1 mei: internationale dag van de arbeid 1886

i-004-011.jpg
Demonstratieve tocht op 1 mei jl. door Rotterdam. (Foto: CJB/Voorwaarts)
i-001-007.jpg
Amsterdam 1 mei. (Foto: CJB/Voorwaarts)
i-004-010.jpg
1 mei-manifestatie bij Dokwerker in Amsterdam op 1 mei jl. (Foto: CJB/Voorwaarts)
twente.jpg
Foto: NCPN-Twente

Redactie Voorwaarts en Manifest

Op 1 mei vierden we de dag van de arbeid. Een dag om de strijd van alle arbeiders te vieren en te herdenken, en zelf te strijden voor een betere wereld voor de werkende klasse. Ook dit jaar gingen we ondanks de coronapandemie de straat op om op te komen voor de rechten van de werkers, werklozen, scholieren, studenten en gepensioneerden van de werkende klasse.

Waarom is 1 mei eigenlijk de internationale strijddag van de werkende klasse? In dit artikel gaan we in op de oorsprong van 1 mei.

De oorsprong van de dag van de arbeid ligt in de Verenigde Staten en de strijd voor de 8-urige werkdag door de vakbonden. In de 19e eeuw was het in kapitalistische landen gewoon voor arbeiders om te werken van zonsopgang tot zonsondergang. Vaak werden er werkdagen gemaakt van 14-18 uur. Tegen deze grove vorm van uitbuiting kwam verzet van de arbeiders: denk aan stakingen, sabotage, etc. Deze ongeorganiseerde vormen van verzet werden hard neergeslagen door de overheden. Ondertussen groeide de hoeveelheid arbeiders in de geïndustrialiseerde landen en verslechterden hun omstandigheden verder. Uit het verzet van de arbeiders tegen de individuele kapitalisten (de eigenaren van de grote bedrijven) ontstonden in de jaren '30 van de 19e eeuw de eerste vakbonden.

In de VS was de eerste campagne van de jonge vakbonden niet die voor de 8-urige werkdag, maar voor een 10-urige werkdag. Dat was ook een eis die dankzij strijd werd ingewilligd door de Amerikaanse overheid. Maar de vakbonden zagen deze overwinning niet als een reden om op hun lauweren te gaan rusten. In plaats daarvan werd de beweging gemobiliseerd om voor de 8-urige werkdag te strijden. Deze strijd kwam in een stroomversnelling met de oprichting van de eerste nationale federatie van vakbonden in de VS, de National Labor Union (NLU). De NLU bracht deze eis ook naar de Eerste Internationale, de internationale organisatie van de revolutionaire arbeidersbeweging waarin o.a. Karl Marx en Friedrich Engels een vooraanstaande rol speelden. Daar werd besloten deze strijd ook internationaal te voeren. Helaas zag de NLU dat haar bestuur steeds meer haar ruggengraat verloor en op compromissen met de burgerij aanstuurde (de geschiedenis herhaalt zich etc.). Zo verloren zij ook steeds meer leden, en leek de 8-urige werkdag steeds verder weg.

Uit het vacuüm dat de NLU had achtergelaten, en de economische crises van de jaren '70 en '80 van de 19e eeuw, ontstonden nieuwe strijdbare vakbonden. Voor de geschiedenis van de dag van de arbeid is de American Federation of Labor (AFL) belangrijk. Met haar keiharde houding tegen de kapitalisten wist ze binnen korte tijd honderdduizenden leden te werven. Haar acties waren dan ook vaak succesvol, met individuele bedrijven die na lange stakingen 8-urige werkdagen accepteerden. Maar het was de algemene staking die op 1 mei 1886 in Chicago begon die de aanleiding vormde van de dag van de arbeid. Die staking hield stand, ondanks pogingen van de politie om die hardhandig uit elkaar te slaan. Op 4 mei opende de politie het vuur na een provocatieve bomaanslag, waarmee meerdere arbeiders gedood werden en tientallen werden verwond. Er volgde bovendien een golf van arrestaties onder vakbondsleiders.

1 mei als jaarlijkse strijddag voor de arbeidersklasse wereldwijd

1 Mei werd door de AFL in 1888 uitgeroepen tot de officiële strijddag van de Amerikaanse arbeiders. Een jaar later werd dit overgenomen door de Tweede Internationale (opvolger van de Eerste Internationale), die op haartweede congres in 1889 besloot een internationale strijddag voor de 8-urige werkdag te organiseren op 1 mei 1890. Op die datum werden massale demonstraties gehouden in een hele reeks landen.

In 1891 werd besloten een jaarlijkse internationale dag van de arbeid te houden op 1 mei. In de jaren die daarop volgden werd in veel landen door strijd van de arbeidersbeweging 1 mei een jaarlijkse nationale stakingsdag. De werkgevers en de burgerlijke staat hebben geprobeerd dit tegen te houden. De arbeiders in Chicago zijn zeker niet de enigen die hun leven zijn kwijtgeraakt in de strijd voor de rechten van de arbeidersklasse. Over de hele wereld zijn vele communisten, vakbondsleiders en andere arbeiders door de werkgevers of de staat omgebracht rond 1 mei of bij andere (stakings-) acties. Als resultaat van jarenlange strijd wordt 1 mei nu in de meeste landen overigens erkend als vrije dag.

Dag van de arbeid in Nederland

Ook Nederland kent een lange traditie van acties en stakingen op 1 mei, waarbij de werkers elk jaar hun eisen stellen voor betere werk- en leefomstandigheden. Die traditie begint al in het eerste jaar dat 1 mei georganiseerd werd, in 1890, met stakingen en andere acties in verschillende plaatsen in het land. In de jaren die daarop volgden werd de traditie voortgezet met demonstraties en bijeenkomsten.

Sinds haar oprichting heeft de Communistische Partij van Nederland (CPN) daarin een belangrijke rol gespeeld. De jaarlijkse 1-mei viering van de CPN trok tot in de jaren '80 nog zeer veel mensen. Pas met de teloorgang van de CPN werd de viering van de dag van de arbeid gemarginaliseerd in Nederland, al bleven er acties en evenementen op kleinere schaal, waaronder ook die van de NCPN en CJB. De afgelopen jaren, vóór de uitbraak van de pandemie, vonden er door de FNV, onder druk van de leden, weer grotere 1 mei-demonstraties plaats.

1 Mei is in Nederland overigens nooit een door de staat erkende vrije dag of nationale feestdag geweest. Op Saba, Bonaire en Sint-Eustasius is het overigens wel een vrije dag. Ook staat nog altijd in sommige cao's dat 1 mei een doorbetaalde vrije dag is. Dat geldt o.a. voor de ambtenaren van de gemeente Amsterdam en een paar andere, iets dat vroeger het geval was in nog veel meer gemeentes, zeker waar communisten sterk vertegenwoordigd waren.

Het belang van 1 mei anno 2021

Op het moment wordt een nieuwe regering gevormd die de rekening van de huidige crisis bij de werkende klasse neer zal willen leggen. Bovendien heeft de pandemie laten zien wat de gevolgen zijn van de jarenlange afbraak en privatisering van de zorg. Het toeslagenschandaal, waarbij mensen die een beroep moeten doen op de sociale zekerheid worden gecriminaliseerd door de regering, heeft ook weer eens laten zien dat racisme en andere vormen van discriminatie nog altijd grote problemen opleveren. Klimaatverandering en milieurampen gaan door zolang de winst van de private bedrijven heilig is. En zo zijn er nog talloze andere problemen die laten zien dat het ook in 2021 nog belangrijk is dat we op 1 mei de straat op gaan. Niet alleen de sociale zekerheidsafbraak een halt toe te roepen, maar ook te strijden voor verbeteringen, voor een minimumloon naar 14 euro per uur, pensioen op 65 jaar, herinvoering van de basisbeurs etc.

Maar het kan niet bij zulke eisen blijven, want dat is net als een patiënt met een gebroken been die naar een dokter gaat en pijnstillers krijgt. Ja de pijn zal wellicht even weg zijn, maar het been is nog steeds gebroken.De boodschap van de internationale dag van de arbeid is altijd meer geweest dan alleen de pijn verzachten. 1 mei is een strijddag tegen het systeem dat aan de grondslag ligt van uitbuiting, onzekerheid, werkloosheid, armoede en de afbraak van sociale verworvenheden en rechten. Het richt zich tegen het kapitalisme. Tegen het systeem waarin de bedrijven in handen zijn van private eigenaren (kapitalisten), die rijk worden over de ruggen van de arbeiders. Het is de werkende klasse die de rijkdom voortbrengt, maar dit wordt toegeëigend door de kapitalisten omdat zij de productiemiddelen in handen hebben.

Dit is waarom de communistische partij onmisbaar is om de strijd van de arbeidersbeweging te leiden en een toekomstperspectief te bieden. De strijd voor onze rechten en tegen de sociale afbraak is nauw verbonden met de strijd voor een maatschappij waarin de economie in handen is van de werkende bevolking zelf: het socialisme-communisme. In dat perspectief kunnen alle mensen uit de arbeidersklasse, jong en oud, ongeacht etniciteit of geaardheid, verenigd zijn. Hierom is het extra belangrijk om de NCPN en CJB te versterken met vele nieuwe leden.

Op 1 mei lieten de leden van de CJB massaal van zich horen. En de strijd gaat natuurlijk door na 1 mei. Sluit je aan bij de NCPN en CJB en doe mee aan de georganiseerde strijd tegen het kapitalisme en voor het socialisme-communisme!

Op 1 mei namen we o.a. deel aan manifestaties in de volgende steden:

Amsterdam, Jonas Daniel Meijer Plein, Rotterdam, Schouwburgplein, Groningen, Grote Markt, Nijmegen, Valkhof, Eindhoven, 18 Septemberplein, Enschede, Langestraat (Ei van Ko).

©MANIFEST KRANT van de NCPN
Haarlemmerweg 177, 1051 LB, Amsterdam, tel.: 020-6825019