De bevolking spreekt (en ze is kwaad!)

i-006-067.jpg
Activisten voor de rechtbank in Minneapolis op 8 maart jl., tijdens de uitspraak van de rechtszaak tegen de politieagent, die George Floyd vermoordde. De meegedragen leuzen geven aan dat het vertrouwen in de politieke elite van de VS op is. Wie gaat deze woede leiden? Biden zeker niet. (Foto: ChadDavis/Flickr/cc/by-nc-nd)

Greg Godels

Als je soms denkt dat de Amerikaanse politici afkomstig zijn van een planeet buiten ons zonnestelsel, dan ben je niet de enige. Uit een opinieonderzoek van het Pew Research Center (november-december 2020) antwoordde 67 procent van de ondervraagden bevestigend op de stelling 'de meeste politici zijn corrupt'. De media en de twee grote partijen doen hun uiterste best om de Amerikaanse bevolking te verdelen in twee strijdende stammen die aan weerszijden van een onoverbrugbare kloof staan. Maar, met hun minachting voor corrupte politici overbruggen beide stammen deze kloof wel degelijk.

Merkwaardig genoeg komt deze mening, die twee derde van onze medemensen erop nahoudt, niet overeen met de bevindingen van 'gerespecteerde' organisaties als Transparency International en Freedom House. In hun rapporten en ranglijsten van corruptievrije landen staan de Verenigde Staten telkens in de bovenste regionen. Tegelijkertijd stellen deze organisaties telkens dat ongebreidelde corruptie plaatsvindt in de armere landen van Afrika, Azië en Zuid-Amerika. Ook landen die op de Amerikaanse of Europese lijst van vijanden staan (Rusland, China) worden als corrupt aangemerkt.

Vanwaar dit verschil?

Op de eerste plaats zijn deze ranglijsten gebaseerd op de mening van de elite. Ze worden samengesteld aan de hand van opvattingen, ervaringen of anekdotes van zakenmensen, wetenschappers en opiniemakers. Op de tweede plaats maken ze geen onderscheid tussen de kruimelfraude van onderbetaalde douanemedewerkers of restauranteigenaren enerzijds en de transacties tussen lobbyisten, aannemers en politieke machthebbers waar miljoenen en miljarden mee gemoeid zijn. Kleine overtredingen en dingen die volgens de wet legaal zijn worden op dezelfde manier meegewogen. Ook wordt er geen onderscheid gemaakt tussen het enorme effect dat corruptie heeft op het maatschappelijk normbesef en het politieke lot van een land, en de gevolgen van een wissewasje zoals het aanbieden van een paar steekpenningen om een beter plekje in een concertzaal te krijgen. In tegenstelling tot organisaties als Transparancy International is de Amerikaanse bevolking over de hele linie wél verontwaardigder over steenrijke politici die hun campagnekassen en bankrekeningen vullen dan over een briefje van twintig peso dat in een paspoort wordt gestoken.

Uit dezelfde opiniepeiling van Pew blijkt dat 56 procent van de respondenten het niet eens is met de stelling dat 'verkozen functionarissen zich iets aantrekken van wat de gewone mensen denken'. Met andere woorden, de meeste Amerikanen vinden dat politici zich niets aantrekken van hun beslommeringen en prioriteiten. De peiling duidt erop dat politici zich alleen maar iets aantrekken van wat iedereen behalve de gewone mensen vindt. Van wie trekken onze politici zich dan wél iets aan?

Uit het bovenstaande valt af te leiden dat de 'buitengewone' mensen naar wie de politici luisteren, de rijken en machtigen zijn; dezelfde mensen die ervoor zorgen dat politici corrupt kunnen worden. Als gevolg hiervan hebben de meeste mensen maar weinig vertrouwen in het bestaande politieke systeem van de VS. Minder dan de helft (45%) van de respondenten is enigszins (36%3) of zeer (9%3) tevreden met de manier waarop de democratie in hun land functioneert. Vierentwintig procent - bijna een op de vier - gaf aan helemaal niet tevreden te zijn, en 29 procent is niet al te tevreden over de Amerikaanse 'democratie'.

Als ons begrip van democratie gekoppeld is aan de wil van de bevolking, dan werpt de peiling van Pew een lange schaduw over het wijdverbreide idee dat de VS een democratie is, en zelfs de meest bloeiende democratie die er is. Deze constatering zal voor velen een onaangename verrassing zijn, maar de meeste mensen voelen het wel zo. De gasten aan de talkshowtafels maakten zich zorgen over het verlies van 'onze' democratie door die 'ploert van een Trump', maar feitelijk maakten zij zich zorgen over iets dat al verdwenen was. Het feit dat de publieke opinie zo hard oordeelt over het functioneren van de democratie leidt onherroepelijk tot de vraag over de houdbaarheid ervan.

Hiernaar gevraagd antwoordde slechts 7 procent van de respondenten dat het huidige politieke systeem niet hoeft te veranderen. Achtentwintig procent was van mening dat het systeem slechts een kleine verandering behoeft. Iets meer dan een derde van de bevolking is dus relatief tevreden over het politieke systeem in de VS. Twee derde van de bevolking is dus niet tevreden! Zevenenveertig procent - bijna de helft - van de ondervraagden vindt dat het politieke systeem grondig hervormd moet worden. En 18 procent - bijna een op de vijf - vindt dat het huidige systeem 'volledig hervormd' moet worden!

Sommigen zullen zeggen dat de uitkomst van de opiniepeiling dubbelzinnig is, omdat de vragen en de gebruikte termen nogal rekbaar zijn. Aan de termen 'grondig' en 'volledig hervormd' kunnen meerdere betekenissen worden toegekend. Zelfs woorden als 'democratie' en 'politiek systeem' zijn glibberig. Dat is allemaal waar, maar dit gaat op voor vrijwel elke opiniepeiling. We trekken altijd conclusies op basis van onze eigen, vaak bevooroordeelde interpretatie van de gestelde vragen.

Hoe dan ook gaf bijna twee derde van de ondervraagden aan op zijn minst een grondige hervorming te verlangen. Of die hervorming nu het kiessysteem, de regeerstructuur of het bredere politiek-economische systeem is: de peiling geldt als een krachtige en diepgaande uiting van onvrede. Tegelijkertijd moet deze onvrede genuanceerd worden. Hoewel de respondenten cynisch zijn over de politici en hun corruptie, vervreemd zijn van de verkozen functionarissen, sceptisch staan ten opzichte van de Amerikaanse democratie en zeer kritisch zijn over het politieke systeem, hebben ze steeds meer vertrouwen in de regering.

Van deze tegenstrijdigheid zullen de denktanks van de Democratische en de Republikeinse Partij wellicht versteld staan. Ze zullen zich afvragen waarom de bevolking zo inconsequent is om wél de regering te vertrouwen, maar niet de politici. Toch is dit zeer verklaarbaar. De regering is er om mensen te helpen, en zonder de corruptie en het opportunisme van de politici, kan ze dat ook. In tegenstelling tot de aanval van de media en de twee partijen op 'big government' die door president Reagan werd geopend, vertrouwt 54 procent van de bevolking erop dat de regering 'doet wat goed is voor het land'. Dit percentage is de afgelopen drie jaar zelfs gestegen.

De onderzoekers van Pew zijn nog een stap verdergegaan, en hebben onderzocht wat voor soort verandering de mensen graag zouden zien om te komen tot een efficiënt en democratisch bestuur. Eén maatregel die genoemd werd en die de overheid zou moeten doorvoeren was de oprichting van burgerraden. Drieënveertig procent was het hier grondig mee eens en 36 procent was het hier enigszins mee eens.

De enquêteurs van Pew concludeerden:

"Burgerraden, of forums waar willekeurig gekozen burgers kwesties vannationaal belang bespreken en aanbevelingen doen over wat er moet gebeuren, zijn enorm in trek." Over een andere democratische, maar radicalere maatregel waren de respondenten bijna even enthousiast: "Zorg ervoor dat burgers, en niet de leden van het Congres, rechtstreeks kunnen stemmen over wetten met betrekking tot een aantal belangrijke kwesties." Tweeënveertig procent was het grondig eens met deze maatregel en 31 procent enigszins. Hieruit blijkt opnieuw dat de Amerikaanse bevolking onderscheid maakt tussen de regering en de gekozen functionarissen. Ze willen de regering behouden, maar hun verkozen 'vertegenwoordigers' laten ze als een baksteen vallen." De krachtige steun voor zowel burgerraden als referenda laat zien dat de bevolking verlangt naar een politiek systeem dat democratischer is dan het huidige stelsel en dat zich meer gelegen laat liggen aan de belangen van de bevolking.

Uit eerdere peilingen bleek al dat de bevolking zich afkeert van de ondoordachte vijandigheid jegens het socialisme dat opgelegd werd door de Koude Oorlog. Ook deze nieuwe steekproef toont aan dat het beeld van de onwetende, achterlijke en conservatieve massa dat verspreid wordt door zelfvoldane elites en de media een mythe is. Het denken van de meerderheid is veel vooruitstrevender en progressiever, radicaler durf ik te stellen, dan dat van haar 'verlichte' meesters.

Ook links in de VS kan er lering uit trekken. Links in Amerika is versplinterd in duizenden groeperingen die allemaal voor hun eigen identiteit opkomen. Ze verzamelen zich rond kortzichtige ngo's en klampen zich vast aan de staart van de Democratische Partij. De meeste mensen die zichzelf links noemen hebben geen voeling met het radicale of zelfs revolutionaire potentieel dat schuilgaat onder het kalme oppervlak van het dagelijks leven in de VS. Links is gedesillusioneerd geraakt door het steeds verder naar rechts drijven van de twee grote partijen, en heeft allang geleden afscheid genomen van elke grootse visie. De brede linkse beweging heeft weinig verwachtingen en neemt genoegen met nog minder.

Een linkse beweging die ver vooruitloopt op de gevoelens van de bevolking is dwaas, maar een linkse beweging die de kansen mist die worden geboden: een boze bevolking die snakt naar verandering, maakt zichzelf op een betreurenswaardige manier irrelevant.

Bron: ZZ's blog 18 april 2021, vertaling Frans Willems.

©MANIFEST KRANT van de NCPN
Haarlemmerweg 177, 1051 LB, Amsterdam, tel.: 020-6825019