Klassenstrijd is terug in Engeland

i-010-028.jpg
Een Deliveroo-bezorger bij een vakbondsactie tegen precaire arbeid in 2017 in London. (Foto: WatOnWant/Flcikr/cc/by)

Nick Wright

Politiek links in het Verenigd Koninkrijk is in totale verwarring. Hoewel de stembusgang van 2019 het op één na beste Labour-resultaat van de afgelopen vijf verkiezingen opleverde, is de stemming beneden ieder peil. Ondanks het teleurstellend einde van de Corbyn-periode in 2019 is de arbeidersbeweging echter niet minder militant, georganiseerd en gemotiveerd. Electorale successen kunnen daarom ook worden bereikt.

De Tories wonnen, op basis van 43,6 procent van de stemmen, 365 zetels; Labour won 262 zetels op basis van 32,1 procent. Omgerekend betekent dit, dat er 38.264 stemmen nodig waren om een Conservatieve kandidaat aan het bewind te helpen, tegen 50.836 stemmen voor een Labour-volksvertegenwoordiger. In Schotland liggen de cijfers nog veel beroerder: daar kostte het 511.838 stemmen om de enige Labour-MP te kiezen, tegen slechts 25.882 stemmen voor een kandidaat van de SNP. Het feit dat een Schotse Tory aan de macht maar liefst 100.048 stemmen kost, zou de Conservatieven eens aan het denken moeten zetten over de zegeningen van evenredige vertegenwoordiging.

Kritisch links zag de nederlaag al aankomen. De niet-aflatende ontmoedigingscampagne tegen de hooggespannen verwachtingen naar aanleiding van Labours opmerkelijke succes in de verkiezingen van 2017 was een teken aan de wand: de heersende klasse en haar belangenbehartigers in het Labourparlement hadden maar één doel - het stoppen van de opmars van het socialisme. Het was nogal een opgave, om van de Tories weer een geloofwaardige regeringspartij te maken en de aantrekkingskracht van Labour teniet te doen, maar met behulp van een geweldige karaktermoord, bespeling van de media, intern verzet en een cynische minachting voor de wensen en belangen van Labours achterban is het uitstekend gelukt. Een teken aan de wand: we weten nu wat we kunnen verwachten, mocht Labour zich opnieuw te weer stellen tegen de macht van het kapitaal.

Het wordt hoog tijd om het gebakkelei over Brexit achter ons te laten: vriend en vijand binnen de arbeidersbeweging is het er immers over eens dat het juist dit gebakkelei was, dat Labour de das om heeft gedaan. Keith Starmers initiatieven om de parlementaire Labourpartij achter de deal tussen de EU en het Britse grootbedrijf te krijgen, zijn de doodsteek voor iedereen die nog hooggespannen verwachtingen van de EU had en laten geen ruimte voor de hoop dat Labour zich onder zijn leiding tegen het kapitalisme zal verzetten.

Ondanks de verkiezingsnederlaag is er daarbij nogal wat reden voor optimisme. Het groeiende verzet tegen agressieve oorlogsvoering uit naam van het imperialisme stuitte op de recente NAVO-offensieven tegen China en Rusland, en wat blijkt? In de Britse politiek is er sprake van een steviger gegrondveste anti-imperialistische stroming dan ooit. Protesten tegen bezuinigingen laten zien dat de opkomstbereidheid groot is. Black Lives Matter is allang geen single-issue-beweging meer, maar voert een brede campagne om de bevolking bewust te maken van de effecten van slavernij, kolonialisme en kapitalisme in Groot-Brittannië. Er wordt veelvuldig gestaakt: als we straks teruggaan naar normaal zal de basis waarop arbeidsconflicten gevoerd worden, drastisch veranderd zijn. Gedwongen ontslagen en vrijwillige loonoffers zijn momenteel aan de orde van de dag, maar als de deuren van het kleinbedrijf, de horeca en de culturele sector straks weer opengaan, is de positie van de werkende klasse sterker dan ooit.

Tienduizenden leraren werken momenteel online, op initiatief van de nationale onderwijsbond, aan een collectieve reactie op het onverantwoordelijke overheidsbeleid, dat de scholen dwong om open te blijven en een broedplaats voor de nieuwste Corona-varianten te worden. En dat is slechts één voorbeeld van de onder de lockdown sterk toegenomen social mediavaardigheden en nieuwe mobilisatie-mogelijkheden in de arbeidersbeweging. Nu Labour het zelfs in Corona-tijd volledig af laat weten, is het duidelijk dat er voor vakbonden en andere arbeidersgemeenschappen een leidende rol is weggelegd in de oppositie tegen het overheidsbeleid.

Willen de bonden en arbeidersorganisaties hun verzet tegen het regeringsbeleid namens een brede achterban voeren, dan zullen zij op verschillende punten politiek stelling moeten nemen. Nu de Britse uittreding uit de EU een feit is, en werkgevers en volksvertegenwoordigers zich niet langer kunnen verschuilen achter de verplichtingen die voortkomen uit EU-verdragen, doen zich allerlei nieuwe uitdagingen voor. In de nieuwe handelsovereenkomsten die de Tory-regering heeft gesloten zien we een sterke toenadering tussen het grootbedrijf, de banken en de sterkste spelers in de Unie; de nieuwe Amerikaanse regering staat klaar om haar economische belangen in Europa veilig te stellen. Eerder hadden we te stellen met de voor de werkgevers gunstige uitspraken van het Europese Gerechtshof; nu zullen we de belangen van de werkende klasse moeten bevechten in de Britse gerechtshoven, die vanouds gedomineerd worden door de heersende klasse.

Daarbij is de Tory-regering erop gebrand om de interne spanningen tussen de leden van het Verenigd Koninkrijk op te voeren; met name in Schotland valt dat in vruchtbare aarde. Onder Blair is Labour een van eerdere generaties geërfd gevoel voor gedeelde belangen volledig kwijtgeraakt, en het zal moeilijk worden om die vroegere eendracht te herstellen. Een derde van de overwegend in de werkende klasse gesitueerde SNP-aanhang stemde voor Brexit, en ca. 40 procent van de Schotse Labourstemmers waren voor onafhankelijkheid. Zulke voorkeuren, wat je er ook van denkt, dringen de gedeelde belangen van de arbeidersklasse op de achtergrond.

Het verkiezingsjaar 2021 krijgt er, mede dankzij de door de pandemie uitgestelde verkiezingen, een extra ronde bij. In mei worden de Engelse gemeenteraden, 13 Engelse burgemeesters en 40 politiecommissarissen in Engeland en Wales verkozen. Er zijn verkiezingen voor het Schotse parlement en de Welshe Sennedd, beide onder een vorm van proportionele vertegenwoordiging, en verkiezingen voor het Londense parlement. Een jaar later volgt de uitgestelde regeringsverkiezing in Wales, met een automatisch geregistreerde proportionele vertegenwoordiging van 16 jaar en ouder, inclusief in het buitenland woonachtige ingezetenen.

Bij lokale verkiezingen in 2018 stemden slechts één op de drie geregistreerde kiezers; in sommige arbeiderswijken was de opkomst nog geen 25 procent. Wantrouwen jegens de politiek was hiervan een belangrijke oorzaak, gekoppeld aan de wetenschap dat lokale overheden nauwelijks geld te besteden hebben; maar minstens zo belangrijk is het besef dat onder het traditionele systeem miljoenen stemmen verloren gaan.

Twee derde van de Labour-partijleden en drie aan Labour verwante bonden zijn voorstander van evenredig stemmen. Binnen de arbeidersbeweging zijn de opinies verdeeld, maar het is niet te ontkennen dat het huidige systeem slecht uitpakt voor de werkende klasse. Net als de Amerikaanse Republikeinen proberen de Tories uit alle macht stemmen te onderdrukken. De verschillende aanstaande verkiezingen bieden de arbeidersklasse meerdere gelegenheden om politiek van zich te laten horen.

Vertaling Christiaan Caspers.

©MANIFEST KRANT van de NCPN
Haarlemmerweg 177, 1051 LB, Amsterdam, tel.: 020-6825019