Het ondemocratische gezicht van de media

i-012-030.jpg
Medicijnenstudenten demonstreren buiten de Universiteitskliniek van Ioannina tegen de keuzes van regering, die liever 30 miljoen euro meer uitgeeft aan politiebewaking op de universiteit, dan dat te gebruiken om het onderwijs weer op te starten en te verbeteren. (Foto: KKE)

Joke van den Boogert

De pandemie vormde een mooie kans voor de Griekse regering (en vast niet alleen de Griekse) om zich te buiten te gaan aan eenzijdige informatie. Al maanden wordt het volk doodgegooid met eindeloze uit hun verband gerukte tabellen, cijfers, grafieken, percentages, die op zich misschien wel waar zijn, maar juist door hun uit-het-verband-gerukt-zijn een grote leugen samenstellen.

Daarbij komt de laatste twee maanden een al even eindeloos gekrakeel over -wat anders? - HET vaccin. Pfizer-BioNTech, AstraZeneca, Janssen/Johnson & Johnson, Moderna, Curevac, Sanofi/GlaxoSmithKline en wat dies meer zij, zijn verwikkeld in een meedogenloze concurrentierace om de miljardendeals, terwijl Rusland een nieuwe (vaccinale) Sputnik op de wereld afstuurt en uit een lange reeks niet-Europese landen al massale bestellingen binnen heeft. Zelfs de EU begint eraan te denken vanwege de vertragingen in de levering van de afgesproken vaccins. En Cuba? Al die maanden is dit land totaal in de Griekse mediadoofpot gestopt. Kennelijk mag niemand weten, dat het 'Eiland van de Revolutie' een uitzonderlijk laag coronasterftecijfer heeft en zijn eigen vaccin heeft geproduceerd, het eerste in Latijns-Amerika.

Over- en ondervertegenwoordiging

In rechtstreeks verband met de massale desinformatie staan de gegevens van het rapport van de Nationale Radio en Televisie Raad over de periode 2018-2019. Dus nog van vóór corona, maar dezelfde tendens gaat tot op heden door en zoals het ernaar uitziet, nog meer in de richting van eenzijdigheid wat de vertegenwoordiging van de politieke partijen in de overheids- en particuliere mediasector betreft. Er is geen sprake van proportionele vertegenwoordiging in de nieuwsbulletins en de politieke uitzendingen op grond van het verkiezingspercentage, zoals de wet voorschrijft. De regeringspartij én de grootste oppositiepartij, Syriza, blijken nogmaals met zo'n 60 tot 70 procent oververtegenwoordigd te zijn. De regeringspartij altijd voorop.

Dus buiten alle proporties gezien de verkiezingsuitslag. De Communistische Partij (KKE) is de enige partij, die in 2018 (onder Syriza's regering) en 2019 (onder de regering van de Nea Dimokratía) steevast onder haar verkiezingspercentage vertegenwoordigd bleek. Er zijn ook niet-regerende partijen, die een gunstige behandeling krijgen, omdat ze functioneren als tussenschakel en eventueel regeringspartner en/of gedoger binnen het politieke systeem, zoals de KINAL (Beweging voor Verandering, de voormalige Pasok van Andreas Papandreou). Behalve dit directe omzeilen van de evenredige vertegenwoordiging in de massamedia, is er ook een indirecte manier door journalisten en publicisten, die tot de regeringspartij behoren, in uitzendingen uit te nodigen, waar zij het regeringsbeleid reproduceren en/of promoten.

Eigen schuld dikke bult

Naar aanleiding van de pandemie wordt intensief en eenzijdig de kwestie 'persoonlijke verantwoordelijkheid' benadrukt, noodzakelijk vanwege de stuitende afwezigheid van maatregelen, die de overheid zou moeten nemen om de gezondheidszorg te verbeteren: pas goed op jezelf en zoek het verder zelf maar uit. Tegelijkertijd wordt de stem van vakbonden, oppositie, wetenschappers en zelfs van verenigingen van werkers in de gezondheidszorg, die de echte verantwoordelijken, de echte problemen aan de kaak stellen en echte beschermende maatregelen eisen, gesmoord of gemarginaliseerd. Dit heeft te maken met de eigendomskwestie wat de media betreft. Wie heeft wat in handen. Zolang de grote zenderbonzen de dienst uitmaken worden hun ondernemersbelangen veelvormig in politieke besluiten omgezet door de regeringen. Tijdens de pandemie zijn er al wetten veranderd ten gunste van kanaalmagnaten en ten ongunste van werknemers. Tientallen miljoenen euro's zijn uitgedeeld aan de massamedia met als voorwendsel de informatie met betrekking tot de pandemie.

De KKE diende een amendement in om de berichtgeving i.v.m. gezondheidskwesties over de hele linie van het medialandschap gratis te maken en voor alle andere zaken objectieve en veilige transparente criteria te hanteren. De regeringspartij verwierp het amendement zonder enige vorm van discussie en alle andere partijen gaven de voorkeur aan een 'oorverdovend zwijgen'. Ook bleek dat de Nationale Raad voor Radio en Televisie een decoratieve rol speelt en slechts de willekeur van de grote zendereigenaren in wezen 'legaliseert'. In dit opzicht interpreteert dit orgaan naar believen een besluit van de Raad van State en Bestuursrechtspraak, volgens welke het projecteren van politieke partijen gemeten moet worden met kwalitatieve en niet alleen kwantitieve maatstaven. Dit wordt volop benut om het principe van evenredige vertegenwoordiging in zendtijd te omzeilen, waaraan de KKE als eerste ten offer valt.

De manipulatie in cijfers

In 2018 was het aantal 'optredens' van communistische kaderleden gemiddeld 4,4 procent, terwijl de aanwezigheid van de KKE in mediale uitzendingen slechts 3,1 procent bedroeg. Op grond van de verkiezingsuitslag van 2015 zou dat 5,55 procent moeten zijn. In het rapport van De Nationale Raad voor Radio en Televisie worden de tabellen van de presentatie- en verkiezingspercentages altijd naast elkaar getoond. Syriza, die toen regeerde samen met de ANEL (Onafhankelijke Grieken) had voor dezelfde periode respectievelijk 36,6 procent (kaderleden) en 47,4 procent (presentatie), terwijl de verkiezingsuitslag 35,46 procent was. De Nea Dimokratía scoorde respectievelijk 24,8 procent en 24,2 procent met een verkiezingsuitslag van 28,9 procent. De KINAL/PASOK had een verkiezingsuitslag van 6,29 procent, maar haar kaderleden verschenen in een percentage van 9,3 procent in televisie uitzendingen. Syriza's regeringspartner ANEL kreeg 3,69 procent van het aantal uitgebrachte stemmen, maar liefst 8 procent televisietijd. Sinds de pandemie is het percentage mediatijd van beide grote partijen de hoogte ingeschoten en het volgende rapport zal zeker een interessant ondemocratisch beeld te zien geven met als smoes de pandemie.

Geloofwaardige communisten

Een ander interessant gegeven betreft een opiniepeiling van eind september 2020 over de geloofwaardigheid van 's lands politieke partijen. Met 53 procent wordt de KKE de geloofwaardigste geacht... Dan volgt Nea Dimokratía met 45 procent, Syriza met 37 procent, MeRA25 (partij van de bekende 'belhamel' Yanis Varoufakis) met 31 procent, de KINAL met 29 procent en helemaal achteraan hobbelt de ultrarechtse nationalistische Griekse Oplossing met 14 procent. De vraag welke de ongeloofwaardigste partij is gaf een leuk omgekeerd beeld te zien: de Griekse Oplossing kreeg 72 procent ongeloofwaardigheidsinschatting, de KINAL 67 procent, Syriza 63 procent, de Nea Dimokratía 55 procent, MeRA25 61 procent en de KKE 42 procent. De vraag die automatisch opkomt is: als de KKE zo betrouwbaar wordt gevonden, waarom stemmen dan niet meer mensen op deze partij om die geloofwaardigheid te honoreren? Misschien is die inconsequentie te verklaren uit een ander gegeven van dezelfde opiniepeiling op de vraag hoe capabel of incapabel een partij gevonden wordt om te regeren. Eenentachtig procent van de ondervraagden vindt de KKE niet capabel om te regeren. Dus wel geloofwaardig, maar niet geschikt om te regeren. Misschien is hier ook iets anders schuld aan.

De KKE heeft in de loop der jaren zeer duidelijk gesteld niet in een regeringscoalitie met burgerlijke partijen te willen toetreden, ook niet met de diverse zich links noemende sociaaldemocratische varianten. De geschiedenis van de communistische beweging heeft immers geleerd, dat dit altijd tot een verwatering of zelfs een zich oplossen van de betrokken communistische partijen leidt. Door toedoen van een vervormende berichtgeving via de media is dit door het grote publiek begrepen als 'de KKE wil niet regeren, maar alleen maar protesteren'. Er is natuurlijk wel een verschil tussen denken dat een partij niet wil regeren en inschatten dat een partij niet kan regeren, maar zo genuanceerd wordt er in de regel niet gedacht door het gros van de mensen.

De KKE heeft hoe dan ook nog nooit geregeerd en de hoogste inschattingen van regeringscapabiliteit krijgen de partijen die al eens geregeerd hebben, ook al valt dat tegen: de Nea Dimokratía scoort hier het hoogste percentage, slechts 52 procent. De cijfers voor incapabel om te regeren zien er triest uit voor de Griekse politieke partijen: Syriza wordt met 66 procent incapabel gevonden, de Kinal met 67 procent, MeRA25 met 78 procent en de 'Griekse Oplossing' wordt door 84 procent niet als (regerings)oplossing gezien. Dus een meerderheid ziet het niet of nauwelijks zitten met de politieke partijen. Gezien de hoge incapabiliteitspercentages voor de twee 'extremen', links en rechts, zou je kunnen concluderen dat de gemiddelde kiezer het bij het oude vertrouwde middenveld wenst te houden ver van politieke radicaliseringen. De onopgeloste economische problemen van een duurzame kapitalistische crisis zijn echter door de coronapandemie versneld toegenomen en vragen steeds dringender om een oplossing, die de systemische politieke partijen niet kunnen geven.

©MANIFEST KRANT van de NCPN
Haarlemmerweg 177, 1051 LB, Amsterdam, tel.: 020-6825019