KLASSIEK EN ACTUEEL

"(...) Vervloekt dat de verontwaardiging en droefheid zo vaak zich moeten kleden in 't lappenpak van de satire! Vervloekt dat een traan, om begrepen te worden, moet vergezeld gaan van gegrijns! Of is 't de schuld mijner onbedrevenheid, dat ik geen woorden vind om de diepte te peilen van de wonde die er kankert aan ons staatsbestuur, zonder mijn stijl te zoeken bij Figaro of Polichinel? Stijl...ja! Daar liggen stukken voor mij waarin stijl is. Stijl die aantoonde dat er een mens in de buurt was, een mens wie het de moeite waard geweest ware de hand te reiken! En wat heeft die stijl de arme Havelaar gebaat? Hij vertaalde zijn tranen niet in gegrijns, hij spotte niet, hij zocht niet te treffen door bontheid van kleur of door grappen van de uitroepen voor de kermistent... wat heeft het hem gebaat? Kon ik schrijven zoals hij, ik zou anders schrijven dan hij. Stijl? Hebt gij gehoord hoe hij sprak tot de Hoofden? Wat heeft het hem gebaat? Kon ik spreken zoals hij, ik zou anders spreken dan hij. Weg met de gemoedelijke taal, weg met de zachtheid, rondborstigheid, duidelijkheid, eenvoud, gevoel! Weg met al wat herinnert aan Horatius' "justum A-C tenacem"! Trompetten hier en scherp gekletter van bekkenslag, en gesis van vuurpijlen, en gekras van valse snaren, en hier-en-daar een waar woord, dat het mee insluipe als verboden waar, onder bedekking van zoveel getrommel en zoveel gefluit? Stijl? Hij had stijl! Hij had teveel ziel om zijn gedachten te verdrinken in de "ik heb de eer" en de "edelgestrengheden" en de "eerbiedig-in-overweging-gevingen" die de wellust uitmaken van de kleine wereld waarin hij zich bewoog. (...)"

Uit: Max Havelaar, Multatuli, 1860.

©MANIFEST KRANT van de NCPN
Haarlemmerweg 177, 1051 LB, Amsterdam, tel.: 020-6825019