Uitwissing van het historische geheugen

i-012-027.jpg
Demonstratieve discussiebijeenkomst in Zuid-Attica op 18 april jl. van de KNE over herdenking dat 54 jaar geleden de militaire dictatuur eindigde in Griekenland. Opklaring over de geschiedenis en de vervalsing blijft noodzakelijk. Dat geldt evenzeer voor Nederland, waar Verzetshelden als Hannie Schaft, Jan Bonekamp en Anton de Kom systematisch worden genegeerd. (Foto: KKE)

Joke van den Boogert

Het collectieve geheugen van een bevolking kan een bedreiging vormen voor de gevestigde orde en haar geschiedschrijving. Dat blijkt uit de vindingrijke manier waarop geschiedvervalsingstactieken uitgewerkt worden vooral gericht op de generaties die komen en die in tijd steeds verder verwijderd raken van de concrete historische gebeurtenissen. Naarmate het verleden verbleekt, is de tijd rijp voor vernieuwing van de vervalsings- en deletietechnieken. Een paar dagen geleden was het 9 mei, de dag van de Grote Antifascistische Overwinning, een dag die steeds meer uit het geheugen van de Europese bevolkingen verdwijnt. Daar wordt tenminste aan gewerkt.

Een treffend recent Grieks voorbeeld is het nieuwe programma voor scholieren getiteld 'Herinneringen aan de bezetting in Griekenland.' Dit programma wordt gefinancierd door het ministerie van Buitenlandse Zaken van Duitsland, de Stichting Stavros Niárchos (was een prominent vertegenwoordiger van het rederskapitaal), de Vrije Universiteit van Berlijn en de Duitse Stichting 'Herinnering, Verantwoordelijkheid en Toekomst.' Het programma vormt onderdeel van de pogingen van Duitsland de geschiedenis van WO2 te herschrijven, zijn imago als land te verbeteren en zijn buitenlandse politiek te promoten. Het is speciaal gericht op het onderwijs in de geschiedenis van WO2 en de nazistische bezetting. De leerlingen wordt verzocht om deze enkel en alleen te benaderen via getuigenissen en herinneringen van oude mensen, die toen jong waren.

Historische documenten en wetenschappelijk onderzoek worden volledig buiten beschouwing gelaten. De laatste jaren is de opgang van de zogeheten 'orale geschiedenis' een waar 'modeverschijnsel' geworden, niet alleen in Griekenland. Niemand kan het belang onderschatten van de levende getuigen van verschrikkelijke gebeurtenissen. De historische wetenschap heeft echter beide nodig: mondelinge getuigenissen en documentatie. Het één kan niet van het ander los behandeld worden zonder dat er onvermijdelijk een vertekend beeld ontstaat. Dat de officiële geschiedschrijving in dit geval overhelt naar de subjectiviteit van het mondelinge relaas, is geen toeval.

Op deze manier worden vragen buiten beschouwing gelaten als: wie heeft al die misdaden gepleegd en waarom? Wat is de oorzaak van oorlogen als WO2 en in het algemeen van oorlogen, veroveringen, vluchtelingenstromen, martelkamers, concentratiekampen enz. enz. om maar een paar van de gruwelijke verschijnselen te noemen, die tot op heden een vast bestanddeel van de geschiedenis der mensheid uitmaakten. Wat gebeurde waar, waarom en door wie? Wie trok er voordeel uit? In wiens belang was het? Het antwoord op deze vragen is de voorwaarde voor een juiste bewustzijnsvorming. De getuigenissen van de verschrikkingen mensen aangedaan, hoe onmisbaar op zich, zijn geen antwoord op deze vragen. De verantwoordelijken van alle ellende en hun beweegredenen blijven zo buiten schot. En juist dat wordt steeds meer gepropageerd.

Het andere geluid

De PEAEA-DSE (Panhelleense Unie van Nationale Verzetstrijders-Democratische Leger Griekenland, lid van de Internationale Federatie van Verzet, FIR) organiseerde in april jl. naar aanleiding van bovengenoemd programma, een online evenement getiteld 'Herinneringen aan het Verzet in Griekenland: nogmaals een programma dat de geschiedenis verdraait.' De sprekers waren Júrgos Margarítis, professor Moderne Geschiedenis aan de Aristoteles Universiteit van Thessaloniki, Kóstas Skolaríkos, lid van de Afdeling Geschiedenis van het Centraal Comité van de Communistische Partij en Níkos Dárdalis, docent.

Professor Margarítis toonde de onwetenschappelijke elementen aan in het programma, erop wijzend dat het gaat om een regelrechte inmenging van een buitenlandse regering in Griekenlands nationale onderwijsprogramma en dan vooral in het zo gevoelige thema van de Duitse Bezetting. De gebeurtenissen van toen worden mild beschreven, aldus de spreker, alle scherpe kantjes worden eraf geslepen en dus gaat het eigenlijk om een soort annulering van de historische feiten. Hij noemde als voorbeeld, dat voor de hekatomben van slachtoffers (honger, holocausts van hele dorpen, executies, plundering) nergens het woord 'misdaad' gebezigd wordt. Het huidige Duitsland weigert nog steeds schadevergoeding te betalen voor alle misdaden, die de Duitse legerscharen destijds gepleegd hebben, maar Duitsland probeert daarentegen wel met dit soort programma's het onderwijs in geschiedenis op de Griekse scholen onder zijn controle te krijgen in naam van een "verzoening", die "neerkomt op ondergeschiktheid. [...] De Griekse bourgeoisie is bereid dit soort programma's te gebruiken en laat daarmee nogmaals zien, hoezeer zij haar eigen land en volk haat", aldus de kernachtige uitdrukking van de spreker.

De kwestie schadevergoedingen is al tientallen jaren onderwerp van debatten, waarbij alle Griekse regeringen zich tot nu toe zeer slap en ambivalent opgesteld hebben. De Nationale Raad voor het Opeisen van de Duitse Schulden aan Griekenland, maar vooral de PEAEA-DSE zette zich al die jaren in voor deze zaak, gesteund door de FIR, terwijl op het niveau van de Europese instellingen de eisen tot schadevergoeding worden afgeketst met als excuus dat het om een bilaterale kwestie tussen Duitsland en Griekenland gaat.

Kóstas Skolaríkos plaatste de kwestie in een breder verband. Hij wees erop, dat binnen een context van imperialistische tegenstellingen, kapitalistische landen, die geopolitieke belangen hebben in de regio, hun inmenging in onderwijs en geschiedenis escaleren met als doel hun buitenlandse politiek te rechtvaardigen. Ook gaf hij een korte schets van de onwetenschappelijke methodes, die voor het programma gebruikt zijn. Volgens hem is de bedoeling dat fascisme-nazisme, de Tweede Wereldoorlog, het verzet van het EAM (Nationaal Bevrijdings Front) e.d. niet meer bestudeerd worden als maatschappelijke verschijnselen.

Op deze manier, aldus de spreker, wordt de opkomst van het fascisme en het nazisme losgehaakt van de vooroorlogse prioriteiten van het Italiaanse en het Duitse kapitaal, wordt WO2 los gezien van de structurele kenmerken van het imperialisme en het verzet van het EAM wordt losgehaakt van de arbeiders- en volksbeweging en dus van de klassenstrijd. De laatste opmerking is het waard om over na te denken gezien het zwartmaken van de klassenstrijd van de afgelopen decennia in Europese institutionele organen (zie Manifest 3-21, artikel JvdB), op regeringsniveau, maar ook in zogeheten 'intellectuele debatten.'

Níkos Dárdalis wees erop dat de 20ste eeuw vrijwel uit de schoolboeken verdwenen is en dat de instructies van het ministerie van Onderwijs aan docenten dit jaar luidden, dat zij aan gebeurtenissen als beide wereldoorlogen slechts summier aandacht mogen schenken. Geschiedenisonderwijs wordt (wetenschappelijk) uitgekleed, waarbij hij als aardig voorbeeld de volgende formulering noemde: "De tsaar kwam door ontevreden burgers ten val"... That's it!

©MANIFEST KRANT van de NCPN
Haarlemmerweg 177, 1051 LB, Amsterdam, tel.: 020-6825019