MOOIE WOORDEN: Met andere ogen

i-005-013.jpg i-005-014.jpg
Truke

Rinze Visser

Je gedachten zijn altijd met iets bezig. Althans bij mij is dat zo. Dan is er dus altijd wel iets om over te praten of te schrijven. Meestal komen de gedachten door iets wat je gehoord of gelezen hebt. Op mijn vrijetijdsadres bevindt zich een zeer bescheiden bibliotheek. Niet meer dan twintig boeken. Je leest dan soms een boek dat je jaren geleden ook al eens gelezen hebt. Maar door allerlei ontwikkelingen en gebeurtenissen sinds dat moment, beleef je hetzelfde boek niet meer op dezelfde manier als de eerste keer.

De hier bedoelde roman is 'Van oude mensen en dingen die voorbij gaan' van Louis Couperus. De roman gaat helemaal niet over slavernij en toch moest ik bij het lezen daar steeds aan denken. En dan verbonden met klassenverhoudingen. Het gaat over mensen uit de deftige hogere middenklasse van de vorige eeuwwisseling in Den Haag, die gelieerd was aan het kolonialisme, Nederlands-Indië.

Wat mij, meer dan de eerste keer opviel, de totale nutteloosheid van deze mensen. Ze voerden nauwelijks iets uit, maar hadden het altijd druk. Geldproblemen bij deze mensen waren vooral hun besognes over toekomstige erfenissen. Of zij of hun kinderen wel of niet, of van wie zouden erven en hoeveel. Buitenlandse reizen maken en in dure hotels overnachten. Lopen deed men niet graag. Voor veel wissewasjes liet men een rijtuig voorkomen. De hoofdpersonen hebben allemaal een karakter, dat in de roman breed uitgemeten wordt. Zeker, er komen ook andere mensen voorbij. Figuranten, die als schimmen voorbijkomen. De meid (een wat oudere vrouw); de keukenmeid, de juffrouw (een jongere vrouw); het kindermeisje. Een van hen moet opdraven, bijvoorbeeld als er een lamp aangestoken moet worden. De figuranten, de schimmen hebben kennelijk geen karakters. Een van de hoofdpersonen, die met zijn echtgenote voor een klein half jaar uit 'ons' Indië is overgekomen, 'voor zakenbesprekingen' en al die tijd in een van de duurste hotels wonen, hebben hun eigen baboe meegenomen. Baboe is geen gereedschap, maar baboe is een mens. Met een bruine huidskleur.

Je leest dus een boek met andere ogen dan eerst. Door alles wat er na de eerste keer in het nieuws geweest is - slavernij, kolonialisme, de kloof tussen arm en rijk - ga je nadenken. Het personeel van die mensen uit het boek waren geen slaven. Niet in de zin van dat zij eigendom van hun bazen waren. Maar wat is het verschil met de huisslaaf in het tijdperk van de slavernij? Wat was in de maatschappij toen de functie van die klasse van welgestelden, die ik eerder nutteloos genoemd heb. De enige functie was het belang van de heersende klasse, omdat die klasse van welgestelde nietsnutten tegen elke sociale vooruitgang was.

Na de Tweede Wereldoorlog met zijn vernietigingskampen en op racisme gebaseerde fascistische regimes, is het woord 'ras' een beladen woord geworden. Het spreken over ras werd min of meer taboe. "Er is maar %%n ras en dat is de mens", zo werd gezegd. Geleerden hebben ontdekt dat er geen genetisch bewijs bestaat dat er mensenrassen zijn. Op school leerden wij vroeger echter wel dat er meerdere mensenrassen zijn. Dan ging het over biologische kenmerken, zoals huidskleur, ogen, haarsoort enzovoort. Laten we zeggen: zichtbare kenmerken.

Niemand deed daar toen moeilijk over. Maar dat men na Auschwitz, na het kolonialisme, na het discrimineren van bevolkingsgroepen zeer huiverig voor het woord 'ras' is geworden, is begrijpelijk. Trouwens ook schaamte bij mensen die vroeger het kolonialisme rechtmatig vonden en veel bijgeleerd hebben, speelt een rol. Trouwens, de meegebrachte baboe uit het boek van Louis Couperus, was niet blank. En of deze toestemming voor de reis naar Nederland had gegeven, kan gezien de toenmalige verhoudingen wel uitgesloten worden.

De geleerden die zeggen dat er geen enkel genetisch bewijs bestaat voor het bestaan van mensenrassen hebben, zo blijkt, wél een probleem met de begrippen 'racisme' en 'antiracisme'. Als er geen mensenrassen bestaan, hoe dan die gemeengoed geworden woorden verklaren? Blijven dus de uiterlijke kenmerken over. Als mensen vanuit een blank superieur denken over ras praten, dan betekent dat zij het ene 'ras' - in dit geval het blanke - boven andere plaatsen en daarmee racisme goedpraten en aanmoedigen.

Daarom zijn ook heel veel goedwillende mensen er huiverig voor. Wat veelal vergeten wordt zijn de machts- en krachtsverhoudingen die racisme veroorzaken en in stand houden. Andere landen in bezit nemen en bevolkingen onderdrukken kon destijds alleen door macht uit te oefenen. Schepen te bezitten om de zeeën te kunnen bevaren, over moordwapens te beschikken om het kolonialisme mogelijk te maken. En het bestaan van bevolkingsgroepen in de koloniserende landen, die belang hadden bij onderdrukking van andere volken, van - laten we het woord toch maar noemen - mensen met andere zichtbare biologische kenmerken, mensen van een ander ras.

Van oude mensen en dingen die voorbij gaan. Zo heet de roman van Louis Couperus. Oude mensen gaan voorbij en ook de dingen. Wat niet voorbij is zijn de krachtsverhoudingen in de wereld, de ongelijkmatige ontwikkeling van het kapitalisme. Met name in het imperialistische tijdperk. Wat niet voorbij is zijn die verhoudingen die racisme steeds weer in stand houden en oproepen. In dát licht bezien mag de discussie onder geleerden of er nu wel of niet mensenrassen bestaan nooit doorslaggevend zijn.

Vanuit een menselijk gezichtspunt moet die discussie om het even zijn. Moet het respectvol met elkaar omgaan tussen mensen met verschillende achtergronden, van verschillende huidskleur afhangen van een wetenschappelijke uitkomst van onderzoeken naar rassen? Nee toch? En vanuit het gelijkheidsbeginsel geredeneerd zeker niet!

©MANIFEST KRANT van de NCPN
Haarlemmerweg 177, 1051 LB, Amsterdam, tel.: 020-6825019