Wie is er nou echt de baas (in Griekenland)?

i-012-036.jpg
Staking tegen nieuwe arbeidswet. (Foto: KKE)

Joke van den Boogert

"De mensen van de scheepvaartindustrie hebben de regering niet nodig, noch het ministerie, noch de IMO (International Maritime Organisation) noch de premier. Ze hebben schijt aan de premier." De vraag in de titel van dit artikel is dus retorisch. Voor een ieder die het nog niet snapt, zal bovenstaande uitspraak van de reder Pános Laskarídis ongetwijfeld een duidelijk antwoord zijn.

Deze 'schrikbarend' openhartige ontboezeming over de relatie van het rederskapitaal met de regering bracht een golf van reacties en commentaar teweeg in de sociale media. Wat was nu de aanleiding tot dit staaltje eerlijkheid?

Het kapitaal kent geen vaderland

De organisatie 'European Investigative Collaboration' publiceerde kort geleden een interessante documentaire getiteld 'Black Trail', waarin de schendingen van milieubepalingen in de commerciële zeevaart genoemd werden. De onderzoekers hadden de mening van een aantal vertegenwoordigers van het rederskapitaal vragen gesteld, hetgeen te verwachten was gezien de belangrijke plaats die dit kapitaal in Griekenland inneemt. Ook de minister van scheepvaart werd naar zijn mening gevraagd. Het ging dus over de 'groene' veranderingen in de scheepvaart en de hevige commerciële en geopolitieke conflicten, die deze met zich meebrengen. Van de wereldhandel gaat 90 procent per schip, maar is voor minder dan 3 procent verantwoordelijk voor de CO2 uitstoot, zo werd in het interview door de reder benadrukt.

De helft van de Europese scheepsindustrie bevindt zich in Griekenland. Maar liefst 20 procent van alle goederen wereldwijd worden getransporteerd door Griekse schepen. De hele verklaring van Laskarídis luidde als volgt: "De Griekse regering doet wat de Unie van Reders haar zegt. [...] Dat moet u goed begrijpen. De mensen van de scheepvaart hebben de Griekse regering niet nodig. Ze hebben het ministerie niet nodig. Ze hebben de IMO niet nodig, ze hebben de premier niet nodig. Ze kunnen schijten op de premier. Ze hebben de premier helemaal niet nodig. En waarom? Omdat de scheepvaart niets met Griekenland te maken heeft. Een scheepseigenaar verdient niets aan Griekenland. Er zijn geen vrachten voor Griekenland, er komen geen vrachtakkoorden uit Griekenland, niets gebeurt in Griekenland. Alleen de kantoren staan in Griekenland. Van de schepen vaart 80 procent onder een buitenlandse vlag. De Griekse vlag kan hen niets schelen."

Ministers in dienst van het kapitaal

De minister van Scheepvaart, Yánis Plakiotíkis, werd binnen het kader van deze documentaire door de journalisten gevraagd hoe Grieks de Griekse scheepvaartindustrie is, waarop hij eerst verklaarde de belangrijkste minister van Scheepvaart van de hele wereld te zijn (wat hij even later iets bescheidener beperkte tot de Europese Unie) om vervolgens te antwoorden: "100 procent". Daarop toonden de (buitenlandse) journalisten (het hele gesprek werd in het Engels gevoerd) de passage in de documentaire met de uitingen van P. Laskarídis.

Het commentaar van de duidelijk in verlegenheid gebrachte minister luidde: "De Griekse regering heeft een stabiel institutioneel kader geschapen voor de Griekse scheepvaart en daardoor is er de afgelopen tien jaar zo'n grote vooruitgang geboekt." Dat de regering doet wat het rederskapitaal haar dicteert, mag duidelijk zijn. Daarom zijn de reacties van de regeringsvertegenwoordiger voor de pers, dat het om "onacceptabele verklaringen" gaat en de reactie van het hoofd van Syriza's centrale afdeling voor Scheepvaart en Eilandbeleid, dat de uitspraak van de minister getuigt van een "schandalige 'verlegenheid'", uiterst hypocriet te noemen. Immers, dat zogeheten 'institutionele kader' is in de loop der jaren vastgelegd door de Griekse regeringen en door internationale organisaties om de belangen van de reders te beschermen en is zelfs grondwettelijk vastgelegd in artikel 107. Op voorstellen van de Communistische Partij (KKE) dit artikel af te schaffen, hebben de regerende Néa Dimokratía, de 'linkse' Syriza en de 'socialistische' KINAL (opvolger van Papandreou's Panhelleense Socialistische Beweging PASOK) negatief gereageerd.

Het is niet het enige voorbeeld, waarbij sociaaldemocratische partijen hun ware opportunistische aard laten zien, als puntje bij paaltje komt. Reders betalen op vrijwillige basis belasting, ze hebben 60 vrijstellingen van belasting, elke vorm van belasting op scheepsuitrustingen is afgeschaft, ze worden niet belast op basis van de winsten, maar op de tonnage van hun schepen, de tien tot vijftien euro per dag per schip is vrijwillig. Als ze niet willen betalen, dan hoeft het niet! De reders van de zeevaartindustrie zijn ontheven van de betaling van verzekeringspremies. De subsidies en alle mogelijk soorten financiële steun, die ze ontvangen, zijn ook niet mis. Om een voorbeeld te noemen: tijdens de pandemie konden de reders van de kustvaart 300 miljoen euro in hun zak steken.

Vorig jaar heeft de Néa Dimokratía de collectieve arbeidsovereenkomsten afgeschaft voor de zeevaart onder een Griekse vlag, waarmee de deur geopend werd voor de afschaffing van cao's in de hele sector. Om van de globale arbeidsvoorwaarden op de schepen niet te spreken. Met het nieuwe wetsontwerp over de 'regeling' van de arbeidsvoorwaarden, aangenomen door de nepmeerderheid van de regering (50 zetels bonus!), wordt dit alles nu ook voor de andere sectoren 'gelegaliseerd'. Het motto van de stakingen en betogingen van afgelopen maand zal steeds actueler worden: geen (galei)slaven van de 21ste eeuw! (zie vorige Manifest).

Dat bovengenoemde cynische opmerkingen van de reder gewoon voor de camera gezegd werden, is een teken aan de wand. Het lijkt erop dat 'wie echt de baas is?' steeds minder verdoezeld wordt, ook al gebeurt dit niet in elk land met dezelfde rauwheid. Nu maar hopen dat de bevolking de tekenen des tijds opvangt en de juiste conclusies trekt. In elk geval krijgen tegenstanders van het kapitalisme steeds meer argumenten in handen gespeeld.

©MANIFEST KRANT van de NCPN
Haarlemmerweg 177, 1051 LB, Amsterdam, tel.: 020-6825019