Noodzaak van einde embargo van de VS tegen Cuba

i-010-034.jpg
VS probeert Cuba op alle mogelijke manieren de levensaders te snoeren. (Foto: Cubaanse ambassade)

Op 23 juni jl., tijdens de 75e sessie van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, stemde voor het 29e jaar op rij een totaal van 184 landen voor een resolutie om het einde van de Amerikaanse economische blokkade tegen Cuba te eisen, waarbij de Verenigde Staten en Israël tegenstemden. [1]

Lidstaat Cuba heeft voor die sessie een addendum (bijlage) ingebracht voor het agendapunt 'Noodzaak om een einde te maken aan het economische, commerciële en financiële embargo dat door de Verenigde Staten van Amerika aan Cuba is opgelegd.' Hieronder de vertaling van een deel van het betreffende addendum.

Dit addendum bevat een update van het rapport van Cuba over resolutie 74/7 van de Algemene Vergadering, getiteld "Noodzaak om het economische, commerciële en financiële embargo, opgelegd door de Verenigde Staten van Amerika tegen Cuba, te beëindigen". Het bevat beschrijvingen van de belangrijkste ontberingen veroorzaakt door dit embargo in de periode tussen april en december 2020. Tijdens deze periode heeft de regering van de Verenigde Staten (VS) het embargo op een opportunistische en ongeëvenaarde manier aangescherpt, tegen de achtergrond van de moeilijke omstandigheden die worden veroorzaakt door de pandemie van de coronavirusziekte (COVID-19).

In de afgelopen vier jaar heeft de regering van de VS meer dan 240 extra dwangmaatregelen tegen het Cubaanse volk en zijn regering toegevoegd die nog steeds van kracht zijn. Deze maatregelen zijn niet louter acties om het embargo aan te scherpen, maar nieuwe methoden, waarvan sommige ongekend, waarmee de economische oorlog tegen Cuba tot extreme niveaus is geëscaleerd, zoals blijkt uit de tekorten die deel uitmaken van het dagelijks leven van elke Cubaan.

Voor Cuba vergroten deze beperkingen de vele uitdagingen van de COVID-19-pandemie en vermenigvuldigen ze de verwoestende sociaaleconomische, gezondheid gerelateerde en financiële gevolgen daarvan. De maatregelen hebben herhaaldelijk de aankomst van humanitaire hulp in het land belemmerd, wat in de context van de bestrijding van de pandemie, immoreel is en niet te rechtvaardigen en het criminele karakter van het embargo benadrukt.

Tussen april en december 2020 kostte het embargo Cuba verliezen in de orde van grootte van 3.586,9 miljoen dollar. Opgeteld bij de verliezen van de voorgaande periode bedraagt het totaal van april 2019 tot december 2020 9.157,2 miljoen dollar.

Als Cuba het bedrag dat het is verloren aan het embargo zelf in handen had gehad, zou het land in minder dan vijf jaar een heel eind kunnen komen in het moderniseren van een groot deel van zijn infrastructuur, en met name de nationale energiemix kunnen veranderen ten gunste van hernieuwbare energiebronnen. Dat bedrag zou, als het beschikbaar was, de financiële situatie van het land volledig veranderen, het vertrouwen van buitenlandse investeerders en crediteuren vergroten en de toegang tot financiële en kapitaalmarkten aanzienlijk vergroten.

Onder de huidige omstandigheden vormt het embargo een enorme last voor de Cubaanse bevolking en de economie, met extra verwoestende gevolgen in combinatie met de COVID-19-pandemie: Cuba moet daardoor noodgedwongen aanzienlijke financiële middelen inzetten om de noodzakelijke uitrusting en materialen voor zijn nationale gezondheidssysteem dringend veilig te stellen.

Het effect van het embargo op de gezondheidssector, een van de zwaarst getroffen sectoren tijdens de verslagperiode, blijkt uit zowel de tekorten aan essentiële consumentenproducten als de moeilijkheden waarmee nationale industrieën worden geconfronteerd bij het verkrijgen van de benodigdheden voor onder meer voedselconservering en productie van medicijnen.

De weigering van sommige leveranciers om overeengekomen voorraden te leveren, evenals vertraagde leveringen en hogere kosten door de noodzaak van Cuba om de toevlucht te nemen tot verre markten en tussenpersonen, naast andere negatieve effecten.

Exemplarische voorbeelden die in het oog springen zijn de Duitse bedrijven Sartorius en Merck, evenals die van Cytiva en andere vaste leveranciers van laboratoriummaterialen, reagentia en andere benodigdheden. Als gevolg van de intensivering van het embargo hebben zij in 2020 de handel met Cuba stopgezet. Tijdens de verslagperiode was het land daardoor niet in staat om in totaal 32 uitrustingsstukken en voorraden te verkrijgen voor de productie van kandidaat-vaccins tegen COVID-19 of voor het uitvoeren van de fasen die nodig zijn voor de voltooiing van de klinische proeven met kandidaat-vaccins. Daarbij gaat het onder meer om apparatuur voor de zuivering van de kandidaat-vaccins, accessoires voor productieapparatuur, filtratietanks en capsules, kaliumchloride-oplossing, thiomersal, zakken en reagentia.

Cuba moest zijn toevlucht nemen tot andere aanbieders en tussenpersonen, wat leidde tot prijsstijgingen van 50 tot 65 procent boven de normale vastgestelde prijzen, omdat het onmogelijk was om rechtstreeks een contract met de fabrikant aan te gaan. Dit had een impact op het werk van verschillende instellingen in de biofarmaceutische sector in Cuba, waaronder het Centro de Ingeniería Genética y Biotecnología (Centrum voor Genetische Manipulatie en Biotechnologie), het Instituto Finlay de Vacunas (Finlay Vaccin Instituut), de Empresa Laboratorios AICA (AICA Laboratorium Bedrijf) en het import-exportbedrijf FarmaCuba, allemaal organisaties die direct betrokken zijn bij de inspanningen van het land om de pandemie aan te pakken.

In november 2020 heeft het Amerikaanse ministerie van Transport, in opdracht van het ministerie van Buitenlandse Zaken, een verzoek van IBC Airways en SkyWay Enterprises afgewezen om humanitaire vrachtvluchten naar Cuba uit te voeren. De eerste beweerde dat de beslissing was omdat Cuba een van de "landen is onder Amerikaanse economische sancties", terwijl de laatste zinspeelde op problemen met Stripe, een Amerikaans bedrijf dat fungeert als betalingsprovider.

In februari 2021 blokkeerden de bedrijven JustGiving en Crowdfunder UK de webpagina's van de solidariteitsorganisatie 'Cubans in UK', opgericht om geld in te zamelen voor de aankoop van medische benodigdheden en om de COVID-19-vaccinatiecampagne in Cuba te ondersteunen.

Ondanks deze enorme obstakels en beperkingen is het werk van Cuba om de pandemie aan te pakken internationaal erkend. Het land heeft vijf kandidaat-vaccins in ontwikkeling en heeft 57 medische brigades gestuurd om de strijd tegen de pandemie in 40 landen en gebieden te ondersteunen. De immorele lastercampagne geleid door de VS tegen Cubaanse medische hulp heeft de motivatie van onze mensen voor steun en humanitarisme niet kunnen beteugelen.

Cubaanse commerciële en financiële activiteiten ondervinden in toenemende mate belemmeringen als gevolg van de intensivering van de extraterritoriale effecten van het embargo. De actualisering van eenzijdige lijsten door deVS beperkte de ondernemers- en toeristische activiteiten van het land en verminderde de inkomsten van de Cubaanse staat uit die sectoren. Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken heeft nieuwe bedrijven toegevoegd aan de 'List of restricted entities and subentities associated with Cuba' [2]. Deze lijst is speciaal voor Cuba ontworpen, met als doel operaties te blokkeren waarbij burgers betrokken zijn die onder de jurisdictie van de VS vallen. Deze eenzijdige lijst heeft het internationale bedrijfsleven geïntimideerd en een afschrikkingseffect gehad.

Fincimex en American International Service, Cubaanse geldtransfer agentschappen, hebben aanzienlijke verliezen geleden toen ze respectievelijk in juni en september 2020 in die bewuste lijst werden opgenomen. Dit besluit van de VS is bedoeld om zowel de inkomstenbronnen van gezinnen in Cuba als de invoer van vreemde valuta in het land aanzienlijk in te perken. Western Union, het financiële bedrijf dat het meest wordt gebruikt voor geldovermakingen naar Cuba, heeft haar activiteiten in het land stopgezet. Deze maatregelen hebben blijvende effecten. Naast de algemene impact die de maatregelen hebben op de Cubaanse economie, worden degenen die voor hun persoonlijk inkomen (mede) afhankelijk zijn van deze overmakingen en degenen die geld overmaken van de VS naar hun familieleden in Cuba individueel gestraft.

In de verslagperiode zijn zeven rechtszaken aangespannen op grond van Titel III van de Helms-Burton Act. Sinds de activering in mei 2019 zijn op grond daarvan 34 rechtszaken aangespannen. Vanwege het extraterritoriale karakter schendt deze wet de soevereiniteit van derde landen, schaadt het de belangen van hun onderdanen en verijdelt het hun handelsbetrekkingen met Cuba.

Bedreigingen en dwangmaatregelen tegen schepen en bedrijven die verband houden met het transport van brandstof bleven onverminderd van kracht en vorm(d)en aanzienlijke belemmeringen voor het dagelijks leven op Cuba en brengen directe schade toe aan Cubaanse families.

Daarbij komt dat het opnemen door de VS van Cuba, in januari 2021, op de unilaterale lijst van zogenaamde 'staatssponsors van terrorisme', de gevolgen van het embargo nog meer versterkt, door het voor het land moeilijker te maken om deel te nemen aan internationale handel, financiële operaties uit te voeren en basisbenodigdheden aan te schaffen. Het opnemen van Cuba in die lijst wordt overigens in en buiten de VS op grote schaal afgewezen.

Tientallen banken hebben hun activiteiten met Cuba opgeschort, waaronder legitieme overdrachten voor de aankoop van voedsel, medicijnen en consumptiegoederen. Te midden van de moeilijkheden veroorzaakt door de COVID-19-pandemie, hebben tientallen Cubaanse diplomatieke missies over de hele wereld hun banden verbroken met de banken die hen traditioneel diensten verlenen, uit angst voor represailles van de regering van de VS. Dit heeft gevolgen voor de werking en het levensonderhoud van de missies en hun personeel. De extraterritoriale aanscherping van het embargo op financieel gebied raakt ook individuen. Er komen steeds meer berichten dat Cubanen over de hele wereld het slachtoffer worden, ook al wonen ze niet op Cuba, van de weigering van banken om hen te helpen of bankoverschrijvingen uit te voeren met betrekking tot Cuba.

De dwangmaatregelen die door het Office of Foreign Assets Control werden genomen tegen entiteiten uit de VS en derde landen, wegens vermeende schendingen van het embargo, bleven gedurende de afgelopen periode een terugkerende praktijk.

Er werden ook maatregelen genomen om het reizen van Amerikaanse staatsburgers naar Cuba te beperken, waarbij de steun van grote groepen in de VS voor uitwisselingen tussen de bevolking van de twee landen volledig buiten beschouwing werd gelaten. In september 2020 werden vergunningen voor personen die onder de jurisdictie van de VS vallen, om professionele vergaderingen of conferenties bij te wonen of te organiseren in Cuba, afgeschaft. Evenals vergunningen voor transacties met betrekking tot evenementen, zoals openbare optredens, tentoonstellingen en sportwedstrijden. Daarnaast werd de 'Cuba Prohibited Accommodations List' opgesteld, die 422 hotels en huurhuizen omvat.

Beperkingen op reizen en geldovermakingen hebben zowel de Cubaanse publieke als private sector geschaad. Als die struikelblokken zouden worden weggenomen, zouden onder meer een groot aantal transportbedrijven, eigenaren van huurwoningen en ambachtslieden meer inkomsten kunnen ontvangen en hun economische activiteit beter kunnen opbouwen.

Ook de belangen van Amerikaanse bedrijven werden geschaad door de aanscherping van het embargo. In juni 2020 bleek dat het Amerikaanse ministerie van Financiën de verlenging van de vergunning voor het exploiteren van een hotel in Cuba heeft geweigerd voor het bedrijf Marriott International en het bedrijf heeft verboden om in de toekomst zaken te doen op Cuba.

Dit beleid belemmert dat Cubaanse en Amerikaanse bedrijven vooruitgang boeken bij het afsluiten van wederzijds voordelige overeenkomsten in verschillende sectoren, waaronder telecommunicatie. De impact van het embargo op dit gebied heeft ook al eerder afgesloten overeenkomsten in de weg gestaan, zoals het huurproject voor onderzeese kabelcapaciteit tussen Empresa de Telcomunicaciones de Cuba (ETECSA) en het Amerikaanse bedrijf C en W Networks. Deze laatste heeft in september 2018 de vereiste vergunning aangevraagd bij de Amerikaanse Federal Communications Commission en heeft dat verzoek in oktober 2020 ingetrokken, omdat het onbeantwoord was gebleven.

De onderhandelingen tussen FedEx en de businessgroep Correos de Cuba (Cuba-postdienst) verkeren in een vergelijkbare situatie. Beide bedrijven kwamen overeen om in mei 2019 van start te gaan, maar FedEx besloot die start uit te stellen tot januari 2020, vanwege de verslechtering van de bilaterale betrekkingen tussen Cuba en de VS. Sindsdien heeft FedEx het uitstel om dezelfde reden voortgezet.

Er zijn verschillende annuleringen geweest van Cubaanse media-accounts op diverse digitale platforms. In augustus 2020, toen Cuba op het punt stond zijn eerste kandidaat-vaccin tegen COVID-19 aan te kondigen, censureerde het bedrijf Google de YouTube-platformprofielen van nieuwszenders Granma, Mesa Redonda en Cubavisión Internacional, daarbij verwijzend naar vermeende schendingen van de exportwetten van de VS.

Een andere sector die in het bijzonder door het embargo is getroffen is de landbouwsector. Gederfde inkomsten als gevolg van de blokkering van de export van goederen en diensten, de extra kosten als gevolg van de geografische verplaatsing van de handel en andere belemmeringen voor de aanschaf van technologieën en brandstoffen, hebben een ernstige impact gehad op de voedselproductie en -voorziening in Cuba. Hierdoor liepen in de periode tussen april en december 2020 de verliezen aanzienlijk op.

Ook de landbouwsector in de VS wordt hierdoor getroffen. De 'United States Agriculture Coalition for Cuba' schreef in januari 2021 in een brief aan de VS-president Joseph Biden dat handel met Cuba kansen voor Amerikaanse boeren biedt. Cuba importeert elk jaar voor 2 miljard dollar aan voedsel, waarvan slechts minder dan 10 procent voedsel uit de VS. Als de handelsbelemmeringen tussen de twee landen zouden worden opgeheven, zou de export van verschillende gewassen in de VS aanzienlijk kunnen toenemen.

De afgelopen maanden zijn er binnen en buiten de VS talloze uitspraken gedaan waarin president Biden werd opgeroepen zijn uitvoerende bevoegdheden te gebruiken, om de uitvoering van het embargo en de humanitaire en economische gevolgen ervan te wijzigen. In februari 2021 ondertekenden 56 religieuze, milieu- en academische organisaties in de VS, waaronder groepen advocaten en mensen die zich bezighouden met mensenrechten, een brief waarin ze er bij de president op aandringen om het beleid van voormalig president Donald Trump terug te draaien. Verschillende Amerikaanse wetgevers hebben met hetzelfde doel brieven naar de huidige regering gestuurd.

In zijn poging om het embargo op te heffen, heeft Cuba traditioneel de steun genoten van de overgrote meerderheid van de leden van de internationale gemeenschap. We zijn ervan overtuigd dat de komende vijfenzeventigste zitting van de Algemene Vergadering een nieuwe gelegenheid zal zijn om de internationale veroordeling van dit irrationele en wrede beleid, dat in strijd is met de principes van het Handvest van de Verenigde Naties en het internationaal recht, te herhalen.

Voetnoot:

[1] (https://news.un.org/en/story/2021/06/1094612)
[2] Op de officiële website van de Amerikaanse regering wordt o.a. de volgende toelichting gegeven bij deze lijst: "... entiteiten en subentiteiten die onder de controle staan van of optreden voor of namens het Cubaanse leger, inlichtingen- of veiligheidsdiensten of -personeel, waarmee directe financiële transacties onevenredig voordeel zouden opleveren voor dergelijke diensten of hun personeel, op kosten van het Cubaanse volk of een particuliere onderneming in Cuba. Zie verder informatie over het verbod op directe financiële transacties met deze entiteiten..."

Bron: Cubaanse Ambassade in Nederland, vertaling J.Bernaven.

©MANIFEST KRANT van de NCPN
Haarlemmerweg 177, 1051 LB, Amsterdam, tel.: 020-6825019