Westers marxisme houdt van zuiverheid en martelaarschap, niet van echte revolutie

i-006-212.jpg
De vlaggen voor de zetel van de Commuunistische Partij van Vietnam in Dong Hai in 2017. (Foto: Sasha Popovic/Flickr/ccc/by-nc-nd)

Jones Manoel

In veel van de marxistische onderzoeken die in het Westen uitgevoerd worden, zit een fundamentele tegenspraak. Altijd wanneer die gaan over marxisme in Azië - in China, Korea of Vietnam - of over volksbewegingen in Afrika zoals in Egypte of Libië, benadrukken ze de invloed van religie op deze politieke bewegingen en op de nationale aanpassing van het marxisme.

Wanneer een marxistisch onderzoeker bijvoorbeeld het Chinees marxisme bestudeert, dan is hij verplicht aandacht te besteden aan de invloed van de filosofie van Confucius op de Chinese cultuur in het algemeen en het Chinees marxisme in het bijzonder. Evenzo wordt bij de analyse van socialistische landen in Afrika zoals Algerije, altijd rekening gehouden met de invloed die de islam op veel landen daar heeft.

Wanneer men het marxisme in de westerse politiek onderzoekt, dan wordt echter zelden rekening gehouden met de invloed van het christendom op de opbouw van het symbolisch, subjectief en theoretisch universum van het marxisme. Het is alsof in Azië het confucianisme invloed heeft op de politiek en in Afrika de islam, maar in Brazilië, de Verenigde Staten, Frankrijk of Portugal het christendom geen vergelijkbare rol speelt bij de vorming van de historische subjectiviteit.

Dit gebrek heeft een heel simpele en objectieve reden, waarnaar Antonio Gramsci op verschillende plaatsen in zijn gevangenisaantekeningen verwijst: de katholieke kerk is de institutie die in het Westen het langst functioneert. Geen andere instelling is het gelukt zo lang in leven te blijven met het vermogen om ideeën en concepten te verbreiden en in omloop te brengen, en wel door een gezelschap van intellectuele priesters, bisschoppen en theologen, georganiseerd in een bureaucratie als die van de katholieke kerk. [in Noord-Europese landen is de rol van het Calvinisme niet te onderschatten, nvdr] Daarom is het onmogelijk om serieus te praten over marxisme, politiek, subjectiviteit, cultuur en het symbolisch veld van het Westen zonder de rol van het christendom in elke sociale formatie, in elk afzonderlijk land als element van analyse te betrekken.

Ik geloof dat het onmogelijk is de relatie van de volksklassen tot mensen die hoop bieden zoals Lula, Getulio Vargas, Miguel Arraes, Brizola, Perón en Hugo Chávez - een band waarvoor de kwalificatie 'populisme' volgens mij onjuist is - te begrijpen zonder besef van de fundamentele aspecten van de katholieke relatie tussen gelovigen en heiligen. Natuurlijk is dit niet de enige verklaring, maar er zit een symbolisch element in de politieke structuur van deze relatie. Ik heb daar lang over nagedacht. Het is niet mijn idee - Domenico Losurdo en anderen hebben erover geschreven dat de fetisj van de nederlaag een van de fundamentele kenmerken is van het westers marxisme en dat het een onbegrepen afgeleide is van de christelijke cultuur.

Volgens Parry Anderson bestaat er onder de oosterse linksen een sterke neiging om het westers marxisme te scheiden van het oosters. Het westers marxisme is in wezen een soort marxisme met als fundamenteel kenmerk dat het nooit politieke macht heeft uitgeoefend. Het is een marxisme dat zich steeds meer bezighoudt met louter filosofische en ethische vraagstukken. Het houdt zich bijvoorbeeld niet meer bezig met de kritiek van de politieke economie en het probleem van de politieke machtsovername.

In de loop van de tijd heeft het meer en meer afstand genomen van de concrete ervaringen van de socialistische overgang in de Sovjet-Unie, China, Vietnam, Cuba, etc. Dit westers marxisme voelt zich superieur aan het oosters marxisme, omdat het de marxistische leer niet besmeurd heeft door de omvorming in een staatsideologie zoals het Sovjet-marxisme, en nooit autoritair, totalitair of gewelddadig was. Dit marxisme bewaart de zuiverheid van de theorie ten nadele van het feit dat het nergens op de wereld een revolutie voortgebracht heeft - dit is een zeer belangrijk punt. Overal waar in het Westen een zegenrijke socialistische revolutie heeft plaatsgevonden, zoals bijvoorbeeld op Cuba, wordt die veel meer met het zogenoemd oosters marxisme in verband gebracht dan met dat in West-Europa, de VS, Canada en delen van Zuid-Amerika geproduceerde westers marxisme. Dit is trots op zijn zuiverheid, het eerste elementaire kenmerk dat afgeleid is uit het christendom. (...)

Een uitstekend voorbeeld daarvoor was toen de Sovjet-Unie begon aan het proces van haar laatste crisis. Toen het einde van de Sovjet-Unie naderde, verkondigden veel westerse marxisten dat dit een grote gebeurtenis in de geschiedenis van het marxisme was, omdat het eindelijk bevrijd werd van dit experiment dat tijdens de Oktoberrevolutie geboren werd, dat het marxisme verminkte en dat het marxisme in niet meer dan een staatsideologie veranderde. Nu kon het marxisme eindelijk bevrijd worden en zijn emancipatorisch potentieel bereiken zonder de blok-aan-het-been van de Sovjet-Unie te hoeven verklaren.

Een tweede factor die onder de westerse linksen wijd verbreid is, is de behandeling van leed en extreme armoede als element van superioriteit. In de westerse linkse cultuur is het zeer gebruikelijk martelaren en mensen die lijden te ondersteunen. Iedereen houdt tegenwoordig van Salvador Allende. Waarom eigenlijk? Salvador Allende is een slachtoffer, een martelaar. Hij werd bij de Pinochet-putsch vermoord. Toen Hugo Chávez nog leefde, haalden veel sectoren van links de neus over hem op. Zou hij bijvoorbeeld bij de couppoging van 2002 gedood zijn, dan zou hij vandaag door de overgrote meerderheid van de westerse linksen als symbool van lijden en martelaarschap vereerd worden.

Maar omdat hij de macht bleef uitoefenen als leider van een politiek proces dat noodzakelijkerwijs veel tegenstrijdigheden vertoonde, werd hij in de loop van de tijd steeds meer in de steek gelaten - ik hoef hier niet te vermelden wat met Maduro gebeurde. Dezelfde sectoren die Allende's idee vieren en omarmen omdat hij het democratisch socialisme verdedigde, zien niet, of willen niet zien dat Allende bijna uitsluitend per decreet regeerde.

Toentertijd beschikte de Chileense grondwet over een rechtsmechanisme dat de uitvoerende macht toestond om te regeren via decreten die noch door het parlement, noch door het Opperste Gerechtshof goedgekeurd hoefden te worden. Zo kon Allende bij decreet wetten uitvaardigen buiten het Congres en het Opperste Gerechtshof om. Omdat Allende geen meerderheid in het Congres had en zeer te lijden had onder de burgerlijke oppositie, regeerde hij gedurende zijn gehele ambtsperiode in feite per decreet. Deze zelfde handelwijze is tegenwoordig rechtvaardiging genoeg om elke linkse leider die zo regeert, als autoritair te bestempelen of te vergelijken met Trump, Bolsonaro of Orbán. Als Allende nu nog in leven zou zijn, dan zou men ook hem kritiseren, maar hij is dood. (...)

Een ander zeer bekend geval is dat van Vietnam. Iedereen steunde dat land toen het meer dan 30 jaar lang onder vuur lag, verwoest en gebombardeerd werd. Vietnam overwon in de Tweede Wereldoorlog Japan, moest daarna eerst vechten tegen Frankrijk en vervolgens tegen de VS. Het was 30 jaar lang niet in staat ook maar één verdomde school of ziekenhuis te bouwen, omdat er een bom, eerst uit Frankrijk en daarna uit de VS op viel en die verwoestte. Toen het land er tenslotte in slaagde alle koloniale en neokoloniale machten te overwinnen en de mogelijkheid had met de planning te beginnen, straten, elektriciteitssystemen, scholen en universiteiten te bouwen zonder dat er de volgende dag bommen op vielen en alles wat opgebouwd werd verwoestten, werd het land door de meerderheid van de linksen in de steek gelaten. Het verloor zijn charme, het verloor zijn bekoring. Onder de westerse linksen bestaat een fetisj voor de nederlaag. Het is de idee dat een nederlaag iets majesteitelijks is. (...)

Een derde element dat onder westers links vaak te vinden is, stamt uit de christelijke opvatting dat de verlossing geen product van eigen handelingen is, maar een besluit van God. Het is de gedachte dat, hoewel men zijn best doet goede werken te doen en de bijbelse wet te volgen om een goed mens te zijn en zo, de eigen redding een beslissing van God is. De subjectieve inspanningen die betrekking hebben op het centrale punt van het marxisme, namelijk de verovering van de politieke macht (zoals Lenin zei, "alles buiten de politieke macht is een illusie") hebben door deze invloed van de christelijke cultuur hun waarde verloren, ook al zijn de meeste marxistische intellectuelen atheïst.

In plaats daarvan wordt eeuwig verzet tot de hoogste waarde die een gevoel van trots oproept. Toen Bernie Sanders voor de tweede keer de voorverkiezingen van de Democraten verloor, schreef een gerenommeerde marxistische professor aan de Universiteit van Sáo Paulo op Facebook: "We vochten als nooit tevoren. We verloren als altijd, maar de strijd gaat door. Nu is Alexandra Ocasio Cortez de toekomst van het socialisme in de Verenigde Staten."

De marxistische logica alle politieke conflicten te doordenken in termen van strategie, tactiek, coalitiepolitiek en programma, fouten kritisch te analyseren om ze niet nog eens te maken, de vijand in politiek of zelfs militair opzicht te treffen om de macht te grijpen, is gewoon verdwenen en vervangen door een eeuwige verzetsbeweging als ware die een bewijs van goddelijke genade. De eigenlijke logica die het wezen van de politiek uit zou moeten maken, namelijk de logica van de strategie, wordt afgewaardeerd wanneer verzet tot doel op zichzelf wordt.

Bij elkaar leveren de drie elementen die ik heb beschreven, een soort narcistisch orgasme op van nederlaag en zuiverheid. Het subject is er trots op geen relatie te hebben met de gehele concrete historische beweging van socialistische en bevrijdingsrevoluties van de arbeidersklasse. Het is er trots op dat het geen theoretische of politieke band heeft met de revoluties in China, Rusland, Vietnam, Algerije, Mozambique en Angola. In plaats daarvan is het er trots op dat de vermeende zuiverheid van de theorie niet besmet raakt door de hardheid van de machtsuitoefening en door de tegenstrijdigheden van de historische processen.

Het is de zuiverheid die dit narcistisch orgasme oproept. Het is deze zuiverheid waardoor het subject zich superieur kan voelen. Die geeft hem het gevoel een bevoorrecht moreel en ethisch standpunt in te nemen tegenover de andere linksen die bijvoorbeeld de Chinese of Cubaanse revolutie goedkeuren en daarom het autoritarisme accepteren en een economie die niet gebaseerd is op de totale verwerkelijking van zelfbestuur. Dit soort marxisme heeft geen kritisch vermogen. Het kan een hoop goede analyses van de werkelijkheid produceren en doet dat ook, maar het is niet in staat een strategische en revolutionaire beweging voort te brengen die beoogt de politieke macht over te nemen. Daarom moet het proces van de wederopbouw van een revolutionair marxisme in het Westen deze symbolische elementen erkennen, die diep geworteld zijn in het westers marxisme en vanuit het christendom binnen gesmokkeld werden. Deze elementen moeten aan een radicale kritiek onderworpen en overwonnen worden.

Bronnen: Marxistische Blätter 6-2020, pag. 137-141 (Duits); Western Marxism Loves Purity and Martyrdom, But Not Real Revolution | Black Agenda Report (Engels).

Vertaling: Louis Wilms.

©MANIFEST KRANT van de NCPN
Haarlemmerweg 177, 1051 LB, Amsterdam, tel.: 020-6825019