Over de Libanese Communistische Partij

De Libanese formule is al vanaf 1920 een fiasco

i-010-023.jpg
Rijen wachtenden voor benzine in Beiroet op 21 augustus jl. Een groot deel van de bevolking van Libanon krijgt te maken met schaarste en armoede, door een politieke en economische elite die enkel haar eigen belang centraal stelt. (Foto: ZLV)

Mohammed Shukair

De Libanezen leven momenteel (juni 2021) door de aanhoudende prijsstijgingen van zowel luxe goederen als eerste levensbehoeften in een staat van hevige verontwaardiging over de politieke autoriteiten. De ontevredenheid onder de gebruikers van sociale media, als ook bij de meerderheid van de Libanezen die tijdens demonstraties hun woede over de politici uiten, blijkt inmiddels zo groot dat zelfs intellectuelen en bronnen bij de overheid nerveus beginnen te worden over het politieke beleid dat zij zolang onvoorwaardelijk hebben gesteund en verdedigd, en waarvan ze het imago steeds hebben opgepoetst.

Dit tragisch beeld is natuurlijk een weerspiegeling van het falen van de Libanese formule sinds de vestiging van de staat Groot-Libanon op 1 september 1920, omdat de Franse kolonisator toen investeerde in de Libanese sektarische - in dit geval etnisch-religieuze - diversiteit, opdat die zijn belangen in ons land tot in de eeuwigheid zou dienen. Frankrijk plantte toen kiemen voor onrust en creëerde - zowel in de grondwet als in het bewustzijn van het Libanese volk - zodanige omstandigheden dat die zouden voortleven. [De belangrijkste functies in de politieke macht bijvoorbeeld, zijn langs confessionele lijnen verdeeld: de president en de opperbevelhebber van het leger zijn maronitische christenen, de premier een soennitisch moslim en de parlementsvoorzitter een sjiitisch moslim. In het Libanese kabinet hebben christenen en moslims recht op evenveel posten. LW]

Op dit moment vindt op sociale-mediapagina's een speciale discussie plaats tussen de communisten en enkele van hun sympathisanten enerzijds en anderzijds een breed scala van degenen die samen met hen hebben deelgenomen aan de volksopstand van 17 oktober 2019 en het met hen eens zijn wat betreft de diagnose van de crisis en de ontwikkeling van een geschikte aanpak ervan. Deze discussie gaat in de meest brede zin over de beschrijving van de realiteit en van de rol van de partij in het licht van deze crisis die met de dag erger wordt. [De '17-oktoberrevolutie' van 2019 gaf het startsein voor een golf van protesten in de erop volgende jaren. Deze richtten zich niet alleen tegen prijsverhogingen, maar ook tegen het sektarisch bestuurssysteem en het sociaal en economisch beleid. LW]

Aan de ene kant roept een aantal communisten de partij luidkeels op de revolutie af te kondigen en op straat de confrontatie aan te gaan met de politiek van de regering en de krachten daarachter. Velen in deze groep beschuldigen hun partij er bovendien van dat ze niet alert genoeg reageert op wensen van regeringspartijen, want zij vinden dat hun partij moet wachten op een of ander signaal van een van deze partijen voordat ze de straat op gaan! Aan de andere kant zijn er communisten die het daar absoluut niet mee eens zijn en hun partij er juist van beschuldigen dat ze zich ter rechterzijde heeft geschaard achter de leuzen en instructies van een vroegere regeringspartij, alsook achter die van een aantal organisaties die door buitenlandse ambassades worden aangestuurd.

Behalve deze twee stromingen is er om zo te zeggen nog een andere groep communisten, die kijkt naar de interne gevolgen van de besluiten van het 11de Congres dat eind april 2016 werd gehouden en waarop onder meer de partijleiding tegen haar zin werd vervangen. Deze derde groep communisten zou een eind moeten maken aan de fractievorming en zoveel mogelijk met open vizier moeten opereren om te proberen haar voorwaarden en haar bedoelingen op het komend congres door te voeren en om iedereen aan haar zijde te brengen die alle communisten in een gezamenlijk standpunt bijeen kan brengen.

Zo kunnen de communisten uiteindelijk komen tot een echte democratische interactieve partij, die zij vol overtuiging aanbevelen en beschermen. Dit nadat de werkzaamheden van het Congres beëindigd zijn en in de praktijk is aangetoond dat de partij en haar leden de vraagstukken van hun volk serieus nemen en daarom geen onderhandelingen accepteren met welke partij ook. Het is absoluut noodzakelijk dat deze groep te allen tijde oprecht opereert zoals een echte verenigde partij betaamt, en dat men niet, zoals dat meestal tussen de Libanese krachten onderling het geval is, elkaar uiteendrijft en, gevraagd naar hun prestaties, altijd maar antwoordt dat daar nog aan gewerkt wordt.

De oproep om de straat op te gaan is meer dan gerechtvaardigd, maar voor terughoudendheid zijn evenzeer goede redenen, en dat maakt het tot een rationele keuze. Want wie garandeert dat de Libanezen echt de straat op gaan? En wie draagt de gevolgen als het deze keer een mislukking wordt? En zijn degenen die via de telefoonschermpjes de oproep verspreiden en de folders over de ontevredenheid met de algemene situatie schrijven, mensen die vertrouwen hebben in de straat en bereid zijn het initiatief te nemen, of zijn het mensen die alleen maar hun geweten sussen en vervolgens in de rij van vernedering gaan staan en wachten op een gesubsidieerd product dat niet rijk maakt en ook de honger niet stilt?

De ervaringen van de volksopstand van 2015 [die begon uit protest tegen het niet ophalen van huisvuil en zich daarna keerde tegen het corrupte politieke systeem; LW] en de volksopstand van 17 oktober 2019 worden beschouwd als behorend tot de krachtigste en duidelijkste in de Libanese volksbeweging; de Libanezen stonden tijdens deze volksopstanden tegenover een van de machtigste en meest meedogenloze autoriteiten van de wereld en misschien wel in de hele hedendaagse geschiedenis van onze Arabische regio.

We weten allemaal dat Libanon geen normale regering en oppositie kent zoals in alle andere landen in de wereld. De bestaande verwevenheid tussen degenen die deze staat en zijn geledingen in handen hebben, hun onderlinge vijandigheid en harmonie, en het gegeven dat ze steunen op een aantal zeer stevige fundamenten, maken dat zij in staat zijn om naar believen posities te bekleden, initiatieven te nemen en manoeuvres uit te voeren teneinde hun eigen belangen te beschermen en die van hun leiders, die op hun beurt de wensen van hun buitenlandse patroons moeten realiseren. Daarnaast is er de cruciale centrale rol van de religieuze stichtingen in de onderwerping en aanpassing van de Libanese samenleving aan hun eigen belangen, die eveneens verbonden zijn met de belangen van hun patroons [die met name zetelen in het soennitisch Saoedi-Arabië en het sjiitisch Iran; LW]. (...)

De volksopstand van 17 oktober heeft veel opgeleverd en de Libanezen dichter bij elkaar gebracht. We hebben toen ervaren dat de overwinning op het gezag vlakbij was, maar er niet genoeg op gelet dat dit op meer steunt dan op alleen de eerder genoemde zeer grote krachten die zijn belangen dienen. Het kan immers ook rekenen op elementen uit gelieerde kringen, die bereid zijn alles te doen wat ze kunnen, niet alleen om te voorkomen dat hun leider wordt afgezet, maar zelfs ook om te verhinderen dat die gewoon uitgescholden wordt. Denk aan de invallen waarbij de tenten van de demonstranten in brand werden gestoken en hen angst werd aangejaagd. In plaats van een strijd tussen het gezag en de mensen, is het een strijd tussen mensen onderling geworden, als een uiting van de uitzonderlijke krachten die dit gezag bezit. (...)

We mogen ook de laatste weken van de volksopstand niet vergeten waarin we wekelijks demonstraties organiseerden, die elke zaterdag vanuit een bepaald gebied vertrokken. Die marsen waren zeer mager bezet, omdat de Libanezen ervan afzagen eraan deel te nemen. En als de coronapandemie er niet geweest was, dan hadden we een reden moeten bedenken om niet meer de straat op te gaan. Jammer genoeg heeft deze epidemie de autoriteit in het begin van de volksopstand van oktober gered, maar daarnaast ook de volksopstand behoed voor een onvermijdelijke mislukking in zijn laatste acties.

Al deze en andere feiten maken dat het aandurven van elke niet goed doordachte stap ook een torenhoge prijs heeft die niet gemakkelijk te dragen is, zeker in het licht van de ondergrondse, politieke en mediale schermutselingen die plaatsvinden tussen alle onderdelen van het gezag en de krachten erachter.

Wat politiek en bevolking betreft is het Libanese toneel zeer ingewikkeld en de confrontatie met het gezag is dan ook geen gemakkelijke zaak. Er is nog een heleboel strijd nodig om een fase te bereiken die zo vergevorderd is dat de overwinning steeds dichterbij komt. En er is begrip nodig van wat er gaande is, niet alleen in Libanon maar ook in de hele regio. Want misschien is de kwaal van Libanon wel gelegen in haar nauwe verwevenheid met de kwalen van haar omgeving, in het bijzonder de rol die aan de joodse entiteit is toebedeeld, naast de armzalige Arabische realiteit waarin regionale en mondiale krachten een spel spelen met de verschillende volkeren, net zoals het hen uitkomt.

Bron: website Libanese Communistische Partij 25 juni 2021;

http://www.lcparty.org/reports-opinions/item/36101-2021-06-25-18-26-42

Vertaling vanuit het Arabisch: Louis Wilms.

©MANIFEST KRANT van de NCPN
Haarlemmerweg 177, 1051 LB, Amsterdam, tel.: 020-6825019