Cuba op VS-lijst van 'landen die terrorisme steunen'

i-010-027.jpg
Vlaggen bij een demonstratie op Cuba eren de Beweging van de 26ste Juli. Ook de acties vanuit die beweging, door Fidel Castro, geleid tegen de dictatuur van Batista en het Amerikaanse imperialisme, werden als ‘terroristisch’ gekenschetst. De VS-politici en media blijven op die trommel slaan: de strijd voor het socialisme te criminaliseren. (Foto: PCC)

Redactie buitenland

In dit artikel een aantal essentiële feiten om goed te kunnen begrijpen waarom Cuba is geplaatst op de lijst van zogenaamde 'landen die terrorisme steunen', opgesteld door het ministerie van Buitenlandse Zaken van de VS.

Op 1 januari 1959 eindigde de revolutionaire strijd tegen het Cubaanse dictatoriale regime met een overwinningszege. De revolutionaire beweging onder leiding van Fidel Castro kwam aan de macht. De maatregelen die door de revolutionaire regering werden genomen om de Cubaanse onafhankelijkheid en soevereiniteit te herstellen, waren de doodslag voor de belangen van de grootste Noord-Amerikaanse monopolies, die meer dan een halve eeuw het land domineerden en Cubaanse hulpbronnen hadden geplunderd. De revolutionaire regering besloot te handelen op basis van volledige onafhankelijkheid en besloot tot beslissende economische en sociale veranderingen, ten gunste van de meerderheid van het Cubaanse volk, en volgde het pad van de opbouw van een socialistische samenleving. Dit gegeven deed het historische conflict tussen Cuba en de VS opnieuw oplaaien.

De reactie van de Verenigde Staten was vanaf het eerste moment snel en grof. De sancties bedoeld om de revolutie om te buigen volgden elkaar op en werden uiteindelijk een totale blokkade. In de afgelopen zes decennia is er een economische oorlog tegen Cuba gevoerd. Ondanks deze inspanningen is de VS er niet in geslaagd om haar vroegere hegemonie in een van de meest geliefde enclaves op het westelijk halfrond te herstellen. Ook niet met behulp van de groot- en kleinschalige terroristische aanslagen op Cuba, waarbij de VS sinds 1959 is betrokken, waaronder de invasie in de Varkensbaai en de diverse bizarre plannen om Fidel Castro te vermoorden.

In 1989 verleende president Bush sr. gratie aan Orlando Bosch, een van de meest beruchte anti-Castro-terroristen, die werd beschuldigd van het bedenken van het bombardement op een Cubaans burgervliegtuig tijdens de vlucht, in 1976. In 1998 werden hoge FBI-functionarissen naar Havana gestuurd, waar ze duizenden pagina's documentatie en honderden uren videobanden kregen over terroristische acties georganiseerd door cellen in Florida. Mensen die door de FBI en het ministerie van Justitie als gevaarlijke terroristen worden beschouwd, leven onbezorgd in de Verenigde Staten en mogen straffeloos doorgaan met het beramen en uitvoeren van misdaden.

Voor de Verenigde Staten vormde Cuba lange tijd de grootste zorg op het halfrond. Een vrijgegeven document van het ministerie van Buitenlandse Zaken uit 1964 verklaart dat Fidel Castro een onaanvaardbare bedreiging

vormt, omdat hij 'een geslaagd verzet tegen de Verenigde Staten vertegenwoordigt, een ondermijning van ons volledige halfrondbeleid van bijna anderhalve eeuw', aangezien de Monroe-doctrine verklaarde dat geen enkele uitdaging van de Amerikaanse dominantie zou worden getolereerd op het halfrond. [1]

De recente frauduleuze benaming van Cuba als een staat die terrorisme

steunt, op de valreep in de laatste dagen van de regering Trump aangekondigd door het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken, is een cynische en hypocriete zet.[2] Het is een uitdrukking van politiek opportunisme van functionarissen of personen die denken dat ze een politieke schuld hebben te vereffenen met betrekking tot de nasleep van de recente verkiezingen in de VS. Het gebruik van de lijst van 'staatssponsors van terrorisme' van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken kent de aangewezen staten een negatieve identiteit toe die, samen met economische sancties en andere straffen, bedoeld is om die staten te isoleren en onder druk te zetten, in overeenstemming met de waarnemingen en politieke doelstellingen van het ministerie van Buitenlandse Zaken van de VS.

Elk jaar maakt het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken een lijst bekend met landen die het bestempelt als 'staatssponsors van terrorisme'. Deze activiteit startte met een wet die in 1979 werd aangenomen, de 'Export Administration Act'. Het algemene doel van die wet was de voorwaarden voor controles op uitgevoerde goederen vast te stellen. In dit verband werd het op de lijst plaatsen van terroristische staten gezien als een manier om handelsbeleid te koppelen aan maatregelen tegen het opkomende probleem van internationaal terrorisme. In de loop der tijd leidde dit label van 'terroristische staat' tot een aantal ernstige gevolgen voor de genoemde landen en handelsbeperkingen met Amerikaanse bedrijven. Het gaat daarbij onder meer om economische sancties, weigering van buitenlandse hulp, sancties onder internationaal recht en de dreiging van militaire interventie. [3]

Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken neemt deze jaarlijkse beslissing zonder daarvoor enig mandaat te hebben gekregen en zonder ook maar enige legitimering om dat te doen. Ook heeft het ministerie geen enkele echte motivering met betrekking tot de beschuldiging van terrorisme en de mogelijke gevolgen daarvan. Het gebruikt deze lijst als een instrument om te kleineren en economische dwangmaatregelen op te leggen aan andere landen die (mogelijk) weigeren om toe te geven aan de grillen van het VS-imperialisme. Deze lijst heeft geen basis in het internationaal recht. En het opleggen van een aantal sanctiewetten, om individuen en landen die betrokken zijn bij handel met zogenaamde 'staatssponsors van terrorisme' te straffen, is een extraterritoriale toepassing van nationale VS-wetgeving.

Cuba is geen staat die terrorisme steunt, dat is een gegeven dat door iedereen algemeen erkend wordt. Op basis van het officiële en welbekende beleid van Cuba, en het bijbehorende onweerlegbare gedrag, wijst Cuba terrorisme af in al zijn vormen en uitingen, in het bijzonder staatsterrorisme, waar, door en tegen wie dan ook. Cuba is het vijfde land ter wereld dat de 19 bestaande internationale conventies en verdragen over deze kwestie heeft geratificeerd en zet zich in voor de naleving ervan, ook op grondwettelijk niveau. Het Cubaanse volk heeft de gesel van terrorisme aan den lijve ondervonden, ten koste van 3.478 mensenlevens en 2.099 mensen met een blijvend handicap.

Het plaatsen van Cuba op de lijst van de zogenaamde 'landen die terrorisme steunen' door het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken is internationaal afgewezen, ook door veel actoren in de Verenigde Staten, waaronder prominente leden van het Congres, zowel het Huis als de Senaat, religieuze organisaties en ook door een aantal internationale organisaties.

Voetnoten:

[1] 'How America Determines Friends and Foes', Noam Chomsky.
[2] In 2015 werd Cuba, door de regering Obama, juist verwijderd van de lijst van 'landen die terrorisme steunen' [nvdr].
[3] 'US definition of terrorist states: A rhetorical analysis and critique', David A. Rochefort, Political Science Department Northeastern University & Taubman Public Policy Center, Brown University

Bron: Ambassade Cuba, vertaling J.Bernaven.

©MANIFEST KRANT van de NCPN
Haarlemmerweg 177, 1051 LB, Amsterdam, tel.: 020-6825019