voort uit het militante Steel Workers Organizing Committee, dat in de dertiger jaren was opgericht. Honderden communistische en socialistische organizers werkten mee aan de opbouw van de USW, waardoor het vakbondswerk in de industrie enorm werd versterkt. De USW was een van de progressiefste krachten in de Amerikaanse politiek.

Tijdens de Koude Oorlog echter werden de strijdlustigste leden van de vakbond weggezuiverd of monddood gemaakt. De USW ruilde zijn oorspronkelijke strategie van klassenconfrontatie in voor een partnerschap met het kapitaal. De vakbond ging niet langer meer uit van haar eigen collectieve kracht maar koos voor samenwerking met het kapitaal, waarbij contractonderhandelingen plaatsvonden op basis van het idee dat werknemers en werkgevers een gemeenschappelijk belang hadden. [Nederland volgde begin tachtiger jaren!!, nvdr]

Met het oog op de Koude Oorlog stond het kapitaal enkele concessies aan de arbeid toe. Op deze manier wilde het kapitaal zich ervan verzekeren dat de arbeiders loyaal bleven aan de doelstellingen van de Amerikaanse buitenlandse politiek. De vakbondsleiding toomde het radicalisme op de werkvloer in en droeg haar steentje bij aan de internationale strijd tegen het communisme. In ruil daarvoor zouden de werkgevers stilzwijgend toestaan dat de stijgende productiviteit gepaard ging met hogere lonen en betere arbeidsvoorwaarden.

Toen er in de jaren zeventig een economische crisis uitbrak en de heersende klasse overging tot het marktfundamentalisme, kwam het kapitaal zijn deel van de afspraak niet langer na. Het ging over tot een genadeloze aanval, waardoor het stilzwijgende partnerschap eenzijdig verbroken werd.

Jammerlijk genoeg bleef de andere partij - de georganiseerde arbeid (in dit geval de USW) - zich vastklampen aan het partnerschap. Ondanks de reorganisaties, de inkrimping en sluiting van fabrieken en alle afgedwongen concessies hield de USW vast aan haar filosofie van klassensamenwerking. Critici beschouwden deze filosofie als 'klassencollaboratie'.

Zolang we ons kunnen herinneren komt een deel van deze toegevendheid aan de directeuren voort uit de angst voor buitenlandse concurrentie. Of het nu gaat over de oproep aan arbeiders om Toyota's met voorhamers te bewerken of om het aandringen op hoge invoertarieven op buitenlands staal, de leiding van de USW heeft altijd volgehouden dat wat goed is voor de staalfabrieken in de VS, ook goed is voor de leden van de USW.

De afgelopen jaren stond de eis tot protectionisme op gespannen voet met de heersende politieke tendens, ook bij de vermeende bondgenoot van de vakbonden, de Democratische Partij. Sinds Thatcher, Carter, Reagan en Clinton is het ongebreideld marktdenken de ideologische obsessie van alle bourgeoisiepartijen en hun beleidsmakers geworden. Handelstarieven en protectionistische maatregelen waren onbespreekbaar.

Maar, in 2016 vonden de leiders van de USW hun redder. Donald Trump nam op zijn eigen lompe manier zijn intrek in het Witte Huis. Hij hield zich aan zijn belofte en voerde in 2018 hoge invoertarieven op buitenlands staal in,om de import ervan te beperken. Helaas voor de USW die zijn kaarten op dit protectionisme had gezet, voldeden Trumps invoertarieven niet aan de verwachtingen. The Wall Street Journal schreef: "Volgens de officiële statistieken zorgden hogere invoertarieven en een verhoogde productie in 2018 voor 6.000 nieuwe banen in de staalindustrie. Eind 2019 was deze banengroei echter tenietgedaan, omdat de vraag naar staal en de prijzen waren gekelderd."

Bob Tita en William Mauldin, de auteurs van het artikel 'Tariffs Didn't Fuel Revival for American Steel' in The Wall Street Journal van 28 oktober 2020, voegen eraan toe: "De hogere prijzen zorgden er aanvankelijk voor dat staal ook duurder werd voor de fabrieken die het moesten kopen, wat leidde tot het verlies van ongeveer 75.000 banen in de industrie. Dit blijkt uit een studie van het bestuur van de Amerikaanse Centrale Bank die eind vorig jaar verscheen". Bovendien zorgden buitenlandse staalproducenten ervoor dat hun landen uit vergelding ook hogere handelstarieven oplegden. Dit bracht de binnenlandse productie in de VS nog meer schade toe. Het uitblijven van een groeiende vraag naar staal in de VS dwong de binnenlandse producenten ervan om staal te exporteren naar markten buiten de VS, waarmee ze dezelfde strategie gingen hanteren als de 'buitenlandse' concurrentie.

Een belangrijk onderdeel van Trumps succesvolle campagneboodschap in 2016, dat hem veel stemmen in de rustbelt opleverde, was zijn belofte om fors te investeren in de infrastructuur en zodoende veel banen te scheppen. Het plan kwam echter nooit van de grond omdat het gebaseerd was op de illusie dat kapitalisten willen investeren in het publieke domein. Het opknappen van openbare scholen, ziekenhuizen en waterleidingen, het tegengaan van de vervuiling en het verbeteren van het openbaar vervoer leveren investeerders eenvoudigweg niet genoeg rendement op. Zelfs niet wanneer ze daardoor aan het algemeen belang werken, de staalproductie stimuleren en tienduizenden banen in de staalindustrie kunnen scheppen.

In plaats daarvan voerde Trump (trouw aan zijn échte bedrijfsvriendelijke agenda) een forse belastingverlaging door, waardoor de inkomsten die gebruikt hadden kunnen worden voor overheidsinvesteringen verminderden. Trump liet het bureaucratische moeras niet leeglopen zoals hij had aangekondigd, maar wel de staatskas. Vervolgens kwam hij aanzetten met halfslachtige plannen voor publiek-private partnerschappen om de kapitalisten tot investeringen te verleiden. Hier zijn ze nooit op ingegaan.

The Pittsburgh Post Gazette meldt dat het parlement van Pennsylvania, dat gedomineerd wordt door de Republikeinen, dit nepconcept nu in de praktijk brengt. Om een dergelijk publiek-privaat partnerschap in het leven te roepen en de inkomsten te verhogen, wordt nu overwogen om tol te heffen op een groot aantal bruggen. In plaats van het vermogen van miljardairs en bedrijven te belasten om het nodige geld bij elkaar te krijgen voor de wederopbouw van de publieke infrastructuur, worden de belastingen voor de rijken verlaagd en basisvoorzieningen en -diensten geprivatiseerd.

Het ligt voor de hand dat de Amerikaanse staalindustrie dankzij de tarievenpolitiek dacht dat ze een groter marktaandeel kon verkrijgen. De leiding van de USW zag echter een fundamentele wet van het kapitalisme over het hoofd: met het opstuwen van de prijzen door hogere tarieven en door het uitsluiten van de buitenlandse concurrentie werden binnenlandse kapitalistische ondernemingen gestimuleerd om deel te nemen aan een orgie van expansie en productie. Nadat de invoertarieven werden opgelegd, steeg de prijs van plaatstaal met de helft tot 920 dollar per ton. Op dit moment echter is de prijs lager dan hij was voor het opleggen van de tarieven.

Voorstanders van tarieven als remedie tegen ontslagen, stagnerende of dalende lonen en slechtere arbeidsvoorwaarden vergeten dat het kapitalisme op winst draait, en niet op het delen van de rijkdom. Communistische, socialistische en andere militante vakbondsleden zagen deze waarheid onder ogen. Zij streefden naar een vakbond die bereid was om de strijd aan te gaan voor een groter deel van de winst voor de arbeiders.

De huidige leiding van de USW gelooft ten onrechte dat arbeiders er baat bij hebben wanneer 'onze' bedrijven bevoordeeld worden ten koste van "die van hen". Ze fantaseren over een wereld waarin buitenlanders roofzuchtige bedriegers zijn terwijl de Amerikaanse producenten worden geïnspireerd door het grotere goed. 'Die van hen' worden gedreven door meedogenloze concurrentie terwijl 'de onze' zich inzetten voor eerlijke samenwerking. Onder deze retoriek gaat een niet al te subtiel nationaal chauvinisme schuil.

De ervaring met Trumps tarievenbeleid toont aan dat een protectionistische aanpak niet alleen de buitenlandse bedrijven schade berokkent, maar ook dat de binnenlandse productie, banen en lonen er niet door beschermd worden. Net zoals hun buitenlandse concurrenten zijn de Amerikaanse producenten onderworpen aan de bewegingswetten van het kapitalistisch systeem. Na elke piek volgt krimp, en dit geldt zowel voor een beschermde nationale markt als voor de onbelemmerde wereldmarkt.

Het misplaatste vertrouwen dat de vakbond stelt in deze strategie van samenwerking met de staalconcerns is een krachtig pleidooi voor een onafhankelijk politiek actieprogramma. Dit zou de vakbondsleden en de bevolking kunnen verenigen in de strijd voor nieuwe banen en voor investeringen in de verwaarloosde infrastructuur. Alle onderzoeken wijzen erop dat dát een echte stap voorwaarts is om de vraag naar staal te verhogen en vakbondsbanen te scheppen. Dat de Amerikaanse infrastructuur in een abominabele staat verkeert blijkt uit alle studies. Bovendien kan iedereen dit met zijn eigen ogen zien. De hogere handelstarieven hebben niet voor een hogere vraag naar staal gezorgd. De enige manier om de binnenlandse staalproductie te verhogen is een uitgebreid investeringsprogramma, voor de wederopbouw van Amerika. Zo kan de aftandse infrastructuur in het algemeen belang worden verbeterd en kunnen er banen in de staalindustrie geschapen worden.

Op dit moment stellen de vakbonden hun vertrouwen in de staalbedrijven die in privéhanden zijn. Ze kunnen op dit moment alleen maar hopen op een groter deel van de welvaart die door de arbeiders zelf wordt voortgebracht. Ze zouden deze rivalen echter moeten bestrijden om een groter aandeel van de welvaart te krijgen. Als de vakbonden nieuwe banen, baanzekerheid en lonen willen veiligstellen, zullen ze de privébedrijven voor eens en altijd moeten uitschakelen. Een echte strijdvaardige vakbond moet streven naar publiek bezit van de staalindustrie.

(*) Bron: ZZ's blog, 20 november 2020, vertaling Frans Willems.

©MANIFEST KRANT van de NCPN
Haarlemmerweg 177, 1051 LB, Amsterdam, tel.: 020-6825019